Sociale werkloosheidsverzekering wordt asociale bijstand

Sociale werkloosheidsverzekering wordt asociale bijstand

Nadat N-VA-kopstuk Jan Jambon had gezegd dat mensen eerst hun huis moeten verkopen vooraleer ze beroep mogen doen op een leefloon, werd hij teruggefloten door zijn partijleider Bart De Wever die deze uitspraak beschouwde als ‘een mokerslag twee weken voor de verkiezingen’. Wat zegt de leefloonwetgeving? Hoe uit ze zich bij het Antwerpse OCMW? Wat is de kern van dit debat? Dirk Van Duppen, OCMW-raadslid voor de PVDA+ in Antwerpen, geeft antwoord.

dinsdag 13 mei 2014 12:49

De
leefloonwetgeving stelt dat bij iedere aanvrager tot leefloon een
sociaal onderzoek dient te gebeuren, een middelentoets genaamd. Daaruit
moet blijken dat de behoeftigheid van de aanvrager en zijn gezin al of
niet vaststaat. Bewezen behoeftigheid is een voorwaarde voor toekenning
van het leefloon. Het sociaal onderzoek houdt in een onderzoek naar nog
eventuele inkomsten van de aanvrager, naar de inkomsten van de
samenwonende partner of deze van eventuele onderhoudsplichtigen. Een
onderzoek naar de bankrekeningen, de spaargelden, de roerende en
onroerende bezittingen. Een onderzoek naar het al of niet bezitten van
een auto. Een onderzoek naar de uit te putten rechten zoals bv.
alimentatiegeld, andere eventuele bijstand enz. Een inspecterend
huisbezoek om te zien wie met wie samenwoont en om te zien of er geen
overbodige luxe wordt aangetroffen.

Inkomensverlies

In
geval dat de partner een inkomen heeft wordt dit ook meegerekend om het
bedrag van het leefloon te bepalen. “Hoeveel leefloon trekt de werkloze
wanneer hij samenwoont met een partner die een inkomen heeft van 1089
euro?”, vroeg Kris Peeters aan Bart De Wever in de Zevende Dag nu
zondag.  De Wever ontwijkte  zenuwachtig  keer op keer deze vraag. Maar
Peeters raakte wel de kern van het asociale karakter van deze N-VA
maatregel. Want het antwoord is nul euro. Wanneer het inkomen van de
partner hoger is dan de referentienorm, t.t.z. het leefloon voor
samenwonenden, dan wordt dat deel dat hoger ligt dan de referentienorm
afgetrokken van het leefloon dat de werkloze zou krijgen. Dus voor een
koppel is de referentienorm tweemaal het leefloon voor samenwonenden  of
1088 euro per maand. Dus vanaf dat de partner een inkomen heeft van
1088 euro of meer krijgt de werklozen al niets meer als leefloon. M.a.w.
de werkloosheidsuitkering na drie jaar volledig afpakken en dan mensen
op leefloon zetten zal in de overgrote meerderheid van de gevallen
uitdraaien op een volledig verlies van het inkomen uit de
werkloosheidsuitkering. Het is gewoon de consequentie van de hele
leefloonwetgeving.

In geval er
spaargelden zijn worden volgende bedragen van het eventueel toegekende
leefloon afgetrokken. Uit het vademecum van het Antwerps OCMW: “Al dan
niet belegde roerende kapitalen (spaargelden), ook spaargelden op
gezamenlijke rekening met partner die geen leefloontrekker is,  worden
als volgt aangerekend: 0% op de schijf tot 6.199 EUR, 6% op de schijf
van 6.200 tot 12.500 EUR, 10% op de schijf boven 12.500 EUR”. Merk op
dat deze bedragen ver boven de huidige reële rentevoeten liggen. In
geval van woningbezit of vruchtgebruik van een woning wordt “ het niet
vrijgestelde kadastraal inkomen voor bebouwde onroerende goederen
vermenigvuldigd met drie; het aldus bekomen bedrag moet als
bestaansmiddel worden beschouwd (en wordt dus afgetrokken van het
leefloon). Indien men het vruchtgebruik heeft van een eigendom, wordt
het kadastraal inkomen aangerekend zoals bij volle eigendom.”   Er geldt
een vrijstelling van 750  euro op het globaal kadastraal inkomen van
alle bebouwde onroerende goederen die de betrokkene in volle eigendom of
in vruchtgebruik bezit.

Wat betekent dat in de praktijk in het Antwerps OCMW? 

Alle
aanvragen voor leefloon worden voorgelegd op een bijzonder comité van
sociale dienstverlening waarin 8 politici raadsleden het dossier
beoordelen, de klant eventueel kunnen horen en dan beslissen tot het al
dan niet toekennen van een leefloon.  Het zijn deze politici die rechter
moeten spelen om iemands behoeftigheid, iemands goede wil, iemands
bereidheid tot arbeid, iemands bereidheid tot het leren van het
Nederlands… te beoordelen.  Dat is de rechtsonzekerheid die heel dit
systeem in zich draagt. Het hangt ervan af bij welk comité met welke
politici je terecht komt, dat je als klant al of niet kans maakt om een
leefloon of andere bijstand te bekomen.

Het dieptepunt dat we recent nog
meemaakten was toen een N-VA raadslid eiste dat een patiënt die 13
tanden moest laten trekken waaronder vier gouden en een tandprothese
laten maken, dat die zijn gouden tanden eerst moest laten smelten om die
tandingreep te financieren, vooraleer het OCMW bijstand zou verlenen. 
Autobezit bijvoorbeeld kan op zich geen voldoende reden zijn om het
leefloon te weigeren. Doch in het vademecum van het Antwerps OCMW staat
hierover het volgende: “BEZIT VAN EEN AUTO. Rechtspraak hieromtrent
stelt: “Het kan niet worden aanvaard dat de kosten die een auto met zich
meebrengt, hetzij van aankoop, hetzij van onderhoud, verzekering,
taksen, brandstof en dergelijke meer, kunnen gedragen worden door iemand
die beweert zonder bestaansmiddelen te zijn.” (AR 2030052 –
21.06.2006).”

In de praktijk komt dit erop neer dat het bezit van een
auto, of van spaargeld, of van een huiseigendom, hoewel dat strikt
juridisch niet als argument mag tellen, mee wordt genomen in de
redenering om leefloon te weigeren onder het argument: ‘behoeftigheid
niet aangetoond’. Wanneer is men behoeftig? Bijvoorbeeld wanneer mensen 
geen schulden of een betalingsachterstand kunnen  aantonen, wordt dat
gebruikt om de staat van behoeftigheid in twijfel te trekken. Soms
krijgen mensen die alle moeite doen om hun huur en
elektriciteitsrekeningen elke maand netjes te betalen en die hiervoor
geld van vrienden moeten lenen, de boodschap dat ze bijvoorbeeld hun
medische kosten ook maar zelf moeten betalen. Hun behoeftigheid zou dan
“onvoldoende zijn aangetoond.”

Harde cijfers

In
2013 werd in Antwerpen aan 7.625 mensen het (equivalent) leefloon
geweigerd of afgepakt. Einde 2013 telde het Antwerps OCMW nog
7.335(equivalent) leefloontrekkers. De belangrijkste redenen tot
weigering luidden: ‘behoeftigheid niet kunnen aantonen’ of ‘onvoldoende
medewerking tot het sociale onderzoek’.

Van sociale verzekering naar asociale bijstand

De
overgang van een werkloosheidsuitkering naar een leefloon, is de
overgang van  onze solidair gefinancierde sociale verzekering naar een
systeem van bijstand. Dat is een kwalitatief verschil. Ik heb patiënten
die meer dan 25 jaar gewerkt hebben bij Opel  of bij Crown Corck in
Deurne. Twee jaar geleden deed dit nochtans winstgevende bedrijf de
boeken dicht in Deurne. Mijn patiënten zijn nu na twee jaar nog steeds
werkloos. Ze zijn niet meer van de jongsten en in Antwerpen moeten 12
werkzoekenden concurreren voor één vacature.

In Antwerpen zijn er
namelijk 35.829 uitkeringsgerechtigde werklozen, plus een 7000 tal te
activeren leefloontrekkers tegenover 3741 vacatures, waarvan 40% voor 
interimwerk. Heel hun leven hebben deze patiënten bijgedragen tot de
sociale zekerheid. 

Met het N-VA voorstel verliezen ze hun
werkloosheidsuitkering en moeten ze een middelentoets ondergaan om op
leefloon beroep te kunnen doen.  Is er bij hen toch nog een ander
fulltime  inkomen in het gezin dan krijgen ze zelfs niets meer, want het
gezamenlijke gezinsinkomen valt dan zeker boven de referentienorm.
Vandaag zijn er in ons land zo 149.762 mensen die langer dan twee jaar
werkloos zijn na een voltijdse betrekking.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!