Groene auto's: een economisch lucratieve contradictie
Opinie, Nieuws, Wereld, Economie, Milieu, Economie, Klimaatverandering, Ecologie, Biodiversiteit, Greenwashing, Economische groei, Groene economie, Duurzaam consumeren, Nieuw-groen, Club van Rome, Holistisch wereldbeeld -

De annexatie van ‘groen’ door de bedrijven

De aarde is het huis van de mensheid. Deze bekende metafoor is vooral populair bij iedereen die zich zorgen maakt om de toekomst. Dit inzicht zorgde voor de eerste doorbraak van de ecologische beweging. Dat inzicht wordt nu geannexeerd door bedrijven die 'nieuw-groen' enkel als een zoveelste bron van ongebreidelde winst zien.

maandag 23 januari 2012 15:40

Ecologie versus economie

De ecologische beweging heeft echter niet het alleenrecht op deze metafoor. ‘Oikos‘, het oud-Griekse woord voor huis, vinden we inderdaad terug in het woord ‘ecologie’, het redelijke bestuderen van de verhoudingen tussen de elementen in dat ‘huis’, de aarde, maar eveneens in het woord economie, de studie van de wetmatigheden die de ecologische relaties kwantificeren. Deze tweede visie op de aarde als ‘economisch huis’ begint steeds meer het ‘ecologische huis’ te overvleugelen en annexeren.

De moderne ecologische beweging, zoals die na de Tweede Wereldoorlog in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw tot ontwikkeling kwam, werd altijd beschouwd als in tegenspraak met de economie van de vrije markt, die destijds enkel in de westerse wereld dominant was, maar vandaag in de hele wereld.

‘Er zijn grenzen aan de groei’, verklaarde de Club van Rome. Een toekomst, waarin de economische groei het enige leidende principe zou zijn, bleek wenselijk noch mogelijk. Ondanks de tijdgeest van de jaren negentig waarin de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama zelfs stoutmoedig het ‘einde van de geschiedenis’ durfde te verkondigen, werden in de eenentwintigste eeuw de beperkingen van het kapitalistische groeimodel tegenover de ecologische problemen tastbaar. De geschiedenis bleek allesbehalve afgelopen.

Een ‘nieuwe’ kijk op ecologie?

In de tweede helft van het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw liet een nieuwe groep mensen van zich horen, die zich zorgen maakte om de almaar toenemende milieuproblemen. Deze nieuw-groene beweging stelde dat er helemaal geen tegenspraak noodzakelijk is tussen ecologie en kapitalisme. Men begon te spreken van ‘duurzame economie’. Ecologische problemen hoefden geen beperkingen op te leggen aan de economische groei.

De ware ondernemer ziet immers in elk probleem een winstgevende oplossing. Het consumentenpubliek, waar nieuw-groen zich per definitie op richt, werd in 2006 massaal wakker geschud in 2006 door de zeer succesvolle klimaatdocumentaire  ‘An Inconvenient Truth’ van Al Gore, voormalig Amerikaans vicepresident onder Bill Clinton. Voor het eerst werd het grote publiek er in meerderheid van overtuigd dat onze beschaving bedreigd wordt door een door mensen veroorzaakte opwarming van de aarde als gevolg van een exorbitante koolstofdioxide-emissie.

‘Groen’ verkoopt goed

Deze documentaire bood ook hoop. Indien we allemaal snel genoeg de noodzaak van het probleem zouden inzien, zou het gevaar afgewend kunnen worden. De in hun kinderschoenen staande nieuw-groene ondernemingen zagen hun omzetcijfers op korte tijd exponentieel toenemen. De grote bedrijven sprongen direct mee op de klimaatboot: groen verkoopt.

Op korte tijd werd het label ‘groen’ genadeloos geannexeerd. Van een waarde die enkel door marginaal-linkse kringen of door de ‘geitenwollensokkenvleugel’ van de groene partijen werd gebezigd, werd ‘groen’ omgevormd tot de hype van het jaar. In 2007 buitelde iedereen over elkaar heen om zich het label ‘groen’ aan te meten.

Klimaatcritici werden beschimpt, zorg over de opwarming van de aarde was het gesprek van de ouders op de schoolpleinen en initiatieven tot actie werden massaal ondernomen. Voorlopig hoogtepunt werd rockevenemnt Earth Aid in juli 2007, waarna het klimaatvermoeide publiek de kans kreeg de aandacht op iets anders te richten. De hypotheekcrisis in de Verenigde Staten zou leiden tot een dramatische globale financiële crisis. Alls gevolg daarvan volgde de ergste economische crisis sinds de jaren dertig van de vorige eeuw.

‘Nieuw-groen’ is een perversie

Nieuw-groen, zoals ik dat noem, is een van de meest perverse uitwassen van ons vrijemarkteconomisch systeem. Het is immers een annexatie van de meest wezenlijke kritieken die er ooit op zijn geleverd. De oorspronkelijke ecologische ideeën worden door een economische mangel gehaald om eerst te worden verkocht en vervolgens te worden verramsjt.

Nieuw-groen is in het leven geroepen om nieuwe (schijn-)behoeften te creëren. De groene economie verkoopt een groene toekomst. Dit nieuw-groenconcept is gebaseerd op een aantal zeer krachtige redeneringen.

Ten eerste is het een inclusieve theorie (en/en). Het schuift naar voren dat economische groei én ecologische duurzaamheid samen kunnen worden bereikt. Dit idee is zeer sterk, omdat het erg moeilijk is tegen deze doelen bezwaren op te werpen: ‘Wie kan daar nu tegen zijn?’ In de media verschijnt tegenwoordig veel publiciteit die op dit sentiment inspeelt. ‘Een groene toekomst voor uw kinderen, en toch goed voor de portemonnee.’ Wat wil je nog meer?

Ten tweede is nieuw-groen gebaseerd op angst. Angst creëren is een van de beste manieren om producten te verkopen. Angst voor de toekomst, zorg voor kinderen. Ook hier geldt weer: wie kan er nu tegen zijn om zich zorgen te maken om zijn kinderen?

Ten derde is het object van die angst niet-menselijk: klimaatverandering. Er zijn geen kwaadaardige Russen meer in het spel die de oorzaak zijn van een duivels communisme. De klimaatverandering treft iedereen. Het verenigt. De potentiële afzetmarkt is alomvattend.

Ten vierde biedt het nieuw-groene verhaal ook de tweede beste manier om producten te verkopen: hoop op een oplossing. De spaarlamp is uw heil, de elektrische auto uw klimaataflaat. Al deze redeneringen vormen de basis van de ideologie van waaruit nieuw-groen zich wil laten zien: groen is hip en winstgevend.

Nieuw-groen is nieuw-kapitalisme

We kunnen echter niet ontkennen dat nieuw-groen volledig in het verlengde opereert van een economisch systeem in plaats van een ecologisch systeem. Alle economische waarden blijven immers intact terwijl de ecologische waarden volstrekt gereduceerd worden.

Op de eerste plaats wordt ecologie immers verengd tot het ‘klimaatprobleem’. ‘Groen’  is daarin herleid tot ‘minder uitstoot van koolstofdioxide’ (CO2). Alle andere ecologische zorgen die deel uitmaken van het oorspronkelijke groene gedachtegoed, zijn verdwenen. Wie zegt dat hij groen is, zei vroeger dat hij zich zorgen maakte om de verstoorde relatie van de mens met het leefmilieu. Als iemand vandaag zegt dat hij groen is, bedoelt hij dat hij zich zorgen maakt om de klimaatverandering.

Het woord groen is geannexeerd door de klimaatbeweging, die er een andere betekenis aan heeft gegeven. Bijvoorbeeld: wat betreft de oceanen is de belangrijkste vraag of de zeespiegel stijgt en er dus menselijke steden bedreigt worden. De vervuiling van de oceanen en het in snel tempo uitsterven van oceaandieren is secundair geworden. Ook ontbossing is ineens vooral een probleem voor wat betreft opwarming van de aarde. Dat er onvervangbare oerbossen en biodiversiteit verloren gaan, is niet van belang.

Boompjes planten en kernenergie, zo simpel is dat

Er zijn nu bedrijven die auto’s aanprijzen met het label ‘klimaatneutraal’. Dit label verdienen ze zogezegd door bomen te planten. Het is niet uitzonderlijk dat deze bomen geplant worden op plaatsen in derdewereldlanden waar voorheen nog een biodivers tropisch regenwoud aanwezig was. Ook is het ineens weer legitiem om het debat te voeren over kernenergie als goede oplossing om minder CO2 uit te stoten.

Nieuw-groen is onderdeel van een utilitair en materialistisch wereldbeeld. Milieuproblematiek (i.c., zoals aangegeven, vooral de klimaatverandering) moet kwantificeerbaar zijn. Het zijn de gegevens die ons zorgen maken. Het klimaatprobleem is ons aan het licht gekomen door metingen. ‘An Inconventient Truth’ overtuigde ons op basis van een powerpointpresentatie met grafieken.

Ook de presentaties die de website TED (http://www.ted.com/) aanbiedt, zijn gebaseerd op ‘facts and figures’. Groen is meetbaar geworden. Hoe erg het gesteld is met het milieu is af te leiden aan de uitstoot van CO2. Je kunt je ‘ecologische voetafdruk’ berekenen.

Auto’s verkopen beter als ze een lage uitstoot CO2 per kilometer hebben (gr/km). Een huishouden moet zijn CO2-uitstoot reduceren (ook goed voor de portemonnee) enzovoort.  De ultieme econometrisering van groen is uiteraard het invoeren van emissierechten, waarin een perverse handel is ontstaan.

Groen zijn en toch genieten van het leven

Groen kan in de nieuw-groene visie in overeenstemming zijn met het postmoderne hedonisme, de cultuur van het pure genot als enige doelstelling. Precies dit is de belangrijkste maatschappelijke transformatie die nieuw-groen heeft bewerkstelligd. Je kan genieten en toch goed zijn voor het milieu. Sterker nog, het is zelfs beter als je geniet, want dan heb je er zelf ook nog iets aan.

Daardoor wordt consumptie van luxegoederen iets wat niet in tegenspraak is met ecologie, maar er juist inherent deel van uit maakt. We hoeven helemaal niet minder te consumeren, zoals die ascetische hippies ons voorhouden, we moeten gewoon ‘anders’ consumeren. Wil je een nieuwe auto? Koop ‘m groen! Nieuw-groen bevrijdt ons van het schuldgevoel dat ons werd aangepraat door een overbezorgde generatie. Consumeren mag weer.

Een onhoudbare spreidstand

De bewering dat ecologie en economie elkaar niet hoeven uit te sluiten, is uiteraard pertinent onhoudbaar. Nieuw-groen doet namelijk geen enkele concessie ten opzichte van de basisstelling van de economie, namelijk dat de behoeften van mensen oneindig zouden zijn.

Het aantal behoeften waarin onze planeet kan voorzien, is per definitie eindig. Zelfs op kosmische schaal geldt de natuurwet van het behoud van energie. Het ontrekken van energie aan de buitenwereld ter vervulling van de menselijke behoeften is iets wat niet eindeloos kan blijven groeien.

Het succes van nieuw-groen werd bewezen door de massapsychose die er ontstond tijdens de klimaattop in Kopenhagen. Alle media sprongen massaal op de vernieuwde klimaathype, die een welkome afwisseling was na twee jaar economische ellende. Er was geen enkele kritische stem te horen in deze klimaatobsessie, behalve misschien die van de ondertussen tot stroman verworden klimaatnegationisten – we smullen van schandaaltjes rond gelekte brieven over wetenschappelijke klimaatrelativisten die het kwaad een gezicht geven en de problematiek urgent maken.

Van liberaal tot socialist, van humanist tot christen, iedereen spoedde zich met de klimaattrein naar Kopenhagen: het laatste grote evenement van het eerste decennium van de eeuw. De ecologische beweging werd volledig murw geslagen door de annexatie van haar ideeën door nieuw-groen.

De groene partijen bieden geen verzet

Ecologische partijen gaan nu in hun verkiezingsprogramma volledig mee in het klimaatzorgendiscours. Heel af en toe wordt er gewezen op de inconsistenties van dit discours, maar dit blijft maar zeer oppervlakkig en vindt uiteindelijk geen enkele weerklank. Dan is het inderdaad interessanter om je electorale winst uit te tellen als gevolg van de massale interesse in klimaatproblematiek.

‘Kernenergie de wereld uit’ komt later wel. Anders consumeren, is misschien niet zo’n slechte stap in de richting naar ‘consuminderen’. Van een oorspronkelijk groen en ecologisch gedachtegoed is immers zelfs geen zwakke schaduw meer te herkennen onder het verblindende licht van de nieuw-groene spaarlamp.

Ecologie gaat echter om waarden die volledig tegenstrijdig zijn aan de vrijemarkteconomie. De zaken die waarde hebben in de ecologie vormen een bredere cirkel dan enkel het menselijke. We moeten onze morele gevoeligheid uitbreiden van ons eigen leefmilieu naar het leefmilieu van planten en dieren en de geologische en ecologische systemen van de aarde en de kosmos.

Naar een harmonisch samenleven met de natuur

De verhouding tot ons leefmilieu moet harmonisch zijn. Dit wil zeggen dat de energie die we onttrekken aan het leefmilieu op de een of andere manier moet worden teruggegeven. De ervaring van de natuur is kwalitatief en gebaseerd op een menselijke gevoeligheid. De impact van de mens op de natuur is niet vatbaar voor kwantitatieve modellering. Het is een immanente ervaring. Het ontwikkelen van deze gevoeligheid vraagt oefening.

Waar de economische groeimodellen uitgaan van schaarste en behoeften, gaat het ecologisme uit van overvloed. Indien we beseffen dat de mens, als hij perfect in harmonie leeft met de natuur, geen enkele behoefte meer nodig hoeft te hebben, herkennen we een rijkdom die schril afsteekt tegen de cultuur van schaarste en armoede die vandaag de dag heerst.

Tenslotte staat het ecologisme voor een holistisch wereldbeeld, waarin alles wat we doen een invloed heeft op het geheel. Aangezien wij zelf deel uitmaken van het geheel hebben onze handelingen dus ook invloed op onszelf.

Een niet-westerse aanpak is nodig

Deze ecologische basisstellingen zijn zeer vreemd aan de westerse cultuur en passen veel meer in een oosterse – met name taoïstische – levensbeschouwing. Ecologisme ontstond niet voor niets tegelijkertijd met zowel een maatschappijkritische als een oriëntalistische oriëntering van jongeren in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Niettemin is de blik die noodzakelijk is om er een dergelijke visie op natuur en leefmilieu op na te houden niet evident voor de postchristelijke, materialistische en hedonistische samenleving van vandaag.

Nieuw-groen vertaalt het milieuprobleem naar waarden die ons bekend zijn. Zo ligt het klimaatheil niet in een immanent ‘nu’, waarbij we onze plek in de natuur erkennen en respecteren. De klimaatproblematiek is gericht op de toekomst, op een transcendentie overeenkomstig de christelijke heilsleer. De mens is nog altijd zondig, maar de verlossing zal komen voor zij die hun gloeilampen vervangen door spaarlampen.

Deze schuldcultuur werd in de bewegingen van de jaren zestig niet meer erkend, maar wordt nu opnieuw ingezet. De westerse burger is namelijk veel vertrouwder met een dergelijke retoriek. Aan de andere kant is de inlossing van de schuld nog makkelijker geworden dan ze altijd al was. Nieuw-groen speelt immers vooral in op de hedonistische en individualistische gevoeligheden. Je schuld is gemakkelijk af te kopen en je kan blijven consumeren. Dit is de geruststellende boodschap van nieuw-groen.

De nieuwe priesters van de wetenschap

De wetenschap speelt een belangrijke rol als de priesterklasse van de klimaatreligie. De predikant is vervangen door een saaie politicus of wetenschapper (Al Gore), die zaken uitlegt die je voor een deel niet begrijpt (facts and figures), maar daardoor juist hun retorische uitwerking niet missen. De oude preek was in het Latijn, het klimaatdiscours is in de taal van de statistiek.

Het feit dat niemand iets begrijpt, doet totaal niet ter zake. De vraag is: wat doet je buur? Het oncharismatische van de predikant en de wetenschapper is de basis van zijn vermeende heiligheid. Het verborgen en onbegrepen discours geeft een aura aan de slogans die de groene industrie over ons uit stort. Het grote publiek gelooft even enthousiast in de ontdekkingen en het onderzoek van de wetenschap als vroeger in de stellingen van de katholieke kerk.

Het groene failliet

De annexatie van ‘groen’ door het door mij gedoopte ‘nieuw-groen’ is op de eerste plaats het failliet van de ecologische beweging. Op de tweede plaats kunnen we het ook lezen als het falen van de democratische overheden. Het is zeer zorgwekkend te moeten vaststellen dat in onze wereld het ‘commercieel’ belang van problemen veeleer wordt erkend dan het publieke belang.

De bedrijfswereld annexeert zo niet alleen het milieuprobleem in het bijzonder, waar het vanaf nu het eerste een antwoord op mag geven (centrale vraag in Kopenhagen: hoeveel schade lijdt de economie aan de maatregelen die worden voorgesteld?), maar ook de zingevingsproblemen in het algemeen. Waar onze staten seculariseren en staatsbemoeienis op elk domein met afkeer wordt afgestoten, krijgen bedrijven met een commerciële agenda steeds meer greep op alle aspecten van ons leven.

De termen ‘groen’ en ‘ecologisch’ zouden wat mij betreft weer terug geclaimd moeten worden door de verdedigers van een holistisch wereldbeeld die de verhouding tussen mens en natuur centraal stellen. Daarin moeten er op alle vlakken grenzen worden gesteld aan de ongebreidelde groei. Staten moeten worden aangespoord hun beleid te baseren op de vraag of het bruto binnenlands product erdoor toeneemt.

Echte welvaart is niet meetbaar

Er zijn andere dimensies waarop het woord welvaart vandaag de dag veel meer betekenis zou kunnen krijgen. De waarden die er echt toe doen, zijn niet te kwantificeren en te meten. Dit maakt het natuurlijk niet makkelijk een beleid te ontwikkelen dat zulke waarden ondersteunt. Toch moet dit het leidende motief zijn om tot een betere samenleving te komen.

De ernst van de annexatie van groen door nieuw-groen wordt volgens mij zeer onderschat. Tegen de neoliberale oorlogen in het Midden-Oosten kwam massaal verzet van de linkse bewegingen in Europa. Nieuw-groen maakt elke oppositie echter direct monddood. Linkse Europese elites bevinden zich in een soort van klimaatsverbijstering waarin ‘Obama’ en ‘Kopenhagen’ de verenigende sleutelwoorden zijn in de verdeelde wereld waarin we zijn achter gelaten.

Het grote publiek zat te smachten om de verhalen die haar nu worden aangeboden. Zowel de groene, de linkse als de liberale delen van onze samenleving lopen mee in de hippe klimaathype. Dat er feitelijk geen enkele ruimte is voor de oorspronkelijke ecologische waarden laat iedereen koud.

Dit bewijst volgens mij dat nieuw-groen nog altijd primair uit is op het maken van winst en economische groei. Dat de zorg om het klimaat hiervoor gebruikt kan worden, is een opsteker. Uiteraard moet het omgekeerd zijn. Het klimaatprobleem moet gezien worden als een beschavingscrisis.

Alle middelen om dit te bestrijden, zullen waarschijnlijk schadelijk zijn voor de economie. Het beweren van het tegendeel is zuivere misleiding.

Daan Oostveen

Daan Oostveen (1985) is docent, filosoof en vrijbuiter. Hij werkt mee aan hard//hoofd, een dagelijks online tijdschrift voor kunst en journalistiek.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!