Marc Vandepitte: Sinds 2003 wordt Iran omringd door VS-troepen of radicale jihadisten.
Nieuws, Wereld, Politiek, Turkije, VS, Irak, Iran, Tmd, Saoedi-arabie, Analyse, Akkoord Iran -

Naar aardverschuiving in Midden-Oosten? Achtergrond historisch akkoord VS en Iran

De gezworen aartsvijanden Iran en de VS sloten een historisch akkoord met mogelijk verregaande gevolgen voor de regio en de hele wereld. Marc Vandepitte gaat op zoek naar de draagwijdte van het akkoord en de belangen die erachter schuilgaan.

maandag 16 december 2013 11:30

Van aartsvijanden naar bondgenoten

Op 24 november sloten de VS en Iran een historisch akkoord. In ruil voor de vermindering van sancties zal Iran zijn atoomprogramma inperken en laten controleren. Het feit alleen al dat de ministers van Buitenlandse Zaken van beide landen elkaar openlijk wilden ontmoeten was enkele maanden geleden nog ondenkbaar, laat staan bij het begin van de Islamitische Republiek in 1979.

De afgelopen zestig jaar verliepen de relaties tussen beide landen bijzonder tumultueus. Om controle te verwerven over de Iraanse olierijkdommen hielpen de VS, samen met Groot-Brittannië, de verkozen regering van Mossadeq omverwerpen in 1953. Met steun van de VS regeerde de sjah met harde hand. Hij werd uiteindelijk aan de kant gezet door de islamitische revolutie in 1979. Kort na die revolutie werd de VS vernederd door de bestorming van zijn ambassade en de langdurige gijzeling van het personeel.

Sindsdien zijn Iran en de VS gezworen aartsvijanden. Toen Irak begin jaren tachtig honderdduizenden Iraniërs bestookte met gifgas – onder meer afkomstig uit de VS – keek het Witte Huis de andere kant op. In 1983 werd het VS-leger uit Libanon verdreven door een verwoestende bomaanslag, waarbij 241 mariniers omkwamen. Achter de aanslag zat Hezbollah, de naaste bondgenoot van Iran in Libanon. In 1986 moest president Reagan zwaar gezichtsverlies incasseren door het Iran-Contra schandaal. Na 11 september belandde Iran op de lijst van de As van het Kwaad’[1].

De invasie in Irak in 2003 schudde de kaarten in de regio grondig dooreen. Saddam Hoessein, de belangrijkste tegenstander van Iran, werd uitgeschakeld en de sjiieten kwamen er aan de macht. Irak was niet langer een aartsvijand, maar een bondgenoot. Op dat moment had Iran al heel wat invloed in Syrië, Libanon (Hezbollah) en Palestina (Hamas). Omgekeerd verloren de VS gaandeweg hun greep op Irak. Het machtsoverwicht in de regio helde over in de richting van Teheran.

Dat de controverse rond het nucleair programma van Iran rond die periode begon is geen toeval. De nucleaire kwestie was bij uitstek de hefboom van Washington om de sterk toegenomen Iraanse invloed terug te dringen en het land op de knieën te krijgen.

Iran was en is niet van plan om op korte termijn een atoombom te ontwikkelen[2]. Het verkrijgen van een kernwapen is geen essentiële doelstelling van de Iraanse leiding. Het land is bovendien niet in staat om dat snel voor elkaar te krijgen. Het land beschikt niet over voldoende verarmd uranium en het heeft ook geen betrouwbare raketten met voldoende reikwijdte, of een voldoende uitgeruste luchtmacht om Israël te kunnen raken. Indien dat wel het geval zou zijn dan had Israël de nucleaire installaties al lang gebombardeerd[3].

De eerste VN-resolutie over het nucleair programma van Iran dateert van juli 2006. Sindsdien heeft Washington er alles aan gedaan om het land politiek te isoleren en economisch droog te leggen. In 2003 en nog eens in 2009 deed Iran voorstellen om tot een groot akkoord te komen met de VS, maar Washington weigerde in beide gevallen[4].Uiteindelijk is het er nu wel van gekomen.  .

Het is niet de eerste keer dat Washington een pact sluit met ‘de duivel’. Roosevelt werkte (tijdelijk) samen met Stalin om nazi-Duitsland te verslaan en Nixon sloot na de nederlaag in Vietnam een overeenkomst met Mao om de Sovjet-Unie te verzwakken.

In geopolitiek spelen principes of ideologie geen rol van betekenis, het draait om de harde belangen. Ook deze keer is dit het geval. In wat volgt werpen we een blik op die belangen en op de vraag waarom beide partners zo’n strategische bocht hebben gemaakt en waarom dat nu gebeurt. We bekijken ook welke voordelen beide landen uit dit akkoord trachten te halen.

Beweegredenen van de VS

We beginnen met de VS. Minstens vijf factoren verklaren waarom Washington uit was op een akkoord en samenwerking met Teheran.

1. Overstretching

De eerste regering Bush was een echt oorlogskabinet[5]. Het wou korte metten maken met weerspannige landen van het Midden Oosten en Afrika. Na 11 september was het de bedoeling om na de verovering van Afghanistan, binnen de vijf jaar nog eens zeven regeringen “te vernietigen”: Irak, Syrië, Libanon, Libië, Somalië, Soedan en Iran. Afghanistan en Irak draaiden echter uit op een militaire flop. Bovendien waren ze een ware economische ramp. Ze kostten samen meer dan het dubbele van de oorlog tegen Vietnam[6].

De ‘oorlog tegen de terreur’ was blijkbaar een brug te ver voor de VS. De kater was groot en Obama werd verkozen met de belofte dat hij zich zou terugtrekken uit Irak en Afghanistan. Dat de militaire aanval tegen Syrië uiteindelijk werd afgeblazen past in dit plaatje[7].

2. Verminderd belang van Midden Oosten

Het Midden Oosten was tot voor kort van vitaal belang voor de petroleumbevoorrading van de VS. Maar dat is hoe langer hoe minder het geval als gevolg van de eigen ontwikkeling van schaliegas en teerzandolie, en van de ontginning van grote oliereserves in Canada. De VS zijn momenteel de snelst groeiende producent van olie en gas ter wereld. De import van olie uit het Midden-Oosten zal tussen 2011 en 2017 verminderd zijn met bijna 40 procent. Tegen 2020 zullen de VS een netto uitvoerder zijn van natuurlijk gas[8].

3. Focus op China

In 1992, een jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, stelde het Pentagon: “Ons eerste objectief is het verhinderen dat er een nieuwe rivaal op het wereldtoneel verschijnt. We moeten de potentiële concurrenten er van af houden om zelfs maar te streven naar een grotere rol op regionaal wereldvlak.” Dat is sindsdien de doctrine gebleven ongeacht wie er president is[9].

Vandaag wordt hierbij in de eerste plaats gedacht aan China. Voor Hillary Clinton moest de strategische aandacht van de VS verschuiven naar de Stille Oceaan: “De toekomst van de politiek zal worden beslist in Azië, niet in Afghanistan of Irak. En de Verenigde Staten zullen zich precies in het centrum van de actie bevinden.” In een televisiedebat met Romney was Obama al explicieter, hij benoemde China als vijand (adversary)[10].

Het zijn niet alleen woorden. Rondom China hebben de VS troepen, militaire bases, steunpunten of trainingscentra in 17 landen of zeegebieden: Tadzjikistan, Kirgizië, Afghanistan, Pakistan, de Arabische Zee, de Indische Oceaan, de Straat van Malakka, Australië, de Filippijnen, de Stille Oceaan, Taiwan, Zuid-Korea, Taiwan, India, Bangladesh, Sri Lanka en Nepal en Maleisië. Nieuwe bases worden gepland in Thailand, Vietnam en de Filippijnen. Met Mongolië en Oezbekistan, Indonesië, en recentelijk ook met Myanmar is er militaire samenwerking. Tegen 2020 zal 60 procent van de vloot gestationeerd zijn in de regio. Als je dat op een kaart bekijkt, dan is het niet overdreven te stellen dat China militair omsingeld is[11] (zie kaart boven het artikel).

4. Bedreigende radicalisering

Een vierde factor is de radicalisering van de soennitische jihadis in de regio. In Syrië hebben extremistische milities de overhand gekregen[12] en de VS hebben nauwelijks vat op die milities. In Irak zijn het laatste half jaar alleen al 5.000 mensen vermoord door Al Qaeda. Ook in Libanon dreigt de situatie uit de hand te lopen[13].

In het verleden heeft het Pentagon al meermaals nauw samengewerkt met extremistische islamitische groeperingen. Dat was het geval in Afghanistan in de jaren tachtig, in Bosnië in de jaren negentig, wat later in Kosovo, en recentelijk in Libië en Syrië. Maar de voorwaarde is wel dat de VS de overhand blijven houden. Washington wil wel de pro-Iraanse regering in Libanon en Syrië ten val brengen, maar niet om de transnationale jihadis te versterken, laat staan om in die landen fundamentalistische emiraten de plak te laten zwaaien. Jordanië zou ontgetwijfeld snel volgen en in dat geval zou Israël omgeven zijn door extremistische regimes. Dat is een nachtmerriescenario[14]. In de ogen van Washington zijn de soennitische extremisten in de regio een te weinig gecontroleerde en dus risicovolle factor geworden.

5. Regionale bondgenoten

Een vijfde factor betreft de regionale bondgenoten van de VS. Na de Arabische lente zijn een aantal autocratische regimes in de regio onbetrouwbare of verzwakte partners geworden. Dat is in de eerste plaats het geval met Egypte, maar ook met Jemen, Jordanië, Bahrein en Tunesië. Dat geldt eveneens voor Saoedi-Arabië, dat bovendien voor een delicate generatiewissel staat[15].

Washington had gehoopt dat Pakistan een belangrijke steun zou zijn om de situatie in Afghanistan onder controle te houden, na het vertrek van de meeste troepen. De oorlog heeft Pakistan echter fel verzwakt en het land heeft daarnaast af te rekenen met binnenlands destabilisatie door jihadis[16].

Dan zijn er nog Afghanistan en Irak. In beide landen werden VS-gezinde regeringen in het zadel gebracht. Maar zij blijken niet zo volgzaam als gehoopt. Ze varen hoe langer hoe meer een eigen koers, los van het Witte Huis en soms zelfs lijnrecht er tegen in. Zo weigerde Irak zijn luchtruim open te stellen voor de VS om Syrië te bombarderen terwijl de Iraniërs dat rustig mogen gebruiken om het Syrische leger bij te springen[17].

Voordelen voor de VS

Het zijn deze vijf factoren samen die verklaren waarom de VS toenadering zocht tot Iran. De VS is niet meer in staat om unilateraal de hele wereld te overheersen en à la carte bondgenoten te kiezen en te controleren. Doseren en balanceren is de boodschap.

Zbigniew Brzezinski, topadviseur van verschillende presidenten van de VS en richtinggevend voor de buitenlandse politiek van Washington op dit moment, verwoordt het zo: “De nieuwe realiteit is dat geen enkele grootmacht in staat is om Eurazië te ‘overheersen’ en dus om de wereld te ‘bevelen’. Amerika’s rol, in het bijzonder na twintig jaar te hebben verspild, moet nu subtieler zijn en meer inspelen op de nieuwe machtsverhoudingen in Eurazië”[18].

Door het akkoord met Iran krijgt Washington meer (militaire) ruimte om zich te focussen op andere regio’s, in het bijzonder op de regio van de Stille Oceaan[19]. Het is niet dat de VS zich willen terugtrekken uit de regio, maar ze willen geen onnodig grote militaire voetdruk houden die hen verhindert om andere, prioritaire doelstellingen te halen[20].

Een samenwerking met Iran zal hen beter in staat stellen om de situatie in Syrië beheersbaar te houden, in het bijzonder de dreiging van de jihadis. Dat geldt evenzeeer voor de situatie in Afghanistan na de terugtrekking van een groot deel van VS-militairen in 2014[21]. Ook voor een verbetering van de situatie in Irak, Libanon en Palestina, is de steun van Teheran onmisbaar[22]. Tenslotte zal de samenwerking met Iran de toegenomen invloed van Rusland in de regio na elf september doen verminderen. Ook dat is meegenomen voor Washington[23].

Het zou niet de eerste keer zijn dat Teheran en Washington samenwerken om extremistische jihadis te counteren. Dat gebeurde al in Irak en Afghanistan, resp. tegen Al Qaeda en de Taliban. Maar dat ging toen telkens om een tactische samenwerking, die aan de globale vijandige houding tussen beiden niets veranderde en ook geen impact had op de allianties van de VS in de regio. Deze keer hebben we te maken met een strategische samenwerking die de kaarten in het Midden Oosten door elkaar schudt[24].

Met deze toenadering streeft Washington een strategisch balans na tussen de Sjiieten en de Soennieten. Geen van beide kampen mag sterk genoeg worden om de overhand te halen. Een verdeelde Islam waarvan de antipolen elkaar in evenwicht houden en neutraliseren speelt perfect in de kaart van Israël en van de VS. Het is de beproefde verdeel-en-heers-strategie[25].

Voordelen voor Iran

De invasie in Irak was niet alleen een nederlaag voor de VS, het deed de krachtsverhoudingen in de regio kantelen ten gunste van Teheran. Irak, het belangrijkste sjiietische land na Iran, kwam nu ook in de invloedsfeer van Teheran. Syrië en Libanon zaten al in die invloedsfeer en ook in Gaza liet Teheran zijn invloed gelden via Hamas. Het land ontpopte zich tot een regionale grootmacht. President Ahmadinejad (2005-2013) voerde een zelfzekere en radicale buitenlandse politiek[26].

Drie factoren ondermijnden die versterkte positie: de oorlog in Syrië, de situatie in Irak en de economische sancties.

1. Oorlog in Syrië

Syrië is de frontlinie van de soennitische-sjiitische strijd binnen de islam, met grosso modo het Perzische Iran aan de ene kant en de soennieten van de Arabische landen en Turkije aan de andere kant. In dat opzicht is het evident dat Iran er alles aan doet om het bewind van Assad overeind te houden. Maar deze oorlog kost het land, dat reeds kreunt onder een economisch embargo, wel handen vol geld, naar schatting jaarlijks 9 miljard dollar[27].

Bovendien evolueert de burgeroorlog in Syrië in een kwalijke richting. Gedoogd of gesteund door de Golfstaten en Turkije, kregen de radicale jihadis heel snel de overhand binnen de milities. Syrië is een kweekvijver geworden van goed getrainde en georganiseerde ultraradicale soennitische moslimstrijders. Dat is hoogst alarmerend voor Teheran, temeer omdat die extremistische broeihaard zich dreigt uit te breiden naar Libanon[28].

2. Chaos in Irak

In Irak evolueert de situatie ongunstig voor Teheran. Het land is langzaam maar zeker uit elkaar aan het vallen en de sjiitische premier Malaki heeft nog nauwelijks controle over zijn land. Het Koerdische Noorden is semi-onafhankelijk. In heel wat steden in het centrum van het land heeft het leger zich teruggetrokken en zwaaien radicale soennieten de plak. In de strijd tegen Al Qaeda sloot Maliki een alliantie met de meeste soennitische stammenhoofden, maar zij hebben die samenwerking nu opgezegd. Enkel in het sjittische Zuiden heeft de centrale regering nog volledige zeggingschap[29].

De sterke invloedssfeer waarop Teheran had gehoopt is er uiteindelijk niet gekomen. Met de oorlog in Syrië en de opmars van radicale jihadisten in Irak, zit integendeel Iran in het defensief. Sinds 2003 wordt het land omringd door VS-troepen of radicale jihadis[30](zie kaart boven het artikel).

3. De economische sancties

Sinds 2006 hebben de VS en de EU het embargo tegen Iran stap voor stap verscherpt. Het embargo betreft niet alleen de handel, maar ook buitenlandse investeringen en pogingen van de VS om Iran uit het mondiale banksysteem te sluiten[31].

De gevolgen zijn catastrofaal. De sancties begonnen vooral de laatste twee jaar pijn te doen. De inflatie bedraagt 40 procent op jaarbasis en de jeugdwerkloosheid loopt op tot 28 procent. Sinds 2005 verdubbelde de armoede van 22 procent naar 40 procent. Op dit moment liggen de olie-inkomsten 60 procent lager dan in 2005. De waarde van de rial is gezakt met 70 procent en in 2012 alleen al slonken de buitenlandse reserves van 110 miljard dollar naar 70 miljard dollar. In 2012 zakte het bnp met 5,4 procent[32].

Dat is economisch op termijn niet houdbaar, maar bovendien ondermijnt het de politieke stabiliteit. De ontevredenheid bij de bevolking neemt toe. In een Gallupenquête eind 2012 gaf 48 procent van de bevolking aan dat de sancties hun persoonlijk leven serieus raakt en bij nog eens 35 procent is dat in mindere mate het geval[33].

Vooral de middeninkomens[34] – en we hebben het hier over ongeveer de helft van de bevolking – zijn de zwakke economie en het machtsmonopolie van de conservatie clerici beu. In Egypte, Turkije en Brazilië, heeft een revolte van de middeninkomens het politiek establishment doen daveren. Dat zal de Iraanse overheid niet ontgaan zijn[35].

Na de verkiezingen van 2009 waren er grootschalige protesten. Dat wilde men bij de voorbije verkiezingen van juni vermijden. Het feit dat 51 procent van de bevolking voor de huidige president Rouhani heeft gestemd terwijl hij niet de voorkeurskandidaat was van Ayatollah Khamenei, de hoogste klerikale leider, is veelbetekenend. De leiding van het land heeft dit signaal begrepen en heeft groen licht gegeven voor de onderhandelingen met de VS[36].  

De meubelen redden

We zetten voor Iran nog eens de zaken op een rij. Na de invasie in Irak waren de krachtsverhoudingen in regio vrij gunstig voor het land. Maar door de combinatie van de oorlog in Syrië, de onstabiele situatie in Irak en de verscherpte economische sancties, kwam dat op de helling te staan. Teheran besefte dat het niet sterk genoeg was om in de huidige omstandigheden de rol van regionale grootmacht op te nemen. Het was tijd om de radicale buitenlandse politiek achter zich te laten en de onderhandelingstafel op te zoeken, temeer omdat ook de VS zijn militaire voetdruk in de regio wilde verminderen[37].

Begin september was Obama van plan om Syrië te bombarderen. Zijn bedoeling was niet om president Assad uit te schakelen, maar wel om hem te verzwakken en het succesvol offensief van het Syrische leger een halt toe te roepen. Door een overeenkomst te sluiten met de VS kon Teheran dit voor hen ongunstig scenario vermijden[38].

Door het akkoord kan Teheran zijn positie in Irak ook consolideren en wordt de positie van zijn Syrische bondgenoot versterkt. Iran wordt de facto erkend als legitieme regionale grootmacht en versterkt zijn positie t.a.v. Rusland en Turkije[39].

Verbeterde relaties met het Westen zullen de economie opnieuw leven inblazen. Nieuwe buitenlandse investeringen waren dringend nodig om het productieapparaat te moderniseren en die zullen er nu wellicht snel komen. Een vermindering van de sancties zullen de Iraniërs ook snel in hun portemonnee voelen en het bewind meer legitimiteit geven[40].[xl]

Tot slot

Het akkoord dat beide landen sloten is voorlopig en heeft een beperkte draagwijdte. Maar als de overeenkomsten door beide partners worden nageleefd, dan zal dit akkoord binnen zes maanden uitlopen op een heuse samenwerkingsovereenkomst. Dat kan dan inderdaad voor een aardverschuiving zorgen in het Midden Oosten. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Voetnoten

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!