about
Toon menu

Trom in de RUZ - afl 9

dinsdag 24 april 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


Vorige keer schrok Trom zich wezenloos van een olifantenmatriarch, nu zaait een imposante bul paniek rond Taalu. Intussen heeft ook Moona's vertrouwen in de wereld een dieptepunt bereikt. Mensen laten zelden hun ware gezicht zien, probeert Quint haar moed in te blazen. Haar oma had ook de hele tijd tegenslag: door de energieomslag werd vliegen onbetaalbaar en ging haar Afrikaprogramma voor de bijl. Maar Nisja bleef niet bij de pakken neerzitten. Alles heeft een donkere en een lichte zijde - het is pas in het duister dat je je kracht leert kennen. 

 

Atomù

uit Nisja's log De Opstand der Dieren, 2016/9


‘Een van deze dagen gaat Trom er ook vandoor,’ zegt Blaise tegen de dokter, onderweg van het vliegveldje van Tombù naar Taalu. De Land Rover hotst over de piste. Robert Taldis is nooit helemaal aan de rijstijl van zijn medewerkers kunnen wennen.

‘Zijn we alweer zoveel seizoenen verder?’ zegt hij. ‘Het lijkt wel de dag van gisteren dat Trom en Maita in Kitosha arriveerden.’

‘Maita staat ook te trappelen als Mater in de verte verschijnt. Maar gek genoeg wil ze Trom er nooit bij. Maita is nochtans echt een kuddebeest, ze probeert altijd de anderen mee te lokken.’

‘In tegenstelling tot Serena, die maakt zich alleen druk om de jongere dieren.’

‘Die speelt als het moet in haar eentje ontvangstcomité,’ zegt Blaise, terwijl hij om een put slalomt. ‘Wat je ook interesseren zal, er is een grote bul gesignaleerd op de hellingen richting Amhetat. Maar ik heb hem nog niet met eigen ogen gezien.’

‘Zo, wie zou dat kunnen zijn?’

‘We zullen het gauw genoeg weten. Zo’n bul komt nooit zonder reden naar Taalu.’

Trom heeft de grote mannetjesolifant ook al gespot. Om precies te zijn, de eenzame kolos heeft zijn aandacht afgeleid van de kudde van Mater, die meer westelijk stond te grazen. Dat is trouwens nog een reden waarom Maita er niet met hem op uit trekt. Ze is bang voor zo’n enorme bul, die misschien wel in de must is. Wat dat precies is, weet ze niet. Het is in ieder geval iets griezeligs.

 Maar ook Trom is op zijn hoede voor de onbekende vreemdeling. Hij zoekt altijd beschutting achter een bosje als hij hem gadeslaat. Het dier doet of hij hem niet ziet, maar hij komt wel elke dag dichterbij. Geen idee wat hij komt doen, maar het lijkt wel of hij ergens mee zit. Misschien is hij ziek, of voelt hij zijn einde naderen. Gebiologeerd staat hij te kijken hoe de olifant het stof van een tak slaat en er dan uiterst behoedzaam de bladeren van trekt. Het lijkt wel of hij ze zonder kauwen doorslikt.

‘Daar is-ie,’ zegt Blaise wanneer de 4x4 het kamp nadert. Hij stopt en geeft de dokter zijn verrekijker.

‘Hm, te ver om hem te herkennen,’ zegt deze. ‘Het is een stevige knaap van zo’n jaar of vijfentwintig, dertig, alleen staat hij erg mager. Dat ziet er niet zo best uit.’

‘Ik ga proberen wat dichterbij te komen,’ zegt Blaise.

‘Nee, beter niet,’ zegt de dokter. ‘We wachten nog even af. Ik durf wedden dat hij de komende dagen vanzelf dichterbij komt. Er is iets mis met hem. Het is vast een van onze oude protegés die ten einde raad onze hulp komt inroepen. Ik kan hem alleen niet zo direct thuiswijzen.’

De ontvangst in Taalu is zoals steeds hartelijk. Jonge olifanten komen altijd kijken als er bezoek is. En ook al houdt dokter Taldis rijkelijk afstand in acht, ze herkennen hem uit de duizend. Maar de volgende ochtend wordt het kamp wakker van een gebries dat horen en zien vergaat.

‘Die bul staat voor de kraal,’ roept Barack, een van de oppassers. ‘Hij lijkt wel razend. Hij staat met zijn kop te schudden en te trappen met zijn poten.’

Hm, dat is maar pose, weet Robert Taldis. Al dat misbaar, dat is om onze aandacht te trekken. Even kijken of ik contact met hem kan leggen.

Het hele kamp staat samengetroept achter de zware omheining. De kostgangers van Taalu lopen onrustig heen en weer voor de koorden. Alle verzorgers zijn in de weer om ze kalm te houden terwijl de grote bul op het veldje voor de kraal een aanvalshouding aanneemt.

 ‘Voorzichtig, baas,’ zegt Blaise, die samen met de dokter de kennel verlaten heeft. ‘Zo’n bul in must kan gevaarlijk zijn.’

‘Hij is helemaal niet in must,’ zegt de dokter. ‘Ik probeer met hem te communiceren. Het dier heeft pijn. Ik moet dichter bij hem komen, er zit niks anders op.’

Van dichtbij is de vreemde olifant pas echt imposant. Het is een van de grootste die Taldis zonder dekking ooit genaderd is. Het is riskant wat hij hier onderneemt. Eén klap van zijn slurf of een stomp van zijn poot en hij is er geweest. Het beest hoeft hem maar even tegen een boom te drukken en al zijn ribben knappen.

Maar wanneer hij nadert, ontspant de bul zienderogen. Het lijkt wel of de olifant hem herkent. Op een tiental meter afstand houdt de dokter halt en kijkt het dier in de ogen. In de diepe zwarte pupillen ziet hij diens hart opspringen. Dan ziet hij ook het litteken op de voorpoot. Meteen weet hij met welke oude bekende hij te maken heeft.

‘Atomù,’ zegt dokter Taldis op fluistertoon. ‘Ben jij dat werkelijk?’

 

Twee gezichten

 Red Jezelf in Bruciety/9, december 2044


‘Neem een voorbeeld aan Nisja,’ zeg ik tegen Moona om te zalven tegen de pijn. ‘Hoe dikwijls is ze niet de hemel in geprezen? Terwijl ze haar even later lieten vallen als een baksteen. En toch bleef ze geloven in zichzelf.’

Ik heb makkelijk praten. Een kleindochter die in het ijle staart, probeer die maar te bereiken. Haar oma in beeld brengen heeft al eerder gewerkt, dus put ik opnieuw uit mijn standaardrepertoire.

‘Weet je nog, niet zo lang na onze eerste ontmoeting op de Groenplaats? Nisja zou assistent in opleiding worden op de uni maar plots kreeg een invalster voorrang. Iedereen vond het beneden peil, want de faculteit schermde met een duur beleid voor studenten van vreemde origine. Haar adoptieouders waren nota bene mensen van hier.’

Aan de manier waarop Moona gaat verzitten merk ik dat ik haar aandacht beetheb.

‘Maar ze bleef niet bij de pakken neerzitten,’ ga ik verder. ‘Ze trok naar Nairobi, waar ik een paar maanden later een reportage over haar ben gaan maken. Maar het ging allemaal niet vanzelf. Ik moest niet te veel van haar verwachten, ze schermde met haar vrije natuur.’

Moona draait zich om en kijkt me met natte ogen aan. ‘Maar op een avond, toen jullie de opnames van die dag bekeken, legde ze haar hoofd op je schouder, hè?’

‘Ik schrok van de vloed die me overspoelde,’ antwoord ik, hand op het hart. ‘Ik hoorde een stem in me die zei: Is dit het dan, Quint? Ben jij degene met wie ik doorga? Er kwam geen geluid bij te pas en toch kwam de boodschap helder en krachtig door. Mijn antwoord was even stilzwijgend ja.’

‘En toen jullie de volgende morgen wakker werden in jouw tent, wat zei Nisja toen weer?’

‘Heb jij dat ook gevoeld, blies ze me in mijn oor. Die golf, zoveel sterker dan mezelf? En die stem, heb jij die ook gehoord? zei ik. Het is bijna niet te geloven, Moona, maar zo was het. Volgens mij was het mindreading. Twee zielen die met elkaar communiceren. Zo moet het ook zijn wanneer olifanten contact leggen in de bush. Niet te vergelijken met een sessie gedachtelezen op de I.’

‘Ik wou dat mij zoiets overkwam,’ zegt mijn kleindochter. ‘Dat ik alles zeker wist.’

‘Jouw beurt komt wel. Denk vooral niet dat alles toen voor de wind ging. Toen Nisja naar Europa terugkeerde om de geboorte van Magnus voor te bereiden, was ze door de reportage heel even een mediafiguur. Zelfs de zoo vroeg haar om advies voor zijn kweekprogramma. Maar meteen daarna werd er overal bezuinigd. Tja, als freelancer moet je kunnen incasseren.’

Moona snuit haar neus en kijkt op. ‘En toen liet ook de Wild Elephant Foundation haar vallen. Ik weet het, ik sla een modderfiguur. Maar het is zo moeilijk.’

‘Stil maar, pop. Alles is dubbel. Alles heeft een donkere, maar ook een klare zijde. Er is veel kwaads op aarde, maar ook veel goeds.’

Moona kruipt in mijn armen en laat zich zachtjes wiegen. Arme meid. Ik wou dat ik het haar makkelijker kon maken, maar het is niet anders - dualisme zet nu eenmaal de toon in de wereld. Volgens Matthew Pugh, onze ros bebaarde expat van Schotse origine, verschiet het aanschijn der dingen voortdurend van licht. En hij heeft het over iets heel anders dan de misère van een tiener.

In zijn M&D over het klimaatfiasco van een kwarteeuw geleden doet hij een vakkundig weggemoffeld staaltje bedrog uit de doeken. Niemand liet zijn ware gezicht zien, maar net dat niets-aan-de-handbeleid zou tot de energieomslag leiden, beweert Matthew in zijn zangerige accent.

‘Ondanks de verwoede pogingen van de apenbende in het Witte Huis kelderde de olieprijs,’ legt hij uit bij de mix ‘s namiddags. ‘Met al die overschotten gooiden de schaliegasbaronnen de handdoek in de ring. De investeerders hadden hun aandelen allang in groene energie omgezet. Uiteindelijk waren het misschien wel de concerns zelf die op een energievacuüm aanstuurden.’

We zitten in een versleten cubicle bij de vroegere omroep. Het doet pijn de redactie er zo verlaten bij te zien liggen, het heeft niet veel gescheeld of het complex was ingenomen door passengers. Alleen omwille van mediabedrijfjes als Lost Data krijgt het nog security.

‘Het was de elektromagnetische puls op Damascus die het vuur aan de lont stak,’ gaat Matthew door. ‘Het Midden-Oosten explodeerde. Als Teheran zich ermee bemoeide, kon Jeruzalem niet achterblijven. De Amerikanen en de Russen keken het even aan, tot een lijnvlucht van Emirates boven de Arabische Zee uiteenspatte. Niemand die nog een transcontinentale vlucht durfde te nemen.’

‘Het viel op hoeveel minder condensstrepen je boven Bruregio zag,’ zegt Lothar.

‘Ja, dat er een heffing zou komen op kerosine was te verwachten. Kun je je voorstellen dat vliegtickets toen taksvrij waren? Dat kon niet blijven duren. Het tijdperk van het groottoerisme was voorbij.’

‘Vergeet niet dat ook het intercontinentale vliegtransport voor de bijl ging. Goedkope groenten en fruit uit Afrika of Zuid-Amerika - kruis erover, verleden tijd.’

‘Al was dat geen slecht nieuws voor onze eigen land- en tuinbouw,’ zeg ik. ‘Die produceerde al jaren onder de kostprijs, onder druk van de voedingsindustrie.’

‘De discounters beloofden de consument rijst met gouden lepels,’ grijnst Mathhew. ‘Ze schepten alles vol suikers en additieven om ons te verslaven aan hun rommelproducten. Wat kon hen de gezondheid van de burger schelen? Dat is wat ik het dubbele gezicht van de markt noem.’

Nog goed dat Nisja en ik toen al deelgenoot van een moestuinproject in de buurderij waren, bedenk ik terwijl we afsluiten. Dat vliegen weer een elitebusiness werd, vonden we ook niet erg. Het scheelde een stuk in lawaai, al leed de werkgelegenheid in de regio. Vliegtuigen lagen aan de ketting, hele lappen industrieterrein verwilderden, de helft van de bedrijfspanden kwam leeg te staan. Het was een direct signaal dat er iets drastisch aan het veranderen was.

Erger was dat ook Nisja’s programma voor studenten en vrijwilligers in Afrikaanse dierenparken te duur werd. Maar ze bleef niet bij de pakken neerzitten. Ze rolde haar dagboek uit op haar netwerk, lanceerde een petitie op Avaaz, een campagne bij Greenpeace en organiseerde een crowdfunding op Indiegogo. Even later hostte ze haar eigen protestsite elephantrights.com en tourde ze door de wijde omgeving om lezingen te geven. Wat kun je meer doen?

Tegen halfzeven slinger ik het paadje naast het huis op. Alles oogt sereen, maar ook een huis heeft twee façades, dat merk ik zodra ik de keuken binnenkom.

‘Druk, druk, druk.’ Brim loopt te stampvoeten in de gang met Wage. Sinds Moona beweert dat zijn robot niet stabiel staat bij het judoën, jent hij ons allemaal door hem op zevenmijlslaarzen door het huis te laten draven.

‘Is het nu genoeg geweest,’ roept Diede. ‘Q en ik hebben een drukke dag gehad. Kan het wat rustiger?’

Bij Moona kan er nog altijd geen lachje vanaf. Gek hoe broer en zus zo anders kunnen zijn. Twee kanten van hetzelfde DNA. Even later is de rust weergekeerd en zitten we aan tafel achter een bord pasta.

‘Hoe gaat het met Ziva en de andere meiden?’ informeert Diede. Maar Moona kijkt niet op van haar bord.

‘Hé, je moeder vraagt wat,’ zeg ik.

‘Laat me met rust,’ sist ze.

‘Nu zien ze zelfs mij niet meer staan,’ zegt Brim in haar plaats. ‘Maar ik trek het mij niet aan.’

‘Wat bedoel je daarmee?’ zegt Diede.

‘Nou, ze kijken ons met de nek aan. Ze doen alsof we lucht zijn.’

‘En dat voor meiden van jullie leeftijd. Het is niet leuk, Moona, maar het hangt ook een beetje van jezelf af. Ga erboven staan, negeer ze gewoon.’

‘Ze wil erbij horen,’ zegt Brim.

‘Dat snap ik wel, maar is dat belangrijk? Je bent beter dan die troela’s, meid, ga daar maar van uit.’

Hm. Ik herken in het fenomeen niet alleen praktijken van de kleuterklas, maar het reilen en zeilen van de hele gemeente. Slijmen in je facie, roddel achter je rug, dat is de essentie van communicatie. Ik doe het soms ook, we dragen allemaal een masker. Misschien doen we het uit beleefdheid, denken we dat het een kwestie van beschaving is. Maar diep daaronder sluimert ons ware gezicht.

 

Volgende week: Atomù, de reusachtige bul die rond Taalu dwaalt, heeft een medisch probleem. En in 2044 gaat de samenleving nog steeds gebukt onder de gevolgen van de datacrash. 

 

Auteursrecht bij SABAM - illustraties: Inga Moijson - eigen foto's

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.