Nieuws, Europa, Economie, Vakbonden, Financiële crisis, Bankencrisis, EU, Tmd, Eurozone, Belastingen, Besparingen, Overheidsbank, Kapitalisme, ESF, Istanbul, Fiscaal beleid, Vrijemarkteconomie, Rol van de overheid, Politieke eenheid -

De sociale en financiële crisis in de EU

De crisis vormde de rode draad door het Europees Sociaal Forum (ESF) in Istanbul, en stond dan ook centraal in de slotverklaring. Nochtans liepen de meningen over de oorzaken en oplossingen van die crisis sterk uiteen. We laten enkele stemmen aan het woord.

dinsdag 13 juli 2010 11:00

Actie op 29 september

“Overheden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) schuiven sterke besparingen en sociale regressie naar voren als antwoord op de crisis”, stelt het ESF in zijn slotverklaring. “De sociale bewegingen die zijn samengekomen op het ESF in Istanbul doen een oproep om hier in Europa samen tegen ten strijde te trekken.”

“Actiegroepen en verzetbewegingen ontwikkelen zich over heel Europa om dit in Europa verspreide beleid uit te dagen. Het is noodzaak om op lange termijn de strijd van sociale bewegingen, vakbonden, verenigingen, organisaties en burgernetwerken in heel Europa te doen samensmelten.”

Het ESF doet hierbij ook een oproep voor acties over heel Europa, waarvan het orgelpunt op 29 september komt te liggen.

Gebrek aan politieke eenheid

Op het ESF werden heel wat discussies gevoerd over de oorzaken van en uitwegen voor de crisis. Voor Klaus Busch, een hoogleraar Europese Studies aan de universiteit van Osnabrück die op het sociaal forum kwam spreken voor de Duitse vakbond Ver.di, is de crisis in de eerste plaats te wijten aan een gebrek aan politieke eenheid en solidariteit.

“We hebben in de Europese Unie een unieke constructie met een gemeenschappelijke munt en vrije markt, zonder een gemeenschappelijk sociaal, belasting- en loonbeleid. Dat leidt tot concurrerende staten, die spelen met loonkosten en belastingen om een overwicht te krijgen.”

De grote verschillen in loonkosten tussen de EU-lidstaten verstoren het evenwicht. Ze komen vooral Duitsland ten goede, dat een sterke concurrentiële voorsprong heeft opgebouwd. Griekenland had daarentegen in 2000 een deficit van 7,2 procent dat tegen 2007 bijna verdubbelde naar 14,1 procent.

Het zwakke punt in het economisch bestel is dat er geen beslissingscentrum is voor het belastingbeleid, stelt Klaus Busch. “Omdat het munt- en fiscale beleid niet op elkaar zijn afgestemd, kan de EU bovendien geen flexibele beleidsmix voeren om het monetaire beleid en de budgetten te coördineren.”

Busch wijst in zijn betoog naar de kiem van deze problemen: de tekortkomingen van het Verdrag van Maastricht. “Die moeten we aanpakken om een economische en monetaire unie op te bouwen.”

“Geen enkele staat zou de autoriteit mogen hebben om een excessieve overheidsschuld op te bouwen”

Het gaat dan over het gebrek aan een economisch beleid op federaal niveau dat – naast de centrale bank voor het monetaire beleid – verantwoordelijk is voor een gemeenschappelijke belastingpolitiek en om de nood aan een mechanisme voor financiële redistributie van de rijkere lidstaten naar de minder ontwikkelde staten wanneer er grote regionale onevenwichten zijn.

Maar er is ook een gebrek aan gemeenschappelijke systemen voor sociale zekerheid en aan een coördinatiemechanisme voor het loonbeleid dat grote discrepanties tussen lidstaten voorkomt en dat op middellange of lange termijn de levensstandaard in de Europese Unie op één lijn brengt. Zo’n mechanisme ontbreekt ook voor een harmonisering van de kosten van sociale zekerheid en voor belastingen, vindt Klaus Busch

“De eurozone heeft nood aan een Europese economische regering, die ook de budgetten op Europees niveau moet beheren om een effectief fiscaal beleid op te zetten en een te grote schuldenopbouw bij de lidstaten te voorkomen.”

“Het beheer van overheidsschuld zou dus volledig onder de bevoegdheid van de Europese Unie vallen. Geen enkele staat zou de autoriteit mogen hebben om een excessieve overheidsschuld op te bouwen.”

“Ook de nationale loonpolitiek moet vanuit Europa gecoördineerd worden zodat concurrentievervalsing en sterke onevenwichten in de intra-Europese handel verleden tijd zijn. Dat betekent dat ook het Europese sociale en belastingbeleid gecentraliseerd moet worden.”

“Dergelijk beleid met een nauwere samenwerking tussen de EU en Griekenland zouden de verdieping van de Griekse crisis hebben tegengehouden. Nu moet het land een drastische besparingspolitiek doorvoeren die zowel op economisch als sociaal vlak absurd genoemd kan worden, omdat het risico op deflatie nog toeneemt. Financiële steun van de EU biedt geen oplossing, want het zijn de structuren zelf die veranderd moeten worden.”

Gebrek aan democratie

Véronique Sandoval van Espaces Marx kan zich niet vinden in de woorden van Klaus Busch. Zij maakte immers een heel andere analyse: “Voor mij ligt de oorzaak van de crisis niet in het loonbeleid, maar is die veeleer te wijten aan een gebrek aan democratie.”

“Die democratie heeft op economisch vlak niet enkel te maken met het recht van werknemers binnen de onderneming, maar met veel meer dan dat. De werknemers zelf zijn niet verantwoordelijk voor de crisis in de vastgoedsector in de VS, bij de banken die te veel risico’s hebben genomen op de financiële markt, of bij bedrijven die failliet zijn gegaan door ondoordachte leningen.”

“Het zijn de neoliberale krachten die het economisch beleid zijn gaan bepalen in Europa die de crisis hebben veroorzaakt. De ongelijkheden nemen enorm toe, met een stijgende armoede in zelfs de meer ontwikkelde landen en grote mondiale conflicten tot gevolg.”

“De staat moet daarom meer in handen krijgen: op sociaal en economisch vlak, maar ook op politiek vlak moet het hele proces van monetaire en fiscale besluitvorming democratischer worden. Er moet een einde komen aan de dominantie van de aandeelhouders op het economische, sociale en politieke leven.”

Revolutie in de banksector

De boodschap van Véronique Sandoval weerklinkt ook bij andere organisaties die het agressieve neoliberale denken willen kenteren door af te stappen van de vrijemarkteconomie naar een meer staatsgereguleerd beleid.

De dialoog hierover woedt onder meer hevig bij ‘transform! Europe‘, een netwerk van 16 organisaties uit 13 Europese landen, waar ook Espaces Marx deel van uitmaakt.

Zo wil transform! dat een verbod op speculatie tegen openbaar bezit wordt opgenomen in het strafrecht, en pleit het voor een volledig nieuwe structuur in de financiële sector, met gescheiden spaar- en handelsbanken; met nieuwe centra voor openbare banken waarvan sommige lichamen zelfs in de overheidsector kunnen worden opgenomen.

“De grootte van privébedrijven moet begrensd worden”

Sommigen willen echter nog verder gaan. Voor David Flacher van Utopia bijvoorbeeld moet de private, commerciële markt democratisch worden ingevuld.

Flacher maakt een onderscheid tussen kapitalisme en de commerciële markt: “Kapitalisme is erop gericht maximale winsten te behalen. De commerciële markt daarentegen is de plaats waar we vraag en aanbod in overeenstemming brengen. Die tweede is op zich aanvaardbaar, maar moet wel degelijk beheerd worden.”

“Wie in die markt aanwezig is, bedrijven bijvoorbeeld, moet de spelregels ook naleven en steeds in dialoog gaan met werknemers en werknemersvertegenwoordigers, ngo’s, andere betrokkenen zoals milieugroepen bijvoorbeeld,…  Geen van de betrokken partijen mag in zijn eentje beslissingen nemen zonder wederwoord. Om te vermijden dat privébedrijven een te grote macht ontwikkelen, moet hun grootte begrensd worden.”

“Democratische controle is nodig, een socialisatie van het bancaire systeem dat rekening moet houden met sociale aspecten, de impact op het milieu, enzovoort. Daarom pleit ik voor een publieke bank, die leningen en interesten moet berekenen naargelang de waarden van de organisatie en niet enkel op basis van de winst.”

In bepaalde economische kringen in Frankrijk hoort David Flacher zelfs geluiden die nog verder gaan: “mensen denken er aan de mogelijkheid om de beurs zelfs te sluiten, om de financiële markt echt democratisch te maken.”

Prijsregulering en controle van de financiële spelers

Ook algemeen secretaris Daniel Van Daele van de Belgische socialistische vakbond ABVV – FGTB pleitte op het ESF voor prijsregulering en controle van de financiële spelers.

“Wanneer je de vrije markt laat spelen, zullen de banken – op enkele uitzonderingen na – alles doen wat de aandeelhouders vragen om bonussen en premies in de wacht te slepen. Ze gaan daarvoor op zoek naar een maximale winst op zeer korte termijn, en gebruiken daarvoor het spaargeld van hun klanten. Niet om te investeren in de reële economie, maar wel om te speculeren.”

“Zolang het goed ging, kwam de winst de aandeelhouders ten goede, maar het verlies werd gedragen door alle landen samen. Om de banken te redden moesten de overheden enorme sommen geld vrijmaken, waar wij allen de gevolgen van dragen.”

“Nu de banken opnieuw winst maken en de wereldeconomie bescheiden tekenen van herstel vertoont, wachten we nog altijd op de concrete uitwerking van maatregelen om de financiële sector te reguleren.”

Daarbij merkt Daniel Van Daele nog op dat de globalisering de wereld al voor de financiële en economische crisis al in een sociale crisis had gestort, met de liberalisering en privatisering van de gezondheidszorg, de ontmanteling van de macht van de vakbonden om te onderhandelen, en de concurrentie op vlak van loon- en arbeidsvoorwaarden die armoede een mondiaal gezicht gaf en de inkomensongelijkheid nog deed toenemen.

“De economische en financiële crisis deden die sociale problemen nog toenemen, doordat werknemers hun baan verloren, hun huis, hun pensioen en hun spaargeld, en doordat er in tal van landen geen afdoende sociale bescherming bestaat.”

“Het is een vicieuze cirkel: zonder deftig inkomen zijn werknemers verplicht om leningen aan te gaan en op krediet te leven. De financiële instellingen gebruiken die kredieten om te speculeren en creëren zo een nieuwe speculatieve zeepbel die vroeg of laat ontploft en opnieuw een economische en financiële ravage achterlaat.”

De internationale markten hebben hiermee duidelijk bewezen dat ze niet in staat zijn tot autoregulatie. Het is voor Daniel Van Daele dan ook zonneklaar dat er een nieuw economisch bestel moet komen.

“We hopen dat landen hiervoor dezelfde moed en creativiteit aan de dag zullen leggen als voor het redden van de banken. Elk land heeft een rol te spelen, maar hun acties moeten wel deel uitmaken van een bredere Europese en internationale beweging om het monetaire beleid en de controle op financiële instellingen te verbeteren.

“Concreet moet er werk gemaakt worden van een regulatie en controle op de financiële spelers, transparantie van geldstromen, een belasting op financiële speculatie, de bestraffing van fouten, voogdijschap voor kredietbeoordelaars, de oprichting van een Europees ratingagentschap, enzovoort.”

“Een nieuwe regulerende rol van de publieke macht is dus nodig. De overheid moet tussen komen wanneer de werking van de financiële markt in het gedrang komt.”

Publieke investeringen als antwoord op de crisis

Naast bancaire en fiscale hervormingen pleit Evelyne Zabus van de Christelijke vakbond CSC, de Franstalige vleugel van het ACV, voor publieke investeringen als antwoord op de crisis.

“Er zijn twee duideliljke tendensen”, zegt Evelyne Zabus: “Ten eerste zijn de ontvangsten gedaald. Na de hervorming van de bedrijfsbelasting in België in 2002 daalde die van 40,2 naar 33,99 procent; rekening houdend met de fiscale voordelen zelfs naar 24 procent. Tegelijk daalden de publieke investeringen van 35 naar 18 procent van het Bruto Binnenlands Product.”

“Met de crisis raakten beiden echter uit balans, omdat de inkomsten nog daalden, terwijl de uitgaven fors toenamen vanwege de stijgende werkloosheid en de steun aan de banken. De overheidsschuld nam daarmee toe van 89 naar 96 procent van het Bruto Binnenlands Product.”

Het reddingsplan voor de euro kost zo’n 750 miljard euro. Lidstaten besparen door middel van loonstop, het terugschroeven van publieke uitgaven, minder ambtenaren, een latere pensioenleeftijd, de opschorting van infrastructuurwerken, de reductie van sociale diensten en een verhoging van de BTW.

Het CSC kan hier niet mee akkoord gaan, en vindt dat de staat moet bijdragen aan een uitweg uit de crisis. “Dat kan door een overheidsapparaat te behouden dat groot genoeg is om zijn rol op te nemen”, zegt Evelyne Zabus. “Door daarnaast de publieke diensten te blijven financiëren en door de economische activiteit te stimuleren via investeringen in de infrastructuur. Maar ook door voorwaarden en controle op te leggen voor hulp aan bedrijven.”

“Al dertig jaar geven verschillende Europese overheden bedrijven fiscale steun om hun landen aantrekkelijker te maken en hun concurrentiekracht te vergroten. Denk maar aan de notionele aftrek. In België bestaan er ook maatregelen om de werkgelegenheid te stimuleren. Die kosten de staat enorm veel geld, maar blijken niet tot een groter aantal jobs te leiden.”

“De hulp aan ondernemingen moet dus teruggebracht worden, en gecompenseerd door andere maatregelen die de sociale zekerheid de nodige fondsen moet opleveren: het opheffen van het bankgeheim en het installeren van een vermogensbelasting, een belasting op de opbrengsten van aandelen en op financiële transacties, enzovoort.”

De dictatuur van het kapitalisme

“We worden geconfronteerd met de diepste crisis van kapitalisme sinds tachtig jaar en moeten komaf maken met de dictatuur van het kapitalisme”, begint tot slot Dierk Hirschel zijn lezing. Hij kwam spreken voor de Duitse vakbond Ver.di. “Dat betekent dat we de rol van de staat moeten veranderen om de levensomstandigheden van de hele bevolking te verbeteren.”

Ook Dierk Hirschel pleit voor een hervorming van en grotere controle over de banksector: “We hebben hiervoor twee strategieën, maar weten nog niet welke te volgen: de banksector socialer maken, of ze zo hervormen dat er enkel nog kleinere banken bestaan.”

Een tweede pijler is die van herverdeling. “Als de inkomens van werknemers dalen, daalt ook de consumptie. Neemt de rijkdom af aan de top, dan investeren de rijken niet meer, of ze nemen te veel risico’s. We moeten praten over hoe we die inkomens kunnen herverdelen om de inkomens van de massa te stabiliseren.”

“Om dat te doen moeten we strategieën bekijken om de werknemersorganisaties te versterken. De belangrijkste focus komt te liggen op een hervorming van de arbeidsmarkt en het optrekken van de minimumlonen. Een ander instrument om de rijkdom te herverdelen is het belastingbeleid: hogere inkomenstaksen en taksen op rijkdom, ondernemingen,…”

“Ten derde moeten we streven naar de creatie van een moderne welvaartstaat, waarin we publieke investeringen moeten stimuleren: gezondheid, onderwijs, infrastructuur,… Daar hebben we geld voor nodig, dat we uit het nieuwe belastingbeleid kunnen halen.”

“We moeten ook nagaan op welke domeinen we publiek eigendom nodig hebben (gemeenschapsgoed, energie, gezondheid, grote delen van de transportsector,…), en waar privé-eigendom kan blijven bestaan.”

“Ook de rechten van de werknemers zijn een belangrijk aandachtspunt. Die zijn nauw verbonden met nationale tradities, maar we moeten samenwerken aan een strategie. Voor veel van bovengenoemde pijlers moeten we gemeenschappelijke punten vinden.”

“Maar”, geeft ook Dierk Hirschel toe: “zelfs de beste strategie werkt niet als we mensen niet kunnen mobiliseren. Dat wordt onze opdracht voor de volgende maanden. Alleen door onze stem te laten horen, kunnen we het beleid in onze landen veranderen.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!