Kindergeld: hervorming kan socialer

Kindergeld: hervorming kan socialer

donderdag 24 juli 2014 16:27
Spread the love

DeWereldMorgen.be

De nieuwe Vlaamse regering wil het
kindergeld hervormen. Vanaf 2017 krijgt elk kind evenveel. Ook de
leeftijdstoeslagen verdwijnen. Maar is dat wel zo’n goede zaak?  Voorstellen voor een écht sociale hervorming. 

3,2 miljard euro

870.000
gezinnen in Vlaanderen krijgen iedere maand hun envelopje kindergeld.  Om echt grote bedragen gaat het niet. Toch
maakt de kinderbijslag voor vele gezinnen – en heus niet alleen de allerarmsten
– een voelbaar verschil tussen net wel en net niet het hoofd boven water
houden.

Meer
nog: zonder kinderbijslag zou maar liefst 15,4% van de 1,5 miljoen Vlaamse
kinderen in armoede leven (momenteel bedraagt dit 10,5% in Vlaanderen).

Sinds 1 juli
2014 is de bevoegdheid voor de kinderbijslag, de geboortepremie en
adoptiepremie overgedragen naar Vlaanderen. Het gaat om een overdracht van 3,2  miljard euro. Bovendien is er voortaan ook een
eengemaakt kinderbijslagstelsel voor zowel loontrekkenden, zelfstandigen als
ambtenaren.

Het nieuwe
Vlaamse regeerakkoord van N-VA, CD&V en Open VLD voorziet dat het kindergeld
vanaf 2017 gelijk wordt voor ieder kind, met enkele sociale correcties. De
bestaande rangorderegeling en de leeftijdstoeslag worden dus afgeschaft.  

Huidig systeem: (rang)progressief
per geborene

Het
huidige kinderbijslagsysteem is een zogenaamd ‘universeel’ systeem met ‘selectieve
toeslagen
voor mensen die het nodig hebben’. Elk gezin heeft in een
gelijkaardige situatie recht op een gelijkaardig bedrag. Bovendien wordt dit automatisch
en onvoorwaardelijk toegekend. 

Ruwweg
bedraagt de basistoeslag 90 euro
voor een eerste kind, 167 euro voor een tweede spruit en 249 euro voor de
benjamin en volgende. Daar komt nog een kleine leeftijdstoeslag bij.

Gezinnen
die langdurig werkloos, gepensioneerd of invalide zijn, krijgen daarop een sociale toeslag per kind. Deze is ook rangafhankelijk
(bv. 98,99 euro voor een eerste, 28,49 euro voor een tweede en 22,97 euro voor
een derde kind).

Ook
alleenstaande ouders krijgen een broodnodig extraatje (45,96 euro voor eerste,
28,49 euro voor tweede en 22,97 euro voor derde kind).

Om
recht te hebben op een sociale toeslag geldt er naast de sociale categorie van
de ouders ook een inkomensgrens. Deze bedraagt vandaag 2.385,65 euro voor koppels en 2.309,85
euro voor alleenstaanden (bruto).

Een gevoelige snaar: kinderarmoede

Het
is wetenschappelijk bewezen: uit internationaal vergelijkend onderzoek is ons
huidig kinderbijslagsysteem met combo ‘universele toeslagen met selectieve
elementen’ de beste dam tegen armoede. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. 

Voor gezinnen met lage inkomens maakt de kinderbijslag een aanzienlijk deel uit van hun beschikbare inkomen.

Een universeel systeem met een
onvoorwaardelijke basistegemoetkoming voor elk kind in de vorm van een vast
basisbedrag zorgt namelijk voor een stevig draagvlak. Het rechtvaardigt de herverdeling
tussen rijk en arm. Daarentegen blijkt de ondersteuning
van gezinnen met kinderen via de fiscaliteit niet voordelig voor gezinnen met lage inkomens (opmerking:
fiscaliteit blijft federale bevoegdheid). Integendeel, vooral de hogere
inkomens hebben hier baat bij.

Voor
gezinnen met lage inkomens maakt de kinderbijslag een aanzienlijk deel uit van
hun beschikbare inkomen. Kinderbijslag alleen beslaat 15 tot 26% van het
gezinsinkomen voor gezinnen met twee kinderen met een minimum- of leefloon (dit
gaat van 24 tot 37% voor gezinnen met drie kinderen). Kinderbijslag speelt met
andere woorden een belangrijke rol in de armoedereductie bij lage
inkomensgezinnen en voor gezinnen met drie of meer kinderen. Dit zijn ook de
groepen waarbij het kinderarmoederisico het grootst is.

Ondanks
de huidige sociale correcties en de ‘rangprogressiviteit’ is het armoederisico
het hoogst bij alleenstaande ouders (20%) en grote gezinnen (11,4%). Ook Kind
& Gezin zegt luid en duidelijk: “Om écht een verschil te maken moet het
Vlaamse gezinsbeleid de beschikbare financiële middelen gerichter durven
inzetten in de strijd tegen kinderarmoede. Kinderbijslag is hiervoor een
effectief instrument.”

In de weegschaal: rang & leeftijd

De kosten van kinderen variëren voornamelijk
in functie van leeftijd, niet in functie van de rang van het kind. Dat blijkt
uit recent academisch onderzoek. 

Oudere kinderen kosten logischerwijs
meer dan jongere kinderen. Dit maandelijks bedrag varieert van 294 euro (< 3
jaar) tot 651 euro voor pendelstudenten en 1047 euro voor kotstudenten. Tenzij ouders
van jonge kinderen (0-3 jaar) kinderopvang moeten betalen. Dan wegen de
opvangkosten fel door in het gezinsbudget.

Moet de kinderbijslag deze kosten
gaan dekken? Neen, dat kan niet de bedoeling zijn. Hiervoor bestaat er zoiets
als een ‘flankerend beleid’ waarop het domein ‘Welzijn, gezondheid en gezin’ in
de toekomst nog sterker moet inzetten. Lees: meer middelen voor het uitbreiden
van het aantal plaatsen in kinderdagverblijven en onthaalgezinnen waaronder de
plaatsen met inkomenstarief en plaatsen voor ondersteuning van kwetsbare
gezinnen (vind maar eens een plekje voor je nog ongeboren kindje dezer dagen –
wachtlijsten troef…). 

Oudere kinderen kosten logischerwijs meer dan jongere kinderen.

Wat doen we dan met de rang in ons
kinderbijslagstelsel? Open VLD stelde in zijn verkiezingsprogramma voor om de
rang simpelweg om te keren: het bedrag voor het eerste kind wordt dan het
bedrag voor het derde kind en omgekeerd. Slim denk u? Neen, toch niet. Ten
eerste: voor dit voorstel is 37% extra budget nodig. Ten tweede: het bevoordeelt
vooral kleine gezinnen terwijl de armoedekloof bij de grote gezinnen enorm
toeneemt. Bovendien komt dit voorstel vooral de hogere inkomensgroepen ten
goede. Weg rechtvaardige herverdeling… (Dit Open VLD-voorstel haalde overigens het Vlaamse regeerakkoord niet.)

Een ander plan dan. Waarom niet de
rangprogressiviteit laten vallen en met het vrijgekomen budget prioritair
inzetten op grotere leeftijdstoeslagen en betere sociale toeslagen? Ons lijkt
het alvast een prima idee.

Alleen moeten we dan goed nadenken
over een compensatie voor grote gezinnen (met 3 of meer kinderen) aangezien het
skippen van de rang voor hen een serieus grote financiële aderlating
impliceert. Deze nieuwe toeslag voor grote gezinnen zou, net als voor de
eenoudergezinnen nu, gekoppeld kunnen worden aan het bruto gezinsinkomen en
ondersteuning bieden aan kinderen vanaf het derde. Indien er natuurlijk een
billijk en rechtvaardig inkomensbegrip gehanteerd wordt.

Herverdelen,
die sociale toeslagen

Sociale toeslagen zorgen voor een
herverdelend effect tussen arme en rijke gezinnen en worden toegekend op basis
van sociale categorie of gezinssituatie, aangevuld met een inkomensgrens.

Als we de voorstellen van de
politieke partijen grondig onder de loep nemen, kiezen de centrumrechtse
partijen ervoor het kinderbijslagsysteem niet selectiever te maken. Aan
linkerzijde kiezen Groen en sp.a net wél voor een grotere selectiviteit. Uit
een analyse van Rekening ‘14 blijkt
dat in de voorstellen van Open VLD, N-VA en CD&V vooral de alleenstaande
ouders en de grote gezinnen de dupe zullen zijn in termen van koopkracht.

Sociaal? Niet dus! Zeker als we
intussen weten dat dit vooral de gezinnen zijn met het grootste armoederisico.

Toch is er nog wel wat sleutelwerk
aan het huidige systeem van sociale toeslagen. Ten eerste: wie enkel aan de
inkomensgrens voldoet – de zogenaamde ‘working poor’- ontvangt nu geen sociale
toeslag. Gezinnen waar bijvoorbeeld maar één van beide ouders aan het werk is,
aan een minimumbrutoloon, vallen uit de boot, recht in de armoede.

Ten tweede, in het huidige systeem
hebben niet alle sociale categorieën recht op dezelfde toeslagen. Zo krijgen
invaliden een hogere toeslag dan gepensioneerden of werklozen. Deze
discriminerende ongelijkheden moeten dringend worden weggewerkt. Een pittig
detail: de sociale toeslagen maken momenteel slechts 6,72% van het totale
budget uit. Peanuts, me dunkt.

Welvaartsvast en eenvoudiger

Net
zoals de Gezinsbond ijveren we als vakbond voor het welvaartsvast maken van de
kinderbijslaguitkeringen. Dit wil zeggen dat het kindergeld mee stijgt met de
gemiddelde welvaart in ons land. In het kader van armoedereductie zou extra
budgettaire ruimte hiervoor zeker opportuun zijn.

Daarnaast
hebben de hervormers van de kinderbijslag de mogelijkheid om het stelsel administratief
eenvoudiger te maken voor nieuw samengestelde gezinnen – er moet met andere
woorden meer rekening worden gehouden met de maatschappelijke realiteit.

Winddicht

En
tenslotte…Voor gezinnen is stabiliteit belangrijk. Ze kunnen erop rekenen dat
ze elke maand op een vaste dag het bedrag ontvangen waarop ze recht hebben.

Belangrijk
is dat – nu de overheveling een feit is – de middelen van oorsprong Sociale Zekerheidsmiddelen
zijn. Daarom is het cruciaal dat de financiers van het systeem, dus de sociale
partners, betrokken blijven worden in het overleg rond de kinderbijslag. Ook moet
het beheer van ons kindergeld blijven gebeuren door autonome instellingen, zodat
het onafhankelijk is en blijft van de politieke wind die door ons ‘Vlaamsche
velden’ waait.

Fien
Adriaens, adviseur studiedienst Vlaams ABVV
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!