Houdt Di Rupo I de uitbuitingssystemen ten opzichte van de Bulgaren en Roemenen in stand?

Houdt Di Rupo I de uitbuitingssystemen ten opzichte van de Bulgaren en Roemenen in stand?

donderdag 29 december 2011 15:23

Sinds de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU gelden er voor hun burgers restricties op de toegang tot de arbeidsmarkt van andere EU-lidstaten. Deze overgangsmaatregel moest onder meer de Belgische arbeidsmarkt beschermen tegen een toestroom van Bulgaarse en Roemeense werknemers. Voor het einde van dit jaar moet België beslissen of ze al dan niet deze overgangsmaatregel verlengd met nogmaals twee jaar. Op één van de eerste minsterraden van de regering Di Rupo I lag dit dossier op tafel. De ministerraad besliste, net zoals in onze buurlanden, om de grenzen nog niet te openen. De Europese Commissie kan deze verlenging van overgangsmaatregelen alsnog toestaan als een ‘ernstige verstoring van de arbeidsmarkt’ aangetoond wordt.

Voor OR.C.A. (Organisatie voor Clandestiene Arbeidsmigranten) is het duidelijk dat de maatregel geen enkel nut heeft. Getuige hiervan de beperkte impact van de afschaffing van de overgangsmaatregelen voor de andere nieuwe EU-lidstaten in 2009. Een toestroom van Poolse werknemers naar België bleef uit. Het enige wat deze maatregel lijkt te bewerkstelligen is dat mensen die net aankomen in België óf worden uitgebuitóf worden gedwongen in het informele arbeidscircuit. De overgangsmaatregelen
werken uitbuiting in de hand.

Bulgaren en Roemenen die in België willen werken kunnen dat slechts op twee manieren. Ofwel gaan ze als zelfstandige aan de slag ofwel werken ze met een arbeidskaart B. Deze arbeidskaart wordt uitgereikt voor specifieke knelpuntberoepen. Deze   arbeidskaart B is slechts geldig voor één jaar en bij één werkgever. De tewerkstelling met de Arbeidskaart B leidt tot heel wat wantoestanden. Het komt voor dat de afgesproken arbeidsuren niet worden gerespecteerd of dat de werknemer alle bijdragen  aan de sociale zekerheid zélf moet betalen. Zo valt het afgesproken minimumloon nóg een pak lager uit dan het wettelijke minimumloon.

In de werking van OR.C.A. merken we dat de Bulgaarse en Roemeense werknemers alles in het werk stellen om hun plannen te realiseren. Lukt dit niet via een arbeidskaart B, dan schrijven ze zich in als zelfstandige zonder goed te beseffen wat de gevolgen zijn van dit statuut. Bijgevolg zijn ze in de realiteit aan de slag als werknemers in een schijn zelfstandigenstatuut. Dit leidt echter tot extreme vormen van uitbuiting, niet betaalde lonen, lonen ver beneden het minimumloon arbeidsongevallen waar de  werknemer moet voor opdraaien. Door hun zelfstandigenstatuut is het ook niet mogelijk om hun arbeidersrechten af te dwingen.

Meer en betere controle zal hier niet onmiddellijk aan verhelpen omdat de werknemer er geen baat bij heeft om mee te werken. Als de werknemer immers de toestanden aanklaagt dreigt hij of zij zijn werk te verliezen en dus ook de basis van zijn of haar verblijfsrecht. Hoewel het voor Roemenen en Bulgaren een stuk makkelijker is om een nieuwe arbeidskaart aan te vragen dan voor derdelanders, vrezen ze er toch voor om geen nieuwe werkgever te vinden. Ze kunnen immers geen beroep doen op de arbeidsbemiddelingsdiensten. De legale werkopties zijn dus beperkt en tegelijkertijd zo precair dat Bulgaren en Roemenen in het informele arbeidscircuit geduwd worden. Het niet verlengen van de overgangsmaatregelen voor Roemenen en Bulgaren is dus een
essentiële schakel in het garanderen van de effectieve toegang tot hun arbeidsrechten.

Geschreven door Jan Knockaert

Jan Knockaert is coördinator van OR.C.A.

www.orcasite.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!