Lambani-vrouwen die zelf nooit naar school konden, waken over hun jonge dochters in de lokale gemeenschap. Meisjes die te lang wegblijven worden onmiddellijk opgespoord. (Stella Paul/IPS)

Indiase Lambani-vrouwen weerstaan meisjessmokkel

Bij de Lambani-gemeenschap in het zuiden van India is smokkel, misbruik en doden van meisjes schering en inslag. Scherp toezicht biedt geen structurele oplossing voor deze gemarginaliseerde bevolking die geen land bezit.

dinsdag 27 januari 2015 18:07

Op elfjarige leeftijd had Banawat Gangotri al vier jaar op het veld
gewerkt. Als lid van de nomadische Lambani-gemeenschap (ze worden ook
Lamani, Banjara of Lambada genoemd), uit het Indiase dorp Bugga Thanda in de
zuidelijke deelstaat Telangana, plukte ze katoen en chilipepers voor
ongeveer een euro per dag. Haar vader inde het loon om er alcohol mee
te kopen.

Half
januari 2015 kwam er een einde aan haar lijdensweg. Enkele uren
voordat Gangotri’s vader haar naar Guntur zou brengen, een district 168 kilometer verder, waar veel chilipepers worden geteeld, werd ze gered
en naar een school in Devarakonda gebracht.

De
lokale ngo Gramya runt deze school. Ze mobiliseert de Lambani tegen
het smokkelen, misbruiken en doden van kinderen, praktijken die
helaas vaak voorkomen in de gemeenschap. De school telt momenteel 65
kinderen zoals Gangotri, die uit de handen van werkgevers of
mensensmokkelaars gered werden.

Lokaal dorpscomité

Het dorp Devarakonda heeft, net als veertig andere in het land, een comité van
twaalf mensen uit de gemeenschap die optreden tegen smokkel en
gedwongen kinderarbeid. Onder begeleiding van Gramya houden de leden
van het comité toezicht op alle meisjes van schoolgaande leeftijd in
het dorp. Wanneer een kind langer dan enkele weken van school
wegblijft, slaan ze alarm.

Hoewel
er nog kinderen door de mazen van het net glippen, menen de leden van
het comité dat de situatie sterk verbeterd is. In 1999 bleek uit
politieonderzoek dat er tussen 1991 en 2000 ongeveer 400 baby’s uit
de regio gekocht en verkocht waren onder het mom van adoptie.
Activisten vrezen dat ze eindigden als werkkracht, of in India’s
bloeiende seksindustrie.

Activist
en oprichter van Gramya, Rukmini Rao, deed samen met een collega
onderzoek naar de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in
een dorp in Telangana. Voor elke 1.000 jongens bleken er maar 835
meisjes te zijn. Vandaag bedraagt de ratio in het district dankzij
sensibilisering en strikt toezicht vanuit de gemeenschap 983, meer
dan het Indiase gemiddelde van 941 meisjes op 1.000 jongens.

In
een land waar de helft van de tribale bevolking onder de armoedegrens
leeft en met minder dan een euro per dag moet toekomen, is het erg
moeilijk om te verhinderen dat Lambani-gezinnen hun kinderen doden of
verkopen.

Adoptiemarkt

Suma
Latha, een ervaren coördinator van Gramya, verklaart dat moeders
geregeld afreizen naar Hyderabad, de hoofdstad van Telangana, om hun pas geboren baby’s voor een paar duizend roepie te verkopen. Vervolgens verkondigen ze in het
dorp dat het kind bij de geboorte is gestorven. “De
verkoop wordt altijd tegen de wil van de moeder in geregeld door de
vader en de schoonmoeder”, zegt Latha.

Lambani-kinderen
zijn erg gewild op de groeiende adoptiemarkt. Kinderloze stellen die
meestal afkomstig zijn uit de steden, zijn bereid om een fors bedrag
neer te tellen voor een mooie baby. Sommige van deze kinderen
eindigen in tehuizen, andere vallen bijna zeker in handen van
vrouwenhandelaars.

Landloos

Toezicht
houden is belangrijk, maar er zijn ook langetermijnoplossingen nodig
om het probleem met wortel en tak uit te roeien. Veel Lambani-vrouwen
geloven dat de sleutel bij de scholen ligt. Toch zal onderwijs alleen
niet volstaan om de infanticide of de kinderhandel volledig te
stoppen.

Het
is volgens onderzoekers minstens zo belangrijk om gemarginaliseerde
gemeenschappen alternatieven te bieden. Gegevens van de regering
wijzen uit dat 90 procent van de tribale bevolking in India geen land
bezit. In het district Nalgonda in Telangana, waar Gangotri’s vader
woont, geldt dat voor 87 procent van de tribale gemeenschappen.

“Als
we geen eten hebben en geen land om eten te telen, wat kunnen we dan
nog doen behalve onze kinderen erop uitsturen om geld te verdienen?”,
vraagt Khetawat Jamku, een vijftigjarige Lambani-vrouw, zich af.

Er
zijn wel programma’s voor de arme plattelandsbevolking, maar die
kampen met corruptie en wanbeheer. Maatschappelijke organisaties zien
zich verplicht om de leemte te vullen. Zo lang Lambani-vrouwen
geen gelijke landrechten krijgen, vreest Rao, “zal het erg
moeilijk worden om de vicieuze cirkel van armoede en geweld, waar
kinderen het slachtoffer van zijn, te doorbreken.”

Bron: Not
Without our Daughters

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!