“De aap komt uit de mouw”

“De aap komt uit de mouw”

donderdag 6 november 2014 16:04




“Nu komt de aap uit de
mouw”, moeten veel mensen gedacht hebben toen ze lazen dat de diefstal waarvan Yassine Channouf ten onrechte beschuldigd werd (zie zijn verhaal op DeWereldMorgen), mogelijks gepleegd werd door zijn broers. Mensen van zeer uiteenlopende politieke strekkingen of
overtuigingen namen het de laatste dagen voor Yassine op en reageerden
oprecht verontwaardigd na het aanhoren van zoveel onrecht. Maar het feit dat de
misdaad mogelijks gepleegd werd door twee van Channoufs familieleden (zie berichtgeving van De Standaard op 29/10/2014), maakt het
geval meteen veel minder erg. De oorspronkelijke boosheid van veel van die
mensen zou wel eens snel afgezwakt kunnen worden. Het parket zat er dan mogelijks
toch zo ver niet naast. En dat is precies wat het Openbaar Ministerie wil
bekomen.

“Meneer heeft alle rechten genoten” 

Door op het
geschikte ogenblik met onthullingen over het onderzoek te komen, leidt het de
aandacht op een gewiekste manier af van de essentie: namelijk dat Channouf door
zowel politiemensen, de onderzoeksrechter en cipiers onwaarschijnlijk
respectloos behandeld werd. Het parket ziet ook geen probleem: “Meneer
Ya.C. heeft alle rechten genoten waarin onze rechtsstaat voorziet” (zie dS 29/10/2014). Dat nagelaten werd om
alibi’s te checken, en in het aanhoudingsbevel gesproken wordt over “een
ernstig gevaar tot recivideren” terwijl de persoon in kwestie geen enkel
feit op zijn strafblad heeft staan, wordt met geen woord gerept.

Dat de man
zowel tijdens als na zijn aanhouding geconfronteerd werd met een totaal gebrek
aan empathie en menselijkheid, blijft buiten beeld. Zo werd het recht op een
wandeling hem tijdens zijn verblijf in de gevangenis hem zomaar en zonder reden
ontnomen; kreeg hij noch in de cel, noch tijdens verhoren een glas water en
sprong geen enkele cipier voor hem in de bres wanneer hij vroeg om een
telefoontje te kunnen plegen naar een familielid om te laten weten dat hij
vrijgelaten werd.

Selffulfilling prophecy 

Nog niet zo gek lang geleden werd
het woekerende racisme in het Antwerpse politiekorps aan de kaak gesteld (zie dS op 31/05/2014). Agenten van
allochtone origine getuigden hoe sommige autochtone agenten hen systematisch
weigerden de hand te schudden of met hen op patrouille te gaan. De vraag hoe de
federale politie degelijk en objectief onderzoek kan verrichten met een
dergelijke vooringenomen houding, dringt zich onvermijdelijk op.

Channouf
beschrijft pakkend hoe een bevooroordeelde en stigmatiserende aanpak een
vicieuze cirkel teweegbrengt: na een hele reeks (rechtstreekse en
onrechtstreekse) beledigingen wordt hij agressief en gooit een boterham in de
grond. “De stoppen sloegen door”, getuigt hij op DeWereldMorgen. Channouf wordt zo het schoolvoorbeeld van een selffulfilling prophecy: “De
aanvankelijk foute voorstelling van zaken roept een nieuw gedrag op waardoor
het oorspronkelijke foute concept waar wordt. Voor de voorspeller kan het
resulterende gedrag aangevoerd worden als het ideale bewijs dat hij van meet af
aan gelijk had” (zie o.a. Merton, R. in Social Theory and Social Structure, 1968).

Een simpele oplossing 

Nochtans is er
voor het probleem van wederzijds onbegrip een relatief simpele oplossing. Een
meer divers politiekorps naar etnisch-culturele samenstelling zou ervoor kunnen
zorgen dat mensen op een constructieve manier leren samenwerken, in plaats van
elkaar a priori negatief te bejegenen. Vooroordelen en negatieve wereldbeelden
zouden stilaan afgevlakt kunnen worden. Situaties waarbij cipiers en
politiemensen een impliciete ofwel expliciete afwijzende attitude aannemen
tegenover mensen van allochtone origine, zelfs wanneer die onschuldig verklaard
worden, zullen dan weliswaar niet helemaal verbannen worden, maar toch hopelijk
in frequentie afnemen. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!