Diversiteit in Leuven. Het gaat eindelijk vrij goed met Auda en met Aldin

Diversiteit in Leuven. Het gaat eindelijk vrij goed met Auda en met Aldin

woensdag 4 mei 2016 17:27

Een bondig getuigenis over resultaten van osmose-engagement sinds de zomer van 2005

  • Auda, van Marokkaanse origine

Zonet, van achter de soep in het buurthuis met de grote ramen, kruisten mijn blik en deze van Auda die buiten langs stapt. Ik ontmoette hem een allereerste keer toen ik hier in de diverse wijk van Leuven pas enkele dagen woonde, nu bijna elf jaar geleden. Hij stapte toen, nog een kind, op een zomerse namiddag, bijna recht voor onze deur,  zonder dralen midden de straat op, precies voor de ijscokar die net toekwam. Stoutmoedig en balorig, deed de jongen dus de wagen stoppen. Hij riep meteen ook luid allerlei uitlatingen naar de chauffeur. Die wist op slag niets te zeggen of te gebaren. Ik zag hier het volgende. Een act van puberaal verzet, vanwege een jonge man die stamt uit een natie met een traditie van de krijgerscultuur (Riftgebergte, Atlasgebergte! Al bij al niet zo heel verschillend met de wereldberoemde Bedoeïenen…). Een jongen met genen en martiale traditionele cultuur waar veel meer vuur in steekt dan bij de hardwerkende Vlaming. Een jonge kerel die willens nillens moet opgroeien in een zeer zakelijke maatschappelijke structuur, die hem en de zijnen ook op allerlei vlakken blijft discrimineren en geregeld met minachting bedelen. Ik begreep meteen de ernst. Dat dit soort wangedrag snel kan ontsporen. Tenminste, wanneer niemand de ziel van die jongen opvangt, stopt, tot menselijkheid beweegt…. De Tijd heeft mijn interpretatie intussen rijkelijk bevestigd. Vorige maand met de klap op de vuurpijl in Brussel…

 Die heetgebakerde Auda heb ik toen meteen kordaat op zijn nummer gezet. De jongen was direct een heel stuk kalmer, had nog wel de moed en interesse om bij mij te informeren, in deze wijk waar hij veelal had te maken gekregen met hooguit formeel beleefde, maar vaker apathische buren natuurlijk: “Bent u van de politie, mijnheer?” Naar waarheid heb ik dan kort en goed geantwoord, terwijl ik mij draaide om mijn weg te vervolgen, naar huis: “Let maar op. Ik zal u blijven in het oog houden”. De opstandige jonge man werd daar stil van. Gelukkig. Mijn ingrijpen was een gevaarlijk gokje geweest. Ik kende nog niemand in Casablanca. En ik heb die vurige man werkelijk blijven volgen. Intussen al meer dan 555 weken. En ook zijn lotgenoten en makkers. Er zijn soms nog problemen. Een tijdje geleden vond ik wel veertig hulzen, in enkele weken tijd. Zilveren dingetjes, die ik kon thuisbrengen nadat in de krant een foto ervan opdook. Het gaat om hoge drukflesjes met een gas dat een roes veroorzaakt. De reporter meende dat het alleen in Antwerpen gebruikt werd… We hebben de preventiedienst van Leuven ingelicht en er wordt aan gewerkt. Er komt een infovergadering over verslaving in het Jongerenhuis.

Herhaaldelijk zijn in de volgende acht jaren zeer intense confrontaties gevolgd met Auda, die al snel een metamorfose onderging. Ik zag hem van in mijn woonkamer op een dag zijn gsm met een woedend, getergd en dominant, groots gebaar te pletter gooien op de straatstenen voor hem… Daar op straat heb ik hem nog geregeld gesproken. Maar ook aan de ontbijttafel toen wij met de buurt met de autocar op reis zijn gegaan. En als wij elkaar tegen kwamen in Leuven centrum, zwaaiden wij naar elkaar. Complicité heten de Fransen dat. Connivence ook. Zoals je kat die rust en snort met bijna toeë ogen maar toch oogcontact behoudt.

 Intussen blijkt dat Auda, zoals alle andere jongens die ik heb opgevolgd, getrouw aan mijn unieke wijze van doen, intussen werkt. En vandaag van bij mijn kom biologische buurtsoep zie ik dat hij sinds onze laatste ontmoeting ergens in de winter een deftig heerschap is geworden. Met kort zeer donker haar als altijd, maar nu met een modieus getrimde kringbaard. De man stapt, en dat verheugt mij het meest natuurlijk, met rustige én zelfzekere, doelgerichte stap. In de richting waar hij woont, thuis met de familie, vader, moeder en broers en zussen.  En iets diep in mij is vol vreugde, als de oude rakker mijn groetende hand vriendelijk en rustig,  bescheiden en op coole, misschien mag ik zeggen, gepast-burgerlijke wijze beantwoordt.

Moeder Rilda, de buurtbewoonster die generaties buurtkinderen heeft opvang geboden in vakanties en bij huiswerk, noemde de gast twee jaar geleden nog als “de meest ontvlambare” van alle tieners in onze wijk. Auda heeft ooit op het punt gestaan mijn tanden uit de mond te slaan, toen ik hem een vermaning meegaf bij de bushalte en het friethuis. Dat en andere avonturen heb ik uiteengezet tijdens de homilie die ik mocht verzorgen in de Don Bosco-parochie aan de Ortolanenlaan op 10 mei 2015. De verhalen heb ik mogen schriftelijk hernemen in de publicatie in Kerk en Leven Kessel-Lo van 16 september van dat jaar. Een exemplaar van die krant heb ik aan voorzitter Frits Lohengrin van de belangrijkste woonmaatschappij van Vlaams-Brabant bezorgd na zijn lezing over Dijledal en zijn werk daar, voor de Leuvense CD&V vergaderd in de PAVO-parochiezaal te Heverlee. Frits doet op zijn manier zijn werk. Ik heb hem leren waarderen, ook al is hij een politicus van een “traditionele meerderheidspartij” en ook al blijkt hij niet te kunnen toveren. Ik vermoed dat ik vanuit zijn standpunt, met mijn verzet tegen bepaalde bureaucratische aanpak, een tijdlang zelf als een soort half wilde immigrant moet zijn overgekomen…

Naar de toekomstige Desperado’s van Kessel-Lo – Casablanca heb ik met andere woorden telkens weer “de Golfbreker-rol” op genomen.

Mij komt de eer toe die dertig of wat mannen, die “Angry Young men”, die ”Jonge Turken”, van ‘Auda’ en Karim tot Mo(hamed), Yussef, Walid, Nourdin, Emin enzovoort, in deze Casablancabuurt te Leuven de nodige civilisatie te hebben bijgebracht. (Neen, ik moet dat anders formuleren. Er zit verdomme nog aan toe soms nog veel van de oude koloniaal met de zilveren baard en de witte tropenhelm in mijn woordenschat. Ik heb die jonge mannen iets anders bijgebracht door mijn optreden en uitstraling: ge-loof IN onze civiele maatschappij!) En hoe hebben wij dat gedaan? Hoofdzakelijk door met zachtmoedigheid én stoutmoedigheid en heel veel geduld, discreet maar krachtdadig op te treden op het juiste moment. Met inzet van eigen tijd, aanwezigheid, aandacht. Met heilige motivatie. Met mijn vege lijf. Ad hoc, in ‘hun eigen straten en pleinen’!

  • Aldin, van Syrische origine

Bij buurman Aldin K, enkele deuren naast de onze, is vrijdag een eerste babytje geboren! Ik voel mij daar bij betrokken. Natuurlijk. Die man is als toenmalige intellectueel ook juist de folterkelders van president Bashar al Assad, de Syrische dictator, kunnen ontvluchten en is hier goed kunnen landen om een nieuw leven te beginnen… nadat ik zijn woning beschikbaar had gemaakt voor de huurmarkt. Aan Directeur Lohengrin van DLDL hadden wij gesignaleerd dat na observatie bleek dat het betreffende appartement feitelijk onbewoond was, nu een jaar of vijf geleden! Die vorige “huurders” betaalden maandelijks, maar verbleven in de praktijk op twee km van hier, in een riant huisje met tuin, aan de rand van het bos, in de Wolvengreppel, naast het kasteeldomein…

 

Aldin werkt als arbeider in kringloopwinkel SPIT. Intussen is de brave man, een voormalige leraar in Aleppo, de bijna totaal van de kaart geveegde stad met middeleeuwse wortels, er tevens in geslaagd te huwen, en sinds vorige vrijdag dus ook vader te worden!… Iets waar ik zelf nog moet aan beginnen… (*grin*).

Aan de Dienst Huurdersrelaties heb ik toen Aldin mij op de trappen, verheugd als ik hem nog nooit tevoren had meegemaakt, meldde dat zijn dame op de eenheid nataliteit verbleef, de suggestie gedaan eens iemand van het personeel langs te laten komen bij de gelegenheid. De situatie met al die mensen die de nood bij hun thuis ontvluchten en bij ons landen, is niet eenvoudig. En potentieel explosief. Wij moeten leren kansen te zien, te ruiken. Als wij het goed willen blijven maken.

Verbondenheid onder mensen, loyauteit van de mensen in kwestie naar instellingen (als een Verhuurmaatschappij), dat krijg je niet vanzelf in de schoot geworpen. Daar is ook juist voor nodig wat ik noem “emotionele arbeid”. En houdingen in de orde van contactvaardigheid. Zij mogen dat van mij gerust “klantvriendelijkheid” noemen. Als ze maar over de brug komen.

 

“Wie niet rijk is en niet machtig, die moet zeker het spel van het leven slim spelen.”

Besluit

Wij hebben in Leuven en zeker in onze Casablancawijk geen of bijna geen (teruggekeerde) Syriëstrijders. En dus heeft “3000” ook nog geen bomaanslagen achter de kiezen. Laten wij verstandig, wijs met onze troeven omgaan! Want ik zeg u, niet alleen als historicus maar ook vanuit een diepgaande kennis van de (exotische) mens: dit soort rust en veiligheid is vandaag de dag geen evidentie!

Stefaan

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!