Opinie - Hendrik Schoukens

Klimaatrevolutie in de rechtbank

Ondanks de temperatuurrecords die haast maandelijks sneuvelen, blijft het verleidelijk om de klimaatzaken af te schilderen als nutteloze oefeningen in juridisch activisme. Het is niet uitgesloten dat een aantal uitspraken in beroep nog worden herzien. En uiteraard zal de echte koerswijziging moeten komen van beslissingen van onze democratisch verkozen instellingen. Maar stellen dat onze rechters hier totaal géén rol in te spelen hebben lijkt niet langer aan de orde.

maandag 4 juli 2016 10:21

?‘The first thing we do, let us kill all the lawyers’, laat Shakespeare één van de protagonisten uit het stuk Henry VI zeggen. Onbedoelde lawyer joke of niet, de voorbije jaren is duidelijk geworden dat het recht niet noodzakelijkerwijs aan de kant staan van het ‘status quo’ in de strijd tegen de klimaatverandering. Overal ter wereld duiken ‘klimaatzaken’ op waarin de overheden worden aangespoord tot het nemen van bijkomende maatregelen om hun bevolking te beschermen tegen de risico’s die klimaatverandering met zich meebrengt. Het voor de rechter dagen van de eigen overheid voor een weinig ambitieus klimaatbeleid is een tactiek die als maar meer vruchten lijkt af te werpen. Maar is de strategie wel een lang leven beschoren?

Té politiek

Het leek lange tijd common sense: een politiek geladen thema als klimaatverandering hoorde niet thuis in de rechtbank. Had ons Hof van Cassatie, het hoogste rechtscollege van ons land, al niet eerder geoordeeld dat het niet aan een rechter toekwam om zich uit te spreken over een gevoelig thema als de nachtvluchten? Wat dan te denken van de nog oneindig veel complexere strijd tegen de klimaatverandering? Het moeilijke klimaatdebat had een bij uitstek politiek karakter gelet op de grote economische belangen die ermee gepaard gaan en leende zich daarom niet voor een juridische procedure, laat staan dat zo’n procedure ooit zou leiden tot een veroordeling van een staat of een bedrijf.

Het beginsel van de scheiding der machten, weet je wel. Een principe dat sinds Montesquieu, de bekende 18e -eeuwse Franse filosoof, één van de steunpilaren vormt van ons rechtsbestel. En de opwarming van onze planeet vormt toch bij uitstek een collectieve verantwoordelijkheid, die niet kan worden toegewezen aan één actor? Wat voor zin heeft het overigens te focussen op de relatief beperkte uitstoot van één land, wanneer in China elk jaar méér CO2 in de lucht wordt gespoten dan de gecombineerde uitstoot van tientallen kleinere Europese landen samen?

Goede huisvader

De voorbije jaren zijn er – excusez le mot – scheurtjes ontstaan in deze terughoudende benadering. Eerder was ClientEarth er al in geslaagd om bij de Europese én Engelse rechters striktere maatregelen te eisen om de luchtvervuiling tegen te gaan binnen Engelse steden. Deze vorm van ‘public interest litigation’ deed ook zijn intrede in de strijd tegen de klimaatverandering, een domein waarin, zoals bekend, minder strikte internationale en Europese normen voorliggen.

Ere wie ere toekomt, de Nederlandse Stichting Urgenda was één van de eerste milieuorganisaties die de grote potentie inzag van juridische klimaatvorderingen.

In juni vorig jaar slaagde zij er de Nederlandse rechters ervan te overtuigen dat Nederland tekortschoot in zijn zorgplicht om zijn burgers te beschermen tegen de risico’s die gepaard gaan met klimaatverandering. Een mijlpaalarrest waarin een staat voor het eerst werd verplicht zijn klimaatdoelen aan te scherpen in het licht van de zorgwekkende wetenschappelijke rapporten die voorliggen. In België heeft vzw Klimaatzaak een klimaatvordering opgestart tegen alle bevoegde overheden met een gelijkaardig opzet.

Er is géén tijd voor een plan B, bijkomend uitstel doet het risico op klimaatschade exponentieel toenemen. Als ‘goede huisvader’ zijn staten verplicht om alles op alles te zetten om de temperatuurstijging binnen de perken te houden, zo luidde de redenering.

‘This is an urgent situation…these kids can’t wait’!

Door sommigen werd de Nederlandse klimaatoverwinning afgedaan als een ‘lucky shot’. Een ongelukkige oefening in rechterlijk activisme, waartoe rechters de nodige democratische legitimiteit ontberen. Ondertussen is duidelijk dat Urgenda’s overwinning in de Nederlandse klimaatzaak niet zo uitzonderlijk is als sommige sceptici blijken te geloven. Ook in Pakistan kende een klimaatvordering vorig jaar een succesvolle afloop, terwijl in Noorwegen wordt overwogen om de opstart van nieuwe olie- en gasexploitaties in de Noordelijke IJszee te counteren in de rechtbank op basis van klimaatargumenten. Een Peruaanse boer richtte in een nieuwe procedure zijn juridische pijlen op het Duitse energiebedrijf RWE, dat hij verantwoordelijk achtte voor het smelten van de gletsjers in de Andes.

In de Verenigde Staten zijn een tiental kinderen er recent in geslaagd de atmosfeer te laten erkennen als een ‘public trust’. De overheid wordt daarbij geacht de atmosfeer ‘in trust’ te houden, niet alleen voor de huidige generaties maar ook voor de toekomstige. Enkele maanden terug bevestigde een Amerikaanse rechter dat de staat Washington juridisch verplicht is om maatregelen te nemen om de atmosfeer te beschermen voor de huidige en toekomstige generaties. In Massachusetts kwam een rechtbank drie weken geleden tot een gelijkaardige conclusie.

Mogelijk nog belangwekkender is dat een federale rechter in april 2016 de ontvankelijkheidsbezwaren tegen een gelijkaardige vordering, ditmaal gericht tegen de Amerikaanse federale overheid, voorlopig naar de prullenmand verwees. Het gaat volgens Naomi Klein om de belangrijkste rechtszaak ter wereld.

Met expliciete verwijzing naar de Nederlandse klimaatzaak oordeelde de rechter dat de klimaatvordering wel degelijk ten gronde dient te worden bestudeerd. Het is ongezien. De Amerikaanse rechter stipte aan dat een rechtbank niet noodzakelijk de inhoud van toekomstige regels moet ‘dicteren’, maar wel een niet mis te verstane richtingaanwijzing kan geven aan de Amerikaanse overheden. Dat heel wat oliebedrijven partij waren bij de zaak, onderstreepte dat zij er ook helemaal niet gerust op waren.

Milieudemocratie

Ondanks de temperatuurrecords die haast maandelijks sneuvelen, blijft het verleidelijk om de klimaatzaken af te schilderen als nutteloze oefeningen in juridisch activisme. Het is niet uitgesloten dat een aantal uitspraken in beroep nog worden herzien. En uiteraard zal de echte koerswijziging moeten komen van beslissingen van onze democratisch verkozen instellingen. Maar stellen dat onze rechters hier totaal géén rol in te spelen hebben lijkt niet langer aan de orde.

De rechters kunnen de staten verplichten te doen wat zij doen wat zij zelf al zovele malen op internationale podia hebben verkondigd. Practice what you preach, zo men wil. En de scheiding der machten is niet absoluut. Doeltreffende rechtsbescherming én burgerparticipatie in milieuzaken zou stilaan een verworvenheid moeten zijn in het licht van onze internationale milieuverbintenissen. Milieudemocratie in de praktijk, net zoals juridische procedures en acties van burgerlijke ongehoorzaamheid in de jaren zestig ook een essentieel onderdeel vormden van de strategie van de Amerikaanse Civil Rights Movement.

Hoe maak je overigens een onderscheid tussen ‘politieke’ en ‘apolitieke’ procedures. Ligt daar immers zelf géén politieke keuze in verscholen? En bestaat er zoiets als ‘apolitieke’ procedures in de context van milieurecht en mensenrechten?

Hoe absurd zou het niet zijn om géén rechtsbescherming te bieden in de context van een risico waarvan de Amerikaanse president zelf nog stelde dat het ‘de belangrijkste uitdaging voor de mensheid is’? Een ijsvrije noordpool in september, quasi dagelijkse wateroverlast in ons land bij het begin van de zomer, klimaatvluchtelingen aan onze Europese buitengrenzen, eilanden die op het punt staan kopje onder te gaan…

De tijd dat klimaatverandering een ver-van-mijn-bed-show is, ligt jammer genoeg definitief achter ons.

Post-Parijs?

Het belang van deze klimaatprocedures zal bovendien enkel maar toenemen met het akkoord van Parijs. Dit bevat immers géén bindende reductiedoelen maar eerder een vijfjaarlijkse planverplichting vanaf 2020. Wanneer de klimaatplannen niet voldoende zouden zijn om de temperatuurstijging onder de cruciale grens van 2°C te houden, zullen nationale rechters wellicht nog vaker worden geconfronteerd met klimaatvorderingen, onder het motto ‘no-one can do everything, but everyone can do something’. De rol van burgers en milieuverenigingen als ‘watchdog’ zal hierbij van cruciaal belang zijn.

Het is niet uitgesloten dat de Belgische klimaatzaak tegen dan al dood en begraven is op basis van onze ingewikkelde taalwetten, die door de Vlaamse Regering worden ingeroepen om de zaak op de lange baan te schuiven. Het illustreert de absurditeit van ons land ten voeten uit. Taalwetten die een meer fundamentele discussie in de weg staan. Wat vertellen we later aan onze kinderen: dat de taalwetten prevaleren boven de bescherming van onze eigen planeet? Zou België dan echt een klimaatfossiel zijn?

Hendrik Schoukens is assistent aan UGent.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!