Desjardins, een grote coöperatieve groep in Québec - Canada
Nieuws, Economie, Samenleving, België, Coöperaties - Patrick Develtere

Coöperatieve revolutie: samen toekomstgericht coöperatief ondernemen

Dit land kan best meer coöperatieve dynamiek gebruiken want de uitdagingen zijn groot. Reden genoeg voor Patrick Develtere om te pleiten voor een coöperatieve (r)evolutie. Dat het op 2 juli Internationale Dag van de Coöperaties was en 2012 het Internationaal Jaar van de Coöperatie wordt, zijn nog extra argumenten om vijf suggesties te formuleren.

maandag 4 juli 2011 13:05

Deze bijdrage heeft als titel “de coöperatieve revolutie”. In de jaren ’90 zei een Canadees coöperatief leider me dat een felle aanhanger van meer publieke greep op de economie (een communist dus) hem ooi verweet een kapitalist te zijn. Later verweet een felle aanhanger van meer vrije marktwerking (een kapitalist dus) hem er echter van een communist te zijn. Hij concludeerde “I must be on the right track”.

Coöperatieve ondernemingen of de coöperatieve productiewijze worden zelden geassocieerd met revoluties, eerder met evo-luties en dus geleidelijkheid. Op weinige plaatsen werden ze ingezet om het maatschappelijk en economisch bestel te herijken. Wél hebben ze op vele plaatsen het maatschappelijk en economisch bestel verfijnd en verbeterd.

“Het is een contradictie dat kapitalistische bedrijven eerder dan coöperatieve ondernemingen weten hoe ze internationaal moeten samenwerken

Als we zien welke uitdagingen we vandaag de dag hebben met de toenemende ongelijkheid, de vergrijzing, de brutale commercialisering in vele levensdomeinen, de klimaatproblemen, de grote migratiestromen e.d. dan is het moment misschien gekomen om verder te gaan dan het verfijnen en verbeteren van ons model. De revolutionaire ambitie moeten we misschien dus wel koesteren. Zeker om iets sneller te gaan.

Nu wil ik me echter beperken tot een vijftal opmerkingen of suggesties die m.i. kunnen zorgen voor meer coöperatieve dynamiek in ons land. Aan u om te concluderen of ze zullen leiden tot coöperatieve revolutie dan wel tot coöperatieve evolutie.

Eerste suggestie: beschouw het coöperatief ondernemen als een economische werkvorm

Coöperatieve ondernemingen zijn ondernemingen. Dus ze zijn op de eerste plaats een economische werkvorm. Zij het dat ze een heel specifieke economische werkvorm zijn. Ze combineren een ondernemingsrationaliteit (en positioneren zich dus op de markt) met een waardenrationaliteit. Ze verbinden zich dus met het maatschappelijk middenveld en delen waarden zoals solidariteit, billijkheid, verantwoordelijkheid, respect voor natuur en buur. Maar het is dus niet omdat ze zich met dat middenveld verbinden dat ze ook dezelfde functioneringslogica hebben als andere middenveldactoren zoals vakbonden, zieken-fondsen, ngo’s of andere nonprofit-organisaties.

En daarmee is ook dat fameuze woord gevallen: “profit”. Coöperaties worden veel meer dan andere middenveldor-ganisaties geconfronteerd met de marktlogica. Deze stelt naast efficiëntie ook concurrentie en profijt centraal.

Er zijn m.i. twee manieren om naar coöperatieve ondernemingen en de markt te kijken.

Een eerste bestaat erin om via de coöperatieve werkvorm te proberen om de markt terug te winnen of te sturen. Zo zien we (gelukkig maar) dat er momenteel coöperaties ontstaan in de energiesector of de zorgsector die proberen om deze sectoren terug lokaal te verankeren.
Een tweede manier bestaat erin om dank zij coöperatieve ondernemingen te proberen om een plaats te krijgen op die markt. Zie wat landbouwcoöperaties (coöperatieve veilingen, melkproductiecoöperaties, bio-productiecoöperaties) en de financiële coöperaties doen om respectievelijk landbouwers en (kleine) spaarders doen om hun achterban een steviger plaats te geven op de markt.

Tweede suggestie: zoek zelf schaal

Hiermee heb ik eigenlijk twee suggesties gedaan: zoek schaal en zoek het zelf.

Ten eerste: Het is goed om klein te zijn indien je ook de voordelen van de groten hebt. Groot zijn hoef je dus niet te doen door grootschalig te zijn. Zie maar hoe bepaalde coöperaties schaal opgebouwd hebben door lokale coöperaties met regionale en nationale te verbinden (cfr. Rabobank in Nederland, Desjardins in Québec,…).

Grote coöperaties zijn meestal intelligente constructies van allerlei lokale afdelingen en nevenbedrijven. De Internationale Coöperatieve Alliantie lijstte zo de 300 grootste coöperaties op. De bevindingen zijn impressionant. Tot deze lijst behoort de grootste rijstverwerker ter wereld; de grootste werkgever in Zwitserland (Migros), de grootste bank in Frankrijk (Crédit agricole), de grootste voedselverwerker in India.

Groot kan men ook zijn door in de breedte te werken, door grote netwerken uit te bouwen. Zie bijvoorbeeld de aardbeien-strategie van de Italiaanse sociale coöperaties. Dergelijke coöperaties die veel werken met gehandicapten, drugver-slaafden en andere mensen die moeilijk aansluiting vinden bij de arbeidsmarkt en de maatschappij, krijgen steun van een eerder opgerichte sociale coöperatie onder de voorwaarde dat ze zelf ook steun verlenen aan een volgende nieuw op te richten of opgerichte sociale coöperatieve.

Ik suggereerde daarnet dat de coöperatieve sector ook best zélf schaal zoekt. Dat betekent dat ze haar eigen ingrediënten voor groei dient te zoeken. Ik bedoel dat ze best bijvoorbeeld eigen coöperatief kapitaal zoekt om haar ontwikkeling te financieren. En, dat ze best ook haar eigen federerende structuren ontwikkelt. We zouden hier lang kunnen bij stilstaan. Maar ik beperk me nu tot een uitspraak van de fameuze Dr. William King (1829), één van de founding fathers van de Britse consumentencoöperaties. Hij zei het volgende: “cooperation is a voluntary act, and all the power in the world cannot make it compulsory; nor is it desirable that it should depend upon any power but its own.”

Derde suggestie: investeer in coöperatief verantwoord ondernemen

Tegenwoordig heeft men de mond vol van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Op zich hebben we daar natuurlijk niets op tegen. Maar coöperaties moeten wat mij betreft het acroniem “CSR” niet per sé omzetten in corporate social responsibility. Het mag gerust “cooperative social responsibility” zijn. Daarmee kunnen de coöperatieve ondernemingen zich (terecht) onderscheiden van de andere bedrijven die aan MVO doen.

De redenen hiervoor zijn meervoudig.

Voor coöperatieve ondernemingen is de maatschappelijke betrokkenheid geen bijkomstigheid. Nee, het is essentieel. Het behoort tot de DNA van een coöperatie. In feite is het ook het vertrekpunt. Ergens is er een economisch of maatschappelijk probleem, bijvoorbeeld gebrek aan financieel toegankelijke kinderopvang, en een groep van mensen gaan er samen tegenaan. Niet door subsidies te vragen (want daarvoor zou een vzw een beter vehikel zijn) maar met een economisch project. Het maatschappelijke doel is ook het eindpunt. We zijn niet alleen tevreden als de coöperatieve onderneming het hoofd boven water houdt, maar alleen als de onderneming er eveneens voor gezorgd heeft dat het maatschappelijke doel bereikt is. In ons voorbeeld: dat een groep van mensen met een laag inkomen ook toegang heeft gekregen tot kinderopvang.
Uit dit voorbeeld is hopelijk duidelijk dat coöperatieve onder-nemingen hun waarden ook omzetten in concrete doelstellingen zoals toegankelijkheid, kwaliteit, de juiste prijs, etc.

Coöperatief verantwoord ondernemen is een sterke methode. Ik geef graag twee voorbeelden.

Een deel van het DNA van coöperatieve ondernemingen is dat ze participatorisch of democratisch werken. Waar anderen vaak de last van een dergelijke aanpak onderlijnen, kunnen wij ook de lusten ervan verdedigen. Door participatorisch te werken, d.i. mensen (aandeelhouders, maar ook klanten, gebruikers, families,…) de kans te geven hun gedacht te zeggen en dus ook mee te beslissen, krijg je een betrokkenheid, bouw je loyauteit op, maar je krijgt tegelijk voor de onderneming relevante informatie zodat je de onderneming aan de wensen van de klanten kan aanpassen.

Een tweede voorbeeld. Coöperatieve banken hebben wereldwijd bewezen dat ze de financiële crisis beter overleefd hebben dan andere bancaire instellingen. Omwille van twee redenen, denk ik, die intiem verbonden zijn met het coöperatiewezen. Eén, ze kozen altijd voor de lange termijn (n.b. 50% van de Global 300 die we daarnet vermeldden bestaan al meer dan 70 jaar; dat kan je niet zeggen van de Global 300 van de ‘klassieke’ bedrijven) en dan laat je je niet verleiden tot speculatief gedrag. Twee, ze hebben een beheerssysteem (governance system), met betrokkenheid van vennoten die niet in de coöperatie geïnvesteerd hebben om speculatieve redenen. Dat systeem zet remmen op onethisch en op roekeloos en risico-zoekend gedrag.

Vierde suggestie: zorg dat coöperatief ondernemen in beeld komt

Er zijn meerdere redenen waarom coöperatief ondernemen in ons land zo weinig bekend is als alternatieve ondernemings-mogelijkheid.

Eén: we hebben allicht de meest liberale wetgeving ter wereld als het over coöperaties gaat. Daarom hebben we er zoveel
(ong. 40.000). Daarom is het een ordinaire i.p.v. een speciale en waardevolle ondernemingsvorm geworden.

Twee: we zijn een land van vzw’s. Als we iets maatschappelijk relevants willen doen, zetten we een vzw op. In het VK, de VS of Canada of Zweden zou men voor vele zaken waar wij een vzw voor oprichten een coöperatieve onderneming opzetten. Dus ook: met privaat coöperatief kapitaal.

Drie: coöperatieve ondernemingen in ons land waren en zijn in overgrote mate instrumenten van andere sociale bewegingen zoals vakbonden, ziekenfondsen, boerenorganisaties en ontwikkelingsorganisaties (“indirecte coöperatie”, wordt dat genoemd). Geen slechte formule want het heeft gezorgd voor een stevige coöperatieve sector! Maar dit betekent ook dat de coöperatieve onderneming zélf niet veel op het voorplan treedt.

Gezien de zeer grote uitdagingen waar we voor staan (nogmaals: inkomensongelijkheid, vergrijzing, brutale commercialisering, klimaatsopwarming, migratiestromen, etc..) is het misschien toch aangewezen dat we de mensen duidelijk maken dat er ook op een andere manier moet en kan economisch ondernomen worden.

Ik zou hiervoor willen suggereren om eens te kijken hoe een dergelijke communicatie er kan uitzien. Kijk eens naar de websites van bijvoorbeeld de Cooperative Group in de UK (“good for everyone” is hun slogan) en Desjardins in Québec (“coopérer pour créer l’avenir”). Je zal zien “coöperatief ondernemen” is op zich een sterk merk.

Twee, het verwondert me (niet) dat er zo weinig Belgische aanhangers zijn van dot.coop. Sinds meerdere jaren is dit een rage in andere landen. In plaats van je een dot.be (straks dot.vl?), dot.org of dot.com te noemen kan je, héél eenvoudig, jezelf ook omdopen in dot.coop. En, iedereen weet dan direct dat je anders bent, vraagt zich af wat dat is, gaat googlen en….vindt het…verschil.

Gelukkig is het volgend jaar (2012) het “internationaal jaar van de coöperatieve ondernemingen”. Een goede zaak. In 2002 werd reeds het startschot gegeven voor hernieuwde aandacht voor de coöperatieve ondernemingen en dit door de Internationale Arbeidsconferentie die hierover een aanbeveling formuleerde. Niet zonder effect in ons eigen land. Cera startte met een steunpunt coöperatief ondernemen op het HIVA – KULeuven; de Nationale Raad voor het Coöperatiewezen screende de erkende ondernemingen; Cera en ARCO zetten COOPCONSULT op; Coopkracht, een informeel netwerk van mens- en natuurvriendelijke coöperatieve bedrijven kreeg meer aandacht dan ooit…Tien jaar na 2002 is er het internationale jaar van de coöperatieve ondernemingen; Mijn suggestie: maak er iets van om het visible te maken…

Vijfde suggestie: werk aan coöperatieve globalisering

Mijn hele verhaal maakt al duidelijk dat we niet alleen zijn. Inderdaad. Dat was als sinds het begin van de coöperatieve beweging. Je kan zelfs zeggen dat de coöperatieve beweging een antwoord was op de eerste golf van globalisering. Het antwoord was: wij willen greep krijgen op onze economie en dus op onze maatschappij.

De huidige globalisering is een andere dan deze van 150 jaar geleden. Hij is globaler (er zijn meer economieën bij betrokken); hij is ruwer (meer mensen voelen het effect ervan); hij brengt meer onzekerheden (meer risico’s, na de dot.com-crisis en de financiële crisis van 2008 moet ik dat niet uitleggen).

Mijn vijfde suggestie is dus te werken aan coöperatieve globalisering. Met andere woorden: als je iets opzet in België, zet dan je oren en ogen open voor wat collega’s doen in andere Europese, Amerikaanse en misschien Afrikaanse landen. Of: wil je iets opzetten in België: kijk dan eens naar wat je samen met Europese, Amerikaanse en Afrikaanse collega’s kan doen.

Eén van de contradicties van de coöperatieve sector is dat kapitalistische bedrijven eerder dan coöperatieve ondernemingen weten hoe ze moeten samenwerken over de grenzen heen en weten wat de waarde is van internationale connecties en samenwerking.

Dat zou na 2012, het internationaal jaar van het coöperatiewezen, niet meer zo moeten zijn.

Vandaar mijn vijf voorstellen:
* Beschouw het coöperatief ondernemen als een economische werkvorm
* Zoek zelf schaal
* Investeer in coöperatief verantwoord ondernemen
* Zorg dat coöperatief ondernemen zelf in beeld komt
* Werk aan coöperatieve globalisering
* Misschien is het toepassen van de vijf suggesties revolutionairder dan we oorspronkelijk dachten.

Patrick Develtere

Patrick Develtere is algemeen voorzitter ACW.
Hij schreef deze 5 suggesties voor meer coöperatieve dynamiek als bijdrage voor een seminarie op 14 juni 2011 in Gent

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!