Minister Monica De Coninck, met dergelijke krachttaal komen we niet ver 
Opinie, Nieuws, Economie, België - Katrien Neyt, Erwin Callebaut

Minister Monica De Coninck, met dergelijke krachttaal komen we niet ver 

Zou de minister haar krachttaal tegen werkzoekenden niet beter richten tot de werkgevers en uitpakken met het feit dat de tijd gekomen is dat ook werkgevers engagementen nemen? Enkel wanneer je de subsidies zou koppelen aan bijkomende jobs voor bepaalde doelgroepen kan het tij keren.

zondag 8 september 2013 16:27

In De Standaard van 5 september gaf onze minister van Werk haar mening over het feit dat, voor de zoveelste keer, wetenschappelijk vaststaat dat mensen met een migratieachtergrond achtergesteld worden op de arbeidsmarkt. Haar uitsmijter kon tellen!  Onder de titel “iedereen die oren en poten heeft moet werken” beweerde ze dat werkgevers mensen van vreemde origine wel zullen moeten aanvaarden omwille van de aankomende schaarste aan arbeidskrachten en dat ze dus hun koudwatervrees zullen moeten overwinnen.

Hoe moeten de honderdduizenden werkzoekenden zich bij deze titel hebben gevoeld? Meer nog, met die wezens met oren en poten bedoelt De Coninck mensen met een migratieachtergrond. Een op zijn minst onvoorzichtige uitsmijter!

Wellicht is de bedoeling van de minister goed. Ze wil dat de discriminatie stopt en wil het signaal geven dat werkgevers over de brug moeten komen. Toch draait de minister rond de hete brij. In het artikel doet ze uitschijnen dat iedereen, ongeacht zijn kennen en kunnen, aan het werk kan als hij wil, en dat de vergrijzing ervoor zal zorgen dat iedereen wel opgenomen zal worden in het arbeidsproces.

Niets is minder waar. Onze minister van Arbeid weet zeer goed dat het planbureau een stijging van de werkloosheid voorziet van 100.000 mensen. In 2020 zal het aantal volledig uitkeringsgerechtigde werklozen opgelopen zijn tot 592.300 mensen. Dit is ook het moment waarop een daling van de  beroepsbevolking zich inzet.

Dit betekent dus dat er in de komende 6 jaar geen kentering komt wat betreft de toegangskansen op de arbeidsmarkt. Integendeel.  Enkel met een verandering op het vlak van beleid kan worden ingegrepen. Reeds jaren krijgen bedrijven miljarden (ondertussen 12 miljard euro per jaar) om zogezegd om de werkgelegenheid te bevorderen.

Ondertussen weten we dat deze tussenkomsten voor ouderen, jongeren, gehandicapten, langdurige werklozen enz… weinig tot geen effect teweeg hebben gebracht. Er blijven evenveel werklozen, en er zullen er in de komende jaren nog bijkomen. Bovendien weet iedereen dat de achterstelling van doelgroepen op de arbeidsmarkt niets te maken heeft met koudwatervrees. 

Zonder corrigerend beleid zijn vreemdelingen, ouderen, laaggeschoolde jongeren, arbeidsgehandicapten een arbeidsreserve voor werkgevers. Het principe “last in first out”, geldt.  Zou de minister haar krachttaal niet beter richten tot de werkgevers en uitpakken met het feit dat de tijd gekomen is dat ook werkgevers engagementen nemen?  Enkel wanneer je de subsidies zou koppelen aan bijkomende jobs voor bepaalde doelgroepen kan het tij keren. En tot slot: waarom inzetten op langer werken als er zoveel werklozen zijn? 

Katrien Neyt (gewestelijk secretaris ABVV Oost-Vlaanderen) en Erwin Callebaut (voorzitter ABVV Oost-Vlaanderen)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!