about
Toon menu

Academische publicaties in maatschappij van winners en losers

Bijna zes jaar geleden nam Pieter Saey afscheid van zijn academische loopbaan. In zijn afscheidsrede schetste hij toen reeds het probleem van de toenemende publicatiedruk. Als bijdrage tot het huidige debat is dit een geactualiseerde versie van zijn afscheidsrede.
maandag 26 augustus 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Op 1 oktober 2007 verliet ik na 39 jaar de Universiteit Gent. In die jaren heb ik de universitaire wereld zien veranderen op een wijze die voor mij nauwelijks te harden was. Mijn pensionering was dan ook een bevrijding. De redenen daarvoor heb ik toen in mijn afscheidsrede uiteengezet. Hierna volgt het tweede gedeelte van die rede. Ik heb de titel behouden – er was wel een andere ondertitel: ‘De overwinning van het Oostblok in het Westen’ – en ook aan de tekst heb ik niets veranderd, tenzij op twee plaatsen enkele zinnen weggelaten. 

Een gepluimde kip is geen rationeel wezen. Over A1-publicaties in een maatschappij van winners en losers

De universitaire wereld, en eigenlijk de wereld in het algemeen, is mijn wereld niet meer.  Ik ga 2.400 jaar terug in de geschiedenis, naar het oude Griekenland. Daar waren filosofen bezig met allerlei interessante dingen, ondermeer de definitie van wat de mens is. Zij kwamen tot de conclusie dat de mens zich onderscheidt van het dier door zijn rede. De mens is een rationeel wezen.

Valkuil in het wetenschappelijk onderzoek

Maar aan welke eigenschappen merk je nu dat een bepaald wezen, dat je bijvoorbeeld op straat ontmoet, een mens is? Sommige van die filosofen kwamen tot de conclusie dat je een mens kon herkennen aan het feit dat hij of zij op twee benen loopt en geen pluimen heeft. Toen Diogenes dat hoorde, kwam de cynicus in hem boven. Hij pakte een kip, pluimde ze en zegde: ziehier een rationeel wezen. Diogenes illustreerde daarmee op een heel sprekende manier een heel gevaarlijke valkuil in het wetenschappelijk onderzoek, nl. de verwarring tussen 'intensie' en 'extensie' van een begrip.

De intensie van een begrip is de verzameling van noodzakelijke en voldoende voorwaarden waaraan een verschijnsel moet voldoen om tot de extensie van dat begrip te behoren. De extensie van een begrip is de verzameling van verschijnselen waarop het begrip van toepassing is. De valkuil bestaat er nu in op een ondoordachte manier vanuit de extensie de intensie of begripsinhoud te bepalen.

Ik zou de wetenschappers, die in deze valkuil zijn getrapt door factoranalyse, econometrische en causale of structurele modellen routineus te gebruiken, niet te eten willen geven. Jonge dames en heren positivisten, die de nieuwe oriëntatie terug aan het uitvinden bent, let daar toch eens op. Dat zijn heuristieken waarvan de resultaten veel minder zouden mogen gepubliceerd worden dan nu de gewoonte is geworden.

Maar wat heeft dit verhaal te maken met de wereld die de mijne niet meer is? Het antwoord ligt voor de hand: het heeft te maken met de alles overheersende rol die A1-publicaties zijn beginnen spelen in de organisatie van het wetenschapsbedrijf en die mij als wetenschapper verbijsterd achterlaat.

Waar is men mee bezig?

Men is bezig met uit een extensie, A1-publicaties, een intensie, hoogwaardig wetenschappelijk onderzoek, af te leiden. Ik ben natuurlijk niet de enige die bij deze wetenschapspolitiek vraagtekens zet. De kritische studie van de bibliometrie is zo langzamerhand een echte discipline geworden.

Misschien gaan we het binnenkort beleven dat een onderzoeker tot hoogleraar wordt benoemd op grond van zijn of haar talrijke en veel geciteerde A1-publicaties waarin hij of zij aantoont dat A1-publicaties weinig geschikt zijn om als criterium voor benoemingen te dienen. Wat men meet met A1-publicaties is invloed en dat is iets anders dan kwaliteit.

Let wel, ik ga niet ontkennen dat, in doorsnee, publicaties in A1-tijdschriften van een hoger niveau zijn dan publicaties in andere tijdschriften. Ik ben er ook van overtuigd dat een onderzoeker die auteur of hoofdauteur is van vele A1-publicaties geen slecht onderzoeker zal zijn. Maar zeg mij eens, wie durft er beweren dat alles dat van invloed is, ook van kwaliteit is en dat alles wat van kwaliteit is, ook invloed uitoefent. Waar haalt men dat volstrekt onwetenschappelijk idee toch vandaan?

Voor mij is het eigenlijk eenvoudig. In eerste instantie is het gewoon een combinatie van massahysterie, pralineprincipe en Angelsaksisch cultuurimperialisme, waarmee ik niet zozeer het taalimperialisme bedoel, maar veeleer het pragmatistisch gedachtegoed. De diepere oorzaak moet echter gezocht worden in een wetenschapsbedrijf dat qua aantal onderzoekers, onderzoeksthema’s en onderzoeksinstituten uit zijn voegen barst en dat steeds meer geld nodig heeft om goed te kunnen functioneren.

Industriële managementtechnieken

Men heeft er kennelijk niets anders op gevonden dan industriële managementtechnieken los te laten op wat, althans wat de sociale en geesteswetenschappen betreft, in wezen een ambacht is. Daarmee wil ik zeggen dat het wetenschapsbeleid  – en dat zijn zowel wetenschappers als politici – op de eerste plaats beheersbaarheid nastreven.

Je kan dat heel goed  vergelijken met de notie 'leefbaarheid van een stad', die door het beleid vernauwd wordt tot het onder controle kunnen houden van reële en vermeende conflicten. Het boeltje moet beheersbaar blijven en dat doet men door op een puur empiricistische manier te meten. Men denkt dat men dan objectief is.

Sorry hoor, maar dat is het soort objectiviteit waarvan sociaal- en geesteswetenschappers weten dat ze neerkomt op een vlucht voor inhoud met nefaste gevolgen: men heeft geen oog meer voor de heel uiteenlopende situaties waarin individuele onderzoekers zich bevinden om tijd te kunnen besteden aan A1-publicaties, men heeft geen oog meer voor de noodzakelijke distantiëring t.o.v. het eigen onderzoek en er over te reflecteren in een dik boek waar men jaren over doet, men heeft geen oog meer voor de fundamentele rol van een universiteit: het intellectueel geweten te zijn van de samenleving.

Overigens, vele A1-tijdschriften zijn in handen gekomen van grote uitgevers. Kan er mij iemand vertellen hoeveel meerwinst die uitgevers maken nu ze beschikken over tekstschrijvers die door dat soort rankingsystemen gedwongen worden alsmaar meer – gratis – voor hen te werken?

Heb ik een oplossing?

Natuurlijk niet, maar ik kan wel een aanzet geven, die trouwens helemaal niet origineel is. Begin bij het begin: bevorder of benoem iemand niet op basis van extensie maar op basis van intensie. Vraag toch gewoon, wat vind je zelf dat je beste prestaties zijn en beoordeel deze dan op basis van inhoud.

In gevallen zoals het mijne zou ik zeggen: noem 5  publicaties waarvan je de enige auteur bent en 3 publicaties met andere auteurs en de leden van de benoemings- of bevorderingscommissie zullen die grondig lezen. Voor de publicaties met co-auteurs heb ik naast wetenschappelijke kwaliteit nog een tweede criterium gehanteerd, mogelijke bijdrage tot het maatschappelijk debat, maar dat vind ik dus ook belangrijk.  

Ik heb als diepere oorzaak het beheersen van een geldverslindende toename van onderzoekers, instituten en onderzoeksthema’s geformuleerd. Maar dan rijst de vraag, waarom dan precies die manier van beheersen? Mijn antwoord is:  de opmars van de ééndimensionele marxisten.

De logica van het snelle gewin

Is het niet zo dat alles moet wijken voor het behoud en het opkrikken van het concurrentievermogen. Is het niet zo dat de logica van de kapitalistische markt doordringt in alle onderdelen van de leefwereld? Ik ben helemaal niet origineel wanneer ik zeg dat het dàt is wat er in het wetenschapsbedrijf aan het gebeuren is: het wordt onderworpen aan een soort marktlogica,  aan de logica van het snelle gewin.

Maar is het niet precies ook dàt wat Marx zegde: dat de maatschappelijke ontwikkeling onderworpen wordt aan de wetten van de kapitaalaccumulatie? Alleen, Marx had oog voor de keerzijde van die onderworpenheid, de prijs in termen van menselijke waardigheid die men voor de welvaart van een minderheid moet betalen.

Die prijs wordt tegenwoordig uit het oog verloren. Vandaar dat ik zeg: al die gasten zijn ééndimensionale marxisten en zij beseffen het natuurlijk niet. Zij beseffen niet hoe zij, door het telkens weer vooropstellen van het concurrentievermogen, marxistisch handelen en zij beseffen niet hoe ééndimensioneel zij daarbij zijn.

Het Kapitaal als nieuwe Kerk

Wij vinden ons allemaal tegenwoordig zo ontvoogd, maar zijn we dat werkelijk? Honderd jaar geleden zegde de Kerk: wees braaf, want anders kom je na de dood in de hel terecht. De mensen kropen vervolgens in het stof voor pastoor en bisschop. Dat is nu inderdaad niet meer zo. Nu is het het Kapitaal dat zegt: wees braaf, want anders krijg je de hel, niet in het hiernamaals, maar op aarde.

Er wordt voor de grootondernemers in het stof gekropen. Eigenlijk had Marx een maatschappij voor ogen waarin mensen hun eigen lot in handen zouden kunnen nemen, waarin zij niet meer zouden onderworpen worden aan blinde krachten. Daarmee bedoelde hij, de blinde krachten van de kapitaalaccumulatie die alle mensen hetzij in hun functie van arbeider, hetzij in hun functie van kapitalist onderwerpen.

Carrièrezucht gemaskeerd als mondigheid

Vandaag de dag blijven mensen onderworpen aan die blinde kracht van de marktlogica. Het zo hoog, en - laat me duidelijk zijn - terecht, geprezen individualisme van onze verlichte westerse maatschappij doet daar niets aan af. Het jammerlijke is dat dit individualisme de gedaante heeft aangenomen van carrièrezucht gemaskeerd als mondigheid.

Carrièrezucht is er altijd geweest, maar ik heb de periode meegemaakt dat er ook collectieve actie werd gevoerd. Collectieve actie betekent dat mondigen en onmondigen samen strijden tegen onrecht. Men laat de onmondigen niet in de kou staan en de mondigen temperen hun eigenbelang. Collectieve actie voorkomt dat de maatschappij verdeeld wordt in winners, die denken dat ze op eigen kracht, inclusief de keuze van het goede netwerk, carrière hebben gemaakt, en losers, die wijsgemaakt wordt dat ze hun miserie aan zichzelf te danken hebben.

Het is die wereld van collectieve actie en de ermee verbonden solidariteit die ik zie verdwijnen, ook aan de universiteiten, want wat doet die ratrace van A1-publicaties anders dan winners en losers kweken.

Gelukkig is er bij ons geen totalitair regime, maar ook bij ons verliest het middenveld aan slagkracht, collectieve actie wordt fragmentarisch, episodisch, wordt met dédain bekeken.

Ik voel die gespletenheid zo aankomen: enerzijds een officiële maatschappij van mondige individuen en mede door die mondigheid, van goed bestuur en anderzijds een reële maatschappij van plantrekkers en carrièremakers die nog enkel in een instrumentele verhouding tot elkaar staan.

Pieter Saey

De auteur is ereprofessor aan de Universiteit Gent (vakgebied sociale geografie) en doctor in de geografie, in de ruimtelijke planning en in de politieke wetenschappen.

reacties

8 reacties

  • door Piet De bisschop op maandag 26 augustus 2013

    2007

    Het plaatje wordt stilaan duidelijker. Academici aller faculteiten, verenigt u ...

  • door froels op maandag 26 augustus 2013

    Na zijn provocatieve analyse doet Pieter Saey ook een concreet voorstel, als alternatief aan het beleid zoals hij het waarneemt: "Noem 5 publicaties waarvan je de enige auteur bent en 3 publicaties met andere auteurs en de leden van de benoemings- of bevorderingscommissie zullen die grondig lezen". Wel, dat is nauwelijks verschllend van wat in sommige bevorderings- en benoemingscommissies ook gebeurt of gebeurde (mijn ervaring in Gent, VUB en Antwerpen).

    Wel veranderen faculteiten en universitaire raden van bestuur (die helemaal autonoom zijn van de wetgever!) vaak van systeem, want niemand is echt altijd tevreden. Nieuwe voorzitter of decaan, ander beoordelingssysteem. Het is niet "de politiek", maar het interne beleid van de instellingen, en natuurlijk de financieringsmechanismen. De nationale en internationale fondsen (FWO, IWT, Europa...) worden ook grotendeels bemand door academici, dus collega's.

    Wie veel geld krijgt, is tevreden met het toegepaste systeem, maar volgend jaar kan dat tegenvallen. Want er zijn veel aanvragen en veel kandidaten en weinigen zijn uitverkoren: middelen tekort. de besparingen komen eraan, het zal er niet beter op worden. De overheid moet minder uitgeven, zeggen de liberalen en conservatieve fracties in de parlementen. Dàt is wel de politieke dimensie.

    Soms denk ik: hoe hebben de protesterende academici gestemd?

    • door Johan Leman op dinsdag 27 augustus 2013

      in de commissies voor het toekennen van onderzoeksgelden waarin ik zetelde, heb ik nooit vooraf een paper van een kandidaat weten lezen, door niemand, ook niet in Nederland. Twee principes zaten voor: twee mensen rond de tafel hadden het projectvoorstel gelezen en gaven hun beoordeling, en het geheel van de mensen rond de tafel (van wie een meerderheid niet tot het vakgebied behoorde) gaf vooraf ook beoordelingscijfers, bijna uitsluitend aan de hand van de hoeveelheid gepubliceerde papers in A1 journals, waardoor iemand vooraf al uitgeschakeld kon zijn voor een volgende beoordelingsronde. De kwantiteit van de A1 publicaties was de facto grotendeels de norm. Ik zeg niet dat dit systeem het slechtst denkbare is: je moest goed zijn om direct te passeren en slechte projecten maakten geen kans. Maar in de 'grijze zone' , waar een belangrijk deel van de projecten zich situeerde, had het systeem vaak iets van een loterij. Ik ben nooit lid geweest van benoemingscommissies, maar heb via het al dan niet opgevraagd worden van een advies als diensthoofd (soms wel, soms niet...) kunnen vaststellen dat dit nogal eens "à la tête du client" gebeurde. De benoemingscommissie heet autonoom te zijn. Sorry, mijns inziens mankeert er op benoemingsvlak echt iets aan het systeem dat transparantie moet waarborgen. De samenstelling van een benoemingscommissie is soms niet toevallig. Soms ook worden vacatures "worldwide" bekend gemaakt, soms gebeurt dat niet. Hoe verklaar je dit? Of een vakbond hier iets aan kan verhelpen, weet ik niet. En ik wil zeker de procedures uit vervlogen tijden niet als beter voorstellen... Misschien heb je gelijk: niemand zal echt ooit tevreden zijn... maar het belet niet dat geijverd moet worden voor de grootst mogelijke transparantie en door beoordelingen door mensen die het vakgebied kennen en geacht mogen worden geen eigen belangen te dienen.

      • door Robrecht Vanderbeeken op dinsdag 27 augustus 2013

        Die A1 loterij leidde nog tot een andere perverse logica die hier nog niet ter sprake kwam. Academici wisten natuurlijk maar al te goed dat deze logica hegemonisch was, dus men liep in het systeem mee. Dikwijls vanuit de opvatting dat, om de discussie over de zin/onzin van deze logica te kunnen voeren, men op gelijke voet moet staan om alvast niet weggezet te kunnen worden als iemand die tegen A1’s is omdat men er geen heeft, gefrustreerd is, en dus geen recht van spreken heeft.

        Het gevolg is nu dat dit conformisme ook meebrengt dat heel wat mensen die nu als academicus actief zijn, doorheen de jaren hun identiteit/carrière op deze manier opgebouwd hebben en nu ook meer en meer geneigd zijn dit discours (hun situatie en dus zichzelf) te verdedigen, of toch op een ‘genuanceerde’ visie willen aansturen, die dikwijls niet veel meer is dan enerzijds/anderzijds warm en koud blazen. Het zou toch allemaal zo ‘complex’ zijn.

        Anderen beseffen dan weer wel dat de tijd nu rijp is om kritiek te geven, en springen plots op, in de logica dat de bereidheid uw mening te kunnen herzien ook een verlichte vorm van zelfkritisch bewustzijn is. Onzin in dit geval natuurlijk: men draait snel bij omdat de discussie een hoge vlucht neemt, maar men is uiteindelijk zelf ook mee verantwoordelijk voor deze ontsporing. Want laten we eerlijk zijn, al de academici nu op post, zeker in de geestige wetenschappen, waren weldegelijk op de hoogte van de problemen rond dit systeem, van de onderliggende absurditeit ervan, maar doordat men het onderging, zit men nu natuurlijk met de gebakken peren: ze krijgen direct of indirect de rekening (van een jongere generatie) gepresenteerd.

        Dat brengt ons tot een mooie paradox: al die academici staan bekend als verstandige en autonome geesten (‘zelfstandig’ academisch personeel) maar als je in een mallemolen zit die door de politiek wordt opgelegd, die beleidsmaker zo gretig overnemen, dan moeten de neuzen uiteindelijk toch in dezelfde richting staan. Je kan dan drie zaken doen: soft conformisme (via de nodige ontkenning en rationalisering toch mee in de pas lopen, met enige ironie of cynisme eventueel, ‘het is toch maar een job als een andere’), burgerlijke ongehoorzaamheid (en als ‘held’ ten onder gaan in de hoop dat anderen toch baat hebben bij dit principieel verzet), of collectief protest op straat, (boeken toe, geen les geven). Er is nu een momentum. Als de academische sector toch gewoon het academiejaar start zonder politieke of bestuurlijke garanties, en dit protest dus eindigt in een ‘publiek debat’, om niet te zeggen uitdooft, dan was het wellicht niet meer dan een mooie afsluiter van komkommertijd om dan over te gaan tot de orde van de dag. Ik heb nog geen politieke aanzetten gezien. Wachten tot de verkiezingsbeloftes er aan komen?

  • door froels op maandag 26 augustus 2013

    Zie mijn commentaar over syndicale actie van academici en onderwijsmensen, onder het artikel van Jan Blommaert: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/08/24/nodig-een-syndicaat-van-academici.

  • door Thomas Van Linter op maandag 26 augustus 2013

    Interessante bijdrage, net zoals de overige hier op DMW. Wat me evenwel opvalt, is dat het beest niet echt bij naam genoemd wordt. Men heeft het over "de alles overheersende marktlogica", de "graaicultuur" van de A1-tijdschriften, de output-financiering enz. Feit is dat al deze zaken terug te herleiden zijn tot één en hetzelfde systeem/model; het neoliberalisme. Het is de neoliberale logica die het marktdenken in het onderwijs - de universiteit als "kennisfabriek" - gelanceerd heeft. Vreemd was dat niet. Gezien de hegemonie van het neoliberale denken binnen de politieke en maatschappelijke elites moest het er ooit van komen. Het neoliberalisme laat nu eenmaal geen enkel domein in de maatschappij ongemoeid. Paradoxaal genoeg vloeit dit neoliberale denken ook voort vanuit de academische wereld of toch een obscuur hoekje van die wereld - Hayek, Friedman, kortom de Chicago-school en co. O.a. via de faculteiten economie heeft het zich her en der snel verspreid. Dat maakt alvast dat ik - hoewel ik sterk geloof in de nood en functionaliteit van collectieve actie - twijfel bij de haalbaarheid van een zgn. academisch syndicaat. Toch wat de alomvattendheid hiervan betreft - de voedingsbodem voor een dergelijk syndicaat lijkt me vooral vruchtbaar in pakweg de letteren- en wijsbegeerte of politieke en sociale wetenschappen, al is alles in deze soms heel relatief.

    Anderzijds stemt het academisch protest ook hoopvol - zeker indien de eisen zoals geformuleerd verbreed worden van louter financiering en tijdsbesteding naar de hele cultuur van het metier om het zo te zeggen. Uiteindelijk kan deze beweging tegen de kwalijke uitwassen van het neoliberalisme opnieuw een avant-garde zijn. Uiteindelijk kan het model dat ontstond en aanvankelijk gecultiveerd werd aan de universiteiten - zij het in eerste instantie de Angelsaksische - ook uitgedaagd en bestreden worden door diezelfde universitaire wereld. Uiteindelijk zal het alternatief mede van die universitaire wereld moeten komen. In deze moet - maar vooral, kan - de academische wereld - of toch het geengageerde deel ervan - nog steeds die maatschappelijke verantwoorde rol van avant-garde in het denken en doen spelen.

    Uiteindelijk, of het over de werkdruk van jonge en al wat oudere academici gaat of de arbeiders en bedienden die steeds vaker in precaire arbeidsomstandigheden moeten leven, of de socio-economische en klimaat-vluchtelingen gaat, telkens weer blijkt de dieperliggende oorzaak het reëel bestaand socio-economische model van het neoliberalisme te zijn. Vandaar ook dat men terecht kan zeggen; academici, arbeiders, bedienden, milieuactivisten; enz één strijd!

    Even meegeven, voor een korte maar krachtige intro inzake neoliberalisme en onderwijs is "De neoliberale waanzin. Flexibel, efficiënt en…gestoord" van Paul Verhaeghe toch wel een aanrader.

  • door Johan Leman op dinsdag 27 augustus 2013

    uitstekend artikel. Volledig akkoord.

  • door B.J. De Cordier op dinsdag 27 augustus 2013

    ... uit wiens cursussen politieke en economische geografie ik destijds veel heb opgestoken, waarvoor dank. Naast de algemene (en bijna totalitaire) vermarkting van de samenleving, kan ik mij niet van de indruk ontdoen dat er nog een andere drijfveer achter de aangeklaagde evolutie zit: het intomen of uitschakelen van universiteiten als (potentiële) haarden van dissidentie (iets wat ze in Europa en daarbuiten vaak geweest zijn). Niet onbelangrijk voor de oligarchie in tijden dat jongvolwassenen, waarvan er aan universiteiten meer per km² rondlopen dan elders, nieuwe politieke verhalen zoeken.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties