'Fukushima Traces'. Foto: Shuji Akagi
Aankondiging, Nieuws, Wereld, Milieu, Cultuur, België, Lokaal - Magda Wouters

Een explosie van nucleaire cultuur in Hasselt

In Crystal Palace in Londen vond in 1851 de wereldtentoonstelling plaats. 't Werd het symbool voor een ongebreideld geloof in technologische vooruitgang. Vandaag is het de titel van een kunstwerk in de tentoonstelling Perpetual Uncertainty in 't Hasseltse Huis voor actuele kunst Z33. De fascinatie heeft plaats gemaakt voor angst en onzekerheid. Vijfentwintig kunstenaars afkomstig uit Japan, Europa en de VS, tonen hier het resultaat van hun reflectie over nucleaire technologie en de complexe relatie tussen kennis en de ‘diepe tijd’ van straling.

dinsdag 19 september 2017 17:15

Crystal Palace van Ken en Julia Yonetani is het slotstuk van de tentoonstelling: een donkere kamer wordt verlicht door kroonluchters uit uraniumglas dat, onder uv-lampen, een groen-gele schijn afgeeft. De grootte van elke luster – hier worden er slechts zes van de eenendertig getoond – staat in verhouding tot het aantal operationele kerncentrales van het land dat hij representeert. Die van Rusland is hier dominant. Fascinatie en angst treffen elkaar.

Curator Ils Huygens van Z33 licht toe: “De tentoonstelling toont hoe het proces van de nucleaire technologie – van ontginning van uranium, nucleaire energieproductie en daarmee gepaard gaande rampen, tot de problematiek van het afval – ons begrip van materialiteit, van kennis en van tijd heeft beïnvloed. De kunstenaars kijken naar die technologie, niet vanuit een industrieel oogpunt, maar vanuit een sociaal, filosofisch, cultureel standpunt, vandaar de term ‘nuclear culture’. Het is de vraag of mensen in een verre toekomst zich nog bewust zullen zijn van radioactieve plaatsen en gevaarlijke sites. De kunstenaars hier reflecteren erover hoe kennis en bewustzijn bewaard en overgedragen kunnen worden naar toekomstige generaties.”

Het onzichtbare zichtbaar maken

Verscheidene kunstenaars pogen het onzichtbare van radioactiviteit zichtbaar te maken, en zo word je als toeschouwer op een visuele manier met de feiten geconfronteerd. De eerste videofilm van de tentoonstelling zet de toeschouwer meteen op weg.

Trace Evidence van Susan Schuppli toont hoe de Chernobyl-ramp, door de Oekraïense overheid naar buiten werd gebracht, in de kerncentrale van Forsmark in Zweden gedetecteerd werd, en hoe radioactieve isotopen afkomstig uit Fukushima, in de Stille Oceaan en aan de kust van Canada opgemerkt werden. De radioactieve straling die bij een kernramp vrijkomt, is wel degelijk op grote afstand voelbaar en laat sporen na.

Ook Shimpei Takeda gaat op zoek naar materiële sporen van straling. Fotogevoelig materiaal stelt zij bloot aan de sporen van straling, aanwezig in grondsamples uit plaatsen van de Tohoku-regio in Japan. Op de foto’s, Trace genaamd, komen uit de donkere achtergrond als witte sterren kleine en grotere stippen naar voor. Het aantal en de grootte is evenredig aan de hoeveelheid straling. Deze abstracte kunstwerken dragen aan de huidige, maar ook aan de toekomstige, toeschouwer kennis over in verband met de effecten van straling.

In haar video Unnamed van 2011 vertelt Yelena Popova het schokkende verhaal van haar geboortedorp, Ozyorsk in Rusland. Het was een ‘geheim’ dorp, gebouwd om de arbeiders van een plutoniumfabriek te huisvesten. In 1957 voltrok zich daar, in het geheim, een grote kernramp. Die wordt in de film uitgewerkt als een metafoor voor het falen van de wetenschap in de twintigste eeuw. De film toont hoe de onzichtbaarheid van het dorp en de verzwegen ramp toch verbeeld kunnen worden.

Engagement in de kunst is hier nooit weggeweest

Niet toevallig maken nogal wat Japanse kunstenaars deel uit van deze tentoonstelling. Uit hun indrukwekkend werk komt een uitzonderlijke parel naar boven: verbluft en perplex sta je stil voor de reeks foto’s Fukushima City, 2011-2017, van Shuji Akagi. Hij maakte sinds de kernramp in zijn geboortestad duizenden foto’s. Hier hangen enkel foto’s uit 2017. Op straten, pleinen, bermen, velden, overal zie je blauwe, groene of zwarte zakken en pakken; ze zitten vol met gecontamineerde grond. Waar die naartoe moeten, is nog niet bekend. Daartussen zie je kinderen op de schommel in de speeltuin, jongeren op de fiets, arbeiders die ijverig de bermen afschrapen om weer een pak te vullen.

Kyoko Tachibani, curator van het Japanse S-Air en medewerker aan het project Nuclear Culture waarbinnen deze tentoonstelling kadert, vertelt: “Vele jonge mensen verlaten de stad en de streek omdat alles gecontamineerd is, niet enkel de grond, ook de meubels en de boeken in huis, de kleren, het eten. Alles wordt afgeschraapt en in plastic zakken opgeborgen. Er is weinig werk. De overheid moedigt terugkeer aan, maar de situatie is vreselijk. Eten moet van buitenaf aangevoerd worden. Burgerbewegingen doen zelf metingen, ook in veilig verklaarde sites. Deze foto’s zijn het geheugen van wat daar gebeurt.”

Ils Huygens voegt daaraan toe: “Z33 maakte van in het begin van zijn ontstaan een duidelijke keuze: geëngageerde kunst is de enige die er echt toe doet. Z33 is een huis voor actuele kunst, het herbergt geen collecties, maar werkt rond actuele thema’s. Een tentoonstelling is een publieke aangelegenheid. Het bewustzijn van de toeschouwer mag aangewakkerd worden. Het nucleaire is constant aanwezig in ons leven, is in zijn bedreiging en met zijn afvalproblematiek heel actueel, hoe daarmee omgaan is een keuze: je kan je laten leiden door angst, maar ook door kennis en expertise.”

Tijd en de noodzaak van kennis in het nucleaire antropoceen

Een aantal kunstenaars zoemen in op de verandering in de beleving van tijd in het nucleaire antropoceen, het nieuwe tijdperk dat aanving toen de mens het klimaat en de atmosfeer van de aarde begon te beïnvloeden. Jon Thomson en Alison Craighead ontwierpen voor deze tentoonstelling de Temporary Index, een totempaal die per seconde de tijd aftelt die de afbraak van radioactief afval nodig heeft, in dit geval het laagreactief afval dat in Dessel opgeslagen zal worden. Daarvoor deden zij veldonderzoek bij de Belgische Nationale Instelling voor Radioactief Afval, NIRAS, en het Nucleair Onderzoekscentrum SCK-CEN. De beleving van tijd in het nucleaire antropoceen laat de ervaring van de cyclische seizoensterugkeer en de cyclus van een mensenleven ver achter zich. Voor het afval in Dessel wordt driehonderd jaar aangegeven.

Hallucinant is het cijfer van één miljoen jaren ‘diepe tijd’ dat de kunstenaars aanbrachten op de totem voor het hoogreactief afval in WIPP in New Mexico in de VS. Daarover wordt uitvoerig uitgeweid in The Nuclear Culture Source Book, dat een schat aan informatie bij de hele tentoonstelling biedt.

Dat bewustzijn en kennis omtrent het nucleaire noodzakelijk is, wordt voor de toeschouwer met elk kunstwerk duidelijker. Dat ook over de overdracht van die kennis serieus nagedacht moet worden, thematiseert de Belgische Cécile Massart al vijfentwintig jaar in haar kunst. Nucleaire bergingsplaatsen, zo toont ze op haar houten ontwerptekeningen Laboratoires, kunnen in het landschap gemarkeerd worden door pinnen, of een zwarte vijver, of een zwarte berg als een visualisatie van wat onder de grond zit. Ze pleit niet alleen voor het aanbrengen van een markering, maar ook voor het installeren van laboratoria binnen die architecturale bakens. Daar kan multidisciplinair onderzoek naar nucleaire kwesties in de wereld gebeuren: wetenschappers, kunstenaars, archeologen en biologen kunnen kennis omtrent de locatie accuraat houden, bijwerken en doorgeven aan toekomstige generaties, en zo de veiligheid van de aarde mee garanderen. Colour of Danger is een driedimensionale installatie waarin ze het idee van Laboratoires uitwerkt voor België.

You can’t kill the spirit

De film Kuannersuit; Kvanefjeld onderzoekt de conflicten waar de kleine, inheemse gemeenschap van Narsaq in Zuid-Groenland mee te kampen heeft. In de buurt van de berg Kvanefjeld is landbouw generaties lang de enige vorm van industrie. Nu overweegt de overheid van Groenland daar een open mijngroeve te bouwen, voor de ontginning van zeldzame aardmetalen en uranium door een Australische multinational. De film portretteert in de interviews met bewoners en politici een verdeelde gemeenschap, en toont wat een impact zulke ontginning op de lokale bevolking kan hebben.

Een expliciete proteststem is aanwezig in het werk van David Mabb. Deze kunstenaar ontdekte dat voor het interieur van de Britse kernonderzeeërs tot in de jaren negentig textiel met rozenprints van William Morris werd gebruikt. Deze voorman van de Arts and Crafts-movement in Engeland in de negentiende eeuw, was gekant tegen het tijdperk van de industriële revolutie en voluit pacifist. David Mabb integreerde het Morris-motief in antinucleaire protestborden en slogans. Vanaf een bank met Morris-textiel die uit één van de onderzeeërs gerecupereerd werd, kan je deze ruimtelijke installatie aanschouwen: knap werk.

Een proteststem kreeg de bezoeker al te horen bij het betreden van de Hasseltse Begijnhofsite, waar Z33 is gehuisvest. De curator van de tentoonstelling Ele Carpenter zong You can’t kill the spirit weer in, het protestlied van de Greenham vrouwen in Engeland tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten, en sindsdien het lied van de vrouwenvredesbeweging. De sereniteit van het Begijnhof is aanwezig in de ruimtes van de tentoonstelling, en herbergt even de explosie van bewustmaking in de interactie tussen kunstwerken en bezoeker. Die verlaat de ruimte, niet met een verzadigd gevoel van welbehagen, maar met een geactiveerd bewustzijn: deze tentoonstelling doet ertoe.

 
Z33, Zuivelmarkt 33, 3500 Hasselt
17 september – 10 december 2017, di-vr: 10u–17u, za–zo: 11u–18u
Vrije toegang

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!