Europese kunstinstellingen schrijven noodkreet over Wiels
Nieuws, Cultuur, België, Lokaal -

Europese kunstinstellingen schrijven noodkreet over Wiels

Elf kunstinstellingen uit de Benelux en Duitsland schrijven een open brief over de toestand van het Brusselse centrum voor hedendaags kunst Wiels. "Een stad met het formaat van Brussel, zelfs als het niet de Europese hoofdstad zou zijn, mag geacht worden een kunstcentrum te hebben van deze orde en aard."

donderdag 4 maart 2010 11:57

Na twee negatieve adviezen van de financiële inspectie blijft een subsidie van 2,7 miljoen euro voor Wiels geblokkeerd. Volgens de inspectie is er sprake van belangenvermenging. Sophie Le Clercq, voorzitster van de raad van bestuur van het aannemingsbedrijf CIT Blaton, zit ook in de raad van bestuur van de vzw Wiels.

Volgens Dirk Snauwaert, artistiek directeur bij Wiels, is er iets anders aan de hand. “Wij worden in de tang genomen tussen de federale overheid en het Brussels Gewest, waartussen de taakomschrijving niet duidelijk is afgelijnd”, zei hij vorige week in De Standaard. Ook de kunstinstellingen gewagen in hnu open brief van een ” een politiek mankement

Hieronder de open brief:

“Als directeuren van kunstinstellingen met een international perspectief en een commitment voor het Benelux/Rijnland gebied, historisch zo belangrijk voor de ontwikkeling van de hedendaagse kunst,  willen we onze verbazing en verdriet uitdrukken over de problematische  gebeurtenissen die momenteel de Brusselse kunstinstelling Wiels – een van onze partnerinstellingen en een sleutelplek voor de publieke presentatie van hedendaagse kunst – treffen.

Wiels is een uitzonderlijk voorbeeld van een kunstinstelling die binnen korte tijd een uitmuntende reputatie in het wereldwijde kunstenveld heeft weten op te bouwen, door moedige en bedachtzame tentoonstellingen, als ook zijn ambitieuze en weloverwogen benadering tot diverse publieksgroepen. Bovendien wist het met dezelfde hoge snelheid steun en interesse te verwerven van de meest diverse aard; van bedrijfssponsors tot kunstenaars; van lokale initiatieven tot de Marokkaanse jeugd in de straten van Vorst.

Wij schrijven dit succes niet enkel toe aan goed management en een krachtige artistieke directie, maar ook aan de intelligente respons op de urgenties van de lokale situatie, waardoor het centrum met succes zijn financiële en administratieve beperkingen heeft weten te pareren.

Een stad met het formaat van Brussel, zelfs als het niet de Europese hoofdstad zou zijn, mag geacht worden een kunstcentrum te hebben van deze orde en aard, dat op scherpe wijze  de recente ontwikkelingen in de internationale kunstscene toont, en tegelijk ook de kunst vanuit het lokale veld en vanuit dat perspectief beziet. Brussel kan bogen op enkele relevante instellingen  die ook de hedendaagse kunst belichten, maar dan op een meer voor de hand liggend toegankelijke, consensuele  wijze. Een instelling met een uitdagend karakter als dat van Wiels ontbrak echter in Brussel tot aan de oprichting ervan. 

Deze langdurige lacune vinden we op zich al een verrassend gegeven, gezien het  feit dat Brussel niet alleen een belangrijke beeldende kunsttraditie heeft, maar ook een bloeiende internationale kunstenaarsgemeenschap huisvest. Brussel heeft de laatste jaren voor een deel Berlijn – dat overvraagd is geraakt – opgevolgd als plek waar jonge kunstenaars vanuit heel Europa  naar toe willen trekken. Cultuurpolitieke bezien is een publiek kunstencentrum als Wiels een minimale en voor de hand liggende noodzaak om de stad verder te laten opbloeien. Dat we dit nu moeten argumenteren, vinden we op zijn minst verwonderlijk. Een goed hedendaags kunstklimaat is in de afgelopen 50 jaar een consequente maatstaf gebleken voor het stedelijk welzijn en het creatieve potentieel van diens inwoners.

Wij beschouwen Brussel als de symbolische hoofdstad van de uitgestrekte stedelijke regio die de Benelux en Rijnland behelst, en zo ook een stad die cruciaal is voor de economische en culturele  dynamiek van Europa. Nochtans krijgen we de indruk dat het belang van Wiels niet door alle politieke verantwoordelijken ten volle wordt ondersteund, zelfs al ontwikkelt het zich expliciet als een co-communautaire organisatie, die zich richt op beide gemeenschappen die momenteel de cultuurpolitieke bevoegd zijn voor Brussel. Dit begrijpen we niet.

We zijn ons ervan bewust dat Wiels wordt geacht te opereren op een subsidieniveau dat lager is dan wat we als een leefbaar minimum zien, maar hebben dit aanvaard als gevolg van de specifieke lokale omstandigheden. We hebben recent vernomen dat de indrukwekkende en professionele renovatie van het monumentale pand van Wiels, feitelijk een investering is in een pand dat eigendom is van het Brussels gewest en daarom met een direct publiek voordeel. Toch komt ons nu ter ore dat er plots onzekerheid bestaat over het resterende bedrag dat nodig is om de renovatiekost te dekken.

We zien deze situatie als een politiek mankement, wat de redeneringen hierachter ook zijn, en zelfs als deze technisch gerechtvaardigd zijn.  Bij problemen van deze aard, achten we het een morele en praktische verplichting van de overheden op alle niveaus, en de betrokken ambtenaren, om gezamenlijk op zoek te gaan naar een oplossing en de directie meteen minstens principieel een uitkomst toe te zeggen waarin de renovatie van een aan de overheid toebehorend gebouw kan worden afgerond, vanuit de publieke middelen die reeds toegezegd werden.

Het politiek systeem van een dergelijke stad moet de directie de mogelijkheid bieden  zich te richten op haar kerntaak: de verdere ontwikkeling van een instituut dat op wereldniveau nu reeds een referentiepunt is,terwijl het gelijktijdig in contact staat met zijn directe omgeving. Door dit proces te bemoeilijkheden, of simpelweg te blokkeren vanuit administratieve logica’s is afdwalen van de cultuurpolitieke norm die Europa sinds 1945 heeft opgebouwd. We weten dat in tijden van economische crisis investeringen in infrastructuur een effectief impulsinstrument zijn om de recessie te boven te komen. Een investering in een plaats die zo’n cruciale rol speelt in de stad als Wiels, zou  des te meer de hoogste prioriteit moeten krijgen.”

Bart De Baere, M HKA, Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen; Ann Demeester, de Appel arts centre, Amsterdam; Charles Esche, Van Abbemuseum, Eindhoven; Robert Fleck, Kunst- und Austellungshalle, Bonn Anselm Franke, Extra City – Kunsthal, Antwerpen; Maria Hlavajova, BAK – Basis voor Act;uele Kunst, Utrecht; Kasper König & Katia Baudin-Reneau , Museum Ludwig, Köln; Enrico Lunghi, Mudam, Luxemburg; Vanessa Joan Müller, Kunstverein für die Rheinlande und Westfalen, Düsseldorf; Pierre-Olivier Rollin, BPS 22, Charleroi; Nicolaus Schafhausen, Witte de With – Center for Contemporary Art, Rotterdam.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!