Falen is geen optie

Falen is geen optie

dinsdag 18 november 2014 10:20

‘Ooit geprobeerd. Ooit gefaald. Geen probleem. Probeer opnieuw. Faal opnieuw. Faal beter.’ (Samuel Beckett)

De
KU Leuven wil hoogdringend ‘de bar slechte slaagcijfers optrekken’. Studenten
die voor minder dan 30 procent van hun studiepunten slagen, zouden hun opleiding
niet meer mogen verderzetten. Een
op het eerste zicht omstreden voorstel, gezien de veelheid aan reacties uit
voorspelbare en minder voorspelbare hoek. Toch
heeft dergelijk voorstel weinig verrassends in petto, in een tijdperk waarin
presteren en succes de sleutelwoorden zijn.

Falen
is alweer een tijdje uit de mode.

Ooit,
niet eens zo belachelijk lang geleden (ik kan het me namelijk nog vrij levendig
herinneren), ging leren logischerwijs gepaard met fouten maken. De bal
misslaan, uit de bocht gaan, met je domme kop tegen de muur knallen, het maakte
deel uit van het proces dat we leren noemden. Zolang
je maar leerde uit je fouten en je op een gegeven moment wist te herpakken, was er bijna niemand
die van mening was dat je bij de eerste poging had moeten slagen.

De
foutmarge die we opgroeiende mensen toestaan, is inmiddels behoorlijk krap
geworden. Al dat aanmodderen en falen kost namelijk handenvol geld. De
argumentatie is dan ook dat we als samenleving niet moeten opdraaien voor de
leeghangers, de losers, de feestbeesten. Weet
je wel wat ons dat kost, zo’n mislukkeling van een student? Nee
echt, paal en perk moeten we stellen aan het gehang en het gelanterfant. En aan
de dommigheid, dat ook.

Ledigheid
en mislukken zijn de taboes van deze tijd.

Kinderen fouten laten maken is essentieel in een leerproces. Wie een peuter wil zien stappen, die weet dat het kind eerst veel zal moeten vallen. Ooit
was de kleuterklas een plek om te spelen en te prutsen. Sinds kort moeten zelfs
vierjarigen leerdoelen nastreven. We kunnen kinderen niet jong genoeg beginnen
klaarstomen voor de arbeidsmarkt, een kwestie van return on investment.

Mensen
zijn kostenposten geworden. Van de kraamkliniek en de kinderopvang tot het
pensioen en de ouderlingenzorg. Elke cent die u en ik kosten, wordt berekend,
omgedraaid en herberekend. We zijn een last, een last waar men liefst een
aftrekpost van maakt.

We
zijn naar mensen gaan kijken als naar spaarvarkens. Wat je erin stopt, moet er
ook onverdeeld weer uitkomen. Debet en credit moeten keurig in evenwicht.
Wandelende investeringen zijn we, die maar beter snel en genoeg kunnen
renderen.

Opbrengen
is werken en werken zullen we. Dus moeten onze kinderen leren om te werken.
Zoveel en zo lang mogelijk. Voor de duidelijkheid: met werken bedoelt men niet
“kinderen opvoeden”, “tuinieren”, “kerstkaarten verkopen voor Unicef” of “zieke ouders verzorgen”. Werken betekent
in deze dat we ons ten dienste stellen van de samenl…, euh, economie. Betaalde
arbeid dus. Wij zijn arbeidskrachten. Onze kinderen zijn arbeidskrachten in
wording.

Zoekende
jongeren, die hun motivatie om in een dergelijk systeem mee te draaien niet
vinden, zijn afvalligen, lastposten, losers. Logisch dus dat ze vriendelijk,
maar kordaat worden aangemaand ons zuur verdiende overheidsgeld niet langer te
verkwisten.

Nachtenlang
aan de toog hangen en naar huis waggelen met een volstrekt nieuw
samenlevingsmodel op zeven bierviltjes gekrabbeld? Niet nuttig. Een satirisch stuk
geschreven in het studentenblad? Irrelevant. Een jaar je animo verloren aan
hartezeer omdat je lief er vandoor ging met je beste maat? Pech. Overweldigd
door de vrijheid en de stedelijke prikkels na jarenlang opgroeien in een
boerengat? Had je maar wat meer discipline moeten aan de dag leggen.

Wat is er geworden van de maatschappelijke opdracht van het onderwijs? Was het niet de taak van ons onderwijs om
iedereen, ongeacht zijn of haar sociale
afkomst, de kans te geven om zich te ontplooien? En hoe kijken we naar dat ontplooien? Ontplooien mensen zich enkel nog door te studeren en te slagen? Slagen aan de universiteit heeft overigens niet alleen met kennis en discipline te maken, maar ook met attitude, motivatie en inzicht in je eigen vaardigheden. Dingen die de ene student al wat sneller oppikt dan de andere. 

Wie
beweert dat jongeren niets leren wanneer ze niet slagen in het hoger onderwijs,
die vergist zich volgens mij. Leren discussiëren, leren dat je van te veel Duvel
of bessenjenever bijna doodgaat, leren dat de liefde tijdelijk is, leren dat
ook docenten en professoren soms dwalen, leren je weg vinden en je plan
trekken, leren dat je nog lang je plan niet kan trekken en daar iets aan doen,
zij het met vertraging.

Wat
problematisch is, is niet zozeer dat men wil bezuinigen, maar wel met welk
mensbeeld in het achterhoofd men bezuinigt. Dat mensbeeld is een keuze, geen vast
gegeven.

Geef
kinderen en jongeren wat speeltijd, wat ruimte om te knoeien en te leren
wat het leven is en kan worden. Wij en zij zullen er wel bij varen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!