Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Torfs: kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen of voor de happy few?

zondag 22 juni 2014
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De rector van de KU-Leuven, Rik Torfs, pleit voor een bindende toelatingsproef voor studenten uit “niet aansluitende opleidingen”. Hij waant zich hiermee revolutionair, aangezien hij hiermee een oude traditie in vraag stelt. Dat hij als rector van de grootste hoger onderwijsinstelling de uitsluiting van duizenden studenten verdedigt en in één adem beweert dat het hoger onderwijs niet meer geld nodig heeft is ronduit zorgwekkend. We willen niemand uitsluiten, maar…

Hij beweert zelf dat hij nog steeds toegankelijk onderwijs verdedigt: “We willen niemand uitsluiten om universitaire studies te volgen en schakelprogramma’s blijven bestaan, maar wie beroepsonderwijs volgde heeft in de praktijk weinig kans op slagen aan de universiteit en moet daarom volgens ons eerst slagen in een toelatingsproef. ”Waar ik vandaan kom zegt men wel eens dat alles wat voor de “maar” gezegd wordt, niet telt. Dit is bij de Leuvense rector niet anders.

Zo blijkt ook uit alles wat op de maar volgt dat hij in feite wél voor het uitsluiten van studenten in het hoger onderwijs is.

Verdoken besparing

Het bindend maken van een toegangsproef voor studenten uit bijvoorbeeld het BSO komt de facto neer op het uitsluiten van deze studenten, en dat weet ook Torfs.

In tegenstelling tot wat hij ons wil doen geloven, verdedigt hij deze proef niet uit oprechte bezorgdheid in het welzijn en het slagen van de studenten. Dit gaat om een besparingsmaatregel. Hij geeft ook zelf toe dat volgens hem universiteiten niet meer geld nodig hebben, maar autonomie. Dan is de vraag natuurlijk: autonomie om wat te doen? Om ervoor te zorgen dat de KULeuven enkel de allersterkste studenten binnenkrijgt meneer Torfs?

Dit zou u in ieder geval een heleboel kopzorgen en geld besparen, dat is waar. Zo moet u niet meer voorzien in goede studiebegeleiding, maar ook in de sociale voorzieningen bespaar je geld.

Dankzij het watervalsysteem in het secundair onderwijs is het namelijk zo dat de armsten in onze samenleving ook het laagst onderaan de waterval eindigen, met andere woorden: degenen die een richting volgden die niet aansluit op het hoger onderwijs. En laat dit nu net degenen zijn die u een bindende toegangsproef wil opleggen. De keuze: kwaliteitsvol onderwijs voor iedereen of voor de happy few?

Kwaliteitsvol onderwijs wil iedereen. Er zijn echter twee manieren om hiertoe te komen, en dit is ook de keuze die de volgende regering zal moeten maken. Ofwel doen we wat dhr. Torfs voorstelt en kiezen we voor de antidemocratische weg. Deze zorgt ervoor dat studenten aan de poort geselecteerd worden, waardoor enkel diegenen overblijven die zeker zullen slagen.

Ofwel kiezen we voor een toegankelijk onderwijs waarin we investeren om ervoor te zorgen dat er effectief meer studenten slagen. Dit laatste wordt al decennia lang verdedigd door de studenten. Dhr. Torfs noemt dit een traditie die in vraag gesteld kan worden. Wel meneer Torfs, ik vrees dat u binnenkort een heleboel studenten aan uw rectoraat zal zien om u eraan te herinneren dat deze traditie ook vandaag nog meer dan het verdedigen waard is.

Kant kiezen

Één rector beslist hier natuurlijk niet alleen over.

Ook de volgende regering heeft de kans om hier keuzes in te maken. Studenten vragen al jarenlang een herfinanciering vragen van het onderwijs. Wij willen ijveren voor een samenleving waarbij de ongelijkheden weggewerkt worden in plaats van versterkt.

De volgende regering kan de keuze maken om werk te maken van een rechtvaardige fiscaliteit, waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en hiermee een einde maken aan de structurele onderfinanciering van ons onderwijs. Maar dar is moed voor nodig. Het is een kwestie van kant kiezen.

Nele Van Parys, verantwoordelijke voor onderwijsthema's voor Comac, de jongerenbeweging van de PVDA

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

2 reacties

  • door Schoemaker op dinsdag 24 juni 2014

    In Nederland wordt geklaagd dat teveel studenten vroegtijdig afhaken. Te zwakke uitgangspositie, of toch niet de juiste richting. Toch kost dat geld. Waarom zou je als je op de stoep staat van de universiteit niet enige zekerheid mogen hebben dat de investering in de voorgenomen studie redelijke kans van slagen heeft? Waarom zou dat alleen gelden voor de happy few? Wie heeft dat tegenwoordig nog als oogmerk? Waarom iets of iemand onmiddellijk daarvan verdenken? De hogere inkomens kunnen bijlessen bekostigen, dat wel. Maar met enige creativiteit kun je dat toch oplossen voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen? Studenten die daarvoor geschikt zijn en wat willen bijverdienen, die een studiemaat worden. Het gaat erom dat kinderen uiteindelijk daar komen waar zij hun talenten voluit kunnen inzetten. Er moet langer gewerkt worden en dan is een baan die bij je past toch wel zo prettig. En hoe prettiger de burger leeft en werkt, hoe minder ziektekosten. Het moet, lijkt mij, echt van goed basisonderwijs en middelbaar onderwijs komen dat kinderen in die periode ook echt klaargestoomd zijn voor de volgende stap. Elke euro belastinggeld moet effectief besteed worden, want slordig met schaarse belastingcenten omspringen kan niet meer. Ethisch gezien ook in een hoogconjunctuur een slechte zaak. Was dat in die hoogconjunctuur niet gebeurd, dan waren nu harde bezuinigen niet nodig om de begroting rond te krijgen. Ach ja, die mandaten he. Iedereen is verantwoordelijk en dus is niemand verantwoordelijk, maar de gewone man/vrouw gaat dat altijd wel voelen. Mensen die werkeloos zijn kunnen jongelui met schoolachterstanden ook bijstaan, mits uiteraard die daarvoor de kwalificaties hebben. Dit in samenwerking met de betreffende leerkracht op de middelbare school. In Nederland valt een maatschappelijke dienst verlenen (al of niet als tegenprestatie voor leefloon) sinds vorig jaar onder het begrip participatiesamenleving. Eigenlijk dus de ideologie van de Wever en N-VA en van de partijen als CDA in Nederland en in Belgie CD&V. De Wever komt zelf uit een keurig, maar eenvoudig milieu en is professor geworden. Hij is dus erg gemotiveerd dat ieder Belgisch kind de kans krijgt, die hij ook heeft gehad en is zeker daarbij niet alleen georienteerd op de happy few. Het is niet toevallig dat N-VA en CD&V nu samen optrekken, om te regeren op Vlaams niveau en federaal niveau. Aangezien de MR op economisch terrein goed aansluit bij de Wever en Peeters, zou het mooi rond gebreid kunnen worden, als de MR de politieke moed zou hebben desnoods alleen in te stappen en er dus spoedig een herstelregering komt en goed onderwijs een prioriteit daarbij wordt! Het is dus zaak om alle kinderen goed voor te bereiden op een voor hen geschikte studie aan de universiteit. Wat je zo hoort is dat kinderen eigenlijk doorschuiven naar de middelbare school met een achterstand en dat men daar nog aan basisschoolniveaus moet timmeren. In vroegere jaren had je daarvoor nog een of twee jaar voortgezet lager onderwijs (VGLO). In Nederland begint de regering in te zien dat in de hele schoolloopbaan men rekening moet houden met kinderen die rekenblind zijn, of leesblind. Dit ook niet zelden gecombineerd met ADD of ADHD. ADD is een aandacht tekortstoornis (concentratievermogen is beneden gemiddeld en is bovengemiddeld gauw afgeleid. Heeft men hypergedrag erbij, komt het H-tje erbij. De informatieverwerking gaat in het ADD brein ook trager. Dat heeft met het korte termijn geheugen te maken. Dit heeft niks met intelligentie te maken. Heb je slechte ogen, biedt een bril soelaas op school. Heb je een stoornis, die nogal veel voorkomt is er niet zo'n eenvoudige oplossing voorhanden. Het spreekt vanzelf dat je die groep tijdig in de smiezen moet hebben en leerstof, aangepast aan hun beperking, moet worden overgedragen. Bovendien is o.a. ADD en ADHD sterk erfelijk bepaald. Je helpt er elke volgende generaties dus ook mee. De bekende hyperactieve vorm ADHD valt sterk op. De ander juist niet. Een ADD kind heeft een gemiddeld een lagere energie en die met het H-tje gemiddeld veel hoger. Beiden zijn visueel ingesteld en nemen dus via beelden beter informatie op. Dan heb je ook nog autisme en zo meer, stoornissen die in elk geval van invloed zijn op de schoolloopbaan en succes ervan. Toenmalige minister Rouvoet van Jeugd&Gezin in Nederland meldde dat een op de 17 jongeren een stoornis heeft die in de DSM gids vermeld staat. Zijn veelal erfelijk. Dus hoeft men zich niet te verbazen dat alleen dit al een uitdaging vormt binnen het onderwijs en dat in een tijd met heel veel prikkels altijd en overal.

  • door marckmaes op dinsdag 24 juni 2014

    Er blijven natuurlijk de nuchtere slaagcijfers aan academische opleidingen aan de universiteit: van leerlingen met een diploma zevende jaar uit het beroepsonderwijs zijn er ongeveer 2 (twee) procent die slagen, uit het technisch onderwijs 17 %. Wie naar de universiteit wil volgt dus beter eerst een ASO-richting of straks een ASO-achtige doorstromingsfinaliteit binnen het hervormde secundair. Een bindende selectieproef is wellicht een stap te ver, maar een oriënterende proef is een absolute must. Ook in mijn studententijd meer dan veertig jaar geleden braken de meeste eerstejaarsstudenten die niet slaagden hun studies af omdat ze inzagen dat ze die studies en hun eigen inzet verkeerd ingeschat hadden. Voor wie beroeps- en technische trajecten volgt ligt een hele waaier van hogere opleidingen en goed betaalde jobs open. Is de sociale ongelijkheid weggewerkt als iedereen een universitair diploma heeft ? Of laten we mensen volgens hun zo verschillende begaafdheden en belangstellingen zo ver mogelijk doorstromen, ook in maatschappelijk uiterst nuttige studies en jobs buiten de univ ?

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties