Over moeders, maffia en marketing.

woensdag 8 juli 2015 00:32

Ik begin meteen met een bekentenis. Ik heb in de 31 jaar dat ik leef nog nooit een film gezien van “The Godfather”-reeks. Als afgestudeerd theater- film- en literatuurwetenschapper is dat eigenlijk een schande. Als moeder is die schande blijkbaar nog groter, want sinds ik kinderen op deze wereld gezet heb, ben ik nog nooit zo vaak maffioso genoemd. Borstvoedingsmaffia en draagmaffia in het bijzonder. En dat terwijl ik nog nooit iemand bedreigd heb of een paardenkop in iemands bed legde. Hoe vreemd is dat…

Blijkbaar helemaal niet zo vreemd, want sinds social media en internet gebruikt wordt als middel om je te informeren over letterlijk alle aspecten van ouderschap, worden deze communicatiekanalen ook gebruikt door ouders om elkaar aan te vallen over wat nu wel of niet goed is om te doen met je kind. Denk maar aan de eeuwige discussies over borst of fles, buggy of draagdoek, tripple P of unconditional parenting, en ga zo maar door. Iedereen heeft wel een mening over iets en wil dit ventileren. Toch is er één onderwerp waar schijnbaar elke moeder het eens is: de zogenaamde “mommy wars“. Want die moeten nu maar eens gedaan zijn. Val elkaar niet aan, maar ondersteun elkaar. 

Maar hoe komt het dan dat die moeders in eerste instantie zijn beginnen bekvechten?

Daarvoor moeten we even terug in de geschiedenis. Want iets meer dan een eeuw geleden, hadden moeders nog een uitgebreid netwerk en hielpen moeders elkaar tijdens de zwangerschap, bevalling en (op)voeding. Wat is er dan veranderd? Wel… Marketing. Dat is veranderd. En daar zijn we met onze ogen open in getrapt (en doen we dagelijks opnieuw). 

Vroeger (u weet wel, toen de dieren nog spraken en de lucht nog zuiver was), kregen baby’s borstvoeding. Dat was de standaard. Lukte de borstvoeding niet bij de moeder? Dan kreeg de baby een min toegewezen, waar hij toch de levensnoodzakelijke melk kon halen. Heel af en toe was dat niet mogelijk en werden baby’s groot gebracht met verschillende mengsels van (koe)melk en andere meer dubieuze ingrediënten. Maar dat was een grote minderheid van de kinderen, vooral vanwege de risico’s op ziekte en zelfs dood. Langzaamaan werd poedermelk geïntroduceerd als noodvoeding, maar die was nog steeds van zulke kwaliteit dat baby’s het risico liepen erg ziek te worden of dood te gaan. In de jaren 1910 kwam in Amerika goedkope melkpoeders op de markt, en toen veranderde er veel. Bedrijven begonnen “wetenschappelijk onderzoek” te betalen om te bewijzen dat hun melk eigenlijk evenwaardig, zo niet beter, was dan borstvoeding. Sneaky. (Al deze studies zijn overigens ook alweer jaren weerlegd)

Maar daar stopte het niet. Ziekenhuizen kregen gratis melk en daarmee werd geadverteerd door fabrikanten. In elke reclame werd verteld dat je dankzij hun melk een gelukkige baby kreeg, eentje die sliep en lachte en gezond was. En wat wil een moeder nu net… juist ja, een gelukkige en gezonde voorbeeldbaby. Hun oplossing was makkelijk: slaapt je kind niet goed? Dat los je op door te stoppen met borstvoeding en ons merk kunstvoeding te geven. Is je kindje ziek? Geef dan onze melk in een fles. Heb je een ingegroeide teennagel? Geef kunstvoeding, dat is de oplossing voor al je problemen. Makkelijk toch?

Op die manier heeft de industrie het in ijltempo overgenomen van de moeders. Na een paar jaar was de kennis van borstvoeding enkel nog voor een aantal vroedvrouwen en een paar artsen. Maar de meeste hulpverleners, die kenden enkel de informatie die ze aangereikt kregen door de kunstvoedingsindustrie. Miljoenen moeders kregen verkeerd advies waardoor hun borstvoedingsperiode eindigde nog voor ze goed en wel gestart was, door slecht advies. En dat allemaal… dankzij een paar slimme marketingteams. 

Andere spelers op de babymarkt pikten deze strategie natuurlijk ook op. Luierfabrikanten bijvoorbeeld sprongen ook snel op de kar om te vertellen dat je baby vooral goed doorslaapt en alleen kan spelen wanneer hij droge billen heeft. Op die manier ontstond het ideaalbeeld van de baby: eentje die doorslaapt, overdag veel dutjes doet (liefst een paar uur aan een stuk), die lacht en gelukkig is, die wanneer hij wakker is uren ligt te kirren in de box en die luiers draagt waarin urine blauw en steriel is. Een baby die opgroeit in de warme gloed van een gezin dat altijd vlekkeloos witte kleding draagt, in een huis dat altijd perfect opgeruimd is.

Wat een teleurstelling wanneer je een échte baby krijgt, zeg. Een baby die wakker is ‘s nachts, eentje die wel gewoon stinkende luiers heeft, die huilt en die er voor zorgt dat de witte kledingstukken van zijn ouders ver weg achter in de kast blijven (de zwarte kleding ook, trouwens, want die melkvlekken zijn moeilijk uit zwarte kleding te krijgen) Een teleurstelling. Niet de baby is een teleurstelling, wel de moeder. Want als je kind niet is zoals in de boekjes, dan ligt de verantwoordelijkheid bij de moeder. De baby huilt? Dan krijgt hij teveel aandacht/eten/prikkels/… of net te weinig aandacht/eten/prikkels/… De baby groeit te weinig? Dan moet je daar als moeder wat aan doen. (maar ja, wat dan? Want veel hulpverleners komen niet verder dan: (meer) kunstvoeding of vaste voeding). Groeit je baby teveel? De schuld van de moeder, die geeft haar kind teveel eten. 

En daar heb je de kern van het ontstaan van de mommy wars. Het eeuwig aanwezige schuldgevoel van moeders. Het schuldgevoel omdat onze baby spuugt. De blozende blikken wanneer hij huilt. De schroom om je baby te (borst)voeden wanneer hij honger heeft. Niet durven toegeven dat je kind na een jaar nog niet doorslaapt terwijl de rest van de wereld daar blijkbaar wel toe in staat is (ik doe vast wat verkeerd). Dat schuldgevoel overheerst, bewust of onbewust. En daar sta je dan, met je handen vol baby en een groeiend gevoel van falen en schuld. Wanneer er dan een andere moeder voorbij komt, met een (op dat moment) vrolijke baby, een moeder waarbij het ouderschap zo gemakkelijk lijkt. Wanneer zij wil jou helpen door je informatie aan te bieden, op dat moment reageer je vanuit je schuldgevoel met “laat me met rust, ik heb je niks gevraagd.” Om jezelf te verantwoorden, geef je toe aan jezelf dat er wel degelijk moeders zijn die zich bezighouden met elke dag andere moeders te veroordelen omdat ze dat leuk vinden. Vanuit jouw schuldgevoel en gevoel je kind tekort te doen, geloof je plots dat er echt organisaties bestaan die werken zoals de maffia. Moedergroeperingen die er op uit zijn om moeders te verplichten hun baby de borst te geven of om hun baby te gaan dragen. 

Et voila. De mommy wars

Is er een oplossing voor? Ja. Maar niet de oplossing die een kunstvoedingsfabrikant een paar maanden terug lanceerde (hier te bekijken: http://youtu.be/Me9yrREXOj4) door elkaar geen informatie meer te geven. Maar wel door het beeld die de maatschappij heeft van een baby te veranderen. Laat zien dat baby’s ook gewoon huilen (en getroost moeten worden). Dat kinderen hun emoties niet onder controle hebben. Dat je ook op een terrasje je baby kan voeden. Praat hierover, wees open. Ga niet liegen over “ja hoor, mijn baby slaapt al maaaanden door“, maar wees gewoon eerlijk: “ja, ik ben doodop en kan me geen vijf minuten concentreren, maar ik hou zo van mijn kind.” Het echte ouderschap heeft geen gouden gloed, witte kleren of een klinisch proper huis. Het échte ouderschap is doordrongen van lichaamsvochten, woedeaanvallen van peuters, vlekken op je t-shirt en wallen waar je over struikelt. Maar draag ze met trots, de medailles die jouw kind op je lichaam en je outfit achterlaat. Want enkel zo raken we van ons massale moederlijke schuldgevoel verlost en kunnen we eindelijk een staakt-het-vuren bereiken tussen moeders.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!