We zijn medeplichtig

maandag 12 januari 2015 20:06

Niet enkel islamitisch extremisme is het probleem: wij westerlingen zijn er
een onderdeel van. Omdat we extremisme in de hand werken, maar dat vreemd
genoeg niet lijken te beseffen. Alsof we het verleerd zijn om buiten ons eigen
westerse leefwereldje te kijken. Doorgaans houden we ons niet bezig met wat er
in de islamitische wereld gebeurt. Tot een verschrikkelijke en misselijkmakende
gebeurtenis als die van vorige week: dan is iedereen in het Westen plots
islamkenner. En alsof de hele aanslag nog niet pijnlijk genoeg is, laat ook de
collectieve reactie erop veel te wensen over. We dreigen te verzuipen in
verontwaardiging, terwijl we de kans missen om situaties als deze in de
toekomst te vermijden.

Eerlijk: het voelt niet lekker om op zoek
te gaan naar oorzaken voor misdaden als de aanslag tegen Charlie Hebdo. Het
voelt een beetje als het goedkeuren ervan, hoewel dit uiteraard allesbehalve
het geval is. Maar toch: we mogen in ons spontane afgrijzen de ogen niet
sluiten voor de oorzaken van toestanden als deze. Dat zou dom en gevaarlijk
zijn. Omdat ik over het waarom in de hele nasleep (of eerder hetze) van de
aanslag nauwelijks of niets heb gelezen, waag ik zelf een poging. Om de ogen te
openen. Om een spiegel voor te houden, zodat ook wij kunnen leren uit onze
fouten.

Afgelopen week vervielen veel sociale
mediagebruikers in het aloude wij-zij-denken. “Je mag ze niet allemaal over
dezelfde kam scheren, maar ze maken het ons toch verdomme niet gemakkelijk”. Of
“de moslims zijn niet allemaal zo, maar dit soort dingen doen bijvoorbeeld
joden toch niet”. “Die extremisten zijn tuig dat naar geweld grijpt om hun
geloof op te dringen.”

Cultuurclash

Dat laatste kan waar zijn, maar geldt net
zo goed voor ‘het Westen’. Gaan we even mee in het cultuurclashdenken (Westen
versus moslims), dan kun je niet om het feit heen dat we intussen al meer dan
honderd (!) jaar in het Midden-Oosten zitten. We bombarderen om de haverklap,
steunen revoluties (vb. Libië) of net niet (vb. Palestina), zetten dictators af
(vb. Irak) of net niet (vb. Syrië): allemaal ‘ter bescherming van de
stabiliteit in de regio’. Maar eigenlijk beschermen we al te vaak platweg onze
westerse economische marktreligie. Komen onze heilige olieverzen daarbij onder
druk te staan, dan grijpen we naar aanslagen op staatsniveau om de
‘ongelovigen’ onze wil op te leggen.

Nog naar de geest van dat cultuurclashdenken,
wil ik het gerust even simplificeren tot het niveau van een ordinaire
voetbalwedstrijd: hoeveel westerlingen zijn er tijdens de laatste – pakweg – vijftien jaar in onze regio om het leven gekomen door toedoen van moslims? En
hoeveel moslimslachtoffers heeft het Westen tijdens diezelfde periode
veroorzaakt in het Midden-Oosten? Bovendien worden de slachtoffers in het
laatste geval vaak veroorzaakt door een onzichtbare vijand: nachtelijke raids
van vliegtuigen op ettelijke kilometers hoogte (dit is het beste geval) of onzichtbare
drones (in het slechtste geval) die extremisten uitschakelen en daarbij al honderden,
zo niet duizenden mensenlevens aan collateral
damage
eisten.

Bij het nieuws over zulke raids zijn we
met zijn allen meestal net iets minder #ahmed. Wanneer hele delen van families worden
weggevaagd door een onzichtbare vijand, hoeft het misschien niet zo hard te
verbazen dat overlevenden die vijand in eigen huis gaan opzoeken om het hem
betaald te zetten.

Van zero naar hero

Vaak is de opvatting over de positie van
religie bij terrorisme een misvatting. Veel meer nog dan over religie, gaat
godsdienstextremisme over macht. Zowel IS nu, als de Taliban een decennium
geleden misbruik(t)en godsdienst om hun macht te laten gelden over een
bevolking. Of zoals de vroegere extremistische bondgenoten IS en Al-Nusrah
elkaar na een tijd naar de keel vlogen: onlangs bleek dat niet zozeer godsdienstige
verschillen, dan wel twisten over de verdeling van olieopbrengsten aan de basis
liggen. Al-Nusrah verloor trouwens het leeuwendeel van zijn strijders aan IS:
alweer niet zozeer uit geloofsovertuiging… IS betaalde gewoon beter.

Ook Syriëstrijders uit Europa vertrekken al
te vaak naar het Oosten omdat ze in eigen land nobody’s zonder degelijk
onderwijs of zonder hefbomen naar een beter leven zijn (denk aan de Charlie
Hebdokillers afkomstig uit de banlieus). Voor een bepaald deel (heus niet
iedereen wordt terrorist) van mensen in die situatie wordt extremisme erg aantrekkelijk:
het geeft hen tenminste een groter verhaal om in te geloven, én bovendien de
middelen om dat verhaal tot een ‘goed’ einde te brengen. Een verhaal waarin hun
Europese land van herkomst faalt om het hen te bieden.

Aan tafel met extremisten

Mede daarom is de politieke reactie op
extremisme bijzonder stuitend. Omtrent de Syriëstrijders is het verhaal “dat we
dringend met de extremisten aan tafel moeten gaan zitten” begrijpelijkerwijs electoraal
gezien weinig interessant. Ik doel ook niet op onderhandelingen met de
terroristische top over wat we hen toegeven in ruil voor het niet plegen van
aanslagen. Wel op dialoog met bijna vertrekkende of terugkerende jongeren, om
te horen wat hun frustraties zijn. Wat er leeft in die uithoek van de
maatschappij, waarover ze het hebben, hoe en waarom. Door dialoog kunnen zij
belangrijke voelsprieten van de staat zijn.

Dat de politieke reactie electoraal
begrijpelijk is, maakt ze daarom niet minder hypocriet. De kortzichtige
symptoombestrijding van het arresteren en berechten van terugkerende strijders haalt
immers geen zier uit als we tegelijk onze oogkleppen behouden en niets aan de
oorzaken doen. Zolang in bepaalde maatschappijhoeken de juiste voedingsbodem
blijft bestaan, zullen er altijd radelozen zijn die enkel van zich kunnen laten
horen op de meest radicale manier. De gangbare denkwijze is dat moslims zich
moeilijk aanpassen. Dit kan deels kloppen: Engelse protestanten zullen het wellicht
iets gemakkelijker hebben om zich in te passen in onze samenleving. Maar dat er
na drie generaties van samenleven met moslims nog steeds interimbureaus en
klanten bestaan die speciale codes hanteren voor het weigeren van moslims en
vreemdelingen tout court, toont aan dat we misschien toch best niet te luid
roepen.

Luie media

De politiek laat het dus behoorlijk afweten
wat structurele oplossingen betreft. Maar ook de media, nochtans
levensbelangrijk in het doorgronden van wat zich momenteel afspeelt, hebben een
heel pak boter op het hoofd. In de slag om kijkcijfers vergeten zij ons al te
vaak een spiegel voor te houden. Al te vaak komen ze niet verder dan “volg de
gebeurtenissen via onze livestream”, “onze reporter ter plaatse sprokkelde
reacties van betogers”, “Lassana Bathily is de ware held van Parijs” en andere
smeuïge, opgeklopte titels. Zelfs media die zichzelf het label ‘progressief’ of
‘kwalitatief’ aanmeten, beperken zich veel te frequent tot het eenvoudigweg beschrijven van de gebeurtenissen. Het echt doorgronden van de situatie komt er
niet of nauwelijks aan te pas.

Ook de rol van kritische waakhond wordt wel
erg gemakkelijk uit het oog verloren. Zo wordt simpelweg meegedeeld dat België in
Europa een voorstel op tafel legde om de voorwaarden voor grenscontrole binnen
de Schengenzone te versoepelen. Geen afweging of dit moet kunnen. Geen pro’s of
contra’s, gewoon een mededeling. Minister Geens mag zonder al te veel
tegenspraak verklaren dat we misschien de privacywet een beetje kunnen
aanpassen: “een ietsiepietsie minder recht op vrije meningsuiting”… om het
recht op vrije meningsuiting te garanderen.

Kan het nog cynischer? Wanneer Geens het
heeft over Charlie Hebdo is er geen probleem. Het zijn maar woorden/tekeningen,
die kunnen geen kwaad. Anderzijds moeten radicale websites harder worden
aangepakt: in dat geval zijn woorden plots wel levensgevaarlijk. Dat islambespottende
prenten (hoewel misschien niet racistisch in de zuivere zin, toch vanuit ons
wereldbeeld) misschien racisten inspireren of aanwakkeren in hun overtuiging,
is geen probleem. Dat bepaalde websites sociaal zwakkeren naar een even
verwerpelijke wereldvisie kunnen leiden is dat wel. Niet dat ik het voorstel
van Geens zomaar op voorhand afschiet, maar waar is het inhoudelijke debat?

Hypocrisie

Velen in pers en politiek zien de
medewerkers van Charlie Hebdo als helden: zij durfden het tenminste aan om voor
hun eigen mening tegen de stroom in te zwemmen en fors tegen de schenen te
schoppen. Echter, wanneer iemand als Dyab Abou Jahjah hetzelfde doet voor zijn
(afwijkende) mening, lijkt dat absolute recht op vrije meningsuiting plots een
heel stuk minder absoluut. Dan is er plots een grote stroming die vindt dat deze
gevaarlijke haatzaaier en oproerkraaier het beste van al meteen zijn mond
houdt. Nog andere politici vinden het dan weer normaal dat we bij ‘dreiging’
het leger kunnen inzetten, hoewel een Belgische militair niet op eigen
grondgebied mag opereren in vredestijden, tenzij het eigen leven in gevaar is. Maar
goed, daar passen we dan waarschijnlijk de wet wel even voor aan.

Opnieuw: dit zijn stuk voor stuk
voorstellen om de symptomen te bestrijden. Over de oorzaken blijft het oorverdovend
stil, helaas ook in het gros van de media. Die houden ons hiermee geen spiegel,
maar draaien ons een rad voor de ogen: niet onze brute, op militaire kracht
gebaseerde aanwezigheid in het Oosten is een probleem. Niet ons falende
immigratie- of integratiebeleid zijn een probleem. Het probleem komt van ver
weg, buiten onze perfecte westerse samenleving. Waarmee we onbedoeld, maar
ironisch genoeg steeds meer naar dezelfde visie als die van de jihadi’s
afdrijven: “onze visie is de waarheid. Wie dat niet aanvaardt is onwenselijk –
gevaarlijk – te bestrijden” (schrappen wat niet past).

Een recht is geen plicht

Begrijpt u me alstublieft niet verkeerd:
ik vind wel degelijk dat het recht op vrije meningsuiting absoluut is. Maar het
is niet omdat we het recht hebben om te kwetsen, dat we daar ook de plicht toe
hebben. Ik wil het bijzonder pijnlijke en tragische ongeval van de nog
piepjonge Malanda in Duitsland op geen enkele manier recupereren, maar er valt
misschien wel iets uit te leren. Het is niet omdat je op bepaalde Duitse wegen het
recht hebt zo snel te rijden als je zelf wilt, dat het ook op elk moment een goed
idee is om dat effectief te doen.

Charlie Hebdo schopte al jarenlang uiterst
uitdagend tegen de schenen, en betaalde daar een vanuit elk denkbaar oogpunt
een onaanvaardbare prijs voor. Nu vindt het merendeel van de westerse wereld blijkbaar
dat we met zijn allen hetzelfde moeten doen… omdat we daar het recht toe hebben.
Ik vind van niet, hoewel dit inderdaad ons recht is (en moet blijven). Volgens
mij kan er niet veel constructiefs volgen uit het systematisch spotten met
andermans gevoeligheden vanuit een eigen superioriteitsgevoel.

In plaats daarvan vind ik dat we dringend opnieuw
moeten leren onze westerse bril eens vaker af te zetten. Eens meer de mentale sprong
naar de overkant maken, om te kunnen begrijpen waaruit vreselijkheden zoals in
Parijs ontstaan. Sluiten we daarentegen, de oorzaken negerend, onze cocon van
het eigen grote gelijk nog wat meer af met verstrengde veiligheidswetten, dan
vrees ik dat de slachtoffers in Parijs voor niets zijn geweest. Dan beperkt het
enige wat we kunnen doen zich tot verontwaardigd zijn en wachten op de
volgende aanslag.

Het enkel kijken naar de feiten en deze
veroordelen is immers te gemakkelijk. De oorsprong ervan willen begrijpen is
altijd de eerste, onvermijdelijke stap naar een oplossing. Zich genoegzaam terugplooien
op eigen terrein heeft nog nooit iets opgelost.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!