Stanley's beroemde uitspraak, "Dr. Livingstone, I presume?", waarmee hij de door velen dood gewaande reiziger begroet na het aanmeren in Ujiji, die noteert hij de elfde november 1871. Stanley's notities liggen op de tentoonstelling open op de tiende (foto: Belvuemuseum Brussel).
Nieuws, Afrika, Cultuur, Congo, Recensie, Leopold II, Tentoonstelling, Afrika, Burundi, Koloniale geschiedenis, Tanzania, Koning Boudewijnstichting, Zambia, Kolonialisme, Brussel, Slavenhandel, Guy Poppe, Deling van Afrika, Tanganyikameer, Henry Morton Stanley, David Livingstone, Ujiji, Dr. Livingstone, I presume?, Mathilde Leduc-Grimaldi, Stanley-archieven, Belvuemuseum, Africamuseum Tervuren, New York Herald, Zanzibar - Guy Poppe

Dr. Livingstone, I presume?

Een tentoonstelling in het Brusselse Belvuemuseum over een historische ontmoeting die Centraal-Afrika ontsloten heeft voor westerse handelsbelangen, zo niet het kolonialisme. Guy Poppe bezocht de tentoonstelling en brengt verslag uit.

maandag 10 juni 2013 17:30

Toen ik een vriendin van me met Zambiaanse roots liet weten dat er in Brussel een tentoonstelling opende over een landgenoot van haar zette ze grote ogen. “Wie mocht dat wel wezen?” De ontgoocheling en zelfs enig misprijzen waren even later in diezelfde ogen te lezen als ik haar preciseerde dat het over David Livingstone ging.

Neen, de Schotse predikant, dokter en ‘ontdekkingsreiziger’ verkopen als een blanke Zambiaan, ook al is hij op 28 april 1873 onder een boom in Ilala gestorven, op het grondgebied van het huidige Zambia, dat was kennelijk een brug te ver.

Hondsbrutale en stijfkoppige Livingstone

Toch is het een verleidelijk idee. De stugge, hondsbrutale en stijfkoppige Livingstone was zo gebiologeerd door dat voor westerlingen onbekende, in het centrale gedeelte van Afrika gelegen gebied rond grote meren dat hij zijn gezondheid en later zijn leven ervoor veil had om het letterlijk in kaart te brengen.

Wat nu staten zijn als Burundi, Congo, Tanzania en Zambia heeft hij als allereerste zendeling en zonderling verkend om daarover in ons deel van de wereld te berichten.

Er is voer voor de stelling dat zonder zijn zoektocht naar de bronnen van de Nijl de scramble for Africa anders verlopen zou zijn in plaats van iets meer dan een decennium na zijn dood in de coulissen van de Conferentie van Berlijn (1884-85) aanleiding te geven tot de opdeling van het continent binnen zijn koloniale en daardoor huidige grenzen.

“Een bleekgezicht met een vale, blauwe pet op”

De honger om over die man en zijn streven meer te weten te komen, stilt de tentoonstelling in het Belvuemuseum in Brussel ruimschoots. U hebt tot elf november om aan de dis aan te schuiven.

Nu is elf november toevallig – neen, daarvan kan er met een conservator als Mathilde Leduc-Grimaldi geen sprake zijn – de dag in 1871 dat in Ujiji, in wat nu Tanzania heet, Henry Morton Stanley te midden van een groep Arabieren en Afrikanen op de oevers van het Tanganyikameer de zieke, berooide en beroofde Livingstone spot.

“Een bleekgezicht met een vale, blauwe pet op”, schrijft hij op in zijn dagboek. Neen, sorry, dat was de tiende, maar zijn beroemde uitspraak, “Dr. Livingstone, I presume?”, waarmee hij de door velen dood gewaande reiziger begroet na het aanmeren, die noteert hij de elfde. Stanley’s notities liggen open op de tiende.

Het Africamuseum van Tervuren heeft niet voor niets het Stanley-archief in bewaring gekregen van de Koning Boudewijnstichting, waarmee het samen de tentoonstelling opgezet heeft, het bezit documenten waarmee het kan pronken. Leduc-Grimaldi bestudeert ze al jaren, er is geen wetenschapper die Stanley’s geschriften beter kent dan zij.

Wat staat er op elf november te lezen? Niets, het blad ontbreekt in het dagboek, uitgescheurd. Het kan even goed nog in een la liggen bij een van Stanley’s erfgenamen die van die pagina geen afscheid kan nemen als dat het voor veel geld aan een privéverzamelaar verkocht is.

Tot werelderfgoed uitgegroeide woorden

“Maar er valt nauwelijks aan te twijfelen dat Stanley die tot werelderfgoed uitgegroeide woorden wel degelijk uitgesproken heeft”, stelt Leduc-Grimaldi, “hij heeft ervan gewag gemaakt in andere teksten, nog tijdens Livingstone zijn leven, en die heeft nooit een opmerking gemaakt.”

Bij flink wat privéverzamelaars mocht de conservator op de thee – “ik kon echt kiezen wat ik voor de tentoonstelling hebben wou”- maar die bewuste 11de november uit Stanley’s journaal, neen, daarop heeft ze de hand niet kunnen leggen.

Wel op de brief van de uitgeputte Stanley, die hij als enige overlevende Europeaan in de karavaan die dwars door Afrika van de Indische naar de Atlantische Oceaan trekt, laat bezorgen aan “eenieder die Engels spreekt” in Enboma, later bekend als Boma en de eerste hoofdstad van de Congo-Vrijstaat van Leopold II. Maar die hulpkreet dateert van enkele jaren na zijn ontmoeting met Livingstone.

Teleurstelling: niet de Nijl ontdekt …

Tot zover de anekdotes. Stukken belangrijker voor de loop van de geschiedenis is dat Livingstone Stanley overtuigt om de reis naar de noordelijke oevers van het meer samen voort te zetten. Een initiatief dat op een teleurstelling uitdraait, want ze komen tot de vaststelling dat de rivier daar niet uit, maar in het meer stroomt.  

Ze hebben niet de Nijl ontdekt, maar de Ruzizi, die vlak bij het huidige Bujumbura (Burundi) een grote bruine stroom vormt tot diep in het meer. Even ten zuiden van de Burundese hoofdstad, op de idyllische plek waar de Mugere in het Tanganyikameer stroomt en een vruchtbare vallei achterlaat, troont de rots waarin het opschrift ‘Livingstone Stanley 25-XI-1871’ gekerfd staat.

Voor nogal wat Burundezen is dat de plaats waar Stanley Livingstone begroet heeft met de woorden “Dr Livingstone, I presume?”, een oord om fier op te zijn. Een Burundees en een Zambiaanse reageren niet altijd identiek op de geschiedenis van hun contreien. In werkelijkheid is de rots aan de Mugere een rustplek waar de twee op hun gezamenlijke reis langs de oever van het meer voor een dag of drie hun kamp opgeslagen hebben.

Tijdens die omzwerving brengt Livingstone zijn geografische belangstelling over bij de man die hem uit de penarie is komen helpen en tot dusver hooguit een succesvol oorlogsjournalist was. Een reporter door zijn uitgever, de krant New York Herald, teruggeroepen van het front, omdat er al een maand lang niets wezenlijks te vertellen viel over de Spaanse Carlistenoorlog, en de Afrikaanse binnenlanden ingestuurd.

Daar moest hij op zoek naar wie in de media van die tijd tot mythe verklaard was, van wie niemand goed wist of hij ooit nog dood of levend terug te zien zou zijn.

Oorlogsjournalist wordt cartograaf

De cartograaf in Stanley wordt tijdens die gezamenlijke tocht met Livingstone geboren. Leduc-Grimaldi geeft de bezoeker inzage van een bladzijde uit Stanley’s journaal waarop hij zijn eerste kaartjes van de oevers van het meer getekend heeft. Hij steekt van zijn leermeester op dat hij precieze beschrijvingen op moet tekenen van wat hij ziet – ook van de dieren en de planten, de sieraden en beeldjes – en hoort tijdens de gesprekken met plaatselijke gezagsdragers.  

Op zijn latere reizen neemt hij instrumenten mee, een kompas, een sextant, een thermometer en een verrekijker. “Stanley raakt in die periode gepassioneerd door Afrika”, zo groot is Livingstones invloed op hem volgens de conservator. Dat zullen we geweten hebben, blijkt uit de latere geschiedenis van het continent.

Concreet raakt de journalist onder meer geboeid door de slavenhandel in dat deel van Afrika. Karavanen geleid door Arabische en Afro-Arabische handelaren trekken al jaren door het gebied en keren terug naar het eiland Zanzibar met wat ze daar aan goed verkoopbare waar kunnen slijten, van ivoor tot jonge, zwarte werkkrachten.

Stanley begint dat thema niet meteen aan te boren. Hij neemt brieven over het onderwerp mee van de hand van Livingstone, die hij van zijn uitgever uit ieders bereik moet houden. (Ze liggen in een van de vitrines, je kunt ze lezen!) Concurrenten zouden immers wel eens telegrafisten ertoe kunnen verleiden om de informatie met hen te delen tegen aanvulling van hun karige loon.

In dienst van Leopold II

De speurtocht naar beveiligde internetverbindingen vindt daar in wezen zijn oorsprong, er is niets nieuws onder de zon. Een tijd later neemt Stanley de fakkel van Livingstone over. Slavenarbeid, hij kent het fenomeen van toen hij, aan de twee kanten overigens, meevocht tijdens de secessieoorlog in de Verenigde Staten. Als Stanley Livingstone voor het eerst tegenkomt, zit de moord op president Lincoln zes jaar daarvoor nog vers in zijn geheugen.

Acht jaar na die ontmoeting reist Stanley, nadat hij tussendoor de Congostroom in kaart gebracht heeft, opnieuw naar Centraal-Afrika, deze keer in dienst van Leopold II. Hij maakt van de Belgische koning een van de toonaangevende spelers op het schaakbord waarop alle grootmachten uit die tijd hun pionnen uitgezet hebben.

Vrijhandel is het devies, niets mag de handelsstromen naar het westen in de weg staan. Het is een onstuitbare beweging die enkele jaren later uitmondt in de stichting van kolonies, de voorlopers van de moderne Afrikaanse staten.

Indringend inzicht op fait divers dat geschiedenis van Afrika draai gaf

De amper drie zalen in het Belvuemuseum bieden een indringend inzicht in hoe wat op zichzelf een fait divers is – een journalist, uit op een scoop, treft een avonturier waarnaar hij op zoek is als naar een naald in een hooiberg – op de keper beschouwd de geschiedenis een serieuze draai gegeven heeft.

Fijn is ook dat de organisatoren de kans schoon gezien hebben om de tentoonstelling te verluchten met enkele voorwerpen, die ongetwijfeld Livingstone en Stanley hun aandacht getrokken hebben. Rieten manden, zoals je ze heden ten dage nog altijd aantreft op de markten in Burundi en Rwanda, waar de makers ze volgens de conservator dezer dagen met plastic vezels vervaardigen (dus daar gaan die in beslag genomen plastic zakken naartoe!).  

Of dat mysterieuze beeldje van een koppel, de heupen aan elkaar gegroeid, hij met de arm over haar schouders geslagen. “Ik kan het niet laten om je erop te wijzen”, verontschuldigt Mathilde Leduc-Grimaldi zich, “zo mooi vind ik het”. En of ze gelijk heeft.

Indringend, schrijf ik, ja, maar je moet moeite doen om verder te kijken dan je neus lang is. Knap is dat de tentoonstelling je die gelegenheid biedt. Eén klik en je hebt virtueel bijkomende informatie. En wat je achteraf aan vragen te binnen schiet, krijg je thuis moeiteloos beantwoord via een link (die op het moment dat ik dit neerpen jammer genoeg niet werkt).

Een parel van een tentoonstelling in een hoek van het koninklijke paleis, boven wat er rest van het paleis op de Coudenberg waar keizer Karel hof hield, met zijn onderaardse gangen waarvan, althans volgens de geruchten (of zijn het roddels?), Leopold II dankbaar gebruik maakte om uit zijn stulp weg te sluipen om een van zijn maîtresses een bezoek te brengen. Een meer uitgelezen plek voor “Dr. Livingstone, I presume?” is ondenkbaar.

Guy Poppe

Guy Poppe is oud-VRT-radiojournalist. Hij publiceerde de laatste jaren onder meer boeken over de recente geschiedenis van Congo en Burundi.

De tentoonstelling is een samenwerking tussen het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, de Koning Boudewijnstichting en het BELvue museum en loopt van 6 juni tot en met 11 november 2013 in het Belvuemuseum op het Paleizenplein in Brussel.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!