De geest is uit de fles

De geest is uit de fles

donderdag 3 november 2011 17:36

“Ronduit schandalig dat de Europese welvaart afhangt van één man” klonk het bij nogal wat commentatoren toen het nieuws over het referendum in Griekenland doorsijpelde (of beter gezegd, toen de nieuwssites het nieuws bloedrood brachten, als was het een daad van terreur). Als staaltje van ‘framing’ kon dat tellen. Alsof het protest van de Griekse bevolking (en de Spaanse, en de Italiaanse, …) de afgelopen maanden van geen tel was. Vandaag zie je de markten al weer hopen dat Papandreou de vertrouwensstemming in zijn parlement niet overleeft, en dat we dus gewoon verder kunnen gaan met de implementatie van het plan dat vorige week op de EU top werd afgesproken. Want de  marken kijken overduidelijk niet echt uit naar nieuwe verkiezingen in Griekenland. Wat zouden ze dolgraag een ‘technocratische regering van eenheid’ aan de macht zien komen in Griekenland, die het plan onverkort helpt uitvoeren. Ze dromen echter. Net zoals in Arabische landen, is de geest uit de fles.

Ook al gaat hij er misschien zijn politieke lot mee bezegeld hebben,  en lijkt hij zelf op dit eigenste ogenblik op zijn stappen terug te willen keren, Papandreou heeft de enige juiste beslissing genomen. Zijn timing was overigens onberispelijk, net na de EU top en net voor de G20 top. Het is inderdaad hoogtijd om de moegetergde Griekse bevolking eindelijk eens te consulteren. Het zal best dat ook persoonlijke politieke incentives een rol speelden bij Papandreou’s beslissing, feit is dat die incentives voor een groot deel afgebakend werden door de massale volkswoede en de enorme humanitaire impact van de bezuinigingspolitiek die de Troijka aan de Grieken oplegt. Ook al lijken de jongste mediaberichten uit Cannes erop te wijzen dat Papandreou buigt voor de Europese chantage,  de klok kan mijns inziens niet meer teruggedraaid worden. De Europese bevolking wordt, meer nog dan al het geval was via nationalistische opstoten, een factor. Is het niet in Griekenland, dan zal het elders zijn. Vooruitziende speculanten hebben dat ongetwijfeld al door.

Wat drijft Merkel, Sarkozy en Van Rompuy?

Waarom blijven “Merkozy & Van Romrroso” echter vooralsnog de beslissingen nemen die ze nemen? Wat drijft die – ongetwijfeld intelligente – mensen om een pakket maatregelen te nemen, dat overduidelijk niet langer gedragen wordt door een meerderheid van de Europese bevolking?  Is het technocratische hubris? Ideologische overtuiging? Angst voor een sequel van de jaren ’30 ? Of een combinatie van al die factoren?

Je kunt er niet omheen: toppolitici in Europa, Eurobureaucraten en hun technocratische adviseurs en staf zweren bij macro-economische stabiliteit. Dat lijkt het hoogste goed te zijn. De Europese centrale bank zag en ziet het als haar voornaamste taak om de inflatie laag te houden.  Meer in het algemeen willen ze liefst ook een Europa dat blijft groeien, omdat substantiële groei  in hun ogen onontbeerlijk is om jobs te creëren, de vergrijzing op te vangen, en onze welvaartsstaten in stand te kunnen houden. (Toegegeven, op dit ogenblik oogt deze “wish list” een beetje Disneyachtig.)  Voor het merendeel zijn het mensen van de vorige generatie, die opgroeiden met het spookbeeld van de jaren ’30 (ook al hebben ze ze niet meer zelf meegemaakt), toen het inflatiespook op hol sloeg, met als gevolg de Wereldbrand die we kennen.  Vaak zijn ze ook economisch geschoold, en benaderen ze de realiteit en de crisissen van nu met een vooral economische toolbox. Referenda passen niet echt in dat plaatje.

Ook zijn ze behept met de overtuiging dat Europa zich in het nieuwe millennium schrap moet zetten, en moet “diëten” inzake sociaal model. Ze zijn er, net als de meesten onder ons, immers  van overtuigd dat deze eeuw de Aziatische eeuw wordt (met daarin een prominente rol voor China), en dat Europa alle zeilen gaat moet bijzetten om niet overspoeld te worden in de verder globaliserende wereld. Meer in het algemeen geloven ze in economische wetten als waren het natuurwetten:  concurrentiekracht behouden, nastreven van comparatieve voordelen, doorgedreven kostenefficiëntie en dus afslanken van overheden, al was het maar omdat gezonde staatsfinanciën onontbeerlijk zijn voor ‘duurzame groei’, … het zijn allemaal evidenties voor hen. In essentie  geloven ze eigenlijk niet dat een andere wereld mogelijk is. De causale ketting die impliciet hun denken doordrenkt is de volgende: we moeten de concurrentiekracht van Europa versterken of minstens proberen te behouden, om zo economische groei te creëren,  wat op zijn beurt jobs en een sociaal vangnet moet mogelijk blijven maken. Hun visie op China is doorgaans statisch; de perceptie is dat het rauwe Chinese staatskapitalisme dat strategisch nieuwe markten probeert te veroveren, de volgende decennia  een bedreiging zal vormen. (Ze zien daarbij over het hoofd dat China veel minder stabiel is dan het lijkt – ook Chinezen willen meer sociale rechtvaardigheid. )

Wat niet past in dit paradigma, verdringen ze. Of het nu gaat om economische groei die minder jobs lijkt te creëren dan vroeger, om de klimaatuitdaging waar horrorscenario’s niet langer uit te sluiten zijn als de wereld aan dit tempo blijft groeien, om landen die met relatief beperkte middelen toch een aantal essentiële publieke goederen weten te verzekeren, …  Nee: onze Europese politici  blijven zweren bij het Rijnlandmodel (ook al noemen ze het misschien niet zo), en proberen uit alle macht dat model ook in de 21ste eeuw te laten overleven. Ik deel de mening niet van diegenen die stellen dat de EU ons een neoliberaal model probeert op te dringen. Bepaalde groepen en lobby’s proberen dat ongetwijfeld, maar er zijn ook een hoop tegenkrachten. Ik denk dat de consensus bij de meeste bewindvoerders en technocraten eerder in de richting gaat van een afgeslankt Rijnlandmodel, omdat dat het enige is wat we ons nog kunnen permitteren onder druk van opkomende economieën.  Maar dat dergelijke samenleving in de praktijk soms verdacht begint te lijken op een neoliberale blauwdruk, wil ik niet ontkennen.

De parallel met China

Aan de ene kant kun je begrip opbrengen voor ‘financiëel-economische stabiliteit’ als “overriding concern”. Macro-economische stabiliteit en meer in het algemeen stabiliteit tout court zijn van vitaal belang, dat wijst de geschiedenis uit, hier en elders in de wereld. Ik ben net terug uit Cambodia, een land dat al een vijftiental jaar min of meer stabiliteit kent, ook al blijft ze broos. Je merkt dat die stabiliteit de ontwikkeling van het land mogelijk maakt, ook al gebeuren er tegelijk een hoop zaken die het daglicht niet mogen zien. En dat economische groei in ontwikkelingslanden meer dan nodig blijft, ga ik niet ontkennen.

Maar de EU-bewindvoerders en technocratische elite moeten toch ook zo onderhand beseffen dat ze met hun hang naar stabiliteit ‘tegen elke prijs’ en hun impliciet paternalistische “wij weten wat goed is voor de Europese burgers” politiek van voldongen feiten in meer dan een opzicht op de Chinese KP-technocraten beginnen te gelijken. Met dit verschil dat onze Europese bewindslieden ook nog eens de speelbal van de markten lijken te vormen. Een ‘double whammy’ met andere woorden, inzake democratisch gehalte. Het democratische deficit waar Europa al mee te kampen heeft sinds haar ontstaan, is nu een wijd gapende kloof geworden.

Stabiliteit voor deze generatie, niet voor de volgende

Het tragische is: de stabiliteit die de EU-politici en technocraten zeggen na te streven is, in het beste geval, stabiliteit voor tien, maximum twintig jaar. Als het economische systeem immers op deze ramkoers blijft verder varen, is de volgende generatie de klos, zeker in ecologisch opzicht. Het lijkt er dus sterk op stabiliteit enkel slaat op de huidige generaties, de kiezers van dit moment en de mensen met spaarrekeningen nu. Wat er tegen 2050 op ons afkomt, dat zien we dan wel weer. Politici proberen, net als in 2008, uit alle macht om het bestaande systeem op te kalefateren. Bang voor de systeemhervorming die we eigenlijk broodnodig hebben. Dat ze terecht bang zijn voor populistische volkswoede en extremisme zoals in de jaren ’30, daar kan ik inkomen. Maar soms zijn incrementele hervormingen en het proberen in stand te houden van een economisch stelsel dat door en door vermolmd lijkt, op de lange termijn misschien erger dan de korte pijn van radicale hervormingen.

Ik weet het wel:  onze Europese bewindvoerders zijn nu in snel tempo bezig met zogenaamd “structurele” hervormingen, zodat de Eurozone naast een monetaire unie ook een economische unie wordt. Maar, als ze in de huidige omstandigheden al zouden slagen, blijven dat eigenlijk oppervlakkige ingrepen, want ze stellen de heersende economische logica niet in vraag. Een economische logica die nochtans naar de afgrond leidt, zo bleek een paar weken geleden nog op een conferentie van de Britisch Medical Journal in London over de klimaatuitdaging, en deze week ook uit een weinig aan de verbeelding overlatend UNDP rapport.

Stabiliteit “über alles” dus. Ik wil nog aannemen dat Sarkozy en co niet alleen de belangen van hun grootbanken voor ogen hebben, maar ook de spaarcenten van hun bevolking – geen enkele politicus wil geconfronteerd worden met een meute babyboomers die haar zuurverdiende spaarcenten net in rook zag opgaan. Het lijkt Sarkozy en Merkel echter worst te wezen dat bij de politiek die ze samen met het IMF en de Europese commissie bekokstoven nogal wat ‘collateral damage’ valt in landen als Griekenland, Portugal, Spanje, … en wij komen ongetwijfeld ook nog aan de beurt. Het doel (stabiliteit in de EU en behoud van de Euro) heiligt de middelen. Er moet ten allen prijze tijd gewonnen worden, zodat een eventuele default van Griekenland andere landen niet aantast. Men neemt zowaar de term ‘schutkring’ in de mond.

Wat de klimaatuitdaging betreft, geldt hetzelfde liedje. We lijken het met zijn allen stilaan opgegeven te hebben om onder de 1.5 % (of zelfs 2 % ) globale temperatuurstijging te blijven die nodig is om ecologische catastrofe te vermijden. Dat in eerste instantie vooral landen in het Zuiden de klos gaan zijn, is opnieuw collateral damage.  Jammer maar helaas.
Om de parallel met China nog even door te trekken: ook daar heiligt het doel (stabiliteit, chaos vermijden, of nog “wetenschappelijke” vooruitgang) de middelen. Individuele mensenrechten worden regelmatig met de voeten getreden, migrantenarbeiders kunnen niet rekenen op dezelfde sociale voorrechten als andere Chinezen, en blijven dus feitelijk tweederangsburgers, … Een beetje zoals Grieken en Portugezen dus die we laten verkommeren met een hongerpensioentje of een schamele werkloosheidsuitkering.

Wat nog het meest de ogen uitsteekt, is dat de ‘zuinigheid’ die nu overal gepropageerd wordt vooral lijkt te slaan op lage-en middeninkomensgroepen. We moeten zuiniger leven, jazeker, maar dat lijkt dan toch vooral voor Jan Modaal te gelden. Veel rijken en multinationals hebben hun schaapjes al lang op het droge, en de kloof tussen rijk en arm lijkt in de meeste landen alleen maar te groeien. Dat kun je niet blijven volhouden.

Misschien kan de ‘man in de straat’ (waartoe ik ook mezelf reken) het debat met economische goeroes niet aan, wegens te weinig kennis van zaken, maar onderschat het gezond verstand van burgers niet. De man en vrouw in de straat beseffen zo onderhand maar al te goed dat dit systeem sociaal onrechtvaardig is, ecologisch wellicht naar de afgrond leidt, en dat democratie stilaan enkel nog in theorie bestaat en eigenlijk een PR operatie is voor  ‘crony capitalism’ en ‘tirannie van de markten’. Als dat besef wijdverspreid raakt – en de kans is groot dat de Occupy en Indignados bewegingen daar sterk zullen toe bijdragen – liggen de risico’s voor de hand. Als bezuiniging vooral gewone mensen treft, en sommige segmenten van de maatschappij steevast buiten schot blijven, als democratie eigenlijk een schaamlapje is voor het implementeren voor wat de markten dicteren, dan is de kans groot dat mensen de meerwaarde van democratie niet meer inzien. Alleen daarom al juichten we de “maverick” zet van Papandreou toe begin deze week.

De enig mogelijke wereld?

Het zou kunnen dat ze gelijk hebben, Merkel, Sarkozy, Van Rompuy en co. Misschien is dit inderdaad de enige wereld die mogelijk is, gezien de aard van het menselijke beestje. Misschien zal blijken dat veel van die economische wetten inderdaad natuurwetten en in steen gehouwen zijn. Als dat zo is, het zij zo. De huidige generatie EU bewindvoerders is veelal ouder en misschien ook wat cynischer dan de mensen die nu op straat komen.   Ze hebben recht op hun overtuiging.

Maar we zijn het aan de generaties die na ons komen verplicht, om het minstens te proberen. We moeten minstens proberen een andersoortig economisch stelsel te creëren dat de resources van de planeet niet langer uitput, wat ongetwijfeld ook meer sociale rechtvaardigheid en echte democratie zal vereisen.  Een blind technologisch vooruitgangsoptimisme, voor zover dat er nog is in onze contreien, en wat “greenwashing”  van ons kapitalisme, zullen niet volstaan. De samenleving zelf, en de waarden van mensen, moeten op de schop. Of dat mogelijk is, weet ik niet. Maar het lijkt onontbeerlijk.

Een paar suggesties

Een paar schuchtere aanzetten daartoe: waarom zou het Europees parlement geen echte afspiegeling kunnen vormen van de Europese bevolking, minstens gedeeltelijk ? Waarom zouden parlementsleden allemaal 8000 Euro of meer per maand moeten verdienen? Ook al zijn ze nog zo sociaalvoelend, de kans is groot dat ze met dergelijke wedde domweg niet begrijpen wat het betekent om met 300 Euro per maand te moeten rondkomen. Dat is geen schande, maar waarom dus geen deel van het EP laten bestaan uit gewone Europese mensen, met gewone lonen of uitkeringen? Het moeten niet allemaal universitairen of dossiervreters zijn in zo’n parlement, en ze zouden kunnen zorgen voor een broodnodige injectie ‘common sense’ en ‘toetsing aan de realiteit’ in het debat.

Of waarom onze kinderen, naar het voorbeeld van de taalimmersie-experimenten, ook geen ‘totale immersie’ laten doen in kansarme gezinnen ? Je kunt zeggen, dat is grof, om kinderen een paar weken te laten doorbrengen bij mensen die het al moeilijk genoeg hebben, bij wijze van ‘social engineering’ experiment. Maar we zien daarbij over het hoofd dat onze kinderen nu al volledig ondergedompeld worden in een wereld gericht op consumeren en reclame, iets waarvoor ze ook niet echt kiezen. De kans is groot dat dergelijke ervaring veel kinderen zou doen nadenken over het spervuur van de op status & consumeren gerichte boodschappen waarmee ze nu geconfronteerd worden. Kinderen gaan zo misschien ook oog krijgen voor wat armoede betekent, ook in ons land.

Tenslotte, waarom zou men in de Eurozone geen algemeen referendum uitschrijven over het vormen van een echte economische unie, nu ze toch in nieuwe tools zoals het sixpack en dergelijke lijkt te grossieren, en een verregaande machtsoverdracht naar het Europese niveau plaatsgrijpt? Dat zou pas democratisch zijn, en dan kun je niet meer met het goedkope argument afkomen dat het lot van de Eurozone afhangt van maar 2 % van haar bevolking. Wat houdt de EU-parlementariërs tegen om daarvoor te pleiten, en druk uit te oefenen op hun regeringsleiders? 

Ik ben ervan overtuigd dat de Europese bevolking uiteindelijk zelfs kan leven met 30, 40 % welvaartsverlies, als het moet. Cruciale voorwaarde is echter dat we het gevoel moeten hebben dat de lasten en de inspanningen evenredig verdeeld zijn. Zolang mensen elke dag via de media moeten horen en lezen dat sommige lieden buiten schot blijven, erger nog, zelfs nog garen lijken te spinnen bij deze crisis, wens ik de Europese bewindslieden veel succes.  Dan is het ‘over and out’ met de Eurozone. En hou je dan maar vast aan de takken van de bomen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!