Stakingen zijn hinderlijk? Juist
Opinie -

Stakingen zijn hinderlijk? Juist

dinsdag 25 november 2014 16:47

De eerste stakingsdag op 24 november was een succes, ook – of misschien
bovenal – in Antwerpen. Daar was immers al vanaf de Brusselse betoging
van 6 november een bespottelijk spelletje bangmakerij aan de gang,
waarin de anders zo bedaarde burgervader zijn meest groteske
angstvisioenen projecteerde op de bevolking. Als we hem moesten geloven
dan zou er op 24 november geen staking doorgaan maar een uit de hand
lopende betoging, waarbij dankzij een enorme troepenmacht van
politiemensen en honden (incluis aan zijn eigen woning) de afbouw van
onze democratie door boze dokwerkers zou worden tegengehouden.

Dat
plezier hebben we hem niet gedaan. De staking was massaal, en de actie
van de burgers – waarover straks meer – was dat eveneens. Maar de
opgetrommelde ordemacht is grotendeels werkloos gebleven. De vele
duizenden die op 24 november de staking in Antwerpen en omgeving een
gelaat gaven bleken niet te intimideren door de Tarzankreten van De
Wever en Jambon. En evenmin bleken ze zin te hebben in geweld. De Wever
moest ‘s avonds dan ook ruiterlijk toegeven dat de staking “al bij al
nog meeviel”, en dat de eigen ordediensten van de stakers de zaken
behoorlijk in de hand hadden gehouden.

Hinder en schade: wat erg!

Toch was De Wever niet tevreden. Uiteraard niet: de staking had
“hinder” en “schade” toegebracht. Hinder in het hele land, want er reden
geen treinen, en schade aan “de economie”. Dat laatste is dom, aldus De
Wever en andere VOKA-volgelingen, want net in een recessie moeten we
ondernemers meer winsten laten maken. Wie dat kapitalistische mechanisme
verstoort die zal daar uiteindelijk zelf onder lijden, zo luidde de
riedel die eindeloos herhaald werd door zowat alle rechtse opiniemakers.
De VRT gaf, net als zowat alle andere media, in de dagen voorafgaand
aan de staking hoofdzakelijk informatie over de hinder die men mocht
verwachten op de stakingsdag. Dat wil zeggen: ze organiseerde de
berichtgeving enkel vanuit het standpunt van zij die niet staken.

Die laatste categorie, zo werd ook op 24 november zelf voortdurend
beklemtoond, is van groot belang. Immers, dit zijn mensen die hun recht op werken willen uitoefenen tegenover (en in conflict met) het recht op staken van de anderen. Een staking zou hen dat recht ontzeggen, hen dan ook gijzelen – met zit niet om een hyperbooltje meer of minder verlegen dezer dagen – terwijl ze onschuldig
zijn. Meer nog, VOKA schilderde net hén af, in een advertentie die de
grenzen van het populisme weeral wat verlegde, als brave “papa’s en
mama’s” die door noeste arbeid in dienst van een ondernemer de toekomst
van hun kroost veilig stelden. Dat zijn dus de brave mensen, de stakers zijn de stoute mensen. En tot dat soort kindertaal is ons maatschappelijk debat dan ook herleid.



Foto: Sarah Wagemans

Dat motief van hinder en schade door stakingen domineerde de pers in
de aanloop naar de eerste stakingsdag. Het spreekt natuurlijk een soort
voor de hand liggende instant-logica aan: ik wil of moet gaan werken,
het treinpersoneel staakt en dus heb ik problemen. Die problemen zijn
veroorzaakt door het treinpersoneel, dat mij dus, in zekere zin, tot het
“slachtoffer” maakt van hun staking. En ja, inderdaad, het is niet prettig wanneer je in Luik-Guillemins vast komt te zitten wegens een vakbondsactie bij het spoor.

Deze instant-logica domineert de publieke opinie, ze organiseert de
doordeweekse vakbonds-bashing en ze is ook de basis voor
regeringsinitiatieven inzake minimale dienstverlening. Dat is vreemd,
want die logica is makkelijk te beantwoorden met een reeks eenvoudige
argumenten.

Wie door een spoorstaking “hinder” ondervindt om op het werk te raken beseft wellicht dat hij/zij afhankelijk
is van het spoorwegpersoneel. Met andere woorden: zijn/haar belangen
zijn dan afhankelijk van de belangen van de spoorweglui, en zijn/haar
functioneren hangt dan af van dat van het spoorwegpersoneel. Als het
spoorwegpersoneel met een probleem te kampen heeft, is dat meteen ook ons probleem, want ons eigen functioneren hangt ervan af. Het is dan ook in ons eigen belang dat het probleem van de spoorwegmensen opgelost geraakt, hun probleem is ook het onze geworden, en solidariteit is daarop het beste antwoord.

“Hinder” ondervinden van een staking is precies het “pedagogische” punt
ervan, het punt waarop men tegenover de “slachtoffers” van de staking
kan uitleggen hoe het komt dat zij slachtoffer zijn van iets wat in
eerste instantie de zaak van iemand anders lijkt te zijn. Het toont
precies aan hoe in een samenleving zoals de onze allerhande rollen en
functies afhankelijk zijn van mekaar, hoe het adequaat vervullen van de
ene functie het vervullen van andere functies mogelijk (of onmogelijk)
maakt, en hoe maatregelen gericht tegen één onderdeel van de samenleving
meteen effecten hebben op andere delen ervan, ook al waren ze niet
daarvoor bedoeld. De zware besparingen bij de NMBS – om ons voorbeeld
nog even door te trekken – zijn dan ook niet enkel een probleem voor de
spoorwegbonden: ze zullen een effect hebben op de gehele samenleving.
Als de spoorbonden daar tegen in actie gaan, dan voeren ze die actie ook voor alle onrechtstreeks getroffenen. Alweer: het beste antwoord hierop is solidariteit.

Het duidelijkste voorbeeld van deze onderlinge afhankelijkheid en
samenhang is uiteraard de relatie tussen werkgever en werknemer. Wanneer
de arbeiders in een fabriek tot staking overgaan, dan produceert die
fabriek niets en maakt de werkgever geen winst. De fabriek heropstarten
zonder werknemers is uiteraard geen optie, en dus is de werkgever
afhankelijk van zijn/haar werknemers om tot resultaten te komen. In de
weken voor de staking hoorde men de VOKA- en UNIZO-CEO’s vaak praten op
een manier alsof hun bedrijf best wel zonder werknemers zou voort
kunnen. Prima, dat het het dan maar proberen, zou ik zeggen, en dat ze
het daarna maar gaan uitleggen bij hun aandeelhouders. Want zo eenvoudig
is dat niet.

Dat bleek al de dag na de staking. Want dan stonden ze te drummen om hun beklag te doen over de “schade” die “ONZE” economie
had geleden. In Limburg becijferde VOKA die schade op 6,5 miljoen.
Wiens miljoenen zijn dat? Wiens schade? Het gaat hier om omzetverlies,
dus om verlies voor bedrijven, niet voor de samenleving in haar
geheel. Het woordje “onze” moeten we hier dus heel erg letterlijk
nemen: wanneer VOKA spreekt over “onze” economie spreken ze echt over
een economie die van hen is: over hun omzet en hun winsten. Als ze klagen, dan klagen ze over hun
verliezen door een staking, over de effecten daarvan op hun
jaarrekeningen en dus op de bonussen van hun CEO’s. En wanneer ze, zoals
de radiatortycoon Jos Vaessen, hun misprijzen uiten over het enorme
“imagoverlies” dat door de staking is aangericht, dan gaat dit over het imago van bedrijven, niet het imago van het land, van de regio of van de werknemers. Zij
zitten met een probleem, want investeerders kijken nauwgezet naar de
manier waarop een bedrijf omgaat met sociale conflicten. Een bedrijf
waarin geregeld gestaakt wordt is een bedrijf dat moeilijk investeerders
zal vinden. De beleggers zijn nu eenmaal de keizers van de status-quo.
Het imagoprobleem is dan ook niet een zaak die stakers moeten oplossen:
het is een probleem voor ondernemers.

Een staking is een succes wanneer ondernemers dit aan hun kant
van het bed voelen. Er moet hinder zijn, en er moet economische schade
zijn. Een staking is een bijzonder zwaar middel, dat slechts mondjesmaat
mag en kan ingezet worden. Het geeft immers de ware verhoudingen in al
hun lelijkheid weer: het feit dat geen ondernemer winst kan maken zonder
werknemers, en dat die winst moet gemaakt worden met personeel dat
tevreden is en zich met het bedrijf verbonden weet via duidelijke
afspraken. Worden die condities doorbroken, dan verliest de ondernemer
de greep over het bedrijf. Uit de reacties van ondernemers vandaag maak
ik op dat minstens sommigen onder hen dit nu eindelijk begrijpen, en het
is te hopen dat ook zij nu, via hun Wetstraat-toeters VOKA en UNIZO,
zullen aandringen op ernstig sociaal overleg.

Een Vakbond-Plus

In dat sociaal overleg staan ze nu tegenover een “Vakbond-Plus”. De
afgelopen jaren kregen de vakbonden voortdurend klappen. Elke staking,
zeker van het spoor, lokte een golf van verhitte vakbonds-bashing uit,
en dit genre is inmiddels een vast gegeven geworden op alle publieke
fora. De Dexia-crisis hakte in op het ACV, dat zich zelfs genoodzaakt
zag personeelsleden af te danken. En zeker, maar niet enkel, vanuit de
hoek van N-VA werd salvo na salvo aan klachten en schandaaltjes richting
Leemans en De Leeuw geschoten. Het sociale overleg raakte dankzij
steeds arroganter standpunten van het patronaat geregeld in de knoop, en
met “bevriende” partijen in de regering had men aan de top ook nogal
vaak het gevoel dat het gaspedaal van de actie met de grootste
spaarzaamheid bediend moest worden. Ook al was de basis vaak zeer
onrustig, en ook al is actie een chronisch gegeven (en een noodzaak) in
diverse sectoren – denk maar aan het personeel van de gevangenissen. De
vakbonden zagen er niet goed uit.



Foto: Sarah Wagemans

Gisteren beleefden de vakbonden echter een tweede hoogdag. Het
overdonderende succes van 6 november, toen één van de grootste
betogingen door Brussel trok, werd verdergezet in een zeer succesvolle
staking die duizenden bedrijven stil legde, incluis één van ‘s werelds
grootste havens. De bonden hebben opnieuw vleugels gekregen, hun leiders
een nieuwe adem, en je zou Leemans en De Leeuw gisteren moeten gezien
hebben op het podium van De Roma: glunderend, eensgezind, strijdvaardig
en blakend van zelfvertrouwen, met een achterban die hen volgde en
duidelijk te kennen gaf dat dit een strijd is voor meer dan wat
knikkers, en dat die strijd gewonnen zal worden.

Zowel Leemans als De Leeuw (Vercamst was afwezig) maakten expliciet
melding in hun speeches van de bijdrage die werd geleverd door Hart
boven Hard. Zowel op 6 november als op 24 november bleek die jonge en
frêle organisatie (die nu al ruim 1000 verenigingen groepeert uit
allerhande sectoren in de samenleving) bij machte om te mobiliseren, de
kieren en scheurtjes tussen de verschillende deelnemende bonden en
partijen te dichten, en zelfs nog wat meerwaarde te bieden ook. Laat me
daarover een paar dingen zeggen, en hierbij moet ik het even via de
autobiografie spelen.

Ik kreeg een goeie week geleden de vraag vanuit Hart boven Hard om
samen met een aantal “BV’s” in de vroege ochtend piketten te gaan
bezoeken. Het startpunt van Hart boven Hard was de sector van kunst en
cultuur. En dus bevond ik mij om 5.30 ‘s ochtends in het gezelschap van
onder andere AKO-literatuurprijswinnares Joke van Leeuwen, de stand-up
comedian Nigel Williams, de Antwerpse rap-scene vertegenwoordigd door
Slongs Dievanongs en Scale, en de ontwerpster Rachida Aziz. Met
uitzondering van Nigel had ik niemand van deze mensen ooit ontmoet. We
reden, voorzien van een cameraploeg en een geluidswagen met grote boxen,
naar Zwijndrecht waar een groot piket de toegang tot dat deel van de
haven afsloot. Daar deden we elk heel kort ons ding: Slongs en Scale
rapten, en Nigel, Rachida, Joke en ik hielden een korte toespraak. Dat was
allemaal nogal onwennig aanvankelijk, maar het verbazende was hoeveel
geloofwaardigheid we van die stakers haast a priori kregen. We
waren welkom, en wat we deden werd geapprecieerd. Onze boodschap was
immers: jullie staan niet alleen, er staan duizenden gewone burgers
achter jullie, en jullie probleem – zie eerder – is ook het onze.

Vanuit Zwijndrecht reden we naar het industriepark van Wommelgem, waar
we op twee plaatsen ons ding deden. Op één van de piketten ging onze
performance spontaan over in een luide Internationale gezongen door de
arbeiders. En tegen dan had ik mijn medereizigers al goed leren kennen.
Persoonlijk: Joke, Slongs, Scale, Nigel, Rachida, jullie zijn stuk voor
stuk kanjers en ik ben dankbaar dat ik jullie nu met de voornaam mag
aanspreken. Meer algemeen: ik begon een andere vorm van sociale actie te
zien, waarin precies het isolement van vakbonden als sociale
actiemachine wordt doorbroken door een middenveldbeweging die er een
soort “plus” aan toevoegt – de vakbond PLUS grote segmenten van de
samenleving, die nu allemaal zichtbaar en mét mekaar tot de actie
overgaan. Diverse vakbondsmensen droegen trouwens badges en stickers van
Hart boven Hard – de industriële en de sociale kant van de strijd zijn
eigenlijk één front geworden.

De gevolgen: Nog veel meer hinder

Dit heeft verschillende gevolgen. Ten eerste: het heeft de agenda van het sociaal protest
verruimd. In een eerdere tekst over de betoging van 6 november,
vermeldde ik een kleine twintig grote slogans die in de betoging werden
meegedragen, en die liepen van koopkracht over onderwijs en zorg tot het
lot van de sans-papiers en van het klimaat. De agenda van het protest
is effectief een samenlevingsmodel geworden – iets
fundamenteels dat niet door een paar technische ingrepen kan opgelost
worden – en ook Leemans en De Leeuw bevestigden dit gisteren in De Roma.

Ten tweede, deze synergie tussen vakbonden en burgerbeweging zorgt voor een grote veelzijdigheid in actievormen. Onze bescheiden tournée
langsheen stakingspiketten heeft precedenten – Jon Lundström,
Katastroof en Wannes Van de Velde deden het ons voor in Antwerpen – maar
is niettemin zeldzaam. Een beweging die op zoveel fronten aanwezig is
kan op al die fronten actie voeren op heel bepaalde manieren, en kan
daarbij middelen en talenten mobiliseren die anders moeilijk te vinden
zijn. Men krijgt niet alle dagen een AKO-prijswinnares op een
stakingspiket in de Antwerpse haven.

Ten derde, het schept ook duurzaamheid in de acties.
Aangezien er nu een zeer brede en fundamentele agenda op tafel ligt,
zal dit protest niet ophouden wanneer de indexsprong met twee jaar wordt
uitgesteld, of wanneer er overgangsmaatregelen inzake de
pensioenleeftijd van politiemensen worden genomen. Daar is veel meer
voor nodig. En één concreet en zeer belangrijk resultaat van Hart boven
Hard, in deze prille fase van haar bestaan, is dat de flow van
informatie tussen de diverse actoren in dit brede front op gang is
gekomen, en dat we nu op de hoogte raken van problemen bij bepaalde
groepen waarvan we ons anders slechts met grote moeite bewust van zouden
worden. Dat is pure winst. Onze overheid kijkt dus tegen een steeds
beter, breder en dieper georganiseerd front aan, dat niet snel tevreden
zal gesteld worden. Haar probleem is dus ook niet alleen een probleem
met de vakbonden meer.



De fietseling van Hart boven Hard in Antwerpen

Ten vierde, het schept een pluralistisch platform waarin
groene, blauwe en rode jasjes welkom zijn naast allerlei partijkleuren
en andere emblemen van ideologische of maatschappelijke identiteit. Het
was hartverwarmend te zien dat Yasmine Kherbache dezelfde piketten
afliep als Peter Mertens, en dat Meyrem Almaci op de foto kwam met
havenarbeiders op een piket aan de Noorderlaan. Het is even
hartverwarmend te zien en horen dat mensen uit de homorechtenbeweging,
de allochtone organisaties en de Christelijke seniorenbeweging schouder
aan schouder meelopen in het sociale protest. En nog leuker om zien is
dat niemand bij zo’n gelegenheden vraagt naar de politieke kleur of
kaart die men heeft. 

De vakbond kan dus bij het eind van de maand november 2014 met een
gerust geweten vooruitkijken. In die maand heeft ze de steun verworven
van een brede burgerbeweging. En die beweging kan verrassen: ze is zeker
mee aansprakelijk voor het succes van 6 november, en ze was gisteren
ook in staat om zo’n 600 Antwerpse fietsers van allerlei kleur en aard
doorheen Antwerpen te laten trekken, in weerwil van (en met de grootste
minachting voor) de dreigende wapenstokken, waterkannonen en
politiehonden.

De overheid heeft nu te maken met een Vakbond-Plus. Ze heeft er dus
sedert deze maand een probleem bij. Ze kan nog een hele hoop “hinder” en
“schade” verwachten, en niet enkel van de dokwerkers, zelfs niet alleen
vanwege de vakbonden. Ze heeft het aan de stok met een veel en veel
groter ding: grote delen van haar eigen samenleving, waarmee ze alle
voeling heeft verloren en van wie ze dus enkel een hoop ellende mag
verwachten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!