Onze ‘rigide’ sociale bescherming beschermt beter tegen de crisis
Nieuws, Wereld, Europa, Economie, Europees model -

Onze ‘rigide’ sociale bescherming beschermt beter tegen de crisis

Het continentaal 'Europees model’, gekenmerkt door een sterker uitgebouwde sociale bescherming, is beter bestand tegen de mondiale crisis dan het zogenaamde ‘Angelsaksische model’. Onze sociale bescherming, die zo dikwijls het verwijt krijgt 'rigide' te zijn, blijkt nu een betere buffer tegen de crisis.

zondag 4 april 2010 12:02
Spread the love

Tot voor kort werd door enkele internationale organisaties (zoals de OESO) het Europees sociaal model aangezien als ‘rigide’ (lees: niet ‘flexibel’ genoeg), wat dan zou bijdragen tot een hogere werkloosheidsgraad in Europa in vergelijking met de Verenigde Staten. Dit artikel wijst echter op twee kenmerken van het ‘Europese model’ waardoor Europa beter bestand is tegen de wereldwijde sociaaleconomische crisis, namelijk enerzijds de strengere arbeidsregulering en anderzijds de hogere werkloosheidsuitkeringen (die dienst doen als zogenaamde ‘automatische stabilisatoren’).

Onderstaande grafiek geeft de (recente) evolutie weer van de werkloosheid voor enkele OESO landen. De donkerblauwe staven geven de actuele groei van de werkloosheid (2009) weer en de lichtblauwe staven zijn projecties voor 2010. Allereerst valt het op dat zowel Ierland als Spanje een enorm scherpe toename kennen in werkloosheid, wat deels het spiegelbeeld is van de snelle economische ontwikkelingen die deze landen de laatste jaren meemaakten (mede veroorzaakt door de vastgoedbubbel).

Duitsland, Frankrijk, Italië en ook België doen het niet slecht

Daarnaast moeten we vaststellen dat verschillende continentaal Europese landen het al bij al niet slecht doen. Vooral in de Duitsland, Frankrijk en Italië ligt zowel de huidige als de toekomstige groei in werkloosheid lager dan in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.

Ook België doet het relatief goed in vergelijking met andere landen, met slechts een 0,9%-stijging in werkloosheid in 2009. Deze bijdrage argumenteert dat zowel de betere arbeidsregulering als de zogenaamde ‘automatische stabilisatoren’ de betere Europese prestaties verklaren.

Bron: OECD Employment Outlook 2009

Vanwaar die betere (continentaal) Europese prestaties? De rol van een goede ontslagbescherming en sociale zekerheid

Allereerst hangt de betere (continentaal) Europese prestatie samen met de hogere mate van arbeidsregulering in Europa. Het valt immers op dat landen met een relatief ‘strenge’ arbeidsregulering (zoals Frankrijk en Duitsland) het economisch relatief beter doen. Een betere ontslagbescherming voor werknemers lijkt hierbij de doorslag te geven. Zo zijn er in verschillende Europese landen systemen van zogenaamde ‘tijdelijke werkloosheid’ uitgewerkt (zoals in België en Duitsland), waardoor naakte ontslagen deels worden vermeden.

Paul Krugman, Amerikaans macro-econoom, argumenteerde als volgt: “Germany came into the Great Recession with strong employment protection legislation. This has been supplemented with a “short-time work scheme” … These measures didn’t prevent a nasty recession, but Germany got through the recession with remarkably few job losses.” De crisis komt in vele Europese landen dan ook vooral tot uiting door een daling van het aantal gewerkte uren.

Daarnaast zijn er in verschillende Europese landen zogenaamde ‘automatische stabilisatoren’ aan het werk. Automatische stabilisatoren zijn vrij vertaald overheidsuitgaven die ‘automatisch’ (lees: zonder expliciete beslissing door de overheid) de economie ‘stabiliseren’, vooral door beïnvloeding van de economische vraag. In Europa heeft de sociale zekerheid (en dan vooral de werkloosheidsuitkeringen) een stabiliserend effect op de economie. De redenering gaat als volgt: wanneer iemand in Europa zijn job verliest, krijgt hij een werkloosheidsuitkering. Deze uitkering laat hem toe om zijn consumptie min of meer op peil te houden. Doordat deze mensen blijven consumeren, stabiliseert de economie en kunnen meer mensen hun job behouden. In de Verenigde Staten zijn de uitkeringen veel lager en heel vaak streng beperkt in de tijd, waardoor de stabiliserende effecten gering zijn. Een recente studie berekende zo dat 48% van de werkgelegenheidshock in Europa op die manier werd geabsorbeerd, tegen 34% voor de Verenigde Staten. De Europese economische vraag werd eveneens gestimuleerd met 26 tot 35% (afhankelijk van het land).

Kiezen we voor scherpe pieken en dalen of voor een meer stabiele economie?

Deze bijdrage hoopt wat nuances te hebben bijgebracht in het debat over de zogenaamde ‘rigide’ Europese arbeidsmarkten. In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt hebben arbeidsregulering en een goede sociale zekerheid veel positieve economische effecten, waardoor de EU de crisis nu beter verteert dan de Verenigde Staten. Critici zullen echter argumenteren dat in goede economische  tijden de werkgelegenheid vlugger toeneemt in de Verenigde Staten. Dat klopt, maar eigenlijk komen we hier bij een fundamentele sociaaleconomische vraag: Kiezen we voor een model dat de economische ‘busts’ and ‘booms’ versterkt? (met hogere pieken en scherpere dalen) Of opteren we voor een meer stabiel sociaaleconomisch systeem?

Olivier Pintelon is master in de politieke wetenschappen en werkt sinds 1 oktober 2009 als wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen. Zijn onderzoek focust op: armoede, sociale ongelijkheid en de welvaartsstaat.

Dit stuk werd eerder gepubliceerd op www.poliargus.be 

take down
the paywall
steun ons nu!