De Inga-stuwdam in Congo - hij werkt amper en rendeerde vooral voor de bedrijven die eraan werkten
Nieuws, Wereld, Economie, Politiek, Wereldbank -

Wereldbank richt zich weer helemaal op megaprojecten

Megadammen en andere grootschalige projecten zijn weer helemaal terug in de plannen van de Wereldbank en andere multilaterale investeerders. De negatieve ervaringen uit het verleden lijken vergeten, zegt de organisatie International Rivers in een kritisch rapport.

vrijdag 18 mei 2012 13:58

Sinds een paar maanden is infrastructuur weer “het buzzword van het huidige ontwikkelingsdebat”, zegt het rapport. Het is altijd belangrijk geweest, maar in de jaren negentig groeide wel de kritiek op de megaprojecten. “De armste groepen werden vergeten en de projecten eisten een zware tol van mensen en het milieu.” Het droeg vooral bij aan de positie van groepen waar het al goed mee ging, zegt International Rivers.

Trickle down

Ook de Wereldbank verlegde haar aandacht aanvankelijk naar meer kleinschalige projecten, meer bottom-up. Maar tegenwoordig zijn “leningen voor infrastructuur weer de kerntaak van de Wereldbank geworden”, aldus International Rivers. In de beleidsplannen van vorig jaar gaat de ontwikkelingsbank er weer helemaal vanuit dat grote, gecentraliseerde projecten, gefinancierd door bedrijven, de beste manier zijn om primaire diensten zoals elektriciteit betaalbaar te maken. De Wereldbank heeft in het nabije verleden wel erkend dat ze in dit soort projecten te optimistisch was geweest over het “trickle down”-effect op kleine gemeenschappen. Maar dit bezwaar speelt in de nieuwe documenten geen rol meer.

“Veel gemeenschappen willen helemaal geen top-downbenadering meer”, zegt Andy White van het Rights and Resources Initiative in Washington. “Helaas lopen er al veel projecten waarbij het milieu of de rechten van de lokale bevolking niet serieus een rol spelen.”

Privaat geld

Er is ook veel scepsis over de plannen van de Wereldbank om veel meer met private investeringen te doen en het niveau van publiek-private partnerschappen (PPP’s) te verdubbelen. De Wereldbank erkent dat ze hierbij – en ook bij de keuze voor grotere projecten – wordt gedreven door budgettaire beperkingen. Toch heeft het verleden uitgewezen dat private investeringen zich altijd bijna volledig richten op de stedelijke bevolking en de middenklasse, waarbij de armste gemeenschappen nog verder worden gemarginaliseerd.

“We erkennen dat er meer private investeringen nodig zijn, maar marktkrachten zijn niet genoeg om diensten betaalbaar te maken voor wie dat het meeste nodig heeft”, zegt Asif Saleh van BRAC, een wereldwijde ontwikkelingsorganisatie. “Het moet altijd vergezeld gaan van beleid om de armen te beschermen, ten minste voor een bepaalde periode.”

Iedereen erkent dat PPP’s kansen bieden, zeker in een tijd van recessie. Maar dan moet er wel tegelijkertijd nadruk worden gelegd op transparantie en verantwoording, en dat is precies waar grootschalige projecten berucht om zijn.

“Als er een bepaalde mate van private betrokkenheid is, heeft dat altijd een nadelig effect op de transparantie die je wilt hebben in een project dat met publieke middelen wordt gefinancierd”, zegt Michelle Chan van Friends of the Earth US. Ze is niet blij met de nieuwe nadruk op megaprojecten die “de industrie meer opleveren dan de mensen”. Ze wijst op een nieuwe elektriciteitscentrale in Kosovo die op bruinkool moet gaan draaien, de meest vervuilende vorm van kolenverbranding. De Wereldbank overweegt deelname. “Voor de Bank is het makkelijker om een enorme, vervuilende centrale te financieren, dan om iets te doen aan het feit dat Kosovo de helft van zijn energie verliest aan eenvoudige inefficiënties”, zegt ze.

Ook volgens het International Energy Agency heeft 70 percent van het platteland het meeste aan decentrale, lokale oplossingen, zegt het rapport. “Zo´n bottom-upbenadering is voor de armen op het platteland veel beter dan de grote, regionale projecten waar de G20 en de ontwikkelingsbanken nu mee komen.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!