Foto: Frederic Sadones
Opinie -

De post-betogingsblues

Op 6 november 2014 trok één van de grootste betogingen uit de recente geschiedenis van dit land door Brussel. Ruim 120.000 burgers van allerlei slag en pluimage gaven gehoor aan de oproep van de drie grote vakbonden om luidkeels te protesteren tegen het beleid van de regering-De Wever. Wat viel er allemaal te zien? En wat werd er allemaal over beweerd? Enkele post-betogingsbedenkingen die het nuttige van het nutteloze moeten scheiden.

vrijdag 7 november 2014 13:39

Burgers presenteerden zich als individu of als lid van één van de honderden verenigingen die zich lieten zien tijdens de betoging. Dit feest van de democratie werd ontsierd door een kleine groep herrieschoppers die rond het Zuidstation tot geweld en vandalisme overgingen, en de doelgerichte geweldsescalatie van de politie die erop volgde zorgde ervoor dat de berichtgeving gedomineerd werd door dramatisch geweld – “Brussel brandt”. Vele demonstranten hielden daaraan een kater over.

De poging tot kaping

De focus op het geweld is een poging tot kaping van een enorme
democratische manifestatie. Ze ging uit van de overheid – Jan Jambon is
minister van Binnenlandse Zaken en dus verantwoordelijk voor de “orde”
in dit land – en de media. Kaping staat hier immers voor het in beslag
nemen van datgene wat een reuze-evenement zoals deze betoging betekent
in de publieke en politieke opinie. Die poging is deels gelukt: de
nieuwsuitzendingen van gisteravond toonden hoofdzakelijk geweld, en de
krantenkoppen vandaag concentreren zich ook daarop.

Het Laatste Nieuws
toont bijvoorbeeld negen foto’s van de rellen en geen enkele
van de betoging zelf.

De heer Van Thillo staat natuurlijk niet bekend
voor zijn progressieve reflexen. Bovendien verschafte het geweld een
prima alibi om Jan Jambon centraal te stellen in de commentaren
achteraf, en dat dwong de vakbondsleiders tot defensieve communicatie
over iets wat enkel als een overweldigend succes kan worden beschouwd.
Het lijdt geen twijfel dat de aangerichte schade zal aangegrepen worden
om degenen die eisen dat vakbonden rechtspersoonlijkheid hebben een
nieuwe adem te geven.

De structuur van de rellen begint stilaan vorm te krijgen. Antwerpse
havenarbeiders gingen over tot vandalisme; hierop kwam een overreactie
vanwege de oproerpolitie, wat dan tot de verwachte escalatie leidde met
havenarbeiders, vergezeld van een aantal infiltranten van politie en
extreemrechts, in een veldslag met de oproerpolitie. De toevallig
samengetroepte pers smulde ervan.

Volgens La Dernière Heure was één van de “gearresteerde” havenarbeiders een bekend politie-infiltrant; extreemrechtse infiltranten werden herkend door linkse activisten.

Dit zal allemaal wel ontkend worden. Maar het is zeer merkwaardig dat
een update die ik hierover op Facebook plaatste, met een getuigenis van
mijn zus die woont daar waar de veldslag plaats vond en foto’s nam,
plots verdween van mijn tijdlijn en van die van andere mensen die de
update hadden gedeeld. Ook de doelgerichte escalatie van de politie
verdient meer aandacht, en zelfs een paar parlementaire vragen. Want een
kleine groep zogenaamd dronken demonstranten kan men op allerlei
manieren tot bedaren brengen zonder daarvoor het waterkanon, de
wapenstok en traangas te moeten aanspreken.

Er zijn echter twee punten die van groter belang zijn.

Eén: we leren dat geweld een deel zal zijn van deze hete herfst. In
zoverre de Antwerpse havenarbeiders effectief aansprakelijk zijn voor de
rellen, hebben ze hun visitekaartje afgegeven. Deze regering wil de
Wet-Major, die het arbeidsstatuut van de havenarbeiders beschermt,
“evalueren” – een eufemisme voor “afschaffen” – en lijkt te vergeten dat
het statuut van havenarbeiders op straat is afgedwongen, in talloze
demonstraties waarbij het vaak tot knokken kwam. De havenarbeiders
hebben duidelijk gemaakt dat ze bereid zijn om dit statuut met de
grootste heftigheid te verdedigen; wie hierop de aanval wil inzetten, begeeft zich dan ook in een gevarenzone. Het is niet ondenkbaar dat de
Wet-Major enkel kan worden afgeschaft wanneer men daar de prijs van
talloze zware rellen, sabotage en verlammende stakingen wenst te
betalen. Het afschaffen van die wet zal dan ook enorme economische en
politieke schade toebrengen.

Twee: de poging tot kaping kan slechts lukken in zoverre wij zelf dat
toelaten en mogelijk maken. We staren ons toch zo blind op wat de media
over ons vertellen. We gaan daarbij voorbij aan het feit dat deze zelfde
media al weken voor de demonstratie, met een climax in de aanloop
ernaar, volkomen negatieve beeldvorming hebben geproduceerd over wat zou
gebeuren en wat het zou betekenen.

Media kleuren negatief

Er werden idiote polls gehouden op zowat alle grote media, met een
uiterst doorzichtige communautaire en “democratische” agenda
(“meerderheid Vlamingen tegen betoging”, “1,5 miljoen Vlamingen gewoon
aan het werk”), de manifestatie werd overwegend vanuit het standpunt van
hinder voor niet-betogers beschouwd, en lieden die betogingen
per definitie als “ondemocratisch” zien (want, tja, bij de verkiezingen
is er een meerderheid gevormd, nietwaar, en democratie houdt daar en dan
op) kregen veel meer mediaruimte dan mensen die een tegenstem lieten
horen. Karel Van Eetvelt leek de afgelopen dagen wel in de VRT-gebouwen
te wonen.

Dat de media de fijn georkestreerde rellen dan ook dankbaar zouden aangrijpen om ook de uitkomst
van de demonstratie negatief te kleuren, was dus nogal voorspelbaar.
Meer nog: het is net het overweldigende succes van deze manifestatie dat
moest worden verkleurd tot een antidemocratische ramp door media – wier media, nietwaar? – die dit scenario al wekenlang in schetsen hadden
gezet. De focus op de rellen is dan ook – paradoxaal – een signaal dat
de betoging een gigantisch succes was. Zo’n succes dat zij die dit
vervelend vinden erg bang geworden lijken te zijn en nu al, bij het begin van de hete herfst, tot extreem verdraaide beeldvorming moeten over gaan.

Die extreem verdraaide beeldvorming heeft enkele doelen. Voor de hand
liggend is de bedoeling om de politieke boodschappen van de demonstratie
uit het zicht te houden; daarop kom ik straks terug. Even voor de hand
liggend is de bedoeling om de vele duizenden brave en ongebonden mensen
die gisteren mee marcheerden door Brussel angst in te boezemen, zodat ze
bij een volgende gelegenheid voorzichtigheidshalve thuis blijven. De
“vakbondsbetoging” was immers veel ruimer – ja, de vakbonden
vormden de ruggengraat van de betoging, maar het is het grote aantal gewone burgers
dat de cijfers tot onvoorspelbare hoogten joeg. En dat is vervelend voor
de autoriteiten, want het maakt de zaken minder duidelijk.

Als het enkel leden van de vakbond zouden zijn geweest die opstapten in
de mars, dan hoeft men enkel met de vakbonden te praten en kan men hen
ook isoleren, en als geïsoleerde partij discrediteren. Nu ligt dat veel
moeilijker: de Brusselse politie meldt bijvoorbeeld dat twee
gearresteerde relschoppers niets met de vakbond te maken hebben.
Dat verstoort een proper en duidelijk scenario: de rechtse en
revolutionaire regering tegen de linkse en conservatieve vakbonden, die
zich daarenboven niet aan de democratische regels houden. 

De 120.000 waren veel diffuser en complexer als geheel en als stem, en dat gooit roet in het eten.

De boodschap is dan ook: blijf vooral komen, demonstreer vooral mee de volgende keren. Voer actie waar je ook kan, en maak duidelijk dat het
verzet tegen deze regering veel breder wordt gedragen dan door de
vakbonden. Het is dat wat deze regering in de problemen brengt, en dat
hun analisten de komende weken zal bezighouden: wie zijn die andere
kiezers die meestapten? En hoeveel schade kunnen ze ons berokkenen? En
ja, dit hebben we volkomen zelf in handen. 

Men probeert ons angstig te maken, want we haten geweld en komen niet naar Brussel om traangas uit de ogen te wrijven. En we moeten de volgende dag gaan werken, en schrammen of een hersenschudding opgelopen tijdens een betoging worden niet gewaardeerd door onze baas. Men probeert er zo voor te zorgen dat volgende keer enkel nog de vakbond de straten vult, en geen bredere, onvoorspelbare en dus gevaarlijke burgerbeweging. Dit zal maar lukken wanneer we toegeven aan die angstreflex. Wanneer we de strategie erachter begrijpen wordt dat misschien makkelijker.

De onvoorspelbare burgerbeweging

Ik heb ruim vier uur stationair staan observeren gisteren, vanop de
stand van Hart boven Hard aan de ingang tot het Brouckèreplein. De bottleneck
in het parcours op dat punt zorgde ervoor dat ik de verschillende
geledingen en lagen van de betoging rustig kon bekijken. En wat zag ik?
Een zeer breed geheel aan politieke boodschappen tegen het huidige beleid. Ik geef een overzicht.

Ik zag vanzelfsprekend (1) heel wat borden en spandoeken waarop de
indexsprong en de verhoogde pensioenleeftijd op de korrel werden
genomen. Maar dat deze slogans domineerden durf ik niet zeggen.

Want ik
zag ook (2) protest tegen de verhoging van de inschrijfgelden in het
hoger onderwijs – er was een zeer grote aanwezigheid van jongeren en
scholieren in de betoging;

(3) protest tegen de kaalslag in de kunsten-
en cultuursector;

(4) protest tegen het tewerkstellingsbeleid van de
overheden;

(5) en de flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden en

(6) de
dreigende werkloosheid voor vele mensen, vooral jongeren;

(7) de
verlaging van allerhande uitkeringen en

(8) de verhoging van de
persoonlijke uitgaven in de zorg, de geneeskunde, onderwijs en
nutsvoorzieningen. Er waren bijvoorbeeld delegaties van Ocra – de
senioren – en van zorginstellingen en mutualiteiten.

(9) Verzet tegen
aanvallen op het stakingsrecht en andere sociale rechten.

Verder (10)
uitgebreid protest tegen de fiscale ongelijkheid, en de inkomenskloof,
samen met (11) oproepen voor meer herverdelende maatregelen;

(12)
aanvallen op de grote fortuinen die veilig buiten het bereik van de
overheid gehouden worden, en waarvoor Minister Van Overtveldt
merkwaardig genoeg heel weinig belangstelling lijkt te hebben;

(13)
aanklachten inzake het extreemrechtse, racistische, antidemocratische en
arrogante karakter van regeringsleden zoals Theo Francken en –
prominent als niet-regeringslid – Bart De Wever, soms gekoppeld aan (14)
eisen inzake respect voor migranten, rechten voor sans-papiers en meer
gendergelijkheid;

(15) scherpe klachten over de afwezigheid van
milieu-, klimaat- en duurzaamheidsbeleid;

(16) oproepen voor een meer
duurzame en peer-to-peereconomie en (17) de afbouw van ons militair
potentieel, de nucleaire industrie, voor solidariteit met Gaza, en (18) voor
wereldvrede.

Ten slotte viel de frequentie op waarmee de woorden “toekomst” en “alternatief” werden gebruikt; men is het niet eens met het toekomstperspectief dat onze regeringen ons voorleggen. Men wil een alternatief.

(19) Ikzelf en enkele anderen – in de marge – demonstreerden voor
respect voor artikel 23 van de Belgische Grondwet – het artikel over het
“menswaardig leven” dat onze bestuurders ons moeten verzekeren, en dat
ze zelf niet blijken te kennen.

Dat is een hele boterham. En we zien dat de betoging niet
enkel tegen het beleid van de Federale Regering gericht was, maar
evengoed tegen het beleid van de deelregeringen en de EU, tegen het
grootkapitaal en haar privileges, en tegen het democratische deficit dat
deze regeringen tentoonspreiden en lijken te koesteren. Als men dit
geheel overschouwt merkt men dat de aanklacht die uitging van deze
manifestatie het samenlevingsmodel was waarin deze nieuwe
rechtse regeringen ons wensen te storten, en dat herverdeling en
solidariteit vervangt door kosten-batenanalyses, zelfzucht en
concurrentie. Dit is de rode lijn die doorheen heel uiteenlopende
slogans, eisen en aanklachten liep.

Het is van belang dat we dit onthouden: dit was niet alleen een “vakbondsbetoging” die een bepaalde onderhandelingsagenda gestalte moest geven; het was een veel breder burgerverzet
dat een ruimere en meer fundamentele agenda uitdroeg: we verwerpen geen
details van de regeerakkoorden, maar wel de diepere en ruimere
uitgangspunten die eraan ten grondslag liggen. We willen geen
“performante economie”, wel een “performante samenleving”. We
hebben daar elk zo onze redenen voor, en ze zijn allemaal goed,
rationeel en onderbouwd. Maar het is de onderliggende idee die van het
grootste belang is.

Goed zo, we zijn een probleem

Wie vandaag De Wever en zijn clan beluistert, stelt vast dat de
machthebbers in dit land te allen prijze de demonstratie en haar
boodschappen wensen te reduceren tot een spel tussen overheid en
vakbonden. Zo zegt De Wever dat “de vakbonden nooit een alternatief
aanreiken”. We hebben gezien dat de betogers dat wel deden, en
op heel wat fronten en rond heel wat thema’s.

De regeringen zullen
verder trachten de agenda van het verzet te vernauwen tot kleine
concrete zaken: de datum van invoering van bepaalde maatregelen inzake
koopkracht en pensioen, overbruggingsmaatregelen allerhande, een kleine
verhoging of verlaging van bepaalde heffingen, besparingen en
uitkeringen.

Ook dat hebben wij volkomen zelf in handen: het is aan ons om de
ruimere en diepere kwesties te blijven beklemtonen en ze met de
regelmaat van de klok te blijven herhalen. Want overgangsmaatregelen en
minuscule toegevingen kunnen snel als gigantische victorie verkocht
worden (“we zijn de meest sociale regering ooit!”), terwijl de diepere
structuur van de samenleving toch verder fundamentele schade lijdt.

Verzet tegen die diepere ingrepen is niet gewenst, en de regeringen
hebben er geen antwoord op. Daarom zijn we een probleem, en dat
is prima: we zullen maar tevreden zijn wanneer fundamentele
koerswijzigingen worden ingezet. Als wij sneller tevreden zijn, en
juichen om puntjes na de komma, dan wint het regime dat zich in de
Wetstraat heeft geïnstalleerd.

Het fenomenale succces van de betoging van 6 november 2014 heeft ons
dus met een verantwoordelijkheid opgezadeld. Wij zijn in staat om er een
historische betoging van te maken, net zo goed als we in staat
zijn om ze een voetnoot te laten blijven.

Als de betoging de start is
voor een brede en meervormige beweging, die blijft bewegen, dan
winnen we deze strijd. De tegenpartij zal dat op alle mogelijke
manieren pogen te verhinderen.

De focus op geweld en de jacht op het
angsteffect, het herleiden van de deelnemers tot de vakbonden, de
reductie van de eisen en klachten tot kleine technische kwesties: dat
zijn de geijkte technieken die daarvoor worden gebruikt, en onze media
zullen hun vulgaire rol blijven spelen door telkens weer die technieken
alle ruimte te geven. Maar nogmaals, dat werkt slechts in zoverre wij
ons daardoor laten beïnvloeden en door het kleine het grote niet meer
willen zien. De bal ligt in ons kamp. Of beter gezegd: de macht ligt nu bij ons.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!