Echte energietransitie kan enkel met burgercoöperaties, niet met klassieke bedrijven als  Electrawinds
Opinie, Nieuws, Economie, Milieu, België, Coöperaties, Groene energie, Energievoorziening, Electrawinds, REScoop.be - Dirk Vansintjan

Echte energietransitie kan enkel met burgercoöperaties, niet met klassieke bedrijven als Electrawinds

Volgens Dirk Vansintjan van REScoop.be, de Belgische federatie van coöperaties voor hernieuwbare energie, ligt de toekomst van groene energie niet bij klassieke bedrijven zoals Electrawinds, die groene energieproductie alleen als een nieuwe economische opportuniteit zien, maar bij kleinschalige coöperaties voor wie groene energie een recht is waar de burger zelf over beslist.

woensdag 4 december 2013 17:30

Veel bedrijven in de hernieuwbare energiesector, die sinds 2000 sterk groeiden, zagen hun resultaten de afgelopen jaren smelten als sneeuw voor de zon en kwamen zelfs in problemen. Enfinity’s zon ging roemloos ten onder en werd voor 1 euro verkocht, 4EnergyInvest werd een centjesaandeel op de beurs, Thenergo een lege beursschelp.

Nu is het Electrawinds dat dagelijks de financiële pagina’s van onze kranten vult met een soap vol touwtrekkende overheidsfondsen, een vice-premier, een burgemeester, historische aandeelhouders, aasgieren en vooral slechte vooruitzichten voor de belastingbetaler en spaarder.

Minder in het zicht liepen de honderden kleine bedrijven die enkele duizenden installateurs van zonnepanelen moesten ontslaan of over de kop gingen: samen goed voor meer dan de op de helling staande jobs bij Ford Genk.

Wat is er aan de hand?

Er is niet één oorzaak van al dit onheil:

  1. Investeerders hebben minder inkomsten door de lagere stroomprijs: voor de financiële crisis in 2008 zat de groothandelsprijs in de buurt van de 80 euro per 1000 kilowattuur (MWh), maar flirt nu eerder met 40 euro/MWh. De economische crisis zorgt voor minder verbruik (wat op zich goed is), maar door de lagere vraag én – ironisch genoeg –  het groeiende aandeel van hernieuwbare energie daalt de prijs van de elektriciteit.
  2. Door het succes van de zonnecellen maar vooral door het verbranden van hout uit Canada en de VS is er een overaanbod van groene stroomcertificaten (GSC) op de markt. De Vlaamse overheid verhoogde de quota voor inlevering van GSC niet overeenkomstig, zodat de door hen gecreëerde vrije markt van GSC faalde en de prijs van de GSC tot het gegarandeerde minimum is gezakt
  3. De afgelopen 3-4 jaar is er minder wind dan gemiddeld, zeker tegenover het voorgaande decennium
  4. De Vlaamse overheid heeft te laat ingegrepen om de royale ondersteuning van zonnecellen bij te stellen waardoor de kosten de pan uitswingden. Als reactie daarop heeft ze te sterk gesnoeid in sommige sectoren. Sommige hernieuwbare energiebronnen worden nu niet meer voldoende gesteund om haalbaar te zijn. Vergisten van keukenafval bijvoorbeeld is in Vlaanderen niet meer haalbaar. Voor kleine waterkracht is er zelfs geen regeling meer. Afgeschreven windturbines zijn onverwacht van de ene dag op de andere hun certificaten kwijt – zelfs als een beperkte of uitdovende ondersteuning economisch verdedigbaar is. Burgers die eerst door de minister van energie werden aangespoord om zonnecellen te installeren worden later door dezelfde minister met de vinger gewezen omdat hun buren hun installatie mee betaalden via het GSC-systeem.

Kortom, na de vette jaren komen blijkbaar magere jaren en de sector krijgt het moeilijk, de nodige investeringen stokken.

De energietransitie begint pas

Hoewel velen het nog niet beseffen zitten we in een periode van ‘energietransitie’ (‘Energiewende’ in het Duits, ‘Energy Transition’ in het Engels, waarmee bedoeld wordt dat we in een overgangsperiode leven, waarbinnen de productie, de distributie en het verbruik van energie compleet aan het veranderen is):

  • van nucleaire en fossiele brandstoffen (steenkool, aardgas, aardolie) naar hernieuwbare energiebronnen (wind, zon, water, biomassa, geothermie,…)
  • van centraal opgewekte energie in grote installaties, met het verlies van het grootste deel van de energie in koeltorens en koelwater dat in rivieren of de zee wordt geloosd, naar de centraal opgewekte elektriciteit waarbij de eventuele restwarmte nuttig gebruikt wordt in industriële processen of wijkverwarming. Hierbij wordt energie, veel beter dan nu, op de juiste plaats, op het juiste moment en in de juiste hoeveelheid benut.

Het uiteindelijke doel van deze energietransitie is een energievoorziening die 100 procent hernieuwbaar is. Studies door onze vele energieministers en staatssecretarissen besteld bij het Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) en het Federaal Planbureau wijzen (tot hun verbazing?) uit dat dit zelfs in België mogelijk is tegen 2050. Het levert bovendien veel jobs op, die de uitstroom van kapitaal (2000 euro per jaar perj Belg) naar olie- en gasproducerende landen decimeert, maar wel grote investeringen vergt.

Om die transitie te laten slagen moeten investeringen in hernieuwbare energie haalbaar zijn. Dat kan door ofwel de vervuilende overheersende energieopwekking de kosten aan te rekenen van de gevolgen van hun vervuiling, ofwel door hernieuwbare energie te ondersteunen.

In de EU werd door de lidstaten gekozen voor een beetje slaan (met CO2-kredieten) en veel zalven (door tussenbeide te komen in de tariferingen zoals het Feed In tarief in Duitsland of met GSC systemen). Er werd echter vooral voor gekozen om de gewone consument die energietransitie te doen betalen. Energie-intensieve bedrijven worden grotendeels met rust gelaten.

Het staat in EU blijkbaar buiten discussie dat het de burger is die de energietransitie zal betalen:

  • ofwel als consument: zowel het Duitse Feed in tarief als het GSC systeem bij ons drijft de energieprijs voor gewone consumenten op;
  • ofwel als belastingbetaler: overheden ondersteunen bedrijven en particulieren die investeren in de energietransitie;
  • ofwel als spaarder: nagenoeg alle investeerders gaan tot 80  procent lenen bij banken en brengen slechts 20 procent eigen of quasi eigen kapitaal in. Het geld bij de banken is hoofdzakelijk het spaargeld van de burgers. Die nemen weliswaar geen risico maar de rente van hun spaargeld is minimaal (0,5 procent).

Deze energietransitie is een opportuniteit voor burgers

Door de energietransitie komt de productie van elektriciteit en warmte veel dichter bij de burger, in kleine, hoog-efficiënte gedecentraliseerde installaties. Die vergen geen astronomische investeringen of staan in het geval van zonnecellen en zonneboilers zelfs op ons eigen dak. In dat geval worden consumenten ‘prosumenten’: zowel producent als consument.

Wij burgers staan dus voor de keuze:

  • ofwel kiezen we voor onze oude passieve rol van citroen die verder uitgeperst wordt door grote multinationale spelers als EDF-Suez (Electrabel), GDF (Luminus), RWE (Essent), ENI, of nieuwe spelers als Electrawinds, Aspiravi (90 Vlaamse gemeenten), Eneco (Noord-Hollandse gemeenten), de offshore windbedrijven, …
  • of, als we dan toch moeten betalen, nemen we het heft zelf in eigen handen, isoleren we onze woningen en installeren zonneboilers en zonnepanelen, verenigen we ons in Renewable Energy Sources coöperatieven, REScoops; dit zijn hernieuwbare energiecoöperaties die rechtstreeks investeren in productiemiddelen, windturbines, waterkrachtcentrales, zonnecellen, productie van houtpellets, biogas, … en leveren we onszelf groene stroom en warmte aan kostprijs zoals Ecopower, BeauVent, en de nieuwkomers Bronsgroen, EnerGent, Pajopower, Netekracht, Volterra, …. doen.

REScoops nemen productiemiddelen in handen

Het voordeel van dergelijke burgercoöperaties is dat niet de winst op het kapitaal centraal staat, maar de nood van de burger aan betaalbare groene energie uit eigen land.

In naam van de Vlaamse burger mengen de REScoops zich in het debat rond de energietransitie en de rol van onze overheden en overheidsfondsen. Hiertoe is een Belgische federatie opgericht: www.REScoop.be, met een Vlaamse en Waalse afdeling. De Europese federatie www.REScoop.eu werd erkend als geassocieerd lid van Cooperatives Europe, de Europese vleugel van de International Cooperative Alliance (ICA).

Deze REScoops gaan er van uit dat hernieuwbare energiebronnen zoals wind, water, zon of geothermie gemeengoed zijn. Ze zijn in principe van niemand, maar zijn er wel voor iedereen. Dit geldt des te meer voor wind, een energiebron die zich uitstrekt over een groter gebied, maar uiteindelijk maar geëxploiteerd wordt op een klein grondoppervlak.

Op basis van welke criteria geeft men aan één exploitant het recht om windenergie te oogsten op één perceel en ontneemt men het recht om hetzelfde te doen op de omliggende percelen? De ongelijke verdeling van lusten en lasten die hieruit voorkomt, wordt door de omgeving terecht als onrechtvaardig aangevoeld en ondermijnt vaak het draagvlak voor het project. 

Er moet daarom een einde komen aan de windrush in Vlaanderen waarbij gewiekste projectontwikkelaars snel akkoorden tekenen met zo veel mogelijk grondeigenaars. Vaak speculatief, om te verhinderen dat een concurrent hier zou kunnen tussenkomen.

REScoop.be is voorstander van de aanpak van de provincie Oost-Vlaanderen met haar project Energielandschap Oost-Vlaanderen. De ontwikkeling van windenergie wordt er planmatig aangepakt, op basis van een voorop gestelde doelstelling (voor 2020).

De provincie eist bovendien dat de nieuwe windprojecten opengesteld worden voor rechtstreekse participatie van burgers: ze kunnen mede-eigenaar worden van productie-installaties, waarvan ze ook de elektriciteit kunnen afnemen; ze kunnen meebeslissen waarin de meerwaarde van het project geïnvesteerd wordt.

De burger komt zo centraal te staan en minder de ondernemer en (anonieme) aandeelhouders die uit zijn op kortetermijnwinst. De windturbine wordt gezien als een installatie die groene stroom levert voor vele gebruikers en niet als een investering die geld moet opbrengen voor enkelen. REScoop.be is dan ook verheugd dat de Provincie Limburg diezelfde weg opgaat.

Wat de fondsen van de Vlaamse en federale overheden betreft[1], die zouden zich beter aan de kant van de burger scharen. In de soap rond Electrawinds is het de burger die de rekening zal gepresenteerd krijgen. De overheidsfondsen en de staatsbank Belfius dreigen hun inbreng en leningen geheel of gedeeltelijk kwijt te spelen.

Of de coöperant, die vol goede bedoelingen een zogenaamd coöperatief aandeel heeft gekocht van de door Electrawinds opgezette financiële constructie Groenkracht, die op haar beurt via een achtergestelde lening geld ter beschikking heeft gesteld van Electrawinds, zonder daar enige controle over te kunnen uitoefenen. Juist daarom is het belangrijk dat de provincies Oost-Vlaanderen en Limburg geen genoegen nemen met dergelijke nepconstructies en de nadruk leggen op rechtstreekse participatie van de burger.

De REScoops van Vlaanderen zijn bereid om een eerlijke prijs te betalen voor de productie-installaties van bedrijven en zij willen dit doen door eigen middelen in te zetten: het geld van de burgers die niet lijdzaam toezien, maar in actie komen. Als er dan winst is, gaat die terug naar de burgers. Is er geen winst, dan heeft de burger nog altijd groene energie aan kostprijs.

Dirk Vansintjan

Dirk Vansintjan is projectverantwoordelijke kleinschalige waterkracht bij Ecopower cvba en ondervoorzitter van REScoop.be vzw.

Voetnoten

  • [1]De Gewestelijke InvesteringsMaatschappij voor Vlaanderen (GIMV), de Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV), de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM), de Vlaamse Energieholding (VEH) …

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!