CHINA INC. AFBRAAKWERKEN?

CHINA INC. AFBRAAKWERKEN?

donderdag 7 februari 2013 11:33

Al meer dan negen jaar verkoopt hij DVD’s. Alles wat in zijn winkel staat heeft hij gezien. Vooral Amerikaanse films vindt hij goed. “Dit zijn de nieuwe,” zegt hij, en hij wijst naar een rek aan de muur. Deze is lang niet slecht (Chinezen zeggen zelden dat ze iets goed vinden. Ze verkiezen de term “niet slecht”, of, als het echt heel goed is, zeggen ze “helemaal niet slecht”) en hij wijst naar een hoesje waarop een Amerikaanse kop staat afgebeeld tegen een achtergrond van reusachtige metalen spinnen in een landschap dat op een zuurstofvrije maankrater lijkt. Hmm, ik houd niet zo van science fiction, zeg ik. “Ha, daar hou je niet van, hmm?”        

Deze is ook erg goed, hij haalt Skyfall boven. “Die ga ik morgen in de cinema kijken!” zeg ik, “Dat is altijd beter”. “Hmm,” hummelt hij, “deze dan,”  en hij toont een hoes met Hugh Grant erop. En deze. Jennifer Aniston. En deze. Jude Law. Of deze. DiCaprio.

Ik stuit op La Chine – Chung Kuo, een documentaire van Michelangelo Antonioni. In 1972, in volle culturele revolutie, had de Chinese communistische partij de Italiaan uitgenodigd om een documentaire te komen draaien over China. Zo zou de hele wereld getuige kunnen zijn van de weldaden van de communistische staat.

Antonioni zou echter geen kunstenaar geweest zijn mocht hij gedaan hebben wat hem werd gevraagd. Zo nu en dan springen hij en zijn cameramannen tegen de wil van hun gids uit het busje, of filmen ze “per ongeluk” zaken die niet gefilmd hadden moeten worden. Het gevolg is een drie uur durende bewegende foto van China en zijn inwoners. Sommigen zijn nieuwsgierig naar de buitenlanders met de camera, anderen zijn eerder verlegen of bang. De straten van China zijn bedekt door een laagje grijzig stof, de mensen dragen grijze of blauwe jasjes, grijze broeken. Sporadisch lachen ze. De film toont niet hoe goed het communisme is voor de mensen. De film toont hoe de mensen overleven in een arm land. Maar bekritiseren doet Antonioni niet. Het resultaat was toch niet waaraan de partij gedacht had.
Het gevolg ligt voor de hand: film verboden. Maar niet enkel in China, ook in de VS. Offcourse, it’s about communism. In 2004 werd de film voor het eerst vertoond in China.
(Wat er met Antonioni’s tolk is gebeurd na het draaien van de film weet ik niet, maar ik geloof niet dat dat verhaal een vrolijke afloop kent.)

De DVD-verkoper ziet er in de zestig uit. In 1972 moet hij even oud geweest zijn als ik nu ben. Toen zwaaide hij allicht met het rode boekje, nu verkoopt hij James Bond-films. Ik vraag hem of hij La Chine heeft gezien. “Gezien,” en afkeurend schudt hij zijn hoofd. “Veel te willekeurig. Die man gaat gewoon ergens staan en filmt dat. Dat kan je toch geen goede film noemen?” Ik spreek hem tegen, maar overtuigen doe ik hem niet. Hij zou deze blog waarschijnlijk ook maar niets vinden.

Eigenlijk was zijn winkel zijn winkel niet meer. Twee dagen geleden heeft hij hem leeg moeten halen, want het pand stond op de hoek en de hoek wordt afgebroken. In 2014 zijn het de Jeugd Olympische Spelen in Nanjing. Groezelige, smerige, en daarom interessante buurtjes veranderen langzaamaan allemaal in puin. Het is in die buurtjes dat ondernemende Chinezen, kleine zelfstandigen, hun plan trekken en hun kost verdienen. Een gat in de muur is voldoende om een restaurant in te beginnen. Of een schoenmaker, of een naaiatelier. Maar nu moet alles weg.
Aan de hekken die om de bergen steenpuin zijn gezet hangen brede rode linten met grote gele karakters erop gedrukt: “Voor een mooi, proper en beschaafd Nanjing”. De graaiende hand van de kraan grijpt een dak vast en slingert het er als vanzelf af, zoals wanneer je met je vinger door een chocomousse gaat en hem aflikt.

Er ligt een fitnesstoestel tussen het puin. Een vrouw sleept het eruit. Ze roept iets tegen een man, heft het toestel met veel moeite op haar weegschaal en de twee beginnen te onderhandelen over de prijs. De prijs van oud ijzer.

Een jong koppel doet zijn best een zware valies over de bakstenen te sjouwen. Hun zoontje van een jaar of vier loopt een eindje voorop, bukt  zich, valt bijna en raapt iets op. Ze gaan in de richting van de straat. Ongewild on the road.

Er staat nog één gebouw recht en het doet denken aan de bekende foto van het huis in het midden van de weg hier in China.  Het is een restaurant. Een oude man staat er gevulde lotuswortels onder te dompelen in een onfris dampende, bruine soep. “Lekker!” roept hij en hij lacht enkele tanden bloot, die even bruin zijn als de soep. Ik zeg dat ik er niet zo van hou, dat wij in Europa die dingen niet eten (een flauw excuus, maar het werkt meestal wel). Waarom wordt alles afgebroken behalve zijn restaurant? “Ha! Natuurlijk wordt het wel afgebroken! Maar pas na Chinees Nieuwjaar!” Waarom dan pas? “Omdat wij ___ zijn.” Ik versta niet wat hij zegt. “Verstaat ge dat, ___” Nee, dat versta ik niet. “Omdat wij oud zijn!” en hij roept het nog eens: “Oud! Wij krijgen wat meer tijd dan de anderen.” Ik zou willen doorvragen, maar wil niet onbeleefd zijn. Ik bedank hem en ga weg.

De DVD-verkoper heeft zijn collectie DVD’s dan maar ondergebracht in het huis ernaast. Ik had nog nooit opgemerkt dat er nog ruimte was tussen zijn winkel en de winkel ernaast, ook al passeer ik hier zowat elke dag. Een deur breed, meer is het niet, maar voor de DVD-verkoper is dat genoeg om zijn waar aan de man te brengen. De hal en de living van het huis heeft hij omgebouwd tot winkel. “Dit huis gaan ze niet afbreken. Tot daar en niet verder,” en hij wijst naar de plek waar zijn oude winkel staat, leeggehaald, naakt en in de kou, te wachten op de sloop. Het is niet zíjn huis, hij huurde het. Van weemoed lijkt hij weinig last hebben. Hij is tevreden met deze nieuwe plek.

Wat is er met de mensen gebeurd die daar woonden? “Ah,” hij zwijgt even. “Voor hen is het niet goed. Voor hen is het helemaal niet goed. (Bedoelen ze “slecht”, de Chinezen, dan zeggen ze “niet goed”, bedoelen “heel slecht”, dan zeggen ze “helemaal niet goed”.) Zij zijn allemaal weggejaagd.” Maar krijgen ze geen vergoeding van de staat? Hij lacht om mijn vraag. “Natuurlijk wel! Maar dat is toch veel te weinig!” Ik vraag hem of hij weet hoeveel. “Ja, ongeveer weet ik wel hoeveel,” zegt hij zachter en hij zet een stap naar achteren. Dan zwijgt hij. “Hoeveel ongeveer?” vraag ik. Dan neemt hij zijn DVD’s beet en zegt “24 duizend yuan_ Dat is toch veel te weinig*!” Zijn kalme glimlach verdwijnt en even lijkt hij kwaad te worden, maar hij beheerst zich en over zijn gezicht lijkt er iets van radeloosheid te komen. Hij bemant zich en gelaten zegt hij: “Daarvan kan je geen huis kopen hoor. Met 24 duizend RMB? Daar ben je helemaal niets mee.” Hij zwijgt. Veel valt er ook niet meer te zeggen. Ik zou hem willen vragen waarom er geen protest is, maar hij is me voor. Met gladgestreken gezicht zegt hij: mei banfa. Ik had het moeten weten, maar toch ben ik verrast.

Met mei banfa is alles gezegd. Na een mei banfa is het gesprek gedaan. Je kan enkel nog je schouders ophalen en zeggen: inderdaad, mei banfa.
Een mei banfa is als een muur waar je niet overheen kan. Mei banfa betekent “er is niets aan te doen”.

Henry Kissinger vermeldt in On China dat de Chinezen over de culturele revolutie denken en praten als was het een natuurramp, als was het iets waar niemand de schuld aan had, iets waar eenvoudigweg “niets aan te doen” was.

Mei banfa, het klinkt zoals het Amen aan het eind van een gebed, alleen lijkt er in China nooit een einde te komen aan het gebed.

En toch zullen de Chinezen, die goddeloze Chinezen, zich altijd recht weten te trekken uit de stront waarin ze terechtgekomen zijn, zonder zich al te veel zorgen te maken over wie hen erin heeft geduwd**.

Ik hoop ook de oude man met de lotuswortel. Vandaag, twee weken voor Chinees Nieuwjaar, is zijn restaurant van de kaart geveegd.

* 24.000 RMB is iets van een 2900 euro.

** Dit is allicht te kort door de bocht. Protest duikt overal op, op bijna alle vlakken, dat lees je in de kranten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!