Het echte gezicht van oorlog
Irak, Dirk ADRIAENSENS, Oorlog en vrede -

‘Ik heb nu geen levende vrienden meer in Irak ‘

woensdag 22 februari 2012 13:50

Dit artikel werd gepubliceerd door RIYADH MOHAMMED, correspondent voor de New York Times in Bagdad op 10 december 2009, en beschrijft de gedachten, gevoelens van een Irakees burger onder de VS bezetting. Dit artikel zwerft al rond in mijn hoofd sedert de publicatie ervan. Ik dacht dat het een goed idee was om dit te vertalen, na het lezen van het prachtige artikel van Joris Note: Oorlog en Vrede: https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/02/21/oorlog-en-vrede

Het artikel hieronder is een aanrader en laat ons in de ziel kijken van een oorlogscorrespondent in zijn eigen land. Oorlog:‘More or less insane’, jawel. Lees even mee:

‘I Have No Living Friends in Iraq Now’

In de meeste delen van de wereld is het einde van het jaar een tijd om de goede herinneringen op te halen uit het verleden en hoopvol de toekomst tegemoet te zien. Maar Irak is niet zoals de rest van de wereld. Voor mij is het een tijd om mijn dodenlijst bij te werken. De recentste aanvulling was mijn ex-vriendin.

Toen ik berichten ontving op mijn mobiele telefoon van vrienden die zeiden: “Gelieve mijn medeleven te aanvaarden,” vroeg ik een van hen: “Wat is er gebeurd?” Een ander bericht legde uit dat mijn ex-vriendin werd gedood bij een bomaanslag in Bagdad op 8 december.

Sinds de Amerikaanse invasie van Irak in 2003 hield ik een lijst bij van elk familielid of vriend die was vermoord in Irak. Eind 2006 telde ik 124 sterfgevallen. Dan ben ik plots gestopt. Nummer 125 was mijn vader.

Mijn vader vertelde me een paar weken voor zijn tragische dood dat zijn telefoonboek was gevuld met telefoonnummers van doden en vermisten. Hij werd al snel aan die lijst toegevoegd.

Als ik nu kijk naar mijn persoonlijk telefoonboek, lees ik: “X: vermoord in Al Mustansiriya University tijdens bombardementen in 2007. Y: vermist in het westen van Bagdad in 2005. Z: gedood in het ministerie van Justitie in 2009. En zo gaat dat verder voor het grootste deel van het boek.

Degenen die uit Irak vertrokken zijn de enigen die de hel in Irak hebben overleefd. Ik verloor mijn laatste vriend toen die naar de Verenigde Staten vertrok als vluchteling in juni 2009. Ik heb nu geen levende vrienden meer in Irak.

Als ik was doorgegaan met het actueel houden van mijn dodenlijst, zou ik nog tientallen vrienden, buren, familieleden, klasgenoten en collega’s opgenomen hebben. Het totaal aantal zou in de honderden lopen. Als ik daarbij nog de familieleden van de nabestaanden zou voegen, zou mijn lijst duizenden of tienduizenden namen bevatten. Bijna allen gewone burgers: medewerkers, studenten, kunstenaars, professoren, journalisten, sporters, advocaten, werknemers of kinderen.

Als iemand die filmstudies deed en een aantal tv-documentaires produceerde, blijken films vaak te helpen om me af te leiden van de verschrikkelijke werkelijkheid. Soms helpen ze me om mijn gevoelens en gedachten beter te beschrijven. In de film ‘Meet Joe Black,’ wordt de engel des doods verliefd op de dochter van zijn slachtoffer. Veel Irakezen die ik ontmoette na tientallen of honderden bomaanslagen blijven maar vragen of er een manier bestaat om het masterplan van Magere Hein te stoppen, wiens hoogste prioriteit lijkt te zijn om Irakezen van het leven te beroven.

Toen ik de Amerikaanse film “Final Destination” zag, zei ik tegen mezelf: dat is precies wat er met ons aan het gebeuren is. Eind 2006 had ik ongeveer 40 dodelijke bomaanslagen overleefd. De meeste daarvan op het Tahrirplein – het meest beroemde plein in Bagdad. Ik kwam twee keer per dag langs dat plein, op weg van of naar mijn werk. Het plein werd getroffen door tientallen bominslagen in 2005 en 2006. Ik overleefde enkel omdat ik telkens een paar minuten te laat of te vroeg was. Dikwijls lijkt het alsof het gehele Iraakse volk aan boord is van dat vervloekte vliegtuig uit Final Destination.

Het omverwerpen van het standbeeld van Saddam Hussein op 9 april 2003, voelde voor mij – en voor miljoenen Irakezen – als de symbolische geboorte van een natie. Maar in plaats daarvan kregen die miljoenen Irakezen in de volgende jaren een andere realiteit voorgeschoteld, en Iraakse functionarissen verboden fotografen om die realiteit op de gevoelige plaat vast te leggen. Het waren de taferelen in de mortuaria van de Iraakse steden. Eind 2006 was het mijn beurt om het mortuarium te betreden. Op zoek naar mijn vader, telde ik minstens 200 nieuwe lichamen in een lijkenhuis van Bagdad. Er waren minstens nog eens 200 lichamen die daar al een tijdje lagen, opeengestapeld. Het was net als in de lijkenhuis scène in de film “Missing”. Maar de scène die niet kon worden weggestopt was al-Najaf begraafplaats. Die bleef maar uitbreiden totdat het de grootste ter wereld werd. Voor miljoenen Irakezen was het de dood van een natie.

Velen dachten dat ik raar gedrag vertoonde toen ik niet huilde op de begrafenis van mijn vader. Maar ik ben echt het vermogen kwijt geraakt om pijn en verdriet te voelen. Ik heb eens gelezen dat veel Europeanen dezelfde emotionele verschraling ervaarden na getuige te zijn geweest van verschrikkelijke wandaden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Elke nacht had ik dezelfde droom, vier maand lang: Mijn vader was niet gestorven. Ik heb nog steeds die droom, maar slechts een keer per week nu. Het is iets dat best kan worden omschreven als een reeks taferelen waarin alle mooie herinneringen aan een verloren geliefde terugkomen, maar dan abrupt eindigt als een tragedie die eeuwig zal duren.

Nu wordt er een nieuwe film in mijn dromen afgespeeld: een Iraaks liefdesverhaal. De eerste keer dat we elkaar ontmoetten, het eerste woord dat werd gewisseld, de eerste glimlach, de eerste vleierij, het eerste telefoongesprek, de eerste afspraak, de eerste keer dat we zeiden dat we van elkaar hielden en de eerste knuffel. Maar dan word ik wakker met de laatste gruwelijke scène: mijn zwaar gewond meisje wordt verpletterd onder de voeten van doodsbange mensen die proberen te ontsnappen aan de dood.

Het oorspronkelijk artikel kan je hier lezen: http://atwar.blogs.nytimes.com/2009/12/10/i-have-no-living-friends-in-iraq-now/

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!