Nieuws, Politiek, Irak, Opstand Syrië, Het Midden-Oosten -

Irak en het einde van het moderne Midden-Oosten

De landen Irak en Syrië zijn tegenwoordig weinig meer dan een politieke fictie, uiteengereten door buitenlandse interventies.

vrijdag 12 juli 2013 09:38

Nu Syrië verder wegglijdt in een anarchistische burgeroorlog en Irak steeds meer wordt geteisterd door een sektarische machtsstrijd, treedt een angstwekkende uitspraak over de toekomst van het Midden-Oosten duidelijk op de voorgrond.

In zijn boek uitgegeven in 2008 ‘Israël en de Clash of Civilizations‘, citeert de Britse journalist Jonathan Cook een beleidsnota uit 1982 van voormalig Israëlisch minister van Buitenlandse Zaken Oded Yinon, waarin die de ingrijpende gebeurtenissen in de regio vandaag correct lijkt te voorspellen: “De totale desintegratie van Libanon in vijf regionale entiteiten is het precedent voor de hele Arabische wereld … Irak kan worden verdeeld langs regionale en sektarische lijnen, net zoals Syrië (…) Er zullen drie staten worden gevormd rond de drie grote steden.”

Het geheime Sykes-Picot-verdrag, dat het Ottomaanse Rijk na de Eerste Wereldoorlog verdeelde tussen Frankrijk en Groot-Brittannië en het Midden-Oosten creëerde zoals wij het vandaag kennen, is voor de ogen van de wereld gewelddadig aan het afbrokkelen.

De landen Syrië en Irak, voorheen soevereine Arabische staten die gevormd werden na de nederlaag van de vroegere Ottomaanse heersers, bestaan vandaag de dag alleen nog in naam. Wat in hun plaats zou kunnen ontstaan – nadat het bloedvergieten ophoudt – zijn kleine, etnisch en religieus homogene staatjes: zwak en gemakkelijk te manipuleren, terwijl hun voorgangers een vrij onafhankelijke koers vaarden.

Dergelijke politiek kneedbare en verzwakte staten zouden volstrekt niet in staat zijn om een zinvolle verdediging te bieden tegen buitenlandse inmenging. Gezien de gevolgen hiervan voor de Midden-Oosten-regio, waar openlijke buitenlandse agressie al tientallen jaren een voortdurend terugkerend gegeven is, is er reden om aan te nemen dat deze toestand bewust werd gecreëerd.

“Een onuitgesproken waarheid achter de afgelopen tien jaar van bloedvergieten in Irak is dat het land zelf, na de Amerikaanse invasie van 2003, in feite bijna heeft opgehouden te bestaan”

De afgelopen maanden van dit jaar waren voor Irak de dodelijkste sinds vijf jaar, met meer dan 700 slachtoffers door aanhoudend geweld in april en meer dan 1000 in mei. Dit gebeurde grotendeels buiten het beeld van de grote nieuwsmedia, die zoals gewoonlijk doof blijven voor de Iraakse horrortoestanden.

Een onuitgesproken waarheid achter de afgelopen tien jaar van bloedvergieten in Irak is dat het land zelf na de Amerikaanse invasie van 2003 in feite bijna heeft opgehouden te bestaan. De Noordelijke provincie van Iraaks Koerdistan is de facto al onafhankelijk – al is er nog geen formele erkenning. Veel soennitische en sjiitische Irakezen zien zichzelf ondertussen meer als afzonderlijke entiteiten dan als een onderdeel van een samenhangende natie. 

SWAT-teams versus vreedzaam protest: het bloedbad in Hawija

Een ander fenomeen dat totaal aan de media-aandacht ontsnapt, zijn de vreedzame betogingen van soennieten, maar ook Koerden en sjiieten, die al sinds 25 december 2012 onafgebroken doorgaan in Irak tegen het sektarische en onmenselijke beleid van de huidige regering van premier Nouri al-Maliki.

Op 23 april 2013 werden de demonstranten op een protestbijeenkomst in de stad Hawija het slachtoffer van een aanval door speciale politie-eenheden, waarbij meer dan 50 doden en tientallen gewonden vielen. De parlementaire onderzoekscommissie die na deze gebeurtenissen werd opgericht, vermeldde in haar verslag dat 90 procent van de slachtoffers van de aanval in het hoofd, buik en/of borst waren geschoten.

Sommige demonstranten werden doodgeschoten terwijl hun handen achter hun rug gebonden waren. Het verslag bevestigde bovendien dat er geen wapens waren op de protestsite. 150 demonstranten werden aangehouden. De meesten zitten nog steeds opgesloten. Er is niets bekend over hun lot.

Het inzetten tegen de bevolking van deze speciale politie-eenheden – gemengde Iraakse en VS-eenheden, genaamd SWAT-teams – is een nieuwe ontwikkeling in Irak. SWAT is een Amerikaanse term en staat voor ‘Special Weapons And Tactics‘. Er bestaat geen Arabische naam voor. Die SWAT-teams zijn er gekomen nadat op 6 december 2012 een ‘Intentieverklaring voor Samenwerking op Defensiegebied tussen het ministerie van Defensie van de republiek Irak en het ministerie van Defensie van de Verenigde Staten van Amerika’ werd ondertekend.

Daarover werd in de media alweer zo goed als niets geschreven. Blijkbaar was er een onuitgesproken afspraak dat iedereen de andere kant zou opkijken, vergelijkbaar met de stilte na Tim Arango’s artikel op 25 september 2012 in de New York Times, waarin hij opmerkte: “Irak en de Verenigde Staten onderhandelen over een overeenkomst die zou kunnen leiden tot de terugkeer van kleine eenheden van Amerikaanse soldaten naar Irak voor trainingsmissies”.

Volgens VS-generaal Robert Caslen werd onlangs, op verzoek van de Iraakse regering, een eenheid Amerikaanse strijdkrachten voor ‘Speciale Operaties’ overgebracht naar Irak om het land “te adviseren over terrorismebestrijding en te helpen met inlichtingendiensten”.

Blijkbaar steunt de Amerikaanse regering nu dus ook aanvallen op vreedzame betogers in Irak. De vraag is of de VS-soldaten die Iraakse SWAT-teams gewoon trainen, of dat ze ook betrokken zijn bij de planning en/of de uitvoering van slachtpartijen zoals in Hawija? De SWAT-teams opereren immers altijd gemaskerd.

Willekeur en straffeloosheid

Na het bloedbad in Hawija volgde een golf van geweld die het hele land overspoelde. Militaire konvooien werden aangevallen, raketten afgevuurd op militaire basissen, enz.

Het antwoord van Maliki: nog meer repressie, aanhoudingen, detenties en het inzetten van gewapende milities. Deze laatste worden verantwoordelijk geacht voor de huidige golf van bloedige bomaanslagen in Bagdad, zowel tegen soennieten als sjiieten.

De bedoeling is duidelijk: het sektarisch geweld moet terug worden aangewakkerd, om de eenheid van het protest tegen te gaan en het uiteenvallen van Irak te bespoedigen. En wie heeft daar belang bij? Juist: de Verenigde Staten, Israël en hun vazalstaten in de regio: Saoedi-Arabië, Qatar… maar ook Iran, dat zijn invloedssfeer wil behouden in Midden- en Zuid-Irak.

“De bedoeling is duidelijk: het sektarisch geweld moet terug worden aangewakkerd om de eenheid van het protest tegen te gaan en het uiteenvallen van Irak te bespoedigen. Het is het virulent sektarische beleid van premier Nouri al-Maliki dat het Iraakse volk heeft vervreemd van het politieke proces en tot opstand heeft gedwongen”

In een poging om de demonstraties te breken, heeft Nouri al-Maliki militaire versterking en oproerpolitie gestuurd naar de provincie Anbar. Als reactie daarop besloten stammen in Anbar gewapende eenheden op te richten om de demonstranten te beschermen.

Een deel van de protestbeweging, die tot 23 april 2013 zeer vreedzaam te werk ging, organiseert nu zelf ook gewapende checkpoints. De meeste tribale, religieuze en lokale leiders in de sit-in locaties blijken echter wijzer dan de premier en zijn regeringscoalitie. Ondanks de menselijke verliezen hebben zij de demonstranten aangemoedigd om het vreedzame karakter van hun protesten te behouden.

Het is het virulent sektarische beleid van premier Nouri al-Maliki dat het Iraakse volk heeft vervreemd van het politieke proces en tot opstand heeft gedwongen. Honderdduizenden Irakezen werden jarenlang opgesloten – velen zonder aanklacht – in gevangenissen gerund door sektarische milities. Meer dan 1.400 mensen wachten nog op hun executie.

Sinds eind december hebben vreedzame demonstranten geëist dat hun fundamentele rechten zouden worden gerespecteerd. De autoriteiten onder leiding van premier Maliki reageerden meermaals op de vreedzame acties met bedreigingen en gewelddadige tussenkomsten, in Fallujah, Ramadi, Baquba en andere plaatsen.

In plaats van een serieus onderzoek te voeren naar de gerichte moordaanslagen, willekeurige moorden, bomaanslagen en andere ‘incidenten’, arresteren veiligheidstroepen willekeurig soennitische mannen of sjiitische tegenstanders van Maliki. Ze worden opgesloten in een van de vele geheime gevangenissen van het regime. Daar worden ze gedwongen om over te gaan tot valse bekentenissen na ernstige martelingen. Vervolgens worden ze ter dood veroordeeld. Dit alles is goed gedocumenteerd.

“De Iraakse straffeloosheid – of de mate waarin daders aan vervolging ontsnappen voor de moord op journalisten – is de ergste in de wereld. Ze is 100 procent.

“Zelfs vandaag de dag, na de terugtrekking van de Amerikaanse strijdkrachten, hebben de autoriteiten geen enkele interesse getoond om deze moorden te onderzoeken”, verklaarde het Comité voor de Bescherming van Journalisten (CPJ). Dezelfde bemerking kan worden gemaakt voor andere Iraakse professionals: academici, advocaten, rechters, artsen, ingenieurs, inspecteurs van de integriteitscommissie, enzovoort: er heerst totale straffeloosheid.

De VN-Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, Navi Pillay, heeft meermaals de massa-executies van veroordeelde gevangenen scherp veroordeeld. Zij heeft benadrukt dat het rechtssysteem in het land “té ernstig verstoord is om zelfs maar een beperkte toepassing van de doodstraf te rechtvaardigen, laat staan tientallen executies op hetzelfde moment uit te voeren”.

Pillay stelde: “Het executeren van mensen in deze aantallen is obsceen. Dit lijkt meer op een slachthuis. Het strafrechtelijk systeem in Irak functioneert nog steeds niet adequaat, met tal van veroordelingen op basis van bekentenissen verkregen onder foltering en mishandeling, een zwakke rechterlijke macht en procedures die niet aan de internationale normen voldoen. De toepassing van de doodstraf in deze omstandigheden is gewetenloos, omdat de veelvuldige rechterlijke dwalingen als gevolg van de doodstraf niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt.”

De opdeling van Irak

Er zijn 2 mogelijke scenario’s na de slachtpartij in Hawija. De soennitische geestelijke Mohammad Taha op een bijeenkomst in Samarra verwoordt het als volgt: “Al-Maliki heeft het land naar de afgrond gebracht… Dit laat ons achter met twee opties: ofwel burgeroorlog ofwel de vorming van onze eigen autonome regio”.

De echo’s uit de protestgebieden laten echter horen dat een overgrote meerderheid van de demonstranten nog steeds de drie grote slogans handhaaft: “Neen tegen het sektarisme. Neen tegen de opdeling van Irak. Afschaffing van de verdeeldheid zaaiende grondwet.”

De Iraakse advocaat Salah Hashimi stelt: “Ik denk niet dat de aanval op Hawija zal leiden tot een sektarische strijd. Er is absoluut geen aanwijzing dat dit een sektarische kwestie is. Het is er een tussen vreedzame demonstranten en een dictatoriale regering in Irak, die toevallig wordt gedomineerd door sjiieten. De soennitische en de sjiitische gemeenschappen blijven in vrede leven met elkaar. Ooggetuigenverslagen suggereren dat de demonstranten veel boodschappen hebben gekregen uit de zuidelijke regio’s ter ondersteuning van de protestbeweging en ter ondersteuning van het vreedzaam karakter ervan. De protesten duren al vele, vele maanden… Maar de regering is de demonstranten op geen enkele wijze tegemoet gekomen. En nu schieten ze dus ongewapende demonstranten dood.”

“De sociaal-politieke situatie is nog steeds zeer kritiek, maar het probleem bestaat inderdaad hoofdzakelijk tussen de overheid en de westelijke provincies – niet tussen de verschillende gemeenschappen”

De Amerikaanse architecten van deze oorlog hadden een duidelijk doel voor ogen

Er zijn voldoende aanwijzingen dat het doen uiteenvallen van Irak een doelbewuste strategie was van de Amerikaanse neoconservatieven. De Amerikaanse architecten van deze oorlog, die nog steeds hun invasie rechtvaardigen met een retoriek van ‘bevrijding’ en ‘democratie’, hadden al jaren eerder openlijk erkend en voorspeld dat een invasie zou resulteren in het einde van Irak als een eengemaakte staat.

In een follow-up van hun  beleidsdocument uit 1996, ‘A Clean Break: A New Strategy for Securing the Realm’, publiceerden vooraanstaande neoconservatieve intellectuelen, waaronder Richard Perle, Douglas Feith en David Wurmser, een rapport dat een radicale hervorming van het Midden-Oosten bepleitte met militaire middelen.

De auteurs van het rapport voorspelden de onvermijdelijkheid van de ondergang van Irak na een militaire invasie. In dit document waarschuwden de auteurs eveneens dat een militaire ‘regime change’ (regimeverandering) er zou toe leiden dat “Irak uiteen wordt gescheurd door de politiek van krijgsheren, dieven, clans, sekten en belangrijke families”.

Diezelfde auteurs werden nadien niettemin de meest agressieve voorstanders van zo’n invasie. De maatregelen van de bezettende autoriteit na de invasie om het Iraakse leger te ontbinden, sektarische milities te steunen, doodseskaders te creëren en de Iraakse civiele infrastructuur te vernietigen worden in dit licht bekeken, veel begrijpelijker.

De chaos waarin het land werd ondergedompeld sinds 2003 is niet een onbedoeld gevolg, maar een politieke optie, voorspeld door de architecten van de oorlog en daarna perfect uitgevoerd. Vandaag wordt een opdeling van Irak in kaart gebracht door Amerikaanse denktanks die het definitieve einde van Irak onvermijdelijk achten en die het land willen verdelen in etnische en religieuze staatjes. 

“Vandaag wordt een opdeling van Irak in kaart gebracht door Amerikaanse denktanks die het definitieve einde van Irak onvermijdelijk achten en die het land willen verdelen in etnische en religieuze staatjes”

De Amerikaans-Britse bezettingstroepen hebben de Irakezen omgedoopt tot sjiieten, soennieten, Koerden, christenen, Assyriërs, Turkmenen en anderen.

Toen de Amerikaanse diplomaat Paul Bremer het tijdelijke bestuursorgaan, de ‘Iraqi Governing Council‘ (IGC), creëerde, koos hij mensen op basis van hun sektarische, religieuze en etnische afkomst, en vermeldde hun affiliatie achter hun naam. Bijvoorbeeld, toen de leider van de Iraakse Communistische Partij werd benoemd in de IGC, werd hij als sjiiet vermeld. De Iraakse identiteit werd volledig uit het woordenboek van de bezetters gewist.

De socio-politieke situatie in Irak verslechterde verder door allerlei beslissingen gebaseerd op de premisse dat de sjiieten en Koerden werden onderdrukt en gemarginaliseerd onder Saddam Hoessein. Deze groepen kregen van de VS meer macht en een voorkeursbehandeling. 

De grondwet, door de bezetter geschreven in 2005, illustreert dit duidelijk. In plaats van te bouwen aan een staat met gelijke rechten en plichten voor alle burgers, werden de soennitische Arabieren gemarginaliseerd en werden ze door de regerende sjiitische en Koerdische partijen afschuwelijk slecht behandeld. 

Het sektarische kruitvat in Irak werd dus gecreëerd door de Amerikanen. De situatie vandaag staat in schril contrast met de houding van de Iraakse bevolking tijdens de vroege dagen van de Amerikaanse invasie. De titel van een artikel uit 2004 in de New York Times, ‘Samenwerking tussen soennieten en sjiieten groeit. Dit verontrust de VS’, zegt alles.

Het beschreef de brede steun van sjiitische Irakezen aan hun soennitische medeburgers in Fallujah, die toen belegerd werden door de Amerikaanse troepen. “We hebben orders van onze leider om samen als Irakezen te strijden” zei Nimaa Fakir, een 27-jarige leraar en soldaat in het Mahdi Leger, een sjiitische militie.

“We willen de gevechten intensifiëren, de Amerikanen verslaan en ze het land uitdrijven. Hiervoor moeten we onze krachten bundelen.” Een sjiiet wordt geciteerd: “Soennieten, sjiieten, het maakt niets uit. Dit is een kunstmatig onderscheid. De mensen in Fallujah verhongeren. Ze zijn Irakezen en ze hebben onze hulp nodig.”

De noodzaak om dergelijke uitingen van interreligieuze nationale eenheid tegen te gaan en te ondermijnen en zo de doelstellingen van de invasie te bereiken, werd door Amerikaanse militaire functionarissen reeds in een vroeg stadium erkend. Om het met de woorden van generaal Ricardo Sanchez te zeggen: “Het gevaar is dat soennieten en sjiieten zich verenigen (…) We zullen heel hard moeten werken om ervoor te zorgen dat dit wordt vermeden.”

Heimwee naar Saddam

Het resultaat van de Amerikaanse inspanningen is vandaag duidelijk te zien aan de droevige toestand waarin het land na 2004 is terechtgekomen. Waar Irakezen zichzelf ooit zagen als burgers van een eengemaakte natie, is hun religieuze identiteit nu belangrijker geworden.

De ooit zo invloedrijke christelijke gemeenschap in Irak is met uitsterven bedreigd, terwijl soennieten en sjiieten verwikkeld zijn in een schijnbaar onoplosbaar sektarisch conflict dat het land aan stukken zou kunnen rijten. In de woorden van een Iraakse man, die aanvankelijk de inval verwelkomde met de belofte van bevrijding, maar met afgrijzen moest vaststellen dat zijn land werd verscheurd door Amerikaanse bommen en etnische zuiveringen: “Ik wou dat de Amerikanen nooit gekomen waren. Ze verpestten ons land. Ze zaaiden verdeeldheid … Ze bezorgden ons heimwee naar de dagen van Saddam Hoessein.”

De huidige premier Nouri Al-Maliki is het hoofd van de uitvoerende macht in Irak en tevens opperbevelhebber van de strijdkrachten. Hij is belast met defensie, binnenlandse zaken en de nationale veiligheids- en inlichtingendiensten. Hij heeft dus de absolute macht naar zich toegetrokken en heeft meer beslissingsbevoegdheid dan de dictator Saddam Hoessein ooit heeft gehad – mede dankzij de steun van de VS en Iran.

Bovendien lijkt het erop dat Maliki van plan is om het land in zijn greep te houden door de sektarische spanningen ten top te drijven, ook al zou dit betekenen dat Irak als eengemaakte natie zou ophouden te bestaan.

En zo zou de Amerikaanse droom dan toch nog werkelijkheid kunnen worden… op voorwaarde natuurlijk dat de huidige protestbeweging niet slaagt in haar opzet om het land bijeen te houden. Hier moet wel aan toegevoegd worden dat de Irakezen die actief zijn in de protestbeweging ons verzekeren dat berichten in de pers over een mogelijke burgeroorlog in Irak fel overdreven zijn.

In feite hebben veel tribale leiders van de zuidelijke, door sjiieten gedomineerde gebieden al vele malen hun steun betuigd aan de demonstranten en hadden zij begrip voor de grieven van de soennitische westelijke regio’s. Zelfs binnen de sjiitische regeringscoalitie, de belangrijkste steunpilaar voor de premier, gingen stemmen op om de spanning te verminderen door te voldoen aan een aantal van de legitieme eisen van de betogers.

Socio-economische problemen

Premier Nouri al-Maliki’s onvermogen om de sociale en economische problemen op te lossen, zijn falen om de enorme corruptie te beteugelen, het onvermogen om de basisdiensten te verbeteren of de distributie van voedselrantsoenen te verzekeren, en zijn onvermogen om de veiligheidssituatie te verbeteren in Bagdad en andere grote steden, doet de vraag rijzen of hij nog wel een derde ambtstermijn zal halen.  

In de zuidelijke, voornamelijk sjiitische stad Nasiriya, waar miljoenen dollars werden geïnvesteerd voor de verbetering van het elektriciteitsnet, is per dag gemiddeld één uur elektriciteit beschikbaar voor de bevolking. De protestbeweging zou tijdens de broeierig hete zomer die eraan komt dus wel eens de verhoopte massale steun kunnen krijgen van de verpauperde sjiitische bevolking in het zuiden van het land.

Ondanks alle negatieve aspecten van de huidige Iraakse politieke situatie zijn er ook aanwijzingen dat de sektarische verdeeldheid die het land overspoelde na 2003, misschien op zijn retour is. Mensen uiten publiekelijk kritiek op het misbruik van sektarische retoriek en op de roep van politici om het land op te delen.

De komende maanden kunnen beslissend zijn. Als de regering van Nouri al-Maliki blijft dwarsliggen en er geen nationale verzoeningsconferentie wordt bijeengeroepen, kan de interne stabiliteit verder achteruit gaan. Dit kan nog worden verergerd door een spillover-effect van de Syrische crisis, zoals men bijvoorbeeld kan zien aan de onrustwekkende terugkeer van al-Qaeda en Salafi-strijders naar Irak.

In het midden van deze chaotische socio-politieke situatie, zou de Iraakse bevolking misschien kunnen beseffen dat de verdediging van hun Iraakse identiteit van het grootste belang is, omdat dit meer bloedvergieten en een uitdeining van de crisis in Syrië naar de gehele Golf-regio kan voorkomen.

Dirk Adriaensens

Dirk Adriaensens is lid van het uitvoerend comité van het BRussells Tribunal.

Deze bijdrage komt uit het nieuwste nummer van het tijdschrift  van Vrede vzw ‘Vrede – Tijdschrift voor internationale politiek’ (nr. 422, juli – augustus 2013).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!