Opinie -

Open brief aan Sven Gatz

De reacties op de besparingen in de cultuursector zijn niet mals. Ook Freek Mariën van de Nietjesfabriek kruipt in zijn pen. Hij dient de minister van repliek en besluit met een parabel van Het Nieuwe Vlaanderen. Het verhaal gaat over een opblaasbootje en een olietanker – en het loopt niet goed af.

donderdag 25 september 2014 10:22

Beste
Sven Gatz,

Er
moet worden bespaard.

Dat
is het mantra dat uw regering ten treure toe herhaalt. Dat
Nobelprijswinnaars economie in crisistijd net pleiten voor
investeringen, overstemt dat mantra blijkbaar niet.

Er
wordt bespaard op cultuur.

Een
zin die we al te vaak hebben gehoord. Nu gebeurt het drastischer dan
ooit. Bij organisaties uit het Kunstendecreet verdwijnt 7,5 procent
van het budget. Omdat de kunstenaar de perceptie tegen heeft.

Cultuur
vraagt maar een klein deel van het totale subsidiebudget van de
overheid. Het probleem is dat kunstenorganisaties consequent voor die
subsidiëring
(moeten) uitkomen. Dat is in andere sectoren niet het geval, terwijl
het daar
om veel
hogere bedragen gaan. Daar zitten uiteraard noodzakelijke subsidies
bij, maar er wordt ook geld in noodlijdende bedrijven gepompt,
waarvan vaak geweten is dat ze niet meer te redden zijn. Subsidies
als de palliatieve zorg van de economie. Maar zoek niet naar de
sticker Met
steun van de Vlaamse Overheid
op
uw Ford. Kunstenaars zijn verplicht de steun die ze krijgen te
vermelden. Maar doordat dit in economische sectoren niet verplicht
is, krijg je het vertekend beeld van de kunstenaar die leeft op de
kap van de belastingbetaler. Het is perceptie.

Daarenboven
wordt dit overheidsgeld buitengewoon efficiënt
gebruikt. Meer zelfs: subsidies in cultuur brengen op. Dat zeg ik
niet, dat zegt de Vlerick Management School. Dat zegt ook Jan Briers,
onlangs door de N-VA aangesteld als gouverneur. Met het kleine budget
wordt heel wat werkgelegenheid gecreëerd
en krijgen Vlaanderen en Brussel een sterk internationaal imago.
Vlaanderen is, dixit het regeerakkoord, “een
culturele topregio”.

Wat
betekent dat nu, die 7,5 procent? Voor een klein gezelschap betekent
dit stoppen, of hun enige personeelslid wandelen sturen.

Zonder
zakelijk leider worden ze plots een stuurloos schip. Met grote huizen
pleegt u contractbreuk door het toegekende budget meteen aan te
passen: hun samenwerkingen en contracten liggen al vast, dus gaan zij
2016 in met rode cijfers. Voor jonge makers komen er nog minder
kansen. De loonkost van de organisaties ligt hoger dan de subsidies,
dus zullen er mensen vertrekken.

“Er
komt geen Grote Sanering. (…)
Ik ga geen mensen op straat zetten. Ik ga de werkbaarheid en
levensvatbaarheid van ons verenigingsleven niet op het spel te
zetten.” Dat
zei u in uw eerste officiële
toespraak. Dat er mensen op straat zullen belanden is nu wel
duidelijk. U stelt ons gerust dat u verwacht dat de sector “ondanks
deze maatregelen” levensvatbaar
zal blijven. Als uw sector “levensvatbaar”
houden een
doel is, is er iets mis met uw ambitie. Alsof een dokter het al
genoeg vindt wanneer zijn patiënten
niet doodgaan.

Cultuur
in Vlaanderen is springlevend. Theaterzalen zitten vol, musea zijn
populair en festivals verkopen uit nog voor de ticketverkoop goed en
wel gestart is. Cultuursubsidies bestaan niet omdat er te weinig
mensen in geïnteresseerd
zouden zijn. Maar net als alle andere sectoren in België
kreunt
de sector onder een gigantische loonkost. En deze sector heeft, in
tegenstelling tot Ford Genk, niet de mogelijkheid om integraal naar
Azië
te
verhuizen.

Backing
the winners
”,
stelt het regeerakkoord tot doel. Maar deze bloeiende culturele
sector hoort blijkbaar niet bij die ‘winners’,
omdat er louter vanuit economische paramaters wordt gedacht. En wie
spreekt over ‘winners’,
zegt ook dat er ‘losers’
zijn.
Laten we daar even naar kijken.

Want
belangrijker en ingrijpender dan de economische impact, is de impact
die cultuur heeft op de samenleving. Aan de rijksuniversiteit van
Groningen werd alle onderzoek naar de waarde van cultuur bestudeerd
door een ploeg van sociologen, economen en psychologen (zie onderzoeksrapport).
Hieruit bleek onder andere dat mensen die aan cultuurprojecten
meedoen, fysiek en mentaal gezonder worden. Door hierin te investeren
kan je ineens op de gezondheidszorg besparen, zou je kunnen zeggen.

Wij
zijn geen slechte investering. Wij zijn winners. Maar wij geven wel
degelijk om de losers. Wij bieden meer aan de mensen dan geld. Wij
gaan voor die “solidaire,
warme samenleving”
die
u in uw regeerakkoord belooft, maar in uw maatregelen bestrijdt.

Omdat
u uiteindelijk minister van Cultuur bent, sluit ik af met een
verhaaltje. Getiteld “De
parabel van Het Nieuwe Vlaanderen”.

Een
opblaasbootje en een olietanker zijn op weg naar Het Nieuwe
Vlaanderen. Wij zitten in dat bootje. Om de zoveel tijd wordt er wat
zuurstof uit het bootje gelaten. Onze voeten zijn nat. We zijn dat
gewoon, ondertussen. We redden ons niet meer enkel met roeispanen, we
haalden er vrijwillig emmertjes bij.

Nu
wordt er een hele teug zuurstof uit geduwd. Niemand heeft nog een
roeispaan, iedereen grijpt emmertjes. Het is duidelijk: er moeten
mensen overboord.

Hoeveel
uitstraling heb je nog onder water?

Ondertussen
passeert een olietanker. Achteraan staan er ventilatoren op
gemonteerd. Wat extra zuurstof. Niet dat het nodig is, maar ze
verdienen het.

Maakt
het iets uit of iedereen aankomt in dat Nieuwe Vlaanderen? Wie uit de
boot valt, moet maar zelf zwemmen. En ja, iedereen kan zwemmen. Maar
met een brevet 100 meter schoolslag geraak je niet ver. Trouwens,
gisteren stond het nieuwe leerplan zwemmen in de krant: vanaf nu komt
het neer op “gewoon
niet verdrinken”.
Tja, zelfredzaamheid.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!