© Lukas Verstraete
Opinie - Jos Van Der Hoeven

Burgerparticipatie of populisme?

Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits wil alle burgers actief betrekken bij een breed maatschappelijk debat over de vraag wat van leRensbelang is voor jongeren: het debat over de eindtermen. Daarbovenop vroeg ze een advies van geïnformeerde ouders over de toekomst van het secundair onderwijs. Haar vragen: ‘Wat vinden zij belangrijk dat het secundair onderwijs bereikt bij jongeren?’ en ‘Hoe kan bekomen worden dat jongeren goede keuzen maken zowel tijdens de secundaire schooljaren als op het einde ervan?’

woensdag 11 mei 2016 11:20

Op 24 januari 2016 overhandigde het Ouderpanel haar rapport aan de minister. Op de vooravond van het Onderwijsfestival formuleert COC enkele fundamentele bedenkingen bij dat rapport.

Burgerparticipatie: ja, maar …

Het spreekt voor zich dat een actualisering van de eindtermen een onderwerp moet zijn van maatschappelijk debat. En wellicht is het ook zinvol om dat debat breed, breder dan gewoonlijk zelfs, op te vatten: een burgerdebat. Onder bepaalde voorwaarden weliswaar.

Voorwaarde 1: een debat met burgers

Ook al zijn burgers in sommige gevallen, naast burger, ook expert of specifiek belanghebbende (ouder, leraar, werkgever…), als burger spreken zij niet vanuit expertise, niet vanuit hun specifieke belangen, maar wel als iemand die het algemeen belang voor ogen heeft.

Mensen als burger aanspreken is allesbehalve vanzelfsprekend en vraagt een doordachte aanpak met gepaste vraagstelling. De minister lijkt dit niet zo ernstig te nemen. Als de minister werkelijk geïnteresseerd is in burgerparticipatie, waarom vraagt ze in dat kader dan nog een apart advies aan ouders? Zijn ouders dan plots geen burgers, maar specifieke belanghebbenden? En waarom dan ook geen aparte bevraging van andere belanghebbenden? Leraren bijvoorbeeld?

Voorwaarde 2: een geloofwaardig debat

Wat in dit burgerdebat evenmin ernstig genomen wordt, is het feit dat burgers in geen geval misbruikt of gebrainswasht mogen worden om een maatschappelijk draagvlak te vinden voor eenzijdig ingebrachte standpunten van ‘experten’.

Dat lijkt hier nochtans het geval. Het eindrapport van het Ouderpanel beschrijft zorgvuldig hoe 24 ouders geselecteerd werden als representatief staal van de Vlaamse bevolking. Nergens is echter te lezen welke criteria gebruikt werden om de 30 referentiepersonen aan te duiden die – citaat uit het eindrapport – gedurende drie weekends ‘zorgden voor de continue voeding van de denkprocessen van de ouders’. Nochtans is het eindrapport slechts geloofwaardig als de groep van referentiepersonen zo wordt samengesteld dat woord en tegenwoord met elkaar in evenwicht zijn. Dat dit nu niet zo is, verklaart wellicht waarom ideeën die al jarenlang bij een aantal ‘referentiepersonen’ en in De Standaard een losbandig leven leiden, hier nog maar eens verwoord werden, nu verpakt als ‘eindadvies’ van deze groep ouders. Het lerarenstatuut moet veranderen omwille van demotiverende elementen: de langdurige werkonzekerheid en het gebrek aan aanvangsbegeleiding. De vaste benoeming moet omgezet worden in een contract van onbepaalde duur want ze zorgt ervoor dat anderen om de verkeerde redenen in dienst blijven. En onderwijs wordt gereduceerd tot het functioneel kneden van jongeren in dienst van de arbeidsmarkt en de huidige samenleving. De leraar is daarbij een coach die samenwerkt met het bedrijfsleven.

Voorwaarde 3: de grens van burgerparticipatie

Een zinvol burgerdebat houdt in dat men ook de grens van burgerparticipatie erkent. Zo niet slaat burgerparticipatie om in populisme.

Er zijn vragen waarover elke burger uitspraken kan doen met het oog op het algemeen belang. Uiteraard mogen ouders – als burgers – ten aanzien van de school de verwachting uitspreken dat ze jongeren wegwijs maakt in een steeds complexere, superdiverse samenleving. En natuurlijk mogen ze die verwachtingen al verder concretiseren door te wijzen op het belang van financiële en economische geletterdheid, sociaal en politiek burgerschap, talenkennis, enzovoort.

Maar sommige vragen vereisen specifieke expertise. (Te) vaak gaat men er stilzwijgend vanuit dat iedereen zinvolle uitspraken kan doen over hoe leraren en scholen het onderwijs best vorm geven. Ook het Ouderpanel blijkt daarvan uit te gaan. De ouders missen niet alleen, maar miskennen ook de vakpedagogische expertise van leraren, de expertise van mensen die weten hoe school te maken met het oog op het realiseren van maatschappelijke doelen. Met alle gevolgen van dien. Zo laat het eindrapport van het Ouderpanel ons verstaan dat de school eigenlijk overbodig is en de werkplek het ideale leerklimaat is voor zowat alles (wiskunde, talen, wetenschappen, een vak). Liefst zonder leraren, wel met coach. Voorts pleit het voor het afschaffen van lessen van 50 minuten ten voordele van modulair onderwijs dat haar succes afmeet aan het welbevinden van de leerlingen.

Blijkbaar is dat een wondermiddel, want – citaat uit het eindrapport – ‘dat versterkt de leerlingenmotivatie, weert de schoolmoeheid, vermijdt zittenblijven en creëert meer ruimte om het eigen tempo van het individuele kind te respecteren.’ Wie beweert dat allemaal? En waar zit de link met een burgerdebat over eindtermen? Hier slaat burgerparticipatie om in populisme en wordt te meer duidelijk dat dit debat misbruikt wordt om andere doelstellingen te bereiken.

Jos Van Der Hoeven

Secretaris-generaal COC


dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!