Erst das Fressen, dan het klimaat? Over de valse tegenstelling tussen klimaatbeleid en sociaal beleid

Erst das Fressen, dan het klimaat? Over de valse tegenstelling tussen klimaatbeleid en sociaal beleid

In het klimaatdebat zoomen tegenstanders opvallend vaak in op de kostprijs van klimaatmaatregelen. Een redenering die daarbij steeds terugkeert is dat men wel voor een klimaatbeleid is, maar dat zo’n beleid niet ten koste mag gaan van de zwaksten in onze samenleving en de gewone werkmensen. Daarbij wordt er automatisch van uit gegaan dat een klimaatbeleid geen sociaal beleid kan zijn. Net het tegendeel is echter waar: een klimaatbeleid en een sociaal beleid liggen in elkaars verlengde.

zondag 2 februari 2020 13:07
Spread the love

“Hoe moeten socialisten de zorgen van de ‘kleine man’ verzoenen met de ambities van de progressieve grootstedeling?” vroeg De Morgen-hoofdredacteur Bart Eeckhout zich recentelijk af. In het artikel plaatste Eeckhout terecht kanttekeningen bij het nut van een Lage Emissie Zone en de sociale impact ervan. Zonder na te gaan of er sociale correcties mogelijk zijn voor de laagste inkomens, concludeerde hij eenvoudigweg dat de verzuchtingen van beide groepen niet met elkaar verzoend kunnen worden en vergat zo zijn eigen vraag te beantwoorden. Als de sp.a aansluiting wil vinden bij de kleine man moet de partij meer afstand nemen van de ecologische agenda, aldus Eeckhout. Zijn analyse van Lage Emissiezones mag dan wel hout snijden, de conclusie die hij daaruit trekt niet.

KIND VAN DE ENERGIEREKENING

Dat de sociale en ecologische agenda’s met elkaar op gespannen voet staan valt niet te ontkennen. Eind vorig jaar klaagde het Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting in het tweejaarlijkse verslag “Duurzaamheid en armoede”, de Mattheüseffecten van het huidige klimaatbeleid aan.  Alleen wie al geld heeft kan het zich veroorloven zonnepanelen, waterput en warmtepomp te plaatsen of een elektrische wagen aan te schaffen en alleen wie eigenaar is van een huis kan isolatiepremies opstrijken. De rest blijft achter in een slecht geïsoleerde woning met een vervuilende wagen voor de deur.

Maar niet alleen kunnen mensen in armoede niet mee genieten van veel beleidsmaatregelen, ze zijn ook het kind van de stijgende energierekening. Een stijging die zich deels laat verklaren door het feit dat netbeheerders door de overheid verplicht worden om groene stroom- en warmtekrachtcertificaten op te kopen en allerhande premies uit te reiken. Premies waarop mensen die in precaire financiële situaties leven geen aanspraak kunnen maken. Daarbovenop worden zij ook nog eens slachtoffer van de strijd tegen sociale fraude. Sinds 2016 kunnen gegevens over domicilie en gezinssamenstelling gekruist worden met gegevens over water- en energieverbruik. Wie sindsdien uit financiële noodzaak zuinig probeert te leven wordt verdacht van sociale fraude en desgevallend bestraft.

Het feit dat het huidige klimaatbeleid een sociale schaduwzijde heeft, lijkt voor sommigen voldoende reden om de ecologische agenda te lossen. Wie onderaan de maatschappelijke ladder staat, heeft het te druk met het einde van de maand te halen om zich ook nog eens zorgen te maken over het einde van de wereld, zo klinkt het vaak. Een redenering die de coördinator van het Steunpunt tot bestrijding van armoede, Henk Van Hootegem, ten stelligste betwist: “Velen zijn het beu dat armoede als excuus wordt gebruikt om geen klimaatactie te ondernemen.”Anders dan vaak wordt verondersteld geldt dus niet “erst das Fressen, dan het klimaat”. Die vaststelling zou eigenlijk niet mogen verwonderen. Wie in armoede leeft voelt als eerste en het hardste de gevolgen van een ontwricht klimaat. Nochtans is hun bijdrage aan milieu- en klimaatproblemen significant kleiner en hebben ze amper middelen om zich ertegen te beschermen. Verre vliegreizen zijn een verre droom en kringloopwinkels bezoeken en spullen “een tweede leven geven” zijn een bittere noodzaak voor hen, niet hip of vintage.

MIST SPUIEN

Ondanks dat alles blijft het idee dat sociaal kwetsbare groepen niet geïnteresseerd zijn in het klimaat en hun belangen niet verzoend kunnen worden met die van middenklassers hardnekkig overeind. Deels uit onwetendheid, deels omdat diegenen die een doortastend klimaatbeleid in de weg staan het idee doelbewust in leven houden. Naar het waarom daarachter is het niet lang zoeken: door dat idee te blijven voeden oogt het draagvlak voor zo’n doortastend klimaatbeleid kleiner dan het in werkelijkheid is. Door groepen die elkaars objectieve bondgenoot zouden moeten zijn te verdelen en tegen elkaar op te zetten wordt in eenzelfde beweging het bestaande draagvlak geërodeerd. Als je in eerste instantie gewonnen bent voor klimaatmaatregelen, maar vervolgens te horen krijgt dat slechts een minderheid je mening deelt, dan neigen de meeste mensen hun standpunt te conformeren naar dat van de meerderheid. De meeste mensen willen nu eenmaal niet graag met hun hoofd boven het maaiveld uitsteken. Dat geldt niet alleen voor Vlamingen trouwens. De neiging tot conformisme zit gewoon diep ingebakken in de menselijke natuur.

Er zijn nog andere tactieken waar tegenstanders van een klimaatbeleid zich van bedienen om het draagvlak voor klimaatmaatregelen te ondergraven. Een daarvan is mist spuien over de kostprijs van een klimaatbeleid door middel van een erg selectieve kosten-batenanalyse: de kosten op korte termijn worden nadrukkelijk in de verf gezet en over de baten op langere termijn wordt gezwegen. Ook hier wordt weer handig gebruik gemaakt van de menselijke psychologie: namelijk dat de afkeer voor verlies bij de meeste mensen vaak zwaarder doorweegt dan het vooruitzicht om te winnen. Geen wonder dus dat zelfverklaarde “klimaatrealisten” altijd de nadruk leggen op de kostprijs van de investeringen in hernieuwbare energie, maar vaak zedig zwijgen over de baten voor pakweg werkgelegenheid en gezondheid.

De halsstarrigheid waarmee deze klimaatrealisten de negatieve impact van klimaatontwrichting op gezondheid uit de weg gaan is opmerkelijk. Die impact terugdringen zou niet enkel ten goede komen van de gezondheid van de sociaal zwaksten, maar ook winst opleveren voor onze sociale zekerheid en zou een prioriteit moeten zijn voor iedereen die de sociale zekerheid betaalbaar wil houden. Toch is het opvallend dat net de partijen die iedereen ervan proberen te overtuigen dat er dringend moet gesneden worden in de sociale zekerheid vaak dezelfde partijen zijn die de ogen sluiten voor milieu en klimaat gerelateerde gezondheidsproblemen. Het resultaat van dat halsstarrige wegkijken is dat noch de gezondheids- en klimaatproblemen, noch de betaalbaarheid van de sociale zekerheid worden aangepakt.

“SOCIALISME ZAL ECOLOGISCH ZIJN, OF HET ZAL NIET ZIJN”

Hoe het ook zij. Als progressieve krachten én een sociaal én een ecologisch beleid willen kunnen voeren moeten ze voorkomen dat hun potentiële kiezers tegen elkaar opgezet worden door de voorvechters van het status quo. De bekommernissen van mensen in armoede en middenklassers zijn niet één op één dezelfde. Maar elke politieke beweging uit het verleden heeft de uiteenlopende belangen van diverse groepen met elkaar moeten verzoenen om zijn doelstellingen te kunnen realiseren. Dat is vandaag de dag niet anders. Gelukkig zijn de belangen van mensen in armoede en middenklassers niet volstrekt onverzoenbaar en liggen ze in elkaars verlengde. De grenzen van inkomenscategorieën zijn immers geen onverwoestbare dijken die de gevolgen van klimaatontwrichting zullen tegenhouden. Hooguit zal wie in een hogere belastingschaal zit zich iets meer tijd kunnen kopen. Alleen de allerrijksten zullen genoeg financiële middelen hebben om zich terug te trekken in geklimatiseerde gated communities. Des te vlugger we dat beseffen, des te vlugger het draagvlak voor een doortastend klimaatbeleid kan groeien.

In tegenstelling tot wat Eeckhout beweerde is het lossen van de ecologische agenda dan ook het laatste wat partijen mogen doen die zeggen dat ze opkomen voor de kleine man. Net in het belang van die kleine man moet er een manier gevonden worden om sociale en ecologische agenda’s met elkaar te verzoenen. Net in het belang van die kleine man mag een socialistische partij – en bij uitbreiding elke sociaal bewogen partij – geen afstand doen van de ecologische agenda en moet die zelfs nog uitgebreid en met meer urgentie nagestreefd worden. Een socialistische partij kan niet sociaal zijn als ze niet ook ecologisch is. “Socialisme zal ecologisch zijn, of het zal niet zijn” om wijlen Steve Stevaert te parafraseren. Maar hetzelfde geldt voor ecologische partijen: zij kunnen niet groen zijn als ze niet ook sociaal zijn. Progressieve partijen zullen dus niet hun ecologische agenda moeten laten varen als ze de sociaal zwaksten willen aanspreken, ze zullen moeten vervellen tot sociaal-ecologische (of ecosociale) partijen voor wie zowel het sociale als het ecologische deel uitmaakt van hun corebusiness. Afhankelijk van het DNA van de partij kan elke partij voor zichzelf kiezen waar ze het accent leggen. In alle geval moeten progressieve partijen aan eenzelfde zeel trekken. Net zo min als zij hun sociale en ecologische agenda’s kunnen realiseren zolang zij toestaan dat hun potentiële kiezers tegen elkaar worden opgezet, kunnen progressieve partijen hun agenda’s niet realiseren zolang zij zich uit elkaar laten spelen.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!