Communieviering in de parochie Onze-lieve-Vrouw-over-de Dijle, Mechelen, onder het thema ‘Een boot vol vrienden’

Communievieringen toch méér dan een show?

donderdag 21 mei 2015 20:50

De
periode tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren, volgende zondag, is de
hoogtijd van de communie- en vormselvieringen, respectievelijk voor
zes- en twaalfjarigen. In mijn eigen parochie is er in beide groepen
een daling met bijna een kwart, ondanks de progressieve en joviale
pastoor. De traditionele initiatie- en overgangsrituelen, die lang
hebben standgehouden in Vlaanderen, zakken in versneld tempo weg.
Geruisloos. Moeten we daar nu blij om zijn?

Jarenlang
zijn de communievieringen goed overeind gebleven, ondanks de
feitelijke ontkerkelijking deed een grote meerderheid van de kinderen
mee. Niet omdat die ouders allemaal zo gelovig zijn maar vooral
vanuit een soort verbondenheid met de traditie en loyauteit tegenover
de familie, met wortels in het katholieke Vlaamse verleden. En,
natuurlijk, als aanleiding voor een leuk feestje.

Maar
daar is nu dus de klad in gekomen. De vanzelfsprekendheid is weg. Ook
al zijn harde statistieken nog niet beschikbaar, de trend is
onmiskenbaar..

Losse
familieverbanden

Er
zijn meerdere oorzaken die allemaal met elkaar verband houden. In de
eerste plaats het losser en flexibeler worden van familierelaties
vanwege de echtscheidingen, de toename van nieuw samengestelde
gezinnen en singles, en van de mobiliteit. Daardoor is ook de impact
van grootouders op hun kinderen en kleinkinderen verminderd. Jonge
gezinnen staan trouwens sterk op hun privacy en autonomie en huiveren
voor betutteling. Vooral vanwege de demografische evolutie is het
‘natuurlijke’ respect dat vroegere generaties voor hun ouders hadden,
sterk verzwakt. Daarbij komt het hectische levensritme van de
tweeverdienersgezinnen -”druk, druk, druk! – , de opkomst van
digitale communicatie en het overweldigende aanbod aan informatie en
prikkels, waardoor er mentaal nauwelijks ruimte overblijft voor
bezinning, reflectie of stilte – en voor ‘quality time’ in het
algemeen.

Daarmee
hangt samen de evolutie in het katholiek onderwijs, dat praktisch is
geseculariseerd. De meeste parochiescholen waarmee Vlaanderen tot in
de kleinste uithoek was bezaaid, met dank aan generaties vrouwelijke
religieuzen, hebben de band met de lokale parochie losgelaten
waardoor het automatische ‘doorschuiven’ van complete klassen naar
communievieringen niet meer systematisch gebeurt.

Tenslotte
is er het imagoprobleem. De pedofilieschandalen hebben de
geloofwaardigheid van de Kerk een zware klap toegebracht. Nu de storm
min of meer is gaan liggen, kan misschien wel de vraag worden gesteld
of de Kerk hier toch niet als zondebok opdraait voor een problematiek
waarvoor we als samenleving jarenlang grotendeels blind zijn
gebleven. Zelf heb ik als journalist in de jaren 1980-90 ervaren dat
de redacties verveeld reageerden op de jaarlijkse rapporten van de
Centra tegen Kindermishandeling met alarmerende cijfers over incest,
seksueel en ander geweld binnen het gezin en daarbuiten. Dat ‘slechte
nieuws’ wilden redactiechefs liever niet te expliciet brengen.

Iedere
tijd heeft zijn blinde vlekken; in die periode keek men liever de
andere kant op bij dat soort berichten en verhalen.

Intussen
gaat er trouwens bijna geen dag voorbij of allerlei vormen van
seksueel grensoverschrijdend gedrag komen in het nieuws:
verkrachtingen, incest, partnergeweld, voyeurisme en
internet-pedofilie. Maar (bijna) niemand stelt daarom de seksuele
revolutie van de jaren 1960-70 ter discussie.

Indoctrinatie

We
moeten vandaag beter niet te hoog van de toren blazen over ons verlicht
humanisme. ‘Blinde vlekken’ hebben we sinds 2000 zelf ook gehad. Zo
hebben we in grote mate de ogen gesloten voor de epidemie van
psychische kwetsuren, eetstoornissen, zelfverminking, zelfdodingen en
het lijden van kinderen en jongeren als gevolg van relatiebreuken,
emotionele verwaarlozing en vereenzaming. Pas sinds kort wordt het
wetenschappelijk onderzoek hierover serieus genomen. Dat er iets
misloopt met onze manier van leven, blijkt duidelijk uit de
medicalisering en therapeutisering van onze kinderen. Zoals de
Nederlandse anorexia-therapeute Monique Rosier opmerkt: “Alles om
ons heen verandert constant. Onze levensstijl is zelfgericht en
consumptief, en allemaal streven we naar het perfecte plaatje. Dat
mensen hierdoor de verbinding met elkaar en met zichzelf verliezen en
in een burn-out belanden of een verslaving ontwikkelen, is niet
gek”.i

Het
verlies van levensbeschouwelijke verbanden, die bij veel mensen voor
houvast en zingeving zorgden, heeft daar zeker mee te maken. Maar dat
aspect wordt door de spraakmakende culturele elite onder de mat
geveegd. Praktijken als communievieringen worden beschouwd als een
vorm van indoctrinatie.

Maar
wat is indoctrinatie? Wat komt er in de plaats? Worden onze
(klein-)kinderen niet overspoeld met andere, sluipende vormen van
indoctrinatie, die van individualisering en materialisme?

“We
zijn terechtgekomen in een samenleving waarin niemand nog dienstbaar
wil zijn, en ieder zijn eigen doel is geworden”, zegt schrijver
P.F. Thomése. “Maar een samenleving waarin niemand dienstbaarheid
toont aan een groter geheel dan zichzelf, heeft die wel toekomst?”
.ii

Wijlen
Steve Stevaert verklaarde om die reden dat hij liever volle kerken
ziet dan lege. De term ‘actief pluralisme’, waarvan hij een overtuigd
promotor was, is in de praktijk een lege doos gebleken, enkele
basisbewegingen niet te na gesproken. Haast elke verwijzing naar
‘God’ – tegenwoordig zonder hoofdletter – is negatief of wordt
met spot geassocieerd. Media besteden veel aandacht aan politiek,
economie en sociologie maar totaal niet aan godsdienst.
Wetenschappers klaagden er onlangs over dat er geen gevormde
wetenschapsjournalisten meer zijn, maar dat geldt nog in sterkere
mate voor religieuze journalistiek. Men begrijpt er niets van.

Deze
postmoderne manier van denken is geen rationalistisch, doordacht atheïsme à
la Etienne Vermeersch maar een emotioneel atheïsme, een
‘buikgevoel’, waar het onbegrip voor de islam zeker niet vreemd
aan is. Het christendom deelt in de klappen van de afkeer voor het islamisme. Alle
religies worden over dezelfde kam geschoren. Dat er diepgaande
verschillen zijn, ondanks de raakpunten, wordt gewoon niet meer
gezien.

Gevolg
van deze ‘zwijgspiraal’ is is dat we de eigen christelijke traditie
niet meer kennen. Systematisch wordt op de donkere pagina’s van de
geschiedenis gefocust terwijl grotendeels vanuit een christelijke
bezieling de basis werd gelegd van onderwijs, gezondheidszorg,
cultuur en sociale solidariteit in Vlaanderen. Maar wie spreekt daar nog over?

Nieuwe
religies

Op
internet en elders knutselen mensen nu hun eigen geloof bij elkaar.
Want ieder mens heeft ‘geloof’ nodig. Sommigen noemen consumentisme
en marktdenken de nieuwe ‘religie’ die de hele samenleving aansteekt,
inbegrepen onderwijs en gezondheidszorg. Anderen wijzen erop dat de
behoefte aan ‘transcendentie’, verbeelding en gemeenschapservaring,
wordt ingevuld door pretparken, festivals, massale sportevenementen
en bij het shoppen. De missionarissen en predikanten van vroeger zijn
vervangen door de ‘goeroes’ van de gezonde voeding, vegetarisme en
dierenrechten.iii

Maar
het marginaliseren van religie met de daaraan verbonden ervaring en
ethiek heeft ook als reactie aan de andee kant dat extremisme, fundamentalisme en
sektarisme de kop opsteken. Het feit dat in de islam een toenemende
groep zelfbewuste jongeren – ook autochtone – ‘ultraconservatieve’
standpunten innemen, is een teken aan de wand. iv
Binnen het christendom zijn er trouwens aanverwante bewegingen, zoals
bijvoorbeeld bleek uit de massale mobilisatie tegen het homohuwelijk
in het verlichte Frankrijk.

Herziening

Het
is binnen dat ruimere kader dat we zin en onzin van de
communievieringen – en van religieuze rituelen en praktijken in het
algemeen – met nieuwe ogen zouden moeten bekijken. Religie is een
basis van verbondenheid, houvast en vertrouwen, zoals de positieve psychologie – die de factoren opspoort die welzijn en gezondheid bevorderen – intussen heeft aangetoond. . Eeuwenoude
initiatierituelen zijn existentiële ankerpunten in een veranderlijke
tijd zonder vaste waarden. Hoe men het ook draait of keert, het leven
en de werkelijkheid blijven uiteindelijk een mysterie, te groots en
te complex om rationeel te vatten of te beheersen. “De zin van het leven ligt in het leven zelf, ” zoals Wim Helsen stelt, is een een visie bij sommigen de depressie eerder bevordert dan oplost….    

Kinderen
zijn trouwens ‘van nature’ religieus, staan open voor het wonderlijke van het leven,
voor al wat het rationele en nuttigheidsdenken overstijgt. Niet voor
niets zegt Jezus “Als je niet wordt als kinderen, zul je het Rijk
der Hemelen niet binnengaan.”

De verhalen, beelden en gebaren laten
iets doorschemeren van de liefde van God voor ieder kind, van
geborgenheid, aanvaarding en bevestiging, wat ook voelbaar wordt
gemaakt vanuit de hele aanwezige gemeenschap.

Ze zijn een bevestiging
dat het leven in wezen goed en zinvol is, en feestelijk gevierd mag worden.

Onderzoek
inzake positieve psychologie toont steeds duidelijker aan dat religie en spiritualiteit de
veerkracht (resilience) verhogen. Dat religieuze opvoeding een meerwaarde biedt voor de veerkracht van kinderen, hen minder
vatbaar maakt voor later alcohol- en drugsmisbruik en gedragsproblemen op
school.v
Positieve, intense, liefdevolle ervaringen als kind laten
blijvende sporen na in het onderbewustzijn en versterken de
innerlijke kracht. Ook al nemen ze later afscheid van het geloof van hun kindertijd, de winst blijft. 

De
boodschappen die kinderen meekrijgen, zeker ook in de periode van
voorbereidende catechese, zijn voor de hele samenleving waardevol:
solidariteit, inzet voor mekaar, liefde, vergeving, verzoening,
aandacht voor de zwaksten. En: niet pesten!

Modeshows

Wat
dan met de modeshows, de feestjes, de cadeautjes, de hele commercie
rondom? Een reden voor sommigen om zich terug te plooien op een
‘harde kern’ van overtuigde gelovigen. Zo wil de deken van Eeklo
afstappen van de gezamenlijke communievieringen omdat ze te veel een
show zijn geworden. In de plaats ervan moet de eerste communie gebeuren in kleine
groepjes tijdens de gewone zondagsmis, door het jaar heen. Heel wat
ouders haken nu af.

Vraag
is hoe dat standpunt te rijmen valt met de oproepen van paus Franciscus
om de periferie op te zoeken en verdwaalde schapen niet aan hun lot
over te laten. Ook de parabel van de zaaier (Mat.
13
) kan hier tegengewicht bieden. 

Dat
de religieuze motivatie voor ouders doorgaans bijkomstig is, valt niet te
ontkennen. Maar wie mag daarover oordelen? Onversneden zuiver geloof
bestaat niet, net zomin als absoluut ongeloof, – of het moet om
extremisten gaan, waarvan we weten waartoe ze in staat zijn. Met
feestvieren en kinderen die zich van hun mooiste kant tonen, daar is
toch niets mis mee? Elke gelegenheid om mensen samen te brengen, in
al hun verscheidenheid, moet worden aangegrepen. Zeker in deze tijd.

Wat
niet betekent dat er voor die vieringen niet moet gezocht worden naar
een nieuw evenwicht tussen show en inhoud,  tussen
vrijheid en verbondenheid, tussen het profane en het sacrale.
Hopelijk is er in de Vlaamse parochies en dekenaten nog voldoende
kracht en vitaliteit aanwezig om daar een nieuw en creatief antwoord
op te verzinnen.

i
De Morgen, 19/5/2015

ii
De Morgen, 29/4/2015

iii “Gezonde voeding is het nieuwe geloof”. Knack, 13/5/2015

ivDat
blijkt uit onderzoek van promovenda Elsbeth Visser. Trouw, 18/5/2015

v
“Grateful teens are more likely to be happy”,
American Psychological Association, 2012.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!