Financieringswet: wat wil de N-VA?
België, Regeringsvorming, Dossier N-VA -

Financieringswet: wat wil de N-VA?

Omdat ze onvoldoende garanties kregen voor een nieuwe financieringswet, verwierp N-VA, gevolgd door CD&V, het laatste voorstel van Di Rupo over de 500 miljoen voor Brussel. Het ligt dus voor de hand de voorstellen van NVA voor de nieuwe financieringswet onder de loep te nemen.

woensdag 1 september 2010 10:54

Het is niet zo eenvoudig informatie te vinden over de visie van de N-VA. Op de website www.n-va.be zien we er niet meteen een dossier, column of opinie over terug.

Gelukkig is er een zoekfunctie waar we ‘financieringswet’ intikken. Dat levert inderdaad een document op van 25 januari 2008, “De Bijzondere Financieringswet: de mythe doorprikt”. 

Het geeft in de eerste plaats kritiek op het begrotingsbeleid van paars. Vervolgens lezen we: “De N-VA wil de Bijzondere Financieringswet wel degelijk hervormen, maar dan om twee heel andere redenen.”

“Ten eerste, het solidariteitsmechanisme heeft een pervers effect: als Wallonië en/of Brussel er economisch op vooruit gaan (ten opzichte van Vlaanderen), dan dalen hun dotaties van de federale overheid. Dat is uiteraard geen stimulans om beter te presteren…”

“Ten tweede, het systeem van dotatiefinanciering leidt tot consumptiefederalisme: de regio’s mogen geld uitgeven, maar ze hoeven daarvoor geen verantwoording af te leggen (via het innen van belastingen).”

“Precies daarom pleit de N-VA reeds lang voor totale fiscale autonomie voor de regio’s, waarbij de regio’s een dotatie geven aan de federale overheid voor die domeinen waarop die dan nog bevoegd is. Solidariteit tussen de deelstaten is voor de N-VA geen probleem, maar ze moet transparant en stimulerend zijn”. 

De tekst eindigt met volgende voorstellen (sommige woorden vetjes in de N-VA tekst):  “Wallonië en Brussel kunnen net zoals Vlaanderen erin slagen om een klein begrotingsoverschot op te bouwen, indien zij komaf maken met hun geldverslindende institutionele structuren: we denken dan aan de Franstalige Gemeenschapsregering en de Waalse Gewestregering, maar ook aan de Brusselse Gewestregering en de 19 Brusselse gemeenten (om nog maar te zwijgen van de gemeenschappelijke gemeenschapscommissies e.d.);”

De Bijzondere Financieringswet moet dringend hervormd worden:
a. Het perverse effect van de armoedeval moet weggewerkt worden;
b. De regio’s moeten geresponsabiliseerd worden door hen meer fiscale autonomie te geven.”

“Hoe kan dit gerealiseerd worden? De N-VA pleit uiteraard voor een totale fiscale autonomie voor de regio’s, waarbij de regio’s bijdragen tot een dotatie voor de federale overheid (de omgekeerde weg).”

“Maar we beseffen dat we stap voor stap moeten werken. Daarom pleiten we voor een systeem van concurrerende belastingen, waarbij de grondslag federaal blijft en er op het federale niveau een basistarief gehanteerd wordt. De regio’s kunnen dan autonoom beslissen welk tarief ze daar bovenop willen heffen. Dit zorgt voor de nodige responsabilisering.”

De “geldverslindende structuren van Brussel en Wallonië” worden getoond in een tabel van de N-VA: parlement en regeringen kosten in Wallonië 20,7 euro per inwoner méér dan in Vlaanderen. Maar de administraties in Vlaanderen kosten 37 euro meer, en daar zegt de tekst niets over (het gaat over de uitgaven van 2007). Ook geeft Vlaanderen 198,5 eur minder uit voor Werk,Vorming en Economie. Vindt de N-VA dat nu zo positief?
 
In het laatste verkiezingsprogramma van de N-VA, 70 bladzijden lang, zijn 18 pagina’s gewijd aan het Arbeidsmarktbeleid en Sociale zekerheid. Een hoofdstuk over de financieringswet vinden we niet. Wel over het begrotingsbeleid en fiscaliteit (5 bladzijden), maar het woord financieringswet komt daar niet in voor (of heb ik daar over gelezen?), laat staan een concreet becijferd voorstel.  
 
De eis voor een nieuwe financieringswet en onmiddellijke waarborgen daarvoor, is dus een nieuwe eis van N-VA, die pas opdook na weken onderhandelen en na het bereiken van een aantal princiepsakkoorden. De partij heeft over dit thema nooit een concreet voorstel bekendgemaakt, buiten enkele algemene doeleinden in 2008.
 
Zo rijst dan de vraag of de plotse eis aan Di Rupo voor garanties voor een tot nog toe niet uitgewerkt voorstel, geen uitvlucht is om een globaal akkoord te ontwijken. Willen ze PS-er Elio Di Rupo wel als eerste minister, Bart, Danny, Jan, Ben, Wouter, Eric en de anderen?
 
Mijn genuanceerd antwoord is: “Als het moet, dan moet het. Maar we zullen ons uiterste best blijven doen om dàt te voorkomen”.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!