Het Amnesty-rapport bevat getuigenissen van burgers die het slachtoffer werden van FRCI-regeringstroepen na de machtsovername door Ouattara (foto: AI)
Nieuws, Afrika, Politiek, Mensenrechten, Oorlogsvluchtelingen, Amnesty International, Burgeroorlog, Ivoorkust, Alassane Ouattara, Laurent Gbagbo, ONUCI, Jeugdmilities, Forces Républicaines de Côte d'Ivoire (FRCI), Dozo-milities - Karen Moeskops

Ivoorkust: klimaat van angst houdt honderdduizenden mensen op de vlucht

In een nieuw rapport 'We want to go home, but we can't. Côte d'Ivoire's continuing crisis of displacement and insecurity' beschrijft mensenrechtenorganisatie Amnesty International hoe etnisch geïnspireerd geweld en moorden door de FRCI-strijdkrachten van Ouattara en Dozo-milities (traditionele jagers) de bevolking tegenhoudt hun relatief veilige tijdelijke vluchtelingenkampen te verlaten.

donderdag 28 juli 2011 14:50

Veiligheidstroepen van Ivoorkust (FRCI) en de door de regering-Ouattara gesteunde milities zorgen voor een klimaat van angst dat de honderdduizenden mensen die na het postelectoraal geweld op de vlucht sloegen, verhindert naar hun huizen terug te keren.

Angst om naar huis te keren

“Deze wurggreep die meer dan een half miljoen mensen weg houdt van hun huizen, kan echt niet blijven duren”, schrijft Amnesty International in het nieuw rapport. “De autoriteiten moeten hun veiligheidstroepen weer onder controle krijgen en de milities ontbinden die, ondanks het einde van het conflict, angst en terreur blijven zaaien onder de burgerbevolking.”

Etnisch geïnspireerd geweld

Het rapport van Amnesty toont in detail aan hoe de Republikeinse Strijdkrachten (FRCI) van president Alassane Ouattara en bepaalde Dozo-milities ook na de inauguratie van de president in mei 2011 bepaalde bevolkingsgroepen blijven viseren en vermoorden enkel en alleen vanwege hun etnische achtergrond en de daaraan gekoppelde vermeende steun aan ex-president Laurent Gbagbo.

De Dozo-milities van traditionele jagers lijken het vooral gemunt te hebben op mensen met een Guéré-achtergrond omdat die beschouwd worden als aanhangers van de voormalige president Gbagbo. Het feit een jonge fitte man te zijn, is vaak al voldoende om als medestander van Gbagbo’s beruchte jeugdmilities te worden beschouwd. 

In Duékoué, waar honderden burgers eind maart 2011 werden vermoord, zijn er erg weinig Guéré die naar huis durfden terug te keren. Zij die het risico wel namen, vertelden aan de onderzoekers van Amnesty International hoe gewapende Dozo-strijders op hun motorfietsen in de hoofdstraten op en neer reden.

“Ze moeten zelfs niet meer doen dan dat. Ze hoeven zelfs niet van hun motorfiets te komen. Gewoon af en toe gewapend door de straten rijden, is voldoende om ons bang te houden. En daar is het hen om te doen.”

Amnesty International is bezorgd over de ‘veiligheidsrol’ die de Dozo-milities werd gegeven door de officiële Republikeinse Strijdkrachten (FRCI). Gewapende Dozo bemannen checkpoints bij wegblokkades in het westen van Ivoorkust wat de lokale bevolking afschrikt terug naar huis te keren.

“De vrijheid waarbinnen de Dozo-milities vandaag kunnen opereren is een verontrustend teken dat hun acties getolereerd worden of zelfs aangemoedigd worden door de FRCI”, schrijft Amnesty International.

“President Ouattara en eerste minister Guillaume Soro moeten dringend een ‘onpartijdig’ leger creëren dat al de burgers van Ivoorkust beschermt, ongeacht hun politieke of etnische achtergrond.”

Mensenrechtenschendingen door beide kampen

Gedurende de maanden van intens geweld die volgden op de omstreden presidentsverkiezingen van 28 november 2010 maakten zowel de troepen van Ouattara als die van Gbagbo zich schuldig aan ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder zowel misdaden tegen de menselijkheid als oorlogsmisdaden.

Amnesty International verzamelde bewijzen dat Liberiaanse huurlingen en pro-Gbagbo-milities verantwoordelijk waren voor het vermoorden van tientallen – echte of vermeende – aanhangers van Ouattara wanneer deze milities zich terugtrokken uit Abidjan begin mei 2011. De meeste slachtoffers behoorden tot de Dioula-gemeenschap, die als loyaal aan Alassane Ouattara beschouwd wordt.

Eén van de Dioula-overlevenden getuigde aan Amnesty International hoe Liberiaanse huurlingen op 6 mei 24 dorpelingen in Godjiboué (ten zuidwesten van Abidjan) vermoordden: “Wanneer ze aankwamen, brak er paniek uit onder de dorpelingen. Iedereen probeerde te ontsnappen en liep de savanne in. Mijn vader die al ouder was en niet zo snel meer kon lopen, verstopte zich in een huis. De huurlingen dreven hem en een andere persoon in het nauw en schoten hen dood.”

De tijd dringt

Amnesty International roept president Alassane Ouattara met aandrang op een omvattend actieplan te ontwikkelen om de veiligheid in het hele land te herstellen waardoor de ontheemde burgers en vluchtelingen veilig terug naar huis kunnen keren. Dit plan moet onder meer de effectieve demobilisatie en ontwapening van de militieleden omvatten.

Met de bewijzen dat zowel de FRCI-regeringstroepen als de Dozo-milities ook vandaag nog steeds mensenrechtenschendingen plegen, verwelkomt Amnesty International de beslissing van de VN-vredesmissie in Ivoorkust (UNOCI) om acht militaire kampen op te richten in het westen van het land zodat de VN-missie haar mandaat om de burgers te beschermen beter kan uitvoeren.

“De ernstige gevolgen van de recente golf van onveiligheid en ontheemding moeten dringend aangepakt worden. Als dit niet gebeurt, zullen alle pogingen om verzoening te bewerkstelligen in dit land dat verscheurd is door een decennium van gewelddadige politieke strijd, teniet worden gedaan”, besluit het rapport van Amnesty International.

Karen Moeskops

Karen Moeskops is directeur van Amnesty International Vlaanderen.

Samen met de publicatie van het nieuwe Ivoorkust-rapport “We want to go home but we can’t: Côte d’Ivoire’s continuing crisis of displacement and insecurity” heeft Amnesty International een News Access Tape uitgebracht: Côte d’Ivoire News Access Tape, 28 July 2011, (23:09 min)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!