Opinie - joke matthieu

Snijden in wachtuitkering zal werkloosheid niet oplossen

Door de inschakelingsuitkeringen te beperken zal de oorzaak van de werkloosheid niet worden aangepakt. Dit is een structureel probleem, met als oorzaak een tekort aan jobs, een falend onderwijssysteem en daarbij aansluitend een slechte doorstroming naar de arbeidsmarkt.

dinsdag 23 december 2014 16:16

Mooie
beloftes zijn gemaakt in het regeerakkoord Charles Michel I, namelijk
het scheppen van banen in de private sector, de werkloosheidsgraad
verminderen en kwaliteitsvolle sociale bescherming bieden voor
iedereen. Om dit te bereiken zijn er al een aantal praktische
maatregelen op tafel geschoven; gemeenschapsdienst voor werklozen, de
wettelijke pensioenleeftijd tegen 2030 optrekken naar 67 jaar en de
indexsprong in 2015. Onlangs kwam daar nog eens de aankondiging bij
dat er in de wachtuitkeringen voor jongeren gesneden zal worden. Met
al deze harde acties wil de regering de werkloosheidsproblematiek
aanpakken en de economie opnieuw laten floreren.

De inschakelingsuitkeringen

Als
jonge student was het vooral het snijden in de wachtuitkeringen die
mijn aandacht trok. Dit wordt in het regeerakkoord besproken onder de
noemer “inschakelingsuitkeringen” en is een uitkering voor
schoolverlaters die na een jaar van beroepsinschakelingstijd nog geen
werk gevonden hebben. Vanaf 1 januari 2015 zal iedere jongere onder
de leeftijd van 21 jaar pas zo’n uitkering ontvangen als deze aan
de minimale diplomavereiste voldoet, namelijk het middelbaar
onderwijs. De maximale leeftijd om van zo’n uitkering te genieten
wordt ook verlaagd naar 25 jaar. Volgens de nieuwe raming van de RVA
zullen door deze maatregel begin volgend jaar 16.900 jongeren hun
uitkering verliezen en daar zou in het loop van het jaar nog eens
3000 mensen bijkomen.

Deze
maatregel is genomen in de overtuiging dat ‘wie nog niet heeft
bijgedragen, geen recht heeft op een uitkering’. Op het eerste zicht
is dit een solidaire stelling. Iedereen
moet immers zijn
steentje bijdragen aan de maatschappij. Wie
wil nu profiteurs en luie burgers in ons midden?

Maar
we moeten verder kijken dan onze neus lang is. Dit is een regel die
de symptomen van een ziekte wil genezen, maar die niet reikt tot de
kern van het probleem. De VDAB heeft 51.309 Vlaamse werklozen jonger
dan 25 jaar geteld in oktober 2014, dat is 21,8% van de totale
werkloze werkzoekenden in Vlaanderen. Het zou wel heel kort door de
bocht zijn als men zou veronderstellen dat al deze jongeren niet
zouden willen werken. Het tegendeel is
waar: jongeren staan te popelen om zelf aan
de slag te gaan, het heft in eigen handen te nemen en mee te bouwen
aan de toekomst.

Werkloosheid en de gevolgen
van deze besparende maatregel

Door
de inschakelingsuitkeringen te beperken zal de oorzaak van de
werkloosheid niet worden aangepakt. Dit is een structureel probleem,
met als oorzaak een tekort aan jobs, een falend onderwijssysteem en
daarbij aansluitend een slechte doorstroming naar de arbeidsmarkt. We
mogen echter niet vergeten dat de werkloosheid niet alleen een
economisch probleem is, maar dat de gevolgen ervan ook grote sociale
verschillen in de samenleving teweeg brengen. Werkloosheid betekent
voor mannen niet hetzelfde als voor vrouwen, voor hoogopgeleiden niet
hetzelfde als voor laagopgeleiden en voor vijftigplussers niet
hetzelfde als voor twintigers.

De
grootste slachtoffers van dit beleid zijn de jonge laaggeschoolde
werklozen, waarvoor er al amper werk is. Jongeren komen in verkeerde
studierichtingen terecht, worden schoolmoe en hebben op het einde van
de rit geen diploma. Deze komen vooral voort uit een neerwaartse
cyclus van slechte schoolcijfers tot een schrijnende thuissituatie.

Minister
van werk Kris Peeters (CD&V) stelt dat als je start zonder een
diploma, dit een handicap is op de arbeidsmarkt, die over heel de
loopbaan een negatieve uitwerking heeft. Volmondig ben ik het met
deze stelling eens, maar om dit op te lossen wordt de
inschakelingsuitkering als een lokmiddel gebruikt om ervoor te zorgen
dat men alsnog een getuigschrift zal halen voor de 21ste
verjaardag. Dit is weer zo’n schop-onder-je-luie-gat maatregel, via
een kil en koud beleid straft men de toekomstige generatie in een
taal vol dreigementen. Met deze politiek creëert men geen nieuwe
kansen en investeert men niet in de solidariteit van morgen.

Tot
nu toe kon je drie jaar lang genieten van deze uitkering, wat in
praktijk resulteerde dat je ook als dertiger ervan kon genieten. Maar
in de toekomst wordt dit gelimiteerd tot 25 jaar, omdat men ervan
uitgaat dat wie nog langer doorstudeert en meerdere diploma’s op
zak heeft wel al voldoende gewapend is op de arbeidsmarkt.

Nochtans
is uitgewezen dat een hoog diploma niet altijd meer kans op werk
betekent. Ook deze doelgroep heeft het moeilijk op de arbeidsmarkt,
de hooggeschoolde werkzoekende groep is gestegen met 5%, dit is de
hoogste stijging o.b.v. studieniveau. De oorzaak hiervan is dat de
tewerkstellingsmotor van de tertiaire en quartaire sector hapert,
door besparingen wordt er minder aangeworven en door de
pensioenhervorming blijven werknemers langer aan de slag wat de
generatiewissel vertraagt. Dit geeft nog maar eens aan dat de ware
oorzaak bij de krimpende arbeidsmarkt ligt en niet bij de onwil om te
werken.

De
gevolgen van deze besparende maatregel zullen zwaar wegen op de
schouders van het OCMW, want men kan wel hopen dat “de jongeren een
tandje zullen bijsteken om werk te zoeken”, maar dit garandeert nog
niet dat de problemen van de baan zijn. Velen zullen van een
inschakelingsuitkering noodgedwongen moeten overschakelen naar een
leefloon, dit is wat men heet een vestzak-broekzak-operatie.

Oplossingen

De
oplossingen van de toekomst liggen dan ook elders; ons onderwijs moet
worden geherdefinieerd, vervolgens moet de doorstroom van deze
geherdefinieerde educatie beter worden afgesteld en daarbij
aansluitend moet een betere begeleiding de werkzoekenden
ondersteunen. Investering in het onderwijs is van essentieel belang,
omdat we er zo kunnen voor zorgen dat de juiste mensen uiteindelijk
bij de juiste job geraken, want dit begint al bij de momenteel veel
te vroege studiekeuze. Het technisch onderwijs moet worden
opgewaardeerd, er moet meer samenwerking zijn met de professionele
sectoren en het watervaleffect in de scholen moet worden weggewerkt.
Ook de doorstroom naar het hoger onderwijs moet efficiënter,
desondanks wordt er in dit nieuw beleid net bespaart i.p.v.
geïnvesteerd in de toekomst.

Diezelfde
jongeren moeten ook aan werk geholpen worden en dit door jobs te
creëren, te investeren in duurzame innovatie en in plaats van met de
beschuldigende vinger steeds te wijzen naar de werklozen en zogezegde
profiteurs, ook eens na te denken over hoe bedrijven omgaan met de
maatregelen die de nieuwe regering neemt.

De
focus ligt vooral bij de aanbodszijde van de economie, namelijk de
ondernemers, werkgevers en kapitaalbezitters. De bedrijven worden
aangemoedigd om jobs te creëren terwijl er vooral straffend wordt
opgetreden tegen de huidige werklozen. Alles wordt in werking
gesteld om een zo groot mogelijk concurrentievermogen te creëren,
dit door de lasten te verlagen in de vorm van een indexsprong en
kleinere RSZ bijdragen.

Maar
vreemd genoeg is dit alles zonder de garantie dat diezelfde bedrijven
de grotere winst ook zullen gebruiken om te investeren in nieuwe
jobs, innovatie en ontwikkeling. Terzelfdertijd worden de werklozen
wél gedwongen om gemeenschapsdienst uit te voeren, terwijl de
bedrijfsleiders kunnen profiteren van hun “welverdiende”
extraatjes. Is dan nu het tijdperk aangekomen van die zogezegde
“échte solidariteit” waar Bart De Wever ons zo vaak over
verteld, waar duidelijk koning ondernemer wordt gestimuleerd en de
luie werkloze onderklasse uit zijn zetel wordt geschopt?

Een
meer gelijke samenleving creëren is duidelijk geen urgente doelstelling
van deze regering. Solidariteit wordt op een gekke en eigenwijze
manier ingevuld, zonder de ondersteuning en investering van kansen
voor jongeren. Besparen is het sleutelbegrip en het grootkapitaal kan
rustig verder blijven renderen. Terwijl men het stakingsrecht van de
werknemers in vraag stelt, kraait er niemand naar het schuldig
verzuim van het kapitaal. Want het aanhoudende mantra dat er bij de
bedrijven niets te rapen valt is voorbijgestreefd. Volgens Jonas Van
Vossole  hebben de bedrijven een cashreserve van 240 miljard
euro, dit geld houden ze bij zonder het te investeren in de economie,
onderwijs, innovatie, onderzoek, milieu, … laten we onze
beschuldigende vinger ook eens richten op hen en vragen dat ook zij
een minimale gemeenschapsdienst bijdragen tot onze samenleving. Dat
is wat ik noem “échte solidariteit”.

Joke Matthieu is studente politieke wetenschappen aan de VUB

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!