Nieuws, Samenleving, België, Integratie, Migratie, Arbeidsmigratie, Gezinshereniging -

“Gezinshereniging is importarmoede en het terugdraaien van de integratie!”

Cafépraat is leuk. Soms zit er ook een stuk waarheid in. Maar het lastige aan cafépraat, is dat de werkelijkheid dikwijls genuanceerder en ingewikkelder is. Sam Mampaey vindt dat die cafépraat gerust van repliek gediend mag worden. Een geknipt antwoord op een verknipte vraag!

woensdag 25 mei 2011 19:25
Spread the love

Als cafépraat ook buiten het café begint te circuleren – bijvoorbeeld in de media of bij beleidsmakers – wordt het gevaarlijk. Als niet-onderbouwde stellingen losgelaten worden op het publiek en zo mee het ‘maatschappelijk debat’ gaan bepalen, mag die cafépraat gerust van repliek gediend worden.

“Gezinshereniging geeft alleen meer arme migranten! En het houdt integratie tegen!” 

Zo klinken menige boutades: “Huwelijksmigratie en gezinshereniging zijn de nieuwe migratiepoorten. Waardoor migranten tóch massaal binnen komen”… “Geef een migrant hier papieren, en hij haalt direct heel zijn familie naar België!”… “Al die nieuwe gezinsherenigers vragen hier direct steun aan, en ze vinden geen job. Gezinshereniging is importarmoede!”…”In plaats van met Belgen te trouwen, halen die Turken en Marokkanen hun bruid uit de thuislanden. Dat houdt hun integratie tegen!’”…

Gezinshereniging en huwelijksmigratie

Eerst iets over begrippen en regelgeving. Wat is die ‘gezinshereniging’ precies en hoe werkt dat? Een migrant die in België verblijfspapieren krijgt, heeft er – zoals in alle Europese landen – de mogelijkheid om leden van zijn (thuisgebleven) familie te laten overkomen.

Die kunnen zich dan, samen met hun gezinslid, in België komen vestigen. En krijgen daardoor ook verblijfspapieren. Dit in de geest van artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, dat stelt dat elk mens het recht heeft om samen met zijn familie te leven. Wie welke leden van zijn familie kan laten overkomen, is nogal ingewikkeld en wordt ook regelmatig veranderd (voor een gedetailleerd overzicht: zie figuur 1).

Algemeen gesteld kunnen ‘derdelanders’ (migranten van buiten de EU) hun minderjarige kinderen en echtgenoot of partner laten overkomen. Belgen en EU-burgers kunnen daarnaast ook hun (groot)ouders laten overkomen, als die bij hen ‘ten laste’ zijn.

Bij de gezinshereniging met de echtgenoot of partner zijn er twee mogelijkheden. Ofwel bestond het partnerschap al in het thuisland, en probeert de migrant hier dus gewoon zijn man of vrouw te laten overkomen.

Ofwel wordt er speciaal met iemand getrouwd (in het thuisland of in België), wordt zo een nieuw ‘gezin’ gevormd en wordt nadien de procedure gezinshereniging gebruikt om die nieuwe partner naar België te krijgen. Dat wordt verstaan onder huwelijksmigratie. Denk aan Turkse of Marokkaanse jongeren die naar het ‘thuisland’ trekken, daar trouwen en nadien hun kersverse partner naar België halen. Of Belgische mannen, die een bruid halen uit de Filippijnen of Oekraïne.

Ondanks beperkingen migratie nog massaal

Op heel die gezinshereniging komt de laatste jaren steeds meer kritiek. Ondanks de migratiestop van 1974 zou migratie naar België nog steeds massaal zijn. Dat zou voor een groot stuk komen door die gezinshereniging: één van de weinige mogelijkheden die nog openstaan om als migrant wettelijk naar België te komen.

Gezinshereniging kwam ook vooral op gang ná 1974: toen de overige ‘migratiepoorten’ steeds meer gesloten werden. Het begon met mannelijke gastarbeiders uit Marokko en Turkije. Die haden door hun ‘gastarbeid’ recht op een wettelijk verblijf, en konden dus na de migratiestop hun achtergebleven vrouw (en kinderen) uit het thuisland overbrengen.

Vanaf de jaren tachtig kwam daar steeds meer huwelijksmigratie bij. In het begin werd die ingezet door de ouders in de thuislanden, die daar een bruid regelden voor de ‘gastarbeider’ hier. Vandaag gaan  jongeren van Turkse en Marokkaanse origine die hier geboren zijn, op eigen initiatief toch nog naar ‘de thuislanden’ trekken om daar een partner te vinden.

Is de instroom door gezinshereniging nu echt zo massaal? In 2008 bestond 44% van de uitgereikte visa aan migranten alvast uit gezinsherenigers.

Maar de instroom van migranten is meer dan visa alleen. Cijfers zijn moeilijk vast te krijgen, maar een schatting zegt dat, van alle immigranten in 2007, louter zo’n 12% gezinsherenigers zouden zijn. Veel andere immigranten zijn vroeger uitgeweken Belgen, EU-burgers, asielzoekers enz.

Maar het klopt dat gezinshereniging een belangrijke ‘migratiepoort’ is. Van de 11.200 nieuwkomers die zich in 2010 in Antwerpen vestigden, waren 4.032 (36%) gezinshereniger. Bij die gezinshereniging ging het in 2009 in heel België, voor 70% om hereniging met een echtgenoot of partner (hereniging met kinderen of ouders is dus een minderheid). Qua nationaliteiten voor 2009 kwam 28% van de gezinshereniging van Marokkanen en 9% van Turken. Zij vormen al jaren de top, gevolgd door mensen uit de Democratische Republiek Congo, Algerije, India en Kameroen.

Hereniging van bestaande en nieuwgevormde koppels

Bij de gezinshereniging met echtgenoot of partner moeten we, zoals gezegd, een onderscheid maken tussen reeds bestaande koppels en nieuw gevormde koppels (huwelijksmigratie). Die huwelijksmigratie verloopt steeds meer met (vrouwen uit) Oost-Europa en Azië. Maar mensen uit Marokko, Turkije en andere landen uit het Middellands Zeegebied vormen toch nog steeds bijna de helft van de huwelijksmigranten. Een bruid of bruidegom ‘gaan halen in het thuisland’ is blijkbaar nog erg gebruikelijk.

In 2003 waren 65% van de Turkse vrouwen in het Vlaams Gewest en 68% van de Turkse mannen nog getrouwd met een partner uit het thuisland. Wat de Marokkaanse ‘gezinsherenigers’ betreft, ging het om 51% van de vrouwen en 43% van de mannen.

Gezinshereniging: een probleem?

Gezinshereniging en vooral huwelijksmigratie wordt, in media en beleid, om verschillende redenen geproblematiseerd. Huwelijksmigratie zou misbruik in de hand werken, de ‘integratie terugdraaien’ en enkel ‘importarmoede’ veroorzaken. Laat ons dat eens van dichterbij bekijken.

Huwelijksmigratie en misbruik

Omdat huwelijksmigratie één van de enige wettelijke toegangspoorten tot België is, zou die op verschillende manieren misbruikt worden. Die huwelijken met mensen uit het thuisland zouden vooral gearrangeerde en zelfs gedwongen huwelijken zijn. De ouders die hier verblijven zouden met hun familie in het thuisland deals sluiten, om hun kinderen aan elkaar te koppelen.

Of het huwelijk zou vooral een manier zijn voor jonge Turken en Marokkanen om wettelijk naar hier te komen, zonder dat er liefde in het spel is. Eens hier, wordt de scheiding aangevraagd, maar men is ondertussen wel ‘binnen’: een schijnhuwelijk om België binnen te raken, dus. En als die jonge mensen dan ‘binnen’ zijn, halen ze meteen ook hun achtergebleven familie naar hier: kettingmigratie dus.

Het beleid heeft hier op gereageerd door de controle op gemengde huwelijken de laatste tien jaar enorm op te drijven. Om er zeker van te zijn dat het niet om een ‘schijnhuwelijk’ gaat. Die controle gebeurt zowel bij gemengde koppels die hier in België willen trouwen, als bij mensen die al in het buitenland zijn getrouwd maar die nu hun partner naar hier willen halen.

Deze controle verloopt via interviews door ambtenaren van de burgerlijke stand, waar beide partners apart worden verhoord over hun relatie en waar nadien de antwoorden ‘vergeleken’ worden. Bij ‘ernstige twijfel’ wordt het dossier doorgestuurd naar parket en politie. De stad Antwerpen startte eind jaren negentig zelfs een eigen Cel Schijnhuwelijken, die gespecialiseerd werd om de gemengde huwelijken te onderzoeken.

Deze bestrijken in groot-Antwerpen 30% van alle huwelijken. Zo’n 20 tot 30% ervan wordt uiteindelijk geweigerd omdat het om een ‘schijnhuwelijk’ zou gaan. Er bestaat nog een maatregel om schijnhuwelijken tegen te gaan: huwelijksmigranten krijgen eerst enkel een tijdelijk verblijf van drie jaar. Als binnen die drie jaar het koppel terug uiteen gaat of er blijkt ‘fraude’ in het spel, zal de huwelijksmigrant zijn verblijfsrecht verliezen.

Schijnhuwelijken terecht onder druk?

Schijnhuwelijken en misbruik krijgen veel aandacht én er wordt hard op ingezet. Maar in hoeverre zijn de problemen nu reëel? Klopt het dat het merendeel van de huwelijksmigratie gearrangeerd en zelfs gedwongen is? Daar kunnen we catagoriek Nee op antwoorden.

Gedwongen huwelijken zijn sowieso een minderheid: in 1997 ging het nog om 3%. Huwelijken die door de ouders geregeld worden, maar die enkel gesloten worden als de jongeren ook akkoord gaan, zouden in 1997 nog 40% bedragen.

Maar vandaag worden de partners in huwelijksmigratie vooral gekozen door de jongere zelf. Waarbij ze in 71% van de gevallen nog wel toestemming vragen aan de ouder(s), maar waarin 26% ook al ‘vrij’ gelaten wordt.

En zijn die gemengde huwelijken dan vooral schijnhuwelijken? Om ‘binnen te geraken’, nadien te scheiden en dan de achter gebleven familie in kettingmigratie naar hier te halen? Migratiehuwelijken staan blijkbaar nogal onder druk, en scheidingen komen vaak voor. Binnen 10 jaar na het huwelijk zijn 12% van de Belgische mannen weer gescheiden, tegenover 15% bij Turkse huwelijksmigranten en 29% bij Marokkaanse.

Maar bij de vrouwen ligt dat op 12% (Belgen), 4% (Turken) en 12% (Marokkanen). (Het gaat om effectieve scheidingen. Niet om het scheidingsrisico in de toekomst. Daarvan berekende de FOD economie overlaatst dat, van de Vlaamse koppels die vandaag huwen, er maar de helft kans heeft om binnen vijftig jaar nog samen te zijn.

Of migratiehuwelijken op een zelfde manier zullen evolueren, is voorlopig nog koffiedik kijken). Eenduidig zeggen dat huwelijksmigranten “sneller scheiden dan Belgen” gaat dus niet op, en zeker niet dat het allemaal om schijnhuwelijken zou gaan (dan zouden ze al binnen drie jaar gescheiden kunnen zijn).

Dat die hier gevestigde huwelijksmigranten dan ook meteen heel hun familie naar hier halen (kettingmigratie) is erg moeilijk te staven. In het algemeen halen migranten die hier een verblijfsvergunning krijgen, vaak wel familieleden naar hier.

Na de regularisatiecampagne van 2000 bijvoorbeeld, kregen we bijna een verdubbeling van migranten door gezinshereniging (vooral door partnerhereniging). Maar anderzijds blijft dat ook een recht dat verankerd is in een Europees verdrag, én gaat het nog steeds niet om een vervijfvoudiging of andere tsunami-grootheden, zoals zo vaak gedebiteerd in de pers en op café.

Huwelijksmigratie draait de integratie terug

Een ander argument tegen huwelijksmigratie, is dat het de integratie ‘terugdraait’. Allochtonen zijn hier dan eindelijk ‘geïntegreerd’, hebben de taal geleerd, een job gevonden, en dan halen ze plots een andere ‘nieuwkomer’ binnen.

Deze kent de taal (nog) niet, heeft vaak geen degelijk opleidingsniveau, en moet de hele integratieprocedure nog doorworstelen, én brengt de traditie en cultuur uit het thuisland mee. En de ‘allochtoon’ hier zal onder onvloed van deze ‘nieuwkomer’ terugplooien op zijn ‘oude’ cultuur. Zo geraken we nooit vooruit! “En kunnen die jonge Turken en Marokkanen niet gewoon met Belgen trouwen? Of zijn wij niet goed genoeg?”

Beleid zet zwaar in op ‘inburgering’

Om dit aan te pakken, zet het beleid – sinds 2004 – zwaar in op ‘inburgering’. Die is voor een groot deel huwelijksmigranten zelfs verplicht. Het onthaalbureau van de plaats waar ze verblijven, neemt dit ‘inburgeringstraject’ op zich. De huwelijksmigranten worden naar de Nederlandse les gestuurd.

Ze volgen een cursus ‘maatschappelijke oriëntatie’ (een soort België voor beginners, rond wetgeving, cultuur en samenleving). En ze worden zo snel mogelijk naar werk toegeleid, via de VDAB. Maar het beleid wil verder gaan dan dat. Er gaan stemmen op om, indien de huwelijksmigrant toch die ‘inburgering’ niet volgt, zijn verblijfsrecht weer af te nemen. En om al sneller met die ‘inburgering’ te beginnen: in de thuislanden zelf bijvoorbeeld. Naar Nederlands model: daar moeten toekomstige huwelijksmigranten in de thuislanden eerst een cursus Nederlands volgen vóór ze naar Nederland mogen komen.

Vraag is in hoeverre ‘inburgering’ echt een oplossing is voor het ‘probleem’. Inburgering is geweldig, als het gaat om mensen snel Nederlands te leren, ze wegwijs te maken in de samenleving en hen snel op de arbeidsmarkt te krijgen. Maar inburgering had van in het begin ook andere ambities.

Om de ´vreemde migrant´ ook de waarden en normen van Vlaanderen bij te brengen en hem/haar zo snel mogelijk te ´integreren´ binnen de ´regels´ van de Vlaamse meerderheid. En het ´vreemd element´ zodoende zo snel mogelijk te neutraliseren (en te voorkomen dat de huwlijksmigrant de al hier gevestigde ´allochtoon´ opnieuw met zijn oude cultuur zou ´besmetten´). Beetje zwart-wit, maar dat is wel de basisredenering van bepaalde beleidsmakers. En die ambitie is problematisch.

Niet alleen is het naïef om te geloven dat iemand – door een cursus maatschappelijke oriëntatie van enkele maanden – plots zijn levenslang referentiekader zal afleggen. Bovendien pakt het het ´samenlevingsprobleem´ niet bij de wortel aan. Niet de ´besmettende huwelijksmigrant´ is het probleem. Maar veeleer het feit dat hier geboren ´allochtonen´ blijkbaar nog liever iemand uit het ´thuisland´ huwen, dan een partner van hier. Blijkbaar voelen die jongeren zich daarvoor niet verwant genoeg met de samenleving hier. Het is een ´terugplooien op zichzelf´, op de ´oude cultuur´, maar dat komt ook niet uit de lucht gevallen. Islamofobie, en de haat en stigmatisering langs de ´Vlaamse kant´, speelt daar even goed in mee.

Bovendien zorgen ‘inburgeringstrajecten in de thuislanden’ niet noodzakelijk voor betere ‘integratie’. Waarnemers in Nederland melden dat de taallessen in de thuislanden erg duur zijn. De kwaliteit is ook niet je dat: met het Nederlands dat je daar leert, kan je in Nederland amper op stap. In praktijk is het dus niet integratiebevorderend, maar vooral een sluiten van de poorten: huwelijksmigratie wordt beperkt tot kandidaten die geld hebben, en dus al toegang hebben tot beter onderwijs.

Huwelijksmigratie is importarmoede

Een derde argument tegen huwelijksmigratie, is het ‘opnieuw importeren van de armoede’. Niet enkel zijn de (‘allochtone’) partners hier in België al vrij arm, werkloos of erger. Bovendien halen ze, via een huwelijk, nieuwkomers naar hier die nog minder kans op slagen hebben in onze samenleving. Ze spreken de taal niet, hebben een laag opleidingsniveau. Dus vinden geen werk, en komen dan massaal op de OCMW-bijstand terecht. “En wie betaalt dat allemaal, meneer?”

Om de ‘importarmoede’ tegen te gaan, werden de voorwaarden tot gezinshereniging strenger gemaakt. Tot voor kort moesten derdelanders, die hun gezin of partner wilden laten overkomen, enkel bewijzen over voldoende huisvesting en een ziekteverzekering te beschikken. Belgen en EU-burgers moesten zelfs dat niet bewijzen.

Of je voldoende ‘bestaansmiddelen’ hebt, moet enkel bewezen worden door Belgen die hun ouders ten laste willen laten overkomen, of door derdelanders die hun gehandicapt kind willen laten komen. Dat is helemaal anders in Nederland. Daar kan je enkel ‘gezinshereniging’ krijgen als je inkomen 120% bedraagt van het minimumloon. Wat verklaart waarom Nederlandse ‘allochtonen’ naar België komen om hier te trouwen (de zogenaamde ‘Belgiëroute’).

Om dit alles tegen te gaan, werd begin mei een wetswijziging besproken. Na stemming in het parlement zal die de regels sterk veranderen. Belgen en derdelanders worden een aantal rechten afgenomen. Vooral omdat tussen die Belgen veel genaturaliseerde Marokkanen en Turken zitten. Belgen zouden hun ouders en grootouders niet meer kunnen laten overkomen.

Wie een gezinslid wil laten overkomen, zal een inkomen van 120% van het leefloon moeten hebben. Maar dat inkomen mag niet afkomstig zijn uit kindergeld, leefloon of wachtuitkering. En de voordelige bilaterale akkoorden, die nog golden voor Turkije en Marokko, kunnen enkel nog gelden voor buitenlandse werknemers uit die landen (zo goed als niemand dus).

Vraag is weer of die maatregelen echt een structurele oplossing zijn. Er is inderdaad een probleem met gezinshereniging. Van de mensen die hun partner uit het buitenland willen halen, blijkt een vijfde werkloos te zijn. Bij de groep Turken en Marokkanen stijgt dat zelfs tot 30% (mannen) en 40% (vrouwen). Slechts de helft is aan het werk. Eén op drie moet rondkomen met een inkomen van minder dan 1500 euro per maand.

Ook bij de gezinsherenigers die naar hier komen, zijn er problemen. Een jaar na aankomst in België blijven 2 op 3 volgmigranten inactief. De helft van de mannelijke volgmigranten en een kwart van de vrouwen zijn in loondienst. De helft van de volgmigranten is uiteindelijk niet aanwezig op de arbeidsmarkt.

Dat is soms een bewuste keuze (zorg voor de kinderen in jonge gezinnen gaat voor). Maar het heeft ook te maken met het moeilijk een plaats te vinden op de arbeidsmarkt, met diploma’s die niet gelijkgeschakeld raken, en/of met een periode van opleidingen volgen.

De situatie van de ‘volgmigranten’

Vallen de volgmigranten dan allemaal terug op onze steun? Een werkloosheidsuitkering is sowieso niet mogelijk, vermits die volgmigranten hier voordien niet gewerkt hebben. Een OCMW-uitkering dan? Die zal enkel worden toegekend als bewezen is dat degene die hen naar hier gehaald heeft, niet voldoende middelen heeft om de volgmigranten te onderhouden.

En om een toekomstige huwelijkspartner naar hier te halen, moet je daar net wel een verbintenis toe ondertekenen. Ouders kunnen enkel naar hier komen, als ze al ten laste zijn en komen inwonen bij diegene die hen onderhoudt.

Vaak zal het OCMW de steunaanvraag dus kunnen weigeren. Bij het Antwerpse OCMW schommelden de steunaanvragen van gezinsherenigers de laatste jaren rond de 700 dossiers, op een totaal van zo’n 7.500 steunaanvragen (dus minder dan 10%). Hoeveel procent van het totale aantal gezinsherenigers gaat aankloppen bij het OCMW, is niet direct duidelijk. Maar als we weten dat de laatste jaren de instroom van nieuwe gezinsherenigers in Antwerpen rond de 5.000 per jaar lag, vormen die 700 steunaanvragers dus zo’n… 14% van de gezinsherenigers.

Een structurele oplossing?

Inkomensvoorwaarden optrekken en inburgering verplichten zijn manieren om aan symptoombestrijding te doen: proberen de instroom van huwelijksmigranten te verminderen of, als ze hier dan toch zijn, hen zo snel mogelijk ‘integreren’.

Maar men staat weinig stil bij de echte oorzaken van huwelijksmigratie. Als we huwelijksmigratie als een ‘maatschappelijk probleem’ zien, moeten we iets doen aan die oorzaken. En geen ‘beheerspolitiek’ zoals vandaag gevoerd wordt.

Wat maakt dat jongeren van Turkse en Marokkaanse origine, die hier geboren zijn, tóch kiezen voor een partner uit het ‘thuisland’? Verschillend onderzoek wijst op verschillende motieven bij jongens en meisjes. Meisjes van ‘allochtone’ origine vinden de ‘allochtone’ jongens hier vaak te onverantwoordelijk, te weinig ambitieus, te weinig religieus of te weinig respectvol tegenover meisjes. Meisjes van ‘allochtone’ origine zijn doorgaans ook hoger opgeleid dan ‘allochtone’ jongens. Ze willen liever een hoger geschoolde partner, en die vinden ze vaker in het ‘thuisland’.

‘Allochtone’ jongens vinden de meisjes van hier dan weer te vrijgevochten, te mondig, te ambitieus en geen goede moeder voor hun kinderen. Liever een ‘traditionele’ bruid uit het thuisland. Het negatief beeld dat ‘allochtone’ jongens en meisjes hier van elkaar hebben, klopt voor een stuk.

Het laag opleidingsniveau en achterstelling van ‘allochtone’ jongeren is realiteit. Dus als we iets willen doen aan huwelijksmigratie, zullen we moeten werken om dat te verbeteren. Anderzijds komt het wederzijds negatief beeld ook omdat ‘allochtone’ jongens en meisjes hier weinig plekken hebben om elkaar echt te ontmoeten en leren kennen. Veel van de vrije tijdsbesteding gebeurt gescheiden, of er is grote sociale controle van familie en gemeenschap. Ook daar moet dus op gewerkt worden.

De partners uit de ‘thuislanden’ hebben dan weer andere motieven. Vaak is een huwelijk één van de weinige ingangsmogelijkheden naar Europa. Marokkaanse en Turkse ouders hopen dat hun kind trouwt met een Europeaan, hier komt werken en zo geld kan terugsturen naar huis. Een investering voor de familie én de oude dag.

Jongeren zelf willen ook een betere toekomst. Wie op reis gaat naar Marokko en de moeite neemt met jongeren daar te praten, hoort steeds hetzelfde verhaal. Er is amper werk, zelfs als je een diploma hebt. Jongeren die ‘het willen maken’, dromen van de VS en Europa. Corruptie houdt jong initiatief tegen.

Huwelijksmigratie zal dus ook enkel stoppen, als de situatie in de ‘thuislanden’ verandert. In het geval van Marokko stemt de 20 februari-beweging alvast hoopvol. In de vibe van de ‘Arabische lente’ komen mensen (grotendeels ook jongeren) op straat om échte veranderingen af te dwingen.

Aan de basis van het probleem blijft geloof een belangrijke factor

Maar waarom trouwen die Marokkaanse en Turkse jongeren hier nu niet gewoon met Belgen? Een belangrijke reden blijkt geloof te zijn. Volgens de koran mogen moslimmeisjes niet trouwen met niet-moslims. En moslimjongens mogen enkel trouwen met praktiserende christelijke en joodse vrouwen. In de praktijk wordt daar echter nogal creatief mee omgesprongen.

Als de liefde er is, wil iemand zich – al is het pro forma – al wel eens ‘bekeren’. Hoewel religie belangrijk blijft, gaan jongeren er ook soepeler mee om. Zo bleek uit onderzoek op een aantal Limburge ‘gekleurde’ scholen dat de helft van de Marokkaanse en Turkse jongeren een ‘partner van andere herkomst’ al geschikt tot heel geschikt zou vinden.

Maar het moet natuurlijk van twee kanten komen. Als we de ‘migrantenjongeren’ verwijten dat ze niet met ons willen trouwen, moeten we misschien eerst eens naar de Vlaamse jongeren kijken. En die staan helemaal niet te springen voor een huwelijk met een migrant. In 2006 werden meer dan 6.000 Belgische jongeren ondervraagd.

Ruim zestig procent van de Vlaamse jongeren wees een relatie met een moslim af. De helft van de jongeren ziet een relatie met een migrant sowieso niet zitten. Er is ook erg weinig contact met ‘allochtone’ jongeren. Twee derde van de Vlaamse jongeren zegt dat ze totaal geen allochtone vrienden hebben. Het water tussen de twee groepen jongeren is diep. En is sinds 11 september en de islamofobie die daarop volgde, enkel dieper geworden. Zo gaat het natuurlijk nooit lukken. Willen we huwelijksmigratie tegengaan, zal ook daar aan gewerkt moeten worden.

Bronnen

Koning Boudewijnstichting, Gezinshereniging: het werkveld aan het woord, 15/10/2010

Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, jaarverslag 2010

CeMIS, Liefde kent geen grenzen, Heyse P. ea, 2007

Steunpunt allochtone meisjes en vrouwen, Verliefd, verloofd, getrouwd: educatief pakket Huwelijksmigratie/ Relatievorming/ Methodieken en tips

De cel Schijn- en afgedwongen huwelijken, stad Antwerpen, powerpointpresentatie

KHLIM, Huwelijk en migratie: beeldvorming over partnerkeuze bij allochtone jongeren, 2006

Onthaalbureau Inburgering Antwerpen, Jaarverslag 2010

Studiedienst Vlaamse Regering, Echtscheiding en leefvorm na echtscheiding in het Vlaamse gewest: verschillen naar herkomst, Corijn M., Lodewijckx E., 2009

Hooghe M. e.a., Jeugdonderzoek 2006: Een eerste portret van de opvattingen van de zestienjarige respondenten, KU Leuven

* Een cafépraat-stelling uit de reeks:

1) ‘We worden overspoeld door migranten!’

2) ‘Migranten weten wat voor paradijs het hier is. Ze komen speciaal voor onze sociale bijstand.’

3) ´Gezinshereniging geeft alleen meer arme migranten! En het houdt integratie tegen!’’

4) ‘Migranten krijgen meer sociale voorrechten dan Belgen.’

5) ‘Migranten vallen massaal terug op sociale bijstand’

6) ‘Migranten vallen terug op bijstand omdat ze niet willen werken!’

7) ‘Die migranten hebben nooit bijgedragen, en zouden hier dan ineens steun krijgen? We kunnen toch niet het OCMW van de wereld zijn?’

8) ‘Antwerpen voert een eigen migratiepolitiek. Maar de situatie in Antwerpen is ook bijzonder, en vraagt dus om bijzondere maatregelen.’

9) ‘Extra migranten geeft ook extra vraag naar scholen, Nederlandse les, kinderopvang, sociale huisvesting, dienstverlening… En daar is gewoon geen geld voor!’

10) ‘Er is ook veel geld nodig voor vergrijzing en gezondheidszorg. En dan nog al die migranten? Willen we nog voor onze eigen mensen kunnen zorgen, moeten we een strengere migratiepolitiek voeren.’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!