“Ik ben erfgenaam van mei ’68” (gouverneur Lodewijk De Witte)

“Ik ben erfgenaam van mei ’68” (gouverneur Lodewijk De Witte)

woensdag 18 december 2019 15:21

“Ik ben erfgenaam van mei ’68” (afscheidnemend gouverneur Lodewijk De Witte)

“Ik ben een erfgenaam van mei ’68. Ik was 14 in 1968, maar in de jaren ’70, in de jaren waarin ik volwassen werd zijn we volop aan de slag gegaan met het gedachtengoed van ’68, met het streven naar bevrijding en emancipatie”. Dat heeft Vlaams-Brabants gouverneur Lodewijk De Witte maandagavond in Leuven gezegd tijdens een viering naar aanleiding van zijn nakend afscheid als gouverneur.

De Witte is jurist van opleiding en werd na enkele jaren kabinetsmedewerker geweest te zijn van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Louis Tobback in 1995 gouverneur van de nieuw opgerichte provincie Vlaams-Brabant. Normaliter zou hij wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd op 1 januari 2020 opstappen als gouverneur. Omdat de Vlaamse regering echter nog geen beslissing genomen heeft over een opvolger ging De Witte in op de recente vraag om nog enkele maanden aan te blijven.

In zijn slotwoord benadrukte De Witte enerzijds het belang van een correct en eerljk bestuur, maar anderszijds ook de noodzaak te streven naar vrijheid, gelijkheid en solidariteit. “Als we aan het individu de reële mogelijkheid willen geven om iets van zijn leven te maken, op vlak van onderwijs, van werk, van persoonlijke ontwikkeling, van cultuurbeleving, dan moeten we structurele ongelijkheden wegwerken, ongelijkheden van geslacht of geaardheid, van plaats op de sociale ladder, van afkomst. De opdracht van de overheid is om de voorwaarden te creëren waardoor ieder mens zich naar eigen keuze kan ontplooien”.

Vlaams minister van Binnenlandse Bestuur Bart Somers stelde dat hij een fervent voorstander is van het pragmatisch en oplossingsgericht bestuurlijk toezicht over de lokale besturen dat De Witte al sinds de jaren ’90 toepaste. “De Witte wilde dat de Vlaamse ambtenaren niet alleen problemen aanwezen maar ook mee nadachten met lokale besturen en oplossingen zochten. Begeleidend toezicht was zijn stokpaardje”. Verwijzend naar het Vlaams regeerakkoord over de actieve verbindings- en verzoeningsrol van gouverneurs tussen gemeenten en Vlaamse diensten in de provincie stelde Somers dat hij deze nog meer wil betrekken bij coördinerende en transversale projecten. “Ik denk hierbij in de eerste plaats aan een actieve rol bij het zoeken naar opportuniteiten voor fusies”.

De gouverneur kreeg vanuit alle hoeken lof toegezwaaid voor zijn inspirerende, motiverende rol in de vele overlegorganen die hij voorzat. Willy Bruggeman, voorzitter van de politieraad, noemde De Witte de architect van de politiehervorming in de jaren ’90 verwijzend naar zijn rol in de commissies hierover die hij indertijd voorzat. Johan Swinnen (De Lijn) wees op diens bepalende rol in de uitbouw van het Brabantnet en Leuvens Regionet. Frank Vandenbroucke, indertijd als Vlaams minister bevoegd voor De Rand, stelde dat de rol van De Witte cruciaal was bij de uittekening in de jaren 2005 van het nieuwe Vlaams beleid voor de Vlaamse Rand en de luchthavenregio.

Alhoewel de naam van de opvolger nog niet bekend is – er circuleren reeds enkele namen van N-VA-politici in de coulissen – hadden enkele sprekers voor de betrokkene enkele suggesties. “De nieuwe gouverneur moet kennelijk geen examen van bekwaamheid meer afleggen,. Als hij of zij dan toch een test moet doen laat het dan een liefdestest zijn voor onze provincie, die een vergelijking kan doorstaan met deze van De Witte”, aldus Michels Doomst, die De Witte overigens ook bedankt voor zijn steun aan de gemeenten ten tijde van de splitsing van BHV. Wegens zijn onderhandelingscapaciteit en begrip voor het standpunt van de andere suggereerde Doomst De Witte aan te stellen als informateur voor de federale regeringsvorming.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!