Na taxshift wordt ook ‘werkbaar werk’ sociaal mijnenveld

Een tax shift en enkele voorstellen rond werkbaar werk moesten aanvankelijk de harde besparingsmaatregelen temperen. Maar N-VA en Open VLD duwen die discussies telkens in de richting van nog meer lasten op de schouders van werknemers.

woensdag 10 juni 2015 11:25

Weet u nog hoe het verliep met de tax shift? Aanvankelijk moest die voor wat billijkheid zorgen. De werknemers en uitkeringsgerechtigden werden zwaar getroffen door het besparingsbeleid van de regering, maar een fiscale verschuiving in de richting van vermogenden zou ervoor zorgen dat ook de sterkste schouders wat van het gewicht zouden dragen. 

Het debat over de tax shift werd een moeras waarin elk progressief voorstel snel kopje-onder ging. Wat over blijft van die belofte om de belastingen eerlijker te maken, is wat loonlastenverlagingen voor de werkgevers, wat meer BTW voor de burgers en mogelijk een minimale vermogenswinstbelasting. Al zei gewezen eurocommissaris Karel De Gucht (Open Vld) zelfs over dat laatste: “Dat is gewoon zelfmoord voor mijn partij.”

De discussie over werkbaar werk verloopt volgens een gelijkaardig stramien. De pensioenleeftijd werd brutaal verhoogd tot 67. Ook de mogelijkheden om vroeger uit te stappen, werden serieus ingeperkt. Voor sommige mensen betekent het dat ze plots opkijken tegen vijf of zes jaar langer werken. 

Hakken in het zand

Om de pil te vergulden werd een conferentie over werkbaar werk gelanceerd. Die moet in het najaar leiden tot enkele voorstellen die het ook effectief mogelijk maken om een job langer vol te houden. In de aanloop naar die conferentie gebeurde iets gelijkaardigs als met het debat over de tax shift. N-VA en Open VLD zetten de hakken in het zand als het gaat over een progressieve invulling van een hervorming en schoven hun eigen voorstellen naar voor. 

N-VA heeft bij monde van de federale kamerleden Jan Spooren, Zuhal Demir, Peter De Roover en Wouter Raskin een tienpuntenplan klaar. Het leest als het verlanglijstje van de werkgevers die zuchten naar meer flexibelere werknemers.

Er zou jaarflexibiliteit moeten komen, als het van N-VA afhangt. Letterlijk: “Werknemer en werkgever moeten in onderling overleg de arbeidsduur op jaarbasis individueel kunnen vastleggen.” Dat betekent eigenlijk dat het concept overuren verdwijnt. Weken van 60 uur kunnen afgewisseld worden door weken van 20 uur. Merk op dat de Vlaams-nationalistische partij het heeft over onderling overleg tussen de werknemer en werkgever. Vakbonden komen er niet aan te pas. 

Individueel, niet collectief

Dat laatste is een constante in de voorstellen van zowel N-VA als Open VLD. N-VA stelt letterlijk voor om de CAO’s te vervangen door IAO’s. Collectieve arbeidsovereenkomsten worden individuele arbeidsovereenkomsten. De partij heeft gevoel voor symboliek. De IAO of de Internationale Arbeidsorganisatie is net het summum van collectief overleg: een orgaan binnen de VN waarin werkgevers, vakbonden en regeringen mondiale afspraken maken.

De twee liberale regeringspartijen nemen nog een andere collectieve verworvenheid in het vizier. Nu weten (veel) werknemers dat hun loon zal stijgen naargelang ze anciënniteit opbouwen. N-VA en Open VLD willen dat systeem afbouwen en vervangen door indivuele modellen “waarin competenties, verantwoordelijkheden en prestaties centraal staan”. Het is dus ook hier niet langer de vakbond die voor een groep werknemers afspraken maakt over barema’s, maar de werkgever die individueel overlegt met de werknemer.

De uitvoering van die plannen zou de rol van vakbonden op de werkvloer ernstig inperken. Erwin De Deyn, voorzitter van de socialistische bediendenvakbond BBTK, voorspelde het al bij de voorstelling van het regeerakkoord in de herfst van 2014. “Dat is de natte droom van werkgevers. Zo kunnen zij komaf maken met collectieve verloningssystemen en de marge die vrijkomt gebruiken voor individuele vormen van verloning op basis van prestaties.”

Mediashow

Bart De Wever laat niet na om de uitbetaling van werkloosheidsuitkeringen door vakbonden in vraag te stellen. N-VA kwam vorige week ook op de proppen met een minimumdienstverlening bij de NMBS.

Kamerlid Inez De Coninck (N-VA) berekende dat er voor zo’n minimale dienstverlening bij de spoorwegen minstens 14.000 van de 20.000 werknemers verplicht moeten werken. Dat betekent dat bijna drie kwart van de spoor-M/V geen recht meer zou hebben om het werk neer te leggen. Bij algemene stakingen zijn de spoorbonden nu vaak de locomotief.

Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) legde de bal in het kamp van de werkgevers en de vakbonden. Zij moeten tegen oktober enkele voorstellen uitwerken. “Ze zullen een akkoord moeten vinden, in de wetenschap dat anders de regering beslist”, aldus Peeters in De Morgen.

De vakbonden ACV en ABVV stuurden dinsdag enkel experten naar de grote rondetafel van Peeters. “Dit is een mediashow van Kris Peeters”, liet Marc Goblet, algemeen secretaris van het ABVV weten aan Le Soir.

Bittere pil

Het ACV heeft een eigen tienpuntenplan, dat volledig ingaat tegen de voorstellen van N-VA en Open VLD. De nadruk wordt daarin sterk gelegd op collectieve afspraken en flexibiliteit op maat van de werknemers. 

In het najaar moet het getouwtrek over werkbaar werk en de tax shift tot een ontknoping leiden. De twee discussies die begonnen als poging om harde maatregelen aanvaardbaar te maken, zouden wel eens kunnen eindigen als bittere pil.

Het is nochtans niet dat er geen maatregelen nodig zijn. Dat de belastingen in dit land niet rechtvaardig zijn, is genoegzaam bekend. In het debat over werkbaar werk bleek dat er ook op dat terrein nog veel fout loopt. Iedereen wordt verplicht langer te werken, maar vaak leidt dat tot meer mensen die ziek afhaken.

In vier jaar tijd zijn de uitgaven voor de ziekte-uitkeringen met een
kwart toegenomen tot 6,8 miljard euro. Meer dan
104.000 mensen zitten langer dan een jaar thuis met een psychische aandoening.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!