Het nieuwste rapport 'Cluster Munition Monitor 2012' biedt een gedetailleerd overzicht van wat er twee jaar nadat het Osloverdrag van kracht werd, is gerealiseerd (foto: Handicap International)
Verslag, Nieuws, Wereld, Economie, Politiek, België, Oorlogsslachtoffers, VS, Clustermunitie, Cambodja, Wapenindustrie, Handicap International, Ban Advocates, Cluster Munition Coalition, Laos, Landmijnen, Osloverdrag, Oorlogsmunitie, Conventie van Ottawa, Cluster Munition Coalition (CMC), Hildegarde Vansintjan, Bruno Leclercq -

Twee jaar na Osloverdrag over clustermunitie: meer aandacht voor slachtoffers

BRUSSEL - Op 1 augustus 2010 trad het Osloverdrag in werking. Het verbiedt de productie, het gebruik, de opslag en de overdracht van clustermunitie, die vele slachtoffers blijft maken onder de burgerbevolking in landen waar de oorlogstuigen ooit werden gebruikt. Donderdag stelde de Cluster Munition Coalition het rapport 2012 voor. Twee jaar nadat het verdrag van kracht werd, vindt Handicap International dat meer steun moet gaan naar de slachtoffers.

donderdag 6 september 2012 22:00

Clustermunitie is een van de meest verraderlijke oorlogswapens omdat met name burgers, vaak kinderen, door het gebruik ervan om het leven komen. Ook lang nadat een gewapend conflict is beëindigd.

Vandaag is het Zuidoost-Aziatische Laos het land dat het meest te lijden heeft van clustermunitie, een erfenis uit de tijd dat de Amerikaanse luchtmacht het land ongenadig bestookte met een bommentapijt in het kader van de Vietnamoorlog. Het gebruik van clustermunitie dateert al van in de Tweede Wereldoorlog. Ten minste 19 regeringslegers hebben er gebruik van gemaakt in 36 landen en 4 betwiste gebieden.

Nog steeds wordt er bij oorlogen gebruik van gemaakt. Sinds het Osloverdrag twee jaar geleden van kracht werd, is zeker bij twee conflicten in 2011 in Libië en in Thailand clustermunitie ingezet. In 2012 hebben diverse rapporten melding gemaakt van gebruik van clustermunitie in Syrië en Soedan, maar harde bewijzen daarover ontbreken vooralsnog.

Een bom met vele kleine bommetjes

Eén clusterbom of ‘bomcontainer’ bevat vele kleine bommetjes, die in het jargon de ‘submunitie’ wordt genoemd. Als een clusterbom ontploft, komen deze kleinere projectielen vrij en worden vaak over een heel grote afstand verspreid. Sommige submunitie wordt gestabiliseerd met kleine parachutes of een staartvin. Wanneer de kleine bommen de grond of een object raken, zou de munitie tot ontploffing moeten komen, maar dat gebeurt lang niet altijd.

Clusterbommen worden door militairen ingezet wanneer het doelwit niet heel precies kan worden gelokaliseerd. Ze kunnen zijn gericht op het uitschakelen van vijandige troepen of het vernietigen van materieel. Sommige submunitie (in het gebruik ervan vergelijkbaar met landmijnen of antipersoonsmijnen) blijft liggen tot wanneer iemand het tuig nietsvermoedend aanraakt, of een zelfvernietigingsmechanisme de bom doet afgaan.

Het zijn precies deze niet-ontplofte tuigen die een bijzonder hoge tol eisen onder de burgerbevolking in conflicthaarden of voormalige conflictgebieden. In een derde van de gevallen zijn kinderen het slachtoffer. Volgens rapporten van de VN hebben clusterbommen de voorbije 30 jaar minstens 11.000 mensen gedood of zwaar verminkt. 98 procent van de slachtoffers waren burgers.

België speelde voortrekkersrol in verbod clustermunitie

Ook België produceerde jarenlang clustermunitie, maar speelde eveneens een voortrekkersrol in een beweging om tot een wereldwijd verbod te komen. Op 19 februari 2006 voerde België als eerste land ter wereld een gedeeltelijk verbod in op clusterbommen.

Internationale niet-gouvernementele organisaties, mensenrechtengroepen en belangenverenigingen van slachtoffers zijn al lang vragende partij voor een algemeen verbod op clustermunitie, vergelijkbaar met het verbod op het gebruik van landmijnen zoals dat wordt geregeld in de Conventie van Ottawa.

In 2008 was het eindelijk zo ver: de conventie over clustermunitie werd in Oslo plechtig goedgekeurd. Op 1 augustus 2010 werd het verdrag ook effectief van kracht nadat een minimum aantal VN-lidstaten het verdrag hadden geratificeerd.

Derde conferentie van verdragspartijen in Oslo

Van 11 tot 14 september 2012 komen de staten die het Osloverdrag ondertekenden opnieuw samen voor de derde opvolgingsconferentie in de Noorse hoofdstad. Eind juli 2012 hadden 111 VN-lidstaten het verdrag ondertekend, maar lang nog niet alle verdragstaten hebben het ook al geratificeerd (75 deden dat wél).

42 landen die vroeger clustermunitie produceerden, gebruikten en in voorraad hadden, zijn bij de verdragspartijen en hebben ondertussen hun productie stopgezet en hun voorraden geheel of gedeeltelijk vernietigd. Enkele landen, waaronder België, houden wel een kleine hoeveelheid clustermunitie beschikbaar als oefenmateriaal voor het leger. Dit is toegestaan volgens het Osloverdrag.

Staten moeten regelmatig rapporteren over de vooruitgang die ze hebben geboekt bij de vernietiging van voorraden. Zo blijken 19 verdragspartijen in totaal al 744.231 stuks clusterbommen te hebben vernietigd, die 85,8 miljoen stuks submunitie bevatten. Dit bedraagt 68 procent van de clustermunitie die de verdragspartijen in voorraad hadden.

Van de EU-lidstaten hebben er zeven het verdrag nog niet ondertekend: Estland, Letland, Finland, Griekenland, Polen, Roemenië en Slovakije. Grote wapenproducenten als Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Duitsland ondertekenden wel.

WikiLeaks brengt zwak punt verdrag aan het licht

Een zwak punt in het verdrag, dat aan het licht kwam met een WikiLeaks-telex afkomstig van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken, blijkt de doorvoer en opslag van clustermunitie van niet-verdragspartijen te zijn. Zo zou de VS clustermunitie hebben opgeslagen op eigen militaire basissen in Afghanistan, Duitsland, Italië, Japan en Spanje, landen die het verdrag wél ondertekenden …

Bij de grote afwezigen, die het verdrag nog altijd niet hebben ondertekend, vinden we grote wapenproducenten als de Verenigde Staten, Rusland, China, India, Pakistan, Turkije, Israël, Zuid-Korea, …

Dat neemt niet weg dat de internationale NGO-coalitie die ijvert voor een totaal verbod op clustermunitie wel degelijk vindt dat er vooruitgang is geboekt, maar niet altijd voor de slachtoffers op het terrein.

De Cluster Munition Coalition (CMC) wordt gedragen door vijf internationale NGO’s: Action on Armed Violence, Human Rights Watch, Mines Action Canada, Norwegian People’s Aid en het in Brussel gevestigde Handicap International.

Clustermunitierapport 2012

Het Clustermunitierapport 2012 (Cluster Munition Monitor), dat donderdag in Londen officieel werd voorgesteld, geeft een overzicht van de mondiale ontwikkelingen in 2011 over het gebruik, de productie, de verkoop en de stockage van clustermunitie. Het rapport biedt gedetailleerde informatie over de aanwezigheid en de vernietiging van deze oorlogswapens en over de hulp aan slachtoffers.

“Het rapport is geen overheidspublicatie, maar een initiatief van een brede coalitie van NGO’s”, benadrukt Bruno Leclercq, verantwoordelijke van de policy unit van Handicap International in Brussel. “Net als het al veel langer bestaande rapporten van de antilandmijncoalitie, wil Cluster Munition Monitor een beeld schetsen van de toestand in de wereld, met aandacht voor de slachtoffers van deze verschrikkelijke wapentuigen.”

Slachtoffers blijven nog te vaak in de kou staan

Een grote bekommernis blijft evenwel dat amper 5 procent van de financiële middelen in de strijd tegen clustermunitie gaat naar steun voor de overlevende slachtoffers. De rest wordt vooral gebruikt om munitie op het terrein op te ruimen.

Handicap International roept alle landen daarom op de nodige financiële middelen vrij te maken om beter aan die noden te kunnen beantwoorden. Landen als Albanië, Bosnië-Herzegovina en Libanon zagen zich om financiële redenen gedwongen hun steun aan slachtoffers te verminderen.

In 2011 maakten 21 staten en de Europese Commissie in totaal 48 miljoen euro vrij in het kader van de Osloconventie. Vijf grote donoren (Duitsland, Noorwegen, VS, Australië en VK) nemen het leeuwendeel voor hun rekening, zo leert het rapport. Nog geen 2,5 miljoen euro gaat naar hulp aan de overlevenden.

Volgens Hildegarde Vansintjan, researcher en lobbyist bij Handicap International, die de behoeften van de slachtoffers op het terrein in kaart bracht, is dat bedrag volledig ontoereikend. België besteedde vorig jaar ongeveer 400.000 euro aan de opruiming van clustermunitie in de wereld.

“De slachtoffers moeten levenslang ondersteund worden, ze moeten toegang krijgen tot de gezondheidszorg en ze moeten hulp krijgen om werk te vinden”, zegt Leclercq. Niet alleen de slachtoffers zelf, maar ook hun familie en hun gemeenschap moeten worden ondersteund. De cijfers zijn dramatisch: 40 procent van de geregistreerde slachtoffers van deze wapens zijn kinderen.

Vansintjan pleit er daarom voor dat de hulpontvangende landen beter zouden rapporteren wat de slachtoffers precies nodig hebben. Uit een studie die Handicap International maakte in Cambodja bleek bijvoorbeeld dat de slachtoffers onvoldoende werden gehoord. Zeker in afgelegen plattelandsgebieden is de nood het grootst.

De Ban Advocates, overlevers die getuigenis afleggen van de noden van de slachtoffers, zouden nog meer moeten worden gehoord, vindt Handicap International. Sommige landen hebben zelfs Ban Advocates opgenomen in hun officiële delegatie die volgende week naar Oslo gaat. Onder meer België draagt financieel bij tot dit educatieve programma.

Opruimen is werk van lange adem

De ‘erfenis’ van het gebruik van clustermunitie vormt vandaag nog steeds een bedreiging voor 41 landen. Laos, Cambodja, Irak, Afghanistan, Libanon, Soedan, Angola, Tsjaad en Colombia behoren tot de meest aangetaste landen. Het opruimen van clustermunitie is een werk van lange adem en vergt zeer veel kennis en precisie.

In 2011 ontmijnden organisaties, zoals Handicap International, gemiddeld 1 km² per week. Dankzij die operaties werden 50.000 stuks submunitie vernietigd. De teams hebben nog jaren werk voor de boeg om al deze munitie te verwijderen en ondertussen is het gebruik van deze tuigen nog niet gestopt.

Cynische houding VS

Het is natuurlijk bijzonder cynisch dat een land als de VS, dat verantwoordelijk is voor de productie en het massaal gebruik van clustermunitie, nog altijd niet is toegetreden tot het verdrag, maar zich wel moreel verplicht voelt om de slachtoffers financieel te ondersteunen, zoals minister van Buitenlandse Zaken, Hillary Clinton, tijdens haar recent bezoek aan Laos nog bevestigde.

De regering-Obama heeft een moratorium op de export van clustermunitie in acht genomen, maar van een ondertekening van het landmijnenverdrag of de clustermunitieconventie is nog lang geen sprake. Al kan de discussie daarover in de VS wel toenemen nu blijkt dat minstens 60 Amerikaanse soldaten in Irak zijn omgekomen door eigen clusterbommen.

Handicap International roept alle landen op zo snel mogelijk toe te treden tot de Oslo Conventie inzake clustermunitie en zet zijn lobbywerk daartoe voort. “Er moet een stigma rusten op het gebruik van dit wapen zodat landen die toch nog clustermunitie inzetten, hiervoor ter verantwoording kunnen worden geroepen”, besloot Leclercq.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!