about
Toon menu

Trom in de RUZ - afl 31

dinsdag 25 september 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


Vorige keer vertrokken de dieren, na een laatste toespraak van Atomù, in optocht naar de markt. Stel je voor, voor het eerst in de geschiedenis komen dieren openlijk in opstand tegen de mens. Op hun tocht naar Mugwana passeren ze het vluchtelingenkamp Nukaru en naderen ze de stad door de sloppenwijken. Intussen krijgt Quint in 2045 af te rekenen met een nieuwe zet van de diepklasleiding: Trom in de RUZ moet online gaan in plaats van live - maar dat is zonder met hem te rekenen. 

 

Door de sloppen


uit Nisja's log De Opstand der Dieren, 2016/31


Wat een theater, zo’n optocht van wilde dieren. Net of ze gaan boarden op Noachs ark, op de loop voor de zondvloed. Door toedoen van de mens heeft de aardkloot zijn grens van houdbaarheid bereikt. Er is geen ruimte meer om te offeren, de wereld reikt het water tot de mond.

Maar daar denkt onze karavaan niet aan onderweg naar Mugwana. De olifanten lopen voorop, ietwat ongracieus voor een keizer van de savanne, toch vergeleken bij de giraffen die met statige passen volgen. De leeuwen van hun kant schuiven erg laag-bij-de-gronds voorbij, buffels en antilopen domineren dan weer door hun aantal. Een troep vogels danst boven hun ruggen, een zwerm sprinkhanen completeert het geheel.

‘Dit is de weg naar de stad,’ wijst Atomù op een gegeven moment. ‘Deze asfaltlint leidt direct naar de markt. Ik ben er ooit uit de Geheime Vallei overheen gevlogen.’

De stoet blaast van opluchting. Ze zijn er bijna, nu is het niet ver meer.

‘Niet zo snel, beste vrienden. Zoals ik al zei, aan het stadion wacht het leger ons op. Maar we zijn ze te slim af, we nemen een andere weg. Volg mij, aan de andere kant van de stad doet Koloss hetzelfde.’

Trom, die daarnet nog aan Atomù twijfelde, snapt waar hij heen wil. Zo is hij zelf nog naar het zoutmeer van Ngara gelopen. Achter de volgende heuvels ligt het vluchtelingenkamp van Nukaru, vandaar gaat het ook in rechte lijn naar Mugwana.

Zwoegend bestijgt de processie de pas. Eenmaal boven ligt, zo ver ze kunnen zien, Nukaru te blikkeren in de zon. Het is om de moed bij te verliezen, hier komen alleen tweevoeters die geen kant meer op kunnen.Atomù merkt bijtijds dat iedereen wat peptalk kan gebruiken.

‘Laat je niet afschrikken door dit visioen, beste vrienden, het lijkt erger dan het is. Dit is onze ideale dekmantel, niemand die ons hier verwacht.’

‘Die tenten staan verdacht ordentelijk in het gelid,’ merkt Mater op. ‘Voor tweevoeters die voor een genocide op de vlucht zijn, lijkt dit wel een paradijs.’

‘Wacht maar af tot je de treurnis ziet. Normaal waagt geen olifant zich op deze grond, maar net daarom biedt deze route ons perfect beschutting. Dit is no man’s land.’

‘Vooruit, dan kunnen we die stakkers nog een hart onder de riem steken.’

Het duurt niet lang voor de kampbewoners de stofwolk in de gaten krijgen. Aftandse pick-ups van ontwikkelingswerkers maken zich uit de voeten, witte trucks van ngo’s gaan schielijk aan de kant. Gek genoeg vertonen de vluchtelingen zelf geen spoor van angst. Van overal zijn ze gekomen, de enen opgejaagd door de jihadi’s en de Nmer uit het noorden, de anderen door de rebellen van Bozo uit het zuiden. Ze kennen het klappen van de zweep.

Geen wonder dus dat ze hun tenten verlaten om de mars toe te juichen - eerst nog argwanend, daarna steeds luider, tot zich een heuse erehaag vormt. Zelfs Nyagor, ex-kindsoldaat uit Symfala, staat erbij en gelooft zijn ogen niet. Hij heeft geen toekomst meer in Afrika, hij wil via Nukaru de tocht naar Europa ondernemen.

Maar een titanosaurus die danspasjes maakt, een breed lachende sabeltandtijger... Al passeert hier een fortuin aan ivoor, pet af voor die beesten. Bozo zal Nyagor niet meer beethebben, dit is beroezender dan de felste raid. Binnen de kortste keren draait en kronkelt hij mee met de anderen, aangevuurd door een stel keteltrommen en een lied dat uit honderden kelen stroomt:


Dit is de dag der dieren

We leggen de façade neer


Een mens zonder papieren

ziet geen ongelijkheid meer


Moeiteloos neemt de optocht het vluchtelingenkamp voor zich in. Overal krijgen de dieren ruim baan en worden ze verwelkomd als een bevrijdingsmacht. Door die corridor van supporters merken ze niet dat het kamp allengs overgaat in de sloppenwijken van Korochogo, die als een olievlek rond Mugwana liggen. Zo’n drukte en ellende heeft Trom van zijn levensdagen niet gezien. Op de savanne zijn de hutten onderkomen, de kinderen lopen er met een versleten T-shirt aan hun lijf, maar dit tart alle beschrijving. Wankele constructies van kratten met een geïmproviseerd dak, barakken van golfplaten en karton, fragiele bouwsels van baksteen en puin... Dit is de hel.

‘De enige privacy die je hier hebt, is een doek over een paar palen’, zegt Atomù vol afschuw. ‘Moet je dat gammele skelet zien verrijzen daar. Die tweevoeter heeft alleen een paar roestige zinken platen om ertegen te spijkeren.’

‘En overal tussen die krotten stilstaand water,’ zegt Mater. ‘Die steegjes staan gewoon blank. Al die vuiligheid in zo’n modderpoel... Nu wentel ik me graag door een partij slijk, maar dat doen we om hygiënische redenen.’

‘Terwijl het voor deze tweevoeters genoeg is om een ziekte op te lopen. Of een steek van de malariamug.’

‘Als dit de welvaart moet uitstallen die ik associeer met de stad, dan wordt in Mugwana met twee maten gemeten. Hoog tijd dat die lat omlaaggaat.’

‘Moet je kijken, zo veel kinderen langs de kant van de weg,’ zegt Trom. ‘Ze hebben er schik in, in onze stoet. Zie je hoe ze met ons meelopen? Ze zijn helemaal niet bang. Ze vinden het een evenement.’

‘Ze hebben vast geleerd dat je flexibel moet zijn om te overleven,’ zegt Quark.

‘Hé olifant,’ roept een jochie naast hen. ‘Waar komt die prehistorische dinosauriër die zulke mooie kunstjes maakt vandaan?’

‘Die is niet echt,’ gilt Trom. ‘Die is augmented.’

‘Augmented? O, vandaar. Waar gaan jullie naartoe?’

‘Naar de markt,’ zegt Trom, verbaasd dat het jongetje en hij elkaar begrijpen. ‘Die van Mugwana. Daar gaan we de lat verleggen, op het grote scherm.’

‘Geweldig,’ roept het jongetje. ‘Daar droom ik elke nacht van. Dat scherm is veel groter dan mijn smartwatch.’

‘Ik heb alleen een samsam,’ bekent Trom. ‘Maar ik gebruik hem niet. We communiceren met de teletam.’

‘Dat ken ik niet. Hoeveel geheugen heb je? Mijn naam is Kuriko, trouwens. Hoe heet jij?’

‘Ik ben Trom,’ toetert Trom. ‘Heb je het verder naar je zin hier in Korochogo?’

‘Mja, het is anders dan Bomas Village, maar ik voel me hier thuis. Ik heb het niet zo voor toeristen.’

‘Ik ook niet. Maar je kunt niet zonder, hè? Ajuus, het was leuk om met je te praten. Ik moet er vandoor. Dag!’

Op een sukkeldrafje haalt Trom de anderen weer in. Maar Atomù kijkt bedrukt.

‘Ik had geen idee dat die voorsteden zo groot zijn,’ zegt hij. ‘Het beeld dat ik kreeg vanuit de Geheime Vallei was toch anders. Het lijkt wel of de stad gegroeid is, bijna vertienvoudigd in omvang. Om van hier naar de markt van Mugwana te lopen is het vast zo ver als van Okorongo naar de Amhetat en terug.’

‘Nu overdrijf je een beetje,’ zegt Quark. ‘Dat jongetje daarnet, Kuriko heet hij, zegt dat het wel meevalt.’

‘Wie was dat dan?’

‘Gewoon, een jongetje van hier,’ zegt Trom. ‘Zijn vader werkt op de vuilnisbelt van Dendera. Hij schuimt de belt af, daar leven ze van.’

‘Dendera? Daar heb ik Koloss en de anderen naartoe gestuurd. Wat zei die Kuriko nog?’

‘Nu weet ik alles over de lat. Het is een gigantisch scherm. Een aanraakscherm, je hoeft er alleen aan te komen om het te bedienen. Simpel zat.’

‘Als dat waar kon zijn,’ zegt Atomù. ‘Dat maakt de boel een stuk makkelijker. Eén ingreep van een nerd als jij, Trom, en ons zaakje is gepiept.’

‘Hé, daar in de verte, die stofwolk,’ roept Quark. ‘Dat moet de groep van Koloss zijn.’

‘Je hebt gelijk, zij zijn het,’ zegt Trom. ‘Maar wie zie ik daar nog? Ik kan mijn ogen niet geloven. Dat is mijn vriend Qonq, de gorilla uit de Balim Tessa.’

‘Ja, ik kon natuurlijk niet achterblijven,’ grijnst de grijsrug even later broederlijk tegen Trom. ‘Dat heb je mooi voor elkaar, maat.’

‘Gewoon opgepikt onderweg,’ zegt Koloss. ‘Maar Qonq was de enige niet. Onze medestanders blijven uit alle windrichtingen toestromen.’

‘Dat doet me plezier,’ zegt Atomù ontroerd, terwijl hij ter begroeting tal van slurven omwikkelt. ‘Maar nu ter zake. Op dat open plein daar kunnen we verzamelen. Dan trekken we gelijk naar de markt.’

‘Ideaal,’ zegt Koloss. ‘Prima idee trouwens om langs de vuilnisbelt de stad te naderen. We zijn op geen enkel verzet gestuit.’

‘Wij ook niet. We hebben iedereen mooi om de tuin geleid. Hoe was Dendera, veel ellende gezien?’

‘Onvoorstelbaar hoe die tweevoeters zich weten te redden,’ zegt de vakbondsleider. ‘Er ligt nog veel bruikbaar spul op die belt. Maar toen wij eraan kwamen, liet iedereen zijn buit vallen. We werden als helden binnengehaald.’

‘Wie had dat durven denken,’ zegt Mater, een traantje wegpinkend. ‘Vooruit, Atomù, leid ons nu maar naar de markt.’


Trammelant en tierelier


Red Jezelf in Bruciety/31, juni 2045


‘Het heeft geen zin als twee kampen tegenover elkaar te staan,’ zegt Stijn Bergiers tegen de vergadering. Stijn is de vader van Rijs, we zitten met een representatief aantal ouders in de patio van de RUZ.

‘Ik ben het niet eens met de MO,’ galmt Oswald Krechnick uit de speakers. ‘Als parent betaal ik voor innovatief onderwijs. Jullie willen terug naar het stenen tijdperk.’

‘Niet alles van vroeger is verwerpelijk. Het gaat ook niet om nostalgie, het gaat om live contact.’

Ik bewonder Stijns kalmte. Hij zou een prima voorzitter van het comitézijn. Maar niet iedereen is onder de indruk. De avatar van Oswald Krechnick loopt rood aan.

‘Heb je dan de mogelijkheid om in circuit te confereren en jullie gebruiken ze niet eens,’ blaft de man. ‘Waarom willen jullie in godsnaam live samenzitten voor zoiets?’

‘Met alle respect, kunt u wat verder van uw mike praten? Anders moeten we u wegdrukken.’

‘Dat is ondemocratisch,’ zegt Krechnick. ‘Jullie kunnen mij niet overrulen.’

‘Wel als u een ander interrumpeert. U krijgt drie waarschuwingen, u hebt er al één gebruikt. Het woord is nu aan Bengt.’

Ik kijk in het rond. Niet iedereen ergert zich aan de vader van Ziva. Bengt Van Outryve is het allemaal eender. Hij vraagt zich af of de lieve vrede niet belangrijker is dan een live theatervoorstelling. En Jan-Willem Springuel verklaart ronduit dat hij geen tijd heeft voor al die onzin. Adelheid glimt triomfantelijk als nog een ouder haar standpunt bijtreedt, in gedachten houdt ze een telling bij. Maar ik doe hetzelfde en tot nu toe zitten we aan twaalf tegen vier.

‘Ik snap wel dat thuiswerkers online onderwijs prefereren,’ zegt Gaspard Monsieur. ‘Maar drie dagen in de week is best wel mooi. ‘

‘We hebben onze handen vol om ze onder hun I te houden,’ zegt Escha Lauwers. ‘Live onderwijs is nodig, gewoon al om het contact met de andere kids.’

‘Daarvoor is er toch de sportklas?’ zegt Jan-Willem.

‘Jawel, om stoer te doen en elkaar af te maken. Maar een beetje verfijnde omgang, dat leer je daar niet. Cultuur wordt liever wegbezuinigd.’

‘Cultuur vind je toch op entertainet? Moeten we daar geld in stoppen? Programmen moeten ze leren. Zo bouwen ze hun toekomst op.’

‘Helemaal mee eens,’ kraakt Oswald Krechnick weer uit de omniwave. ‘Als we naar vermogen bijdragen, moeten ouders met de meeste inbreng het ook voor het zeggen hebben. Anders kan ik m’n aandelen beter elders plaatsen.’

‘Eens te meer, daar gaat het niet over,’ zegt Stijn. ‘We hebben hier een meerderheid die vindt dat de kids hun eindetermijnfeest beter live kunnen vieren. Anders kan er net zo goed geen feest zijn.’

‘En ik vind het een gemiste kans...’

Met een druk op de knop smoort Stijn de havenmeester. Goed zo, kan hij afkoelen. Het is toch te gek voor woorden, zijn ze dan zelf geen kind geweest?

‘Ik vind anders dat meneer Krechnick een punt heeft,’ zegt Adelheid fijntjes. ‘We moeten onze aandeelhouders zoet houden, we trekken het niet met de subsidie van Bruciety alleen. Ik zal het even laten zien.’

Omstandig begint de directrice aan een heuse talk. Kernwoorden en grafieken springen driedimensionaal door de ruimte. Cijfers en tabellen, de goocheltrucs van elke head manager.

‘We moeten het doen met de helft minder capaciteit voor de algemene vakken. In plaats daarvan hebben we uitstekende programma’s voor de gespecialiseerde studieonderdelen. Ik geef meneer Springuel gelijk, programmen krijgt de absolute voorrang.’

‘Wat heeft dat met het feest te maken?’ zegt Marike Vertessen plots. ‘Moeten we het altijd met alles eens zijn?’

‘Toch wat het officiële curriculum betreft,’ zegt Adelheid hees. Als ze in het nauw gedreven wordt, begint ze altijd als een wezel te praten.

‘Dan organiseren we het feest toch zelf, zoals Quint al dagenlang voorstelt,’ zegt Elke Devis. ‘We doen de hele tijd aan crowdsourcing, dat kan toch zo moeilijk niet zijn? Hoeveel kost die zaal, Aiden?’

‘Maak je daar geen zorgen over,’ zegt de manager van de RUZ. ‘Dat valt onder algemene werking. Het is belangrijker dat we de ruimte gebruiken dan dat ze een dag leegstaat. Ook dat moet ik verantwoorden.’

‘Klaar, toch?’ zegt Marike Vertessen. ‘Jij had trouwens een idee, Quint?’

‘We kunnen ook een werving doen van deur tot deur. Zoiets als Halloween, trick or treat, weet je wel.’

‘Kunnen de kids gelijk in dierenpak de straat op. Het zijn geweldige prints. Stel je voor, een optocht door de straten van Diegem. Betere promotie kun je je niet wensen.’

Het enthousiasme wordt nog even overstemd door feedback uit de omniwave, maar in het trammelant is niet geheel duidelijk wie de stekker uit de I trekt. Stijn Bergiers heft de hand om tot een stemming over te gaan, maar die is er enkel nog voor de vorm. Het hele comité begint meteen afspraken te maken en wekt daarmee een aloud menselijk gebruik. Participeren in de commons zonder governance, dat is toch wat ze willen?

Nog twee weken voor het feest. We worden massaal gesteund op de channel, dat levert ons aardig wat punten op. Stijn, Marike, Escha en Elke coördineren onder toezicht van de gemeenschapswacht de rondgang in de commons. De kids die niet optreden helpen mee met de kostuums en de graphics. En de repetities zelf, die lopen als een tierelier. Op maandag, woensdag en vrijdag is het een drukte van belang in de RUZ. Je hebt geen idee wat je van halfvier tot halfzes kunt doen met een stel geestdriftige kids.

We werken in verschillende groepjes. De jongsten nemen de scènes in de crèche en Taalu voor hun rekening. De vierdegraads repeteren de passages met de kudde van Mater en de woestijntocht met Gaetan en Bulli. De vijfde- en zesdegraads doen de Geheime Vallei en de tocht naar de markt van Mugwana. Trom wordt gespeeld door een fantastische Rijs Bergiers en, tot mijn grote genoegen, Atomù door Romelu Mbele, de zoon van Nyagor.

Ik loop van de ene room naar de andere. De I wordt functioneel ingezet om de performance strakker te krijgen. Zo hoor ik waar mijn tekst hapert en kan ik hem nog aanpassen. En de kids kunnen op elk ogenblik in repeatmode, voor het geval dat ze hun tekst vergeten. Adelheid zeurt nog dat we dan evengoed via het circuit hadden kunnen gaan, maar een van de moeders legt haar het zwijgen op. Als ze stuurs wegloopt, haalt Atika haar terug om de repetitie van de jongsten bij te wonen. Binnen de kortste keren klapt ook de chief manager onstuimig in de handen.

De performances zijn natuurlijk wat je verwachten kunt van een stel ongetrainde pupils. Het komt niet op perfectie aan, maar we willen wel een beetje vaart in de show krijgen, dat is het belangrijkste. Het gegeven, het zelfhulpverhaal van een bedreigde diersoort, leent zich in ieder geval prima voor een matinee.

Persoonlijk maken de repetities van Moona en Wendel op mij de meeste indruk. Bijgestaan door Jehdi Mannaert op tronic percussion en Sylve Van Olmens snoeiharde windgitaar, zorgen ze bij de wisseling van de taferelen voor een hechte basis. Moona’s stem is verrassend gegroeid. Ik hoor niets meer van de onzekerheid die haar parten speelde. Dat komt natuurlijk doordat ze met Wendel en Sylve optrekt. De andere kids kijken naar haar op, omdat ze de lead zingt in de band.

Op een middag stap ik de kamer binnen waar de repetities met Mater plaatsvinden. Ik geloof mijn ogen niet als ik zie dat Moona een duet aan het doornemen is met Ziva, haar aartsrivale. Een duet is misschien een groot woord, Moona laat Ziva tussen haar strofen gewoon de ruimte om haar regels te speaken. Maar het bijzondere is dat het werkt, je kunt het zien aan de blikken van verstandhouding die de twee wisselen.

Ik heb genoeg van dat zootje halfwassen jonkies, roept Ziva nijdig, op dreigend aanzwellende akkoorden van Wendel. Dat valt de meiden maar lastig, dat draagt niks bij tot de sfeer.

Het is de partij waarin Mater Trom terechtwijst omdat hij achter de jonge meiden aanzit. Ziva gaat crescendo alsof ze de Koningin van de Nacht is, wat Jehdi en Sylve in de verf zetten met kermende uithalen van de gitaar, arpeggio cymbalen en een donderende gong. Maar telkens weer komt het moment dat Trom zijn frustratie uitzingt, met een loepzuivere Moona in synch met de keyboards van Wendel.

Ik mag niet binnen op het feest, als kid was ik alleen / Ik ben de kop van Jut geweest, de risee van iedereen.

En dan, in plaats van haar scheldtirade voort te zetten, ontpopt Ziva zich tot een invoelende Mater:

Zoek je eigen weg, Trom, een ander lot ligt klaar / Oefen het spel van proef en som, Atomù is je topleraar.

Hoed af voor Moona dat ze de song geconcipieerd heeft als een ballade over onmin en verzoening. Niet de solotoer opgaan maar Ziva betrekken bij de set, dat is beter voor de show en het legt hun conflict aan banden. Zoals ze daar even later op een sokkel met een flesje water staan te chillen, is zij de ware mater van de twee. Maar dat hou ik voor mezelf. Meester Oswald hoeft het niet te weten.

Moona begint er ‘s avonds zelf over, terwijl ze samen met Bloss de afwas wegzet.

‘Denk niet dat we opnieuw de beste maatjes zijn, Q. Ik vertrouw haar nog voor geen haar. We werken puur professioneel samen. Ik zet mijn bel op en doe normaal, dan geef ik haar niet het idee dat ze me in haar greep heeft.’

Ik kijk op van haar strategische vermogens. Ze schat de situatie goed in.

‘Wendel heeft me doen inzien dat ik het zo kon bijleggen. Maar het is vooral door jouw stemoefeningen dat ik sterker sta. Ziva heeft niet eens in de gaten waarom ze nu aardiger tegen me doet. Eigenlijk heb ik nu de leiding.’

‘Dat is de taal der dieren,’ zeg ik. ‘Je snuift aan mekaar en je merkt dat er geen bedreiging uitgaat van de ander. Dat er geen reden is om uit te dagen.’

‘Ze zal nog eens wel uithalen. Maar dan doe ik of ze er niet is. Of ik heb een antwoord klaar.’

‘Je stem was onwijs gaaf, Moon,’ zegt Brim. ‘Als je zo zingt op het feest, ben je de ster van de show.’

‘Ik heb de beste coach die er is,’ zegt ze. Alsof ze een stel vleugels bezit danst ze de trap op.

 

Volgende keer het eerste deel van de Final Mix: het verhaal van de opstand der dieren en van Red jezelf in Bruciety versmelten met elkaar in de RUZ. Dieren en kinderen komen samen op voor hun toekomst en trekken de lat recht.

 

Auteursrecht bij SABAM - illustraties Inga Moijson - eigen foto's

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.