Throw down: Johnnie To's magische judofilm

Johnnie To’s ‘Throw Down’: Speels spirituele ode aan Akira Kurosawa

Fysieke dragers gaan door woelige wateren maar blijven steun en toeverlaat voor wie moderne klassiekers wil herontdekken. Zoals ‘Throw Down’, Johnnie To’s gestileerde en spirituele ode aan de Japanse meester Akira Kurosawa. Dvd-distributeur Carlotta verwent filmliefhebbers met een fraaie 4K-restauratie van dit oogverblindend mooi en emotioneel krachtig judo-sprookje. Een onterecht vergeten meesterwerk van de toonaangevende Hongkong-cineast die internationaal naam maakte met ‘Breaking News’, ‘Election’ en ‘Mad Detective’.

dinsdag 9 februari 2021 13:25
Spread the love

 

“Voor mij is het leven een komedie,” zegt Hong Kong filmmaker Johnnie To (° 1955) in een interview op de Blu-ray van Throw down (Franse titel: Judo), “ons hele bestaan is enkel een gigantische farce. Maar al leven mijn personages in een bubbel, ik neem ze ernstig.” Toegegeven, zijn reputatie als nieuwe John Woo vonden we, als fan van de Hongkong cineast van The Killer en Bullet in the Head die later in Hollywood Face/Off en Windtalkers maakte, wat overroepen. Full Time Killer, Election, Exiled en Mad Detective zijn fraaie staaltjes van visuele kinetische actiecinema maar missen de gravitas en spiritualiteit van Woo. Daarom is de Carlotta release van het ondertussen zeventien jaar oude Throw down een leuke verrassing. To’s judo drama blijkt een visuele parel met humor én diepgang. Een emotionele film die bovendien hommage brengt aan de Japanse meester Akira Kurosawa.

De spilfiguur van Throw down is Sze-To (Louis Koo), de alcoholistische en onder schulden gebukt gaande manager van een nachtclub waar Mona (Cherrie Ying) zich met meer enthousiasme dan talent wil opwerken als zangeres. Als ex-judokampioen wordt hij uitgedaagd door jonge judoka Tony (Aaron Kwok) maar Sze-To weigert aanvankelijk nog te vechten. De energie van de jonge wolven werkt echter aanstekelijk en de lethargisch geworden voormalige vedette herwint zijn levenslust.

Throw down: Strijd en solidariteit.

Tegelijk worden de drie goede vrienden. Spoken uit het verleden duiken op en zowel gangsters als de oude rivaal Kong (Tony Ka-fa Leung), tegen wie Sze-To moest vechten toen hij zich twee jaar voordien plots terugtrok, ijveren voor een comeback. Uiteindelijk gaat hij opnieuw trainen in de dojo, de zaal waar judoka’s oefenen, en wordt een bamboeveld het toneel van een showdown. Een finaal gevecht waarbij techniek en vooral karakter de doorslag geven.

Adembenemende genremix

Johnnie To is een even hyperactief als veelzijdig filmmaker die zich met Throw down op de kruising van filmgenres begeeft. Martial arts, stedelijke neo-noir, misdaad en dramatische komedie. Perfect in harmonie en zonder dat het verhaal of de personages aan aandacht moeten inboeten. De gechoreografeerde judo gevechten zijn fraai maar weerspiegelen vooral ook de gemoedsgesteldheid van de personages en vermijden actie fetisjisme en rond geweld draaiend voyeurisme.

Soms blijft de camera op afstand om het ballet in de ruimte te situeren, op andere momenten vindt de actie dan weer buiten beeld plaats en zien we enkel de gevolgen van een confrontatie. Terwijl dramatische situaties transformeren in komische situaties. In running gags eigenlijk. Zo blijft Tony dwangmatig gevechten uitlokken en kan Sze-To het niet laten om samen met Mona geld af te troggelen van een woekeraar. Geldbriefjes die vrolijk rondfladderen in de wind want wat telt is plezier en niet zozeer bezit.

Throw down: Portret van veerkrachtige vechters.

Ook visueel is Throw Down een pareltje. De 4K restauratie belicht hoe To zijn gestileerde cameravoering aanvult met expressief kleurengebruik en hoe licht-donker contrasten in de verf gezet worden via neonlicht en dramatische schaduwpartijen. “Ik wou accentueren wat gezien moet worden”, zegt To, “al de rest moet verborgen, donker, blijven.” Tegelijk is er “een deel dat moet bewegen en een deel dat statisch dient te blijven. Lange plan-sequenties helpen om in de huid van het personage te kruipen.” Vandaar dat in massagevechten veel onzichtbaar blijft en plots in het beeldkader opduikende personages “de intensiteit van het moment voelbaar maken.”

Een Japanse leermeester

Throw Down geldt als een hommage aan de Japanse filmmaker Akira Kurosawa (Seven Samurai, Kagemusha, Ran) en qua toon herinnert dit humanistisch drama aan Ikiru, Dersu Uzala en Kurosawa’s debuut Sanshiro Sugata. “Ik had er een komische film van kunnen maken,” zegt To, “het onderwerp werd reeds behandeld in komedies, in het theater en in de cinema. Met middelmatige resultaten. Eenzelfde aanpak zou het publiek enkel verveeld hebben. Ik koos voor iets anders, voor een eerder dramatische film.”

“Toen ik de films van Kurosawa ontdekte in de jaren 60 was ik jong en begreep ik niet alles,” aldus To, “ook toen ik voor televisie ging werken en ze opnieuw zag in de jaren 70 ontging veel me. Pas in de jaren 80, toen ik als regisseur begon te werken, kon ik alles plaatsen. Het geniale is dat Kurosawa in zijn werk filosofie introduceert.” To illustreert dit door te verwijzen naar een uitgesponnen scène in Seven Samurai waar “rijst geven aan een gevangene geduld vraagt maar noodzakelijk is. Hem voeden is immers zowel zijn lichaam als zijn ziel voeden. Kurosawa drukt dergelijke filosofische ideeën altijd uit via heel simpele scènes. Ik wil cinema op dergelijke wijze benaderen.”

Throw down: Miskend meesterwerk van Johnnie To.

Alles kan gebeuren, het belangrijke is er tegen te vechten. Dat is volgens Johnnie To de filosofie achter zijn films: “Met die reflectie sluit ik me aan bij Kurosawa’s denkwijze. Zijn opvatting over het bestaan beïnvloedde me. Throw down is geen doorslag van Sanshiro Sugata maar die film beïnvloedde de cinema die ik maak.” Er zitten volgens To knipoogjes naar Kurosawa in zijn film. Scènes waarin Mona een verloren schoen teruggeeft of Sze-to Mona haar verloren schoen achterna werpt verwijzen “naar een soortgelijke hilarische scène bij Kurosawa. Terwijl de onuitgesproken liefde tussen Mona en Sze-to schatplichtig is aan de meester. Die beschrijft gevoelens niet in detail en dat doe ik evenmin.”

Onrustige jeugd

De filosofische onderstroom van Throw down is verbonden met To’s eigen coming-of-age-jaren en het besef dat alles snel evolueert. “De samenleving verandert aan een duizelingwekkende snelheid,” zegt To, “wat we toen voelden verschilt van wat jongeren vandaag voelen. In het Hongkong van de jaren zeventig waren jongeren erg gemotiveerd. De meeste van mijn vrienden en klasgenoten deden geen grote studies maar gingen snel het beroepsleven in. Sommigen werden metser of elektricien maar bleven ’s avonds wèl cursussen volgen. Ze waren gemotiveerder dan de hedendaagse jongeren, ook al omdat ze meer vertrouwen in de toekomst hadden. Dat gaf hen extra kracht om het leven aan te pakken, om tegenslagen te overwinnen.”

Johnnie To kiest voor een subtiele aanpak, zonder moraliserende toon, om dit thema aan te snijden. Daardoor zijn symbolische scènes – zoals die waarin de drie vrienden op elkaars schouders kruipen om een rode ballon te vangen – ook poëtisch. “Ik kies er voor om plaats te laten voor de verbeelding van de kijker,” stelt de cineast, “het is niet nodig om te demonstratief te zijn, je moet de kijker de kans geven om na te denken.” De ballon scène van Throw down “evoceert de jeugd en de overgang naar volwassenheid. Jongeren doen vaak onbegrijpelijke, zinloze dingen. Gewoon omdat ze onder vrienden gebeuren. Dat soort momenten wou ik in de film.”

Throw down: Kleurrijke genremix.

Dergelijke sterke, sprookjesachtige beelden maken dialogen overbodig. Wanneer Tony met Sze-To en Mona op de schouders en de ballon in haar hand door de nachtelijke straten loopt, is dat bepaald onrealistisch. Maar de boodschap is duidelijk: “Wanneer je problemen hebt zijn er altijd vrienden om je bij te staan. Wanneer één niet volstaat doet men beroep op een tweede. Er is altijd iemand om je te helpen je dromen te bereiken. Ik wil tonen dat niet alles steeds donker is in het leven. Er moet plaats zijn voor dergelijke futiliteiten in een groep vrienden en in een film.”

Emoties primeren

Met Throw down maakt Johnnie To het duidelijk: emoties primeren op geld. “Stel, je hebt nog maar twee jaar te leven,” oppert To, “waar ga je je mee bezig houden? Ik zou aanraden te profiteren van het moment. Altijd, want ook al lijkt alles goed te gaan, toch kan je lot bezegeld zijn. Het bestaan is nooit meer dan een opeenvolging van onverwachte gebeurtenissen, van verrassingen. Wanneer alles voorspelbaar was dan zou het niet zijn zoals het is. Wat men verhoopt, gebeurt nooit en omgekeerd. Vanuit die gedachte, met die attitude moet je hinderpalen overwinnen via optimisme.”

Het feit dat er geen helden of slechteriken zijn in Throw down en evenmin angstaanjagende situaties is daarmee verbonden. Archetypes en clichés zijn overbodig “om het publiek te doen nadenken over het bestaan. Het verhaal van Sze-To, die blind gaat worden, is redelijk triest. Men kan hem vergelijken met iemand die aan kanker leidt, die nog maar twee jaar te leven heeft. Moet hij die tijd doorbrengen met schrik te hebben of integendeel met zijn tanden in het leven te zetten?”

Throw down: Subliem gerestaureerde visuele parel.

Sze-to is een protagonist die zich slecht voelt in zijn vel. Omdat hij ooit een van de glorieuze figuren van het judo was en stopte toen hij zijn gezichtsvermogen begon te verliezen. Maar ook omdat hij zichzelf lafheid verwijt en zich liet meesleuren in een autodestructieve logica. Die neergang duurt volgens To “totdat hij beseft dat blind worden niet onoverkomelijk is. Ik wil benadrukken dat je van het moment moet gebruik maken. Of je nu 6 maanden of 60 jaar te leven hebt, je moet er van profiteren. Het belangrijkste is die tijd exceptioneel te maken.”

Energieke heropstanding

Het verhaal van Sze-to weerspiegelt het hoofdthema van Throw down. “Zelfs wanneer je beproefd wordt door uitdagingen kan je je eruit werken,” aldus To, “klaag niet, dat is niet de moeite. Wanneer Sze-to Tony tegenkomt valt het contrast tussen de twee persoonlijkheden op. Tony heeft geen precies doel in het bestaan maar hij is altijd actief. Zijn vechtlust en optimisme werken aanstekelijk voor Sze-to.” Het leidt tot een louterend gevecht in een chaotisch bamboeveld. Daarbij draait het niet om winnen of verliezen, Sze-to vindt zijn levensenergie terug doordat hij de confrontatie aangaat ook al is hij quasi blind. Kong respecteert zijn tegenstander en diens handicap door een blinddoek aan te doen bij het gevecht. “Wie ook wint, Kong beseft dat hij verloren heeft,” zegt To, “ik breng geen waardeoordeel uit over een nederlaag, verliezen is een les. Een les trekken uit zijn nederlaag laat toe om later een overwinning te bereiken. Overwinnen vraagt om geduld en strijdvaardigheid. Je moet weten om op te staan.”

Throw down: Spectaculair en subtiel.

Het eindgevecht is dan ook de morele les van Throw down. Kong opent uiteindelijk de ogen, neemt de blinddoek af, in het besef dat iedereen fouten kan maken. Wanneer Kong zich terug moet trekken is hij niet bitter omdat hij met waardigheid kan vertrekken. “Het idee dat je moet meenemen is dat zelfs de besten kunnen falen,” benadrukt To, “je moet alleen steeds opstaan wanneer je op de grond ligt.” Het duel in het bamboeveld contrasteert met het massale judogevecht rond de nachtclub in het begin van de film. “Ze vechten in het veld en niet in het hart van een stad,” benadrukt To, “daarmee toon ik het contrast tussen wat eeuwig is en wat hedendaags is. Alles kan veranderen, behalve de principes. Dat is het verschil tussen de natuur en de stad. Wat we ook doen, de natuur zal er altijd zijn.”

Throw down is oogstrelend. Een dialoogarme, snel geritmeerde scène waar de actie aan vier tafels gelijktijdig gechoreografeerd wordt terwijl blad-steen-schaar-spelletjes voor grappige accenten zorgen, illustreert het talent en de filmliefde van Johnnie To. Maar daar waar in Kill Bill de visuele bravourestukjes van Quentin Tarantino een hoog vluchtigheidsgehalte hebben, zijn ze bij To gedrenkt in gravitas. Het gaat ergens over bij To, er is spirituele en emotionele diepgang. Tragiek ook.

Maar tegelijk is er tevens een gezonde dosis humor en absurditeit aanwezig. Johnnie To benadrukt dat het gebrek aan realisme in de scène waar het gestolen geld wegvliegt (terwijl de personages lachen) gewild is. Want “er zit vaak te weinig gekheid in het leven. Gekte staat voor romantiek en in het leven moet je stukjes romantiek zoeken. Die magie dient het leven te vullen.” Met prettig gestoorde magie zorgt To ervoor dat Throw down meer is dan een fraaie judofilm. Het is betoverende cinema. Magisch. Mooi. Meesterlijk.

Judo aka Throw Down van Johnnie To.

 

THROW DOWN (Judo) van Johnnie To. Hong Kong 2004, 96’. Met Louis Koo, Aaron Kwok, Cherrie Ying, Tony Ka Fai Leung. Scenario Nai-Hoi Yau, Tin-Shing Yip, Kin-Yee Au. Muziek Peter Kam. Fotografie Siu-Keung Cheng. Montage David M. Richardson. Extra’s dvd: interview Johnnie Too, making of documentaire, trailer. Dvd distributie: Carlotta.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!