N-VA verklaart oorlog aan drie vierden van de bevolking

N-VA verklaart oorlog aan drie vierden van de bevolking

woensdag 8 januari 2014 12:00

Het N-VA programma is een oorlogsverklaring aan drie vierden van de inwoners, met  voorrang van rechts voor bestuurders en vennoten van ondernemingen (2,7 procent). 24,7 procent van de bevolking werkt in private niet-publieke tewerkstelling, (met inbegrip van landbouw, nijverheid, profit-diensten, kappers enz.), 15,4 procent in publieke tewerkstelling, 26,8 procent heeft vervangingsinkomsten en 33,1 procent heeft geen inkomen: 24,8 procent is  min18 jaar of student, 8,3 procent anderen.

Waar halen de inwoners van België hun inkomen vandaan, inkomsten uit roerend en onroerend goed niet meegerekend?

Tabel: Inkomensverwerving inwoners van België 2012

DeWereldMorgen.be

(Anti)these: in het economische circuit van België leeft drie vierde van de bevolking van door overheid gefinancierde tewerkstelling en van door bevolking en overheid opgebouwde zekerheidssystemen. Het is vooral dank zij de publieke tewerkstelling (15,4 procent) en het op peil houden van de vervangingsinkomsten (26,8 procent) dat België crisisresistent is (geweest) en een toekomstperspectief heeft.

Wil de N-VA, duidelijker dan voorheen daar een eind aan maken, en, onder het mom de privé-verdienende Vlaming te beschermen de 2,7 procent ‘ondernemers bedienen en het inkomen uit roerend en onroerend goed maximaal beschermen en uit de wind zetten, dat vooral bij die 2,7% ondernemers en vennoten te vinden is? Het N-VA programma stelt zich, zoals blijkt, lijnrecht op tegen de belangen van drie vierden van de bevolking en wenst de 2,7 procent ‘ondernemers’ een extra te geven van wat ze bij die drie vierden van de bevolking kan afromen.

Haar programma wordt meer en meer duidelijk: de overheid ‘ontvetten’ en het ‘overheidsbeslag’ verminderen, dwz de tewerkstelling in gezondheid, welzijn, cultuur, onderwijs,overheids- en andere publieke dienstverlening afbouwen (15,5 procent van de bevolking), de inkomens van werklozen, basispensioenen verminderen, anciënniteit, index, het leefloon, bestaanszekerheid afkalven (26,8 procent van de bevolking) en hiermee ook de 33,1 procent niet-inkomenstrekkers die vooral leven van het inkomen van deze anderen in hun materieel bestaan treffen. 

1. Tegen de PS om de bevolking te raken

De PS is medebeschermer geweest van de belangen van deze drie vierde van de bevolking. Enkel door de PS op quasi racistische basis (‘die Walen’) als zondebok te bestempelen wil de N-VA voldoende politieke macht vergaren om de aanval op het werkelijke belang van de bevolking aan te gaan en dit voor het belang en het vermogen van de 2,7 procent ondernemers, bestuurders en vennoten. Maar ook de 22,4 procent anderen in de private, niet-publieke dienstverlening zullen in de klappen delen.
 
De N-VA standpunten halen de levenssituatie van drie vierde van de bevolking onderuit op basis van een etnisch-nationalistische afwijzing van de Walen en haar PS en van de socio-economische depreciatie van wie leeft van vervangingsinkomsten, alsof men niets geleerd heeft van de wijze waarop het nationaalsocialisme haar macht heeft kunnen vestigen en daarna de bevolking in een uitzichtloze miserie heeft kunnen storten.
 
Moreaux heeft daar terecht een opmerking over gemaakt, waarom zouden zich ‘ideologische ontwikkelingen’ in de geschiedenis niet herhalen of aangewend worden, zeker als sommigen nog in hetzelfde bedje ziek zijn.. Bij Jambon is deze uitspraak in het verkeerde keelgat is geschoten. Het ontlokte hem de interessante opmerking dat “Moreaux in de hand bijt die de samenleving voedt, want het zijn de ondernemers die de meerwaarde produceren waarmee hij ondermeer betaald wordt“. Daarmee draait Jambon de werkelijkheid en het economisch mechanisme om.

2. Meerwaarde wordt door de bevolking en haar inkomen gegenereerd

Het zijn niet (alleen) de ondernemers die broodjes bakken waar anderen van kunnen eten, elkeen die werkt, ook in de publieke dienstverlening, met inbegrip van welzijn, gezondheid en cultuur en de overheidsdiensten, dragen evengoed tot de ‘meerwaarde’ bij als de bakkers, de staalfabrieken en technologiebedrijven.

Daarvoor moet Jambon maar de nationale rekeningen van de Nationale Bank er eens op naslaan om te zien wie de ‘toegevoegde’ waarden produceert in dit  land. Ook het sociale zekerheidsgeld dat als inkomen ter beschikking komt van de bevolking creëert mee de meerwaarde die nodig is om de economie draaiende te houden en is een essentiëeel onderdeel van het Bruto Nationaal Product. Zelfs het vermaledijde ‘zwart werk’ is er een onderdeel van.
 
Jambon, en met hem vele anderen, moeten eens nadenken over de economische grondregels waarbij het inkomen van de bevolking en de verwerving ervan langs arbeid en vervangingsinkomens de echte scheppers zijn van de meerwaarde.  Daar pikken ook de bestuurders/vennoten hun graantje van mee. Daarnaast zijn er alle belastingsvoordelen die zij van deze meerwaarde inpikken. Daarbovenop zijn er nog de winsten die zij incasseren (want die worden maar berekend nadat de aandeelhouders hun deel gehad hebben) en evenzeer de exuberante wedden die zij uitbetalen aan CEO’s.  Die moeten als schaamlap fungeren voor de ongebreidelde geldhonger van de financiële en economische machten en hun acolieten in de bedrijven en ook in de politiek. 
 
Maar het kan voor deze ‘klasse’ nooit genoeg zijn, de welvaart (van de machtigen en kapitaalkrachtigen) kan maar behouden worden als de werknemers, kleine zelfstandigen en degenen die van pensioenen, werkloosheid, invaliditeit, leefloon, tegemoetkomingen leven aangepakt worden. Dat kan maar door hun verdedigers, waaronder de PS, als Waals-etnisch objectief te viseren met in een verder perspectief, de Vlaamse staat waar de onderschikking van de bevolking aan de rationaliteit van de financiële en economische machten zoveel makkelijker zal kunnen gebeuren.

En het inkomen uit onroerend en roerend goed?

Niet inbegrepen zijn de inkomsten uit roerend en onroerend goed, waar België, de tweede in rij staat na Zwitserland wat betreft het bezit van onroerend vermogen en financiële tegoeden. Ook al zijn deze ongelijk verdeeld, de inkomens waar we het hier over hebben en de meerwaarden die de bevolking creëert laten toe om dit ook om te zetten in vermogen, zowel in geld als in goederen.

Raken aan deze inkomensbalans van de overgrote meerderheid van de bevolking zoals de N-VA beoogt, is raken aan het mechanisme dat de bevolking zekerheid geeft en de ondernemers een basis om hun activiteit te ontwikkelen en niet omgekeerd.

3. Waar halen de inwoners van België hun inkomen vandaan? 

Tabel: Inkomensverwerving inwoners van België 2012

Elke economie draait op inkomsten en uitgaven. Maar waar halen de mensen hun inkomen vandaan, hoeveel uit werk, hoeveel uit een vervangingsinkomen en hoeveel zijn er zonder inkomen. In de BuG 189 over het nul van de Nul werd een voorzet gegeven die nu verder in doel wordt geschoten: voor elke inwoner van België wordt in beeld gebracht langs welke weg hij/zij inkomen verwerf. Dit overzicht in aantallen, procenten en grafieken is uniek en nog nergens onder deze vorm samengebracht.
 
Er wordt geen rekening gehouden met kindergeld, studiebeurzen, studentenwerk en andere specifieke premies of tegemoetkomingen, enkel met inkomsten uit sociale-, bestaans- en inkomensvervangendende systemen van gehandicapten.
 
Alle gegevens zijn samengebracht in een uitgebreide en open plooibare tabel: Inkomensverwerving inwoners van België 2012, op het eerste blad de tabellen, op het tweede blad de grafieken. Langs de +jes links kan het detail per inkomenssoort nagegaan worden, langs de +jes bovenaan de aantallen en %ges, met onderscheid tussen publieke en niet-publieke tewerkstelling. De %ges worden gegeven op de bevolking, en ook in % op de inkomensverwervers en op de werkenden. Tevens wordt in aantallen en % het onderscheid gemaakt tussen publieke en niet-publieke tewerkstelling, telkens voor loontrekkenden en zelfstandigen. Eveneens wordt onderscheid gemaakt tussen -15 jarigen, 15-17 jarigen en het totaal 15-18 jarigen, de 18-64 jarigen en de 65+ers.
 
Er wordt voortgegaan op ‘voltijdse’ statuten, dwz iemand die een vervangingsinkomen combineert met een werkstatuut wordt meegeteld bij de werkenden. Studenten 18+ die, buiten studentenwerk, een bij RSZ of RSZ-PPO aangegeven werk uitoefenen worden meegeteld als werkende.
 
Als bron worden de officiële statistieken gebruikt van RSZ, RSZPPO, RSVZ, RVA, RIZIV, Sociale Voorzorg, Pensioendienst en voor het aantal studenten 18+ de Enquête naar de ArbeidsKrachten

Voor de tabel, zie Inkomensverwerving inwoners van België 2012

In België verwerven 4.444.637 of  40,0 procent van de inwoners hun inkomen langs werk, 2.981.694 of 26,8 procent langs een vervangingsinkomen en 3.680.735 of 33,1 procent inwoners die geen inkomen verwerven. Deze laatsten bestaan voor 20,3 procent uit -18 jarigen die niet werken, 4,5 procent uit studenten van 18 jaar en ouder en 8,3 procent of 922.214 niet-inkomenstrekkers van 18 jaar en ouder, dus zonder de studenten mee te rekenen. 

3.1. Inkomen uit werk, 40,0% van de bevolking

40,0 procent van de bevolking werkt waarvan 33,2 procent als loontrekkende en 6,9 procent als zelfstandige in hoofdbezigheid. Binnen deze groep van 40,0 procent zijn er 296.340 bestuurders en vennoten die ingeschreven zijn bij de RSVZ, zij komen overeen met 2,7 procent van de bevolking, het zijn de ‘ondernemers’.
 
Bij de loontrekkenden en zelfstandigen zijn ook de ‘gelijkgestelde dagen’ met voor ziekte, zwangerschap en tijdelijke werkloosheid, inbegrepen, dwz iemand in tijdelijke werkloosheid blijft werknemer en wordt meegeteld in de RSZ-cijfers, zij  worden dus niet als werkloos meegeteld in dit overzicht.

Ook de “primaire arbeidsongeschiktheid” wegens ziekte, dwz het eerste jaar op ‘ziekenkas’ blijft men in de RSZ-telling figureren. Het gaat hier om 132.944 personen die gemiddeld per arbeidsdag in 2012 primair ongeschikt waren, of 1,4 procent van de bevolking. De afwezigheid wegens, zwangersschaps-, moeder-, vader-, ouderschaps-, borstvoedingsverlof en ‘verwijdering’ van de werkplaats wegens zwangerschap betreft gemiddeld  41.078 werkenden per arbeidsdag, of 0,4 procent van de bevolking. Voor de basisgegevens zie statistische bijlage jaarverslag 2012 van het RIZIV.
 
Zij zijn alle begrepen in de werknemers die hun inkomen uit werk halen, ook al zijn ze tijdelijk niet actief. Buiten tijdelijke werkloosheid en afwezigheid rond ziekte, zwangerschap en geboorte zijn er uiteraard nog andere redenen voor gewettigde afwezigheid en klein verlet. Het zijn alle gelijkgestelde dagen, al of niet betaald door werkgever of een derde instantie, maar deze vormen slechts fracties van een % en zou ons te ver in detail leiden. Ook zijn de statistische overzichten van de RSZ hierover, volgens hun zeggen, niet altijd volledig, het ‘geeft een idee’, de basisgegevens dienen bij de bevoegde diensten betrokken, zoals hier gebeurd is bij RIZIV en RVA.

DeWereldMorgen.be

Naast de 15,4 procent loontrekkende tewerkstelling met de overheid en sociale zekerheid als belangrijke financiers, is er 24,7 procent tewerkstelling in de verwerkende nijverheid en de dienstensector met winstoogmerk. We zijn niet zover gegaan om ook de ‘industrie’ die voor de overheid, de gezondheidszorg farmacie, medisch materiaal), de welzijnszorg en de cultuur werkt in de berekening te betrekken. Het aandeel van de overheid in de gehele economische activiteit met inbegrip van de zelfstandigen zou dan wel eens meer dan de helft van alle tewerkstelling, zelfstandigen inbegrepen, kunnen bedragen. Die berekening is misschien eens voor later.
 
Maar wie het overheids’beslag’ wil verminderen zou misschien zelf een beslag of economisch infarct kunnen veroorzaken. Niet voor niets zegt Paul De Grauwe dat in feite, ook Europees, de overheden met financiële inputs en investeringen het inkomen voor de bevolking en het draagvlak voor de economie dienen te verhogen wil men echt een uitweg uit de crisis vinden. In België is dat evenwel al voor een goed stuk de basissituatie, vandaar haar koppositie in het anti-crisisbeleid in Europa.

3.2. Vervangingsinkomen, 26,8 procent van de bevolking

6 procent van de bevolking in België verwerft haar inkomen langs de werkloosheid, 2,3 procent langs invaliditeit (het vroegtijdig pensioen om medische redenen van ambtenaren meegerekend) en 16,5 procent langs pensioen. Het detail voor de volledige werkloosheid bestaat uit 3,7% van de bevolking die Niet Werkend Werkzoekend is en 1,0 procent op ‘Brugpensioen’ en nog 0,7 procent op het oude uitdovende stelsel 50+. 0,03 procent is in volledige loopbaanonderbreking en tijdskrediet, daar valt dus wat te rapen voor de Van Eetvelds
 
Maar het zijn toch vooral de pensioenen die meer dan de helft van de vervangingsinkomens van een inkomen. Samen met pensioen, werkloosheid en invaliditeit verwerft 24,8 procent of een kwart van de bevolking een inkomen langs haar eigen bijdragen aan de sociale verzekering . Het is de kroon op het werk van de arbeidsbeweging die hiervoor meer dan anderhalve eeuw strijd heeft gevoerd en waar de overheid enkel aanvullend is om de rekeningen te doen sluiten. De (sluipende) afbraak van deze systemen door de politiek of de openlijke oorlog die de N-V er aan verklaart stellen hen in oppositie met het belangrijkste goed van de arbeidersbeweging, de sociale zekerheid. Zien of die nog wat in huis hebben om deze aanval te counteren.
 
Naast de sociale zekerheid, en er volledig buitenstaand, zijn er de inkomensvervangende tegemoetkomingen voor gehandicapten die aan 1,5 procent van de bevolking worden uitbetaald. De meesten krijgen ook nog volgens diversie categorieën een integratietegemoetkoming, die ook nog na 65 jaar kan behouden worden als ze meer bedraagt dan het pensioen.
 
En dan is er nog het ‘vermaledijde’ leefloon waar 0,6 procent met een volledig leefloon beroep op doet. Wie aan het leefloon wil raken kiest voor het terug invoeren van het ‘bedelrecht’ zoals 100 jaar geleden nog in deze contreien manifest in het straatbeeld aanwezig was. Dat de bestaanszekerheid ook een echte incitief is naar werk blijkt uit het feit dat op een jaar tijd de helft van de leefloners uit het systeem stromen.
 
In totaal gaat het dus om 2.981.694 inwoners van België die een vervangingsinkomen krijgen, waarvan meerdere mensen moeten leven. Dat El Pais, een Spaanse krant zich enkele dagen geleden opwond over de ‘uitzetting’ van een 1.918 EU-burgers in 2012, terwijl Europa enkel bepaalt dat men niet ‘excessief’ ten laste van zekerheidssystemen mag staan zonder dat daar uitzetting moet aan verbonden worden, is dan ook te begrijpen. In Spanje hebben ze ervaring met cijfers na de komma, maar hier gaat het dus om 0,06% of zes honderdste van een procent.

DeWereldMorgen.be

Langs de vervangingsinkomsten wordt de koopkracht en de economische motor van België mee op gang gehouden. Wie daar zand in strooit berokkent onherstelbare schade aan het economische weefsel, in de eerste plaats aan de ondernemers zelf en met grote sociale schade tot gevolg. De gerechtigden op vervangingsinkomsten zijn verwittigd: enkel wie in hoge nood komt, zij die het ‘verdienen’ of ‘verdiend hebben’ zullen nog in aanmerking komen.

3.3. Zonder inkomen, 33,1% van de bevolking

Wanneer van de gekende bevolking (prognoses Planbureau per leeftijd) alle inkomensverwervers worden afgetrokken in de diverse leeftijdscategorieën, dan kunnen de niet-inkomentrekkers afgeleid worden, 3.680.735 in totaal, of 33,1 procent van de Belgische bevolking. Het zijn vooral de 2.253.251 -18 jarigen die niet werken en van andere inkomens afhangen of 20,3 procent van de bevolking. Het is de eerste en meest kwetsbare groep met risico voor armoede, achterstelling en kansenongelijkheid bij  een beleid dat het basisinkomen viseert.
 
Ook de studenten van +18 jaar vormen een kwetsbare groep omdat zij meestal nog door hun ouders ondersteund worden of langs het ‘studentenwerk’ inkomsten verwerven en hiermee ook de economie een steuntje, en ‘meermaarde’, geven. Elke aanslag op het basisinkomen betekent in feite ook een afbraak van de altijd precaire democratisering van het hoger onderwijs.

DeWereldMorgen.be

24,8 procent van de bevolking zijn baby’s, kleuter, leerlingen van het lager – en secundair onderwijs, 1.890.381 -15 jarigen, 362.869 schoolgaande 15-17 jarigen zonder werk, 10.637 zijn ingeschreven bij RSZ, RSZ-PPO of als zelfstandige. De anderen studenten 18+ zijn bachelor of masterstudenten, 505.270 in totaal. Zij vormen allen samen de toekomstige hersens, hand- en spankracht van de samenleving. Door hun afhankelijkheid van andere inkomsten is een ingreep op de inkomenssituatie, op de handen die hen voeden, zowel met inkomsten uit werk als de vervangingsinkomsten, een ingreep op de bestaansvoorwaarden, de software en uiteindelijk ook de hardware van de samenleving.
 
Door enkel voort te gaan op een ‘ethische norm’, een selectief normatief kader, op een individualistische benadering van het menselijk potentieel, een verkrampte verbondenheid met en van volk, natie of staat, een a-historisch denken en een aan racisme rakend ethnicisme, in dit geval tav de ‘Walen’, discrediteert men in eerste instantie het leven en het toekomstperspectief van de jongere- en studerende bevolking en uiteindelijk van het land.
 
Blijven de 8,3 procent niet werkende, niet-studerende en niet-inkomenstrekkende bevolking, 922.214 inwoners van België. In leeftijd zijn ze gespreid tussen 671.507 18-64 jarigen en 250.707 65 +ers.
 
Voor de tabel, zie Inkomensverwerving inwoners van België 2012

Van de 922.214 zonder inkomen zijn er 671.507 18-64 jarigen. Het is deze groep waarin nog een groot potentieel schuilt voor de verhoging van de werkzaamheidsgraad en voor het uit de armoede trekken van wie in de bevolking te kort komt. Hierin zijn ook begrepen de niet-inkomenstrekkers, partners, oudere kinderen van de ‘ondernemer’, de renteniers, die zonder ‘werken’ toch aan het hunne komen, zij vormen uiteraard maar een beperkte groep. De anderen, ondermeer zij die door ons wel eens de ‘gouden reserve’ uit de migratie genoemd wordt, doen vooralsnog geen beroep op vervangingsinkomsten en zijn niet werkend. Zij vormen een even groot potentieel als de werklozen en dienen, ook volgens Fons Leroy, hoofd van de VDAB, mee in een beeld te komen voor het verzekeren van voldoende man- en vrouw kracht voor de economie in de toekomst die voor een grote uitdaging staat met de vervanging van de babyboomgeneratie.
 
En verder zijn er de 250.707 die als 65+er zonder enig inkomen hun oude dag doorbrengen, allicht aan de zijde van iemand die wel pensioengerechtigd is.

4. Slotbeschouwing

De motor van de economie …

Dat zoveel mensen hun inkomen uit overheidstewerkstelling halen of uit vervangingsinkomsten is een goede zaak, zo niet een zegen voor de economie. Het is niet alleen niet ‘erg’, zoals de N-VA de bevolking en de gegadigden probeert aan te praten, het is de basis van het economisch model waar België patent op heeft en dat de overgrote meerderheid van de bevolking verzekert van een basisinkomen, in feite zijn de plannen/dromen van Duchatelet al gerealiseerd zoals iemand met liet verstaan. 

… en de kuiten van de PS

Aan deze economische motor raken, dat zou pas destabiliserend zijn, en laat het nu juist de N-VA zijn, die meer dan alle andere partijen, daarvan z’n handelsmerk maakt voor de komende verkiezingen. Zetten zij zichzelf daarmee niet voor schut? “Het is de Vlaamse kiezer die zal bepalen of de welvaartstaat (met ons) zal behouden blijven of dat we verder in een PS-(belastings)staat zullen leven“, zo declareerde Bart De Wever. De PS is hun zwart beest maar die zijn vooralsnog mede de hoeder geweest van de sociale bescherming, je zou voor minder met de PVDA/PTB+ die in haar kuiten bijt. En ook  zien wat deze partij zelf er van bakt.
 
Jan Hertogen, socioloog
www.npdata.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!