about
Toon menu

Problemen met postmodern feminisme

In heel wat feministische kringen, zeker de academische, is postmodernisme zowat de algemeen aanvaarde ideologie. De andere stromingen zijn zogezegd verouderd of verkeerd. Tijd voor een kritische kijk op deze alomtegenwoordige stroming.
dinsdag 9 juli 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Volgens postmodernisten hadden we vroeger grote verhalen die vanuit een autoriteitspositie aan ons werden opgedrongen. Postmodernisme betekende de dood van die grote verhalen en bracht een heleboel correcties aan over hoe relatief alles wel was, contextueel, ieder haar/zijn standpunt, et cetera. Ook woorden zijn niet neutraal en deze stroming beweert andere woorden te zoeken die niet vanuit onderdrukkende systemen geconstrueerd zijn. Met deze vorm van feminisme, claimt men, zullen nu eindelijk alle mensen die voorheen uitgesloten waren van macht, een stem krijgen. Er is ook een psychoanalytische tak; psychoanalyse is een nogal verguisde stroming die hier toch weer wordt opgepikt, vooral voortbouwend op het werk van Jacques Lacan.

Nu is het natuurlijk zo dat niet alles van postmodern feminisme zomaar over één kam te scheren valt. Maar eigenlijk wel het grootste deel, of de centrale lijn ervan – ondanks het geloof van de beoefenaars in hun niet in hokjes vatbare diversiteit. Deze kritiek gaat dan ook over enkele tendensen van dit postmodern kader. Niet iedereen zal zich hierin herkennen, maar dat is alleen maar goed nieuws.

Postmodernisme is echter niet gewoon weer een nieuwe manier van analyseren, de laatste academische mode. Het vormt momenteel een bedreiging voor een feminisme dat effectief wil ingrijpen in de realiteit. Het is een stroming die niet los van de historische context gezien mag worden. Niet toevallig valt de opkomst van postmodernisme samen met het uitroepen van de dood van de grote politieke verhalen – de Berlijnse muur was gevallen, het zogenaamd communistische blok was ingestort en het kapitalisme werd als wereldwijde norm onzichtbaar gemaakt. Kapitalistische opiniemakers riepen het zogenaamde einde van de geschiedenis uit.

"Postmodernisme is de ideologie van het neoliberalisme. De liberale focus op individualisme wordt erin gereflecteerd."

In het wereldsysteem waarin wij leven wordt ook in voortdurende wisselwerking een ideologie gevormd die past bij dat systeem. En dat is wat postmodernisme is: de ideologie van het neoliberalisme. De liberale focus op individualisme wordt gereflecteerd in postmodernisme. Het effect, ongeacht de vast goede bedoelingen van vele beoefenaars, is het behoud van de huidige gang van zaken en het opnieuw plaatsen van feministische theorievorming in de handen van een elite van academische intellectuelen.

Enkele voorbeelden

Hoe interessant kritieken op grote verhalen ook zijn, tegenwoordig zien we het omgekeerde probleem – er is niet te weinig relativering, er is er teveel. Er wordt zoveel weggerelativeerd dat er niets meer overblijft, niemand durft nog een stevig standpunt innemen, stel je voor dat je een valse veralgemening zou verkondigen. Spreken van een systematische onderdrukking van bepaalde groepen mag niet meer:

'Calling Papuans "oppressed" solidifies the process of object construction, naturalizing the group rather than seeking to understand their strategies of analysis.'[1]

Er zijn merkwaardig veel feministes die zich niet expliciet postmodern noemen maar toch sterk beïnvloed zijn door dit soort denken. Ik merk een soort angst om nog te zeggen dat bijvoorbeeld vrouwen een onderdrukte groep zijn, toch een noodzakelijk en fundamenteel uitgangspunt van feminisme.

In het postmodernisme worden voortdurend nieuwe woorden bedacht en ontstaan allerlei vernieuwende processen. Als je niet “problematiseert” of “deconstrueert”, ben je niet hip genoeg.'Catachresis' is nog zo'n woord, dat we aan Jacques Derrida te danken hebben:

‘whatever the identitarian ethnicist claims of native or fundamental origin… the political claims that are most urgent in decolonized space are tacitly recognized as coded within the legacy of imperialism: nationhood, constitutionality, citizenship, democracy, even culturalism. {…} They’re being reclaimed, indeed claimed, as a concept-metaphor for which no historically adequate referent may be advanced from postcolonial space, yet that does not make the claims less important. A concept-metaphor without an adequate referent is a catachresis.’ [2]

Op zijn zachtst uitgedrukt denk ik dat dit wel iets eenvoudiger kan worden omschreven. Judith Butler heeft ook eens een 'bad writing contest' gewonnen met de volgende alinea:

'The move from a structuralist account in which capital is understood to structure social relations in relatively homologous ways to a view of hegemony in which power relations are subject to repetition, convergence, and rearticulation brought the question of temporality into the thinking of structure, and marked a shift from a form of Althusserian theory that takes structural totalities as theoretical objects to one in which the insights into the contingent possibility of structure inaugurate a renewed conception of hegemony as bound up with the contingent sites and strategies of the rearticulation of power.'

Nogmaals, niemand schrijft perfect leesbaar maar het maakt deel uit van een patroon: toch wel bijzonder complexe formuleringen voor iets dat veel eenvoudiger kan worden geschreven. De vraag is wat er dan nog overblijft. Het zal in ieder geval een stuk minder elitair overkomen. Bovenstaande voorbeelden zijn nog niet eens bij de minst leesbare, teksten van bijvoorbeeld Derrida, Irigary en anderen zijn soms zo obscuur dat het grappig wordt.

Interessant hierbij is het verhaal van Karla Mantilla, redactrice van Off Our Backs. Ze vertelt in een erg boeiende tekst rond de politiek van postmodernisme over een stagiaire die in de war raakte omdat ze geconfronteerd werd met anti-abortus activisten:

'One intern, assigned to cover an anti-choice event, became confused about how "You can't say that anti-choicers are wrong -they have a viewpoint too. You really can't say any viewpoint is wrong."  She actually became confused about her stand on abortion after hearing the fervent beliefs of anti-choicers. Not that she was convinced by the merits of their arguments - that would have been at least an honest mistake. It was her inability to hold any argument as being more valid than another, so that as long as there are competing positions on any topic, she seemed unable to take a stand on it.[3]'

En dat is een heel droevige evolutie in het feminisme. Ik kom wel eens mensen tegen die, als je eender welk onderwerp vernoemt, onmiddellijk een lange lijst van auteurs kunnen aframmelen. Hun eigen mening is helaas vaak ver te zoeken. Hetzelfde soort mensen die, als je zegt dat je een probleem hebt met een bepaald seksistisch fenomeen lekker betuttelend zeggen "ja, dat is een standpunt". Op die manier wordt het concept van activisme onderuit gehaald. Activisme kan niet bestaan als mensen aannemen dat elke 'mening' even geldig is. Wat daarbij dan mankeert, is een machtsanalyse en een gezonde portie realiteitszin. Het mag populistisch klinken, maar ik heb er een hekel aan dat mensen wat in het ijle zitten te filosoferen terwijl er zoveel mensen hun levens aangetast of verwoest zien door allerlei effecten van seksisme, van vrouwenhandel over partnergeweld tot sociale uitsluiting. Ga eens iets nuttigs doen, zeg. Maar dat zou het innemen van een echte positie betekenen en dus mogelijks carrièremoeilijkheden opleveren[4].

Onleeswekkend

I used to hate writing assignments, but now I enjoy them. I realized that the purpose of writing is to inflate weak ideas, obscure poor reasoning, and inhibit clarity. With a little practice, writing can be an intimidating and impenetrable fog!
Bill Waterson, Calvin & Hobbes

Er is erg veel te doen in postmoderne teksten rond woordgebruik. De manier waarop we over bepaalde onderwerpen spreken is natuurlijk belangrijk. Het woordgebruik is echter al een probleem op zich: veel van die teksten zijn werkelijk onleesbaar. Er is veel geweeklaag over hoe moeilijk het toch is om te schrijven.

Neem Judith Butler bijvoorbeeld, misschien nog de meest verdienstelijke van de postmoderne stroming. Haar bekendste boek Gender Trouble is afschuwelijk slecht geschreven. Ligt dat dan aan Butler? Misschien. Niet iedereen hoeft even goed te schrijven. Maar als alle andere postmoderne filosofen even onleesbaar en cryptisch werk produceren, denk ik dat er meer aan de hand is dan toeval.

Het feit dat iets rust op jarenlang werk van andere filosofen is geen excuus. Ik heb zelf bijvoorbeeld weinig filosofische vorming gehad, toch kan ik zonder veel moeite werk lezen van bijvoorbeeld Simone de Beauvoir. Ik heb geen rechten gestudeerd, ik kan met wat concentratie prima de redeneringen van feministisch juriste Catharine MacKinnon volgen. Maar Butler, Derrida... mijn brein kruipt uit mijn hoofd en zet het op een lopen om de onzin te ontwijken.... zo voelt het. Als ik al niet in de lach schiet, in feite een gezond verdedigingsmechanisme dat optreedt, geconfronteerd met dergelijke warrige als inzichtelijk voorgestelde onzin. Maar het effect op feminisme is eigenlijk niet zo grappig.

Ik heb op heel wat conferenties gezeten waarin ik duidelijk bepaalde spreeksters zag proberen hun boodschap in het postmoderne jargon te verpakken om dan te struikelen over hun eigen woorden[5]. Op een recent congres waarbij een van de bekende post-koloniale academici sprak, Giyatri Spivak, merkte Anja Meulenbelt – een feministe met tientallen jaren ervaring – op dat ze na tien minuten eigenlijk niet meer mee was.

"Ik koop wat boeken van Spivak. In mijn hotelkamer (...) doe ik ‘s avonds mijn best, maar ook op papier is het bepaald niet eenvoudig om Spivak te kunnen volgen. Veel concessies aan de mensen die Derrida of Foucault niet in hun broekzak hebben zitten, doet ze niet, even een term met een voorbeeld uitleggen is er ook niet bij."[6]

Meulenbelt schrijft trouwens ook over Spivak: “het gegeven dat je je wel erg nederig en een beetje dom gaat voelen in het schijnsel van dat powerhouse.” Is dat de bedoeling, dat we ons opwerken tot onbegrijpelijke en intimiderende mensen die anderen zich dom doen voelen?

Er kunnen daar natuurlijk verschillende verklaringen voor zijn. Ten eerste: het komt omdat een aantal mensen de achtergrond niet begrijpen. Dat kan. Ik zou ook niet zomaar iets begrijpen van een boek over hogere wiskunde of quantumfysica voor gevorderden. Met dit artikel wil ik zeker geen pleidooi voor populisme houden. Niet alle teksten zijn zomaar voor iedereen direct leesbaar. Maar, zoals bijvoorbeeld Chomsky terecht opmerkt[7], in andere domeinen kan je uitleg vragen aan een expert en dan kan die zonder al te veel moeite een beschrijving geven waar een leek toch iets van kan begrijpen. Dat is niet zo met postmodernisme.

Het kan ook zijn dat mensen zoals Anja Meulenbelt, Catharine MacKinnon, mijn collega-feministes en ikzelf gewoon te dom zijn om het te begrijpen. Stel nu nog dat dat zou zijn, dan betekent dat dat aan een hele generatie van activisten die soms al tientallen jaren bezig zijn en experts zijn op heel wat gebieden, die fantastisch nieuwe inzichten niet kunnen uitgelegd worden. Dus zijn die inzichten nutteloos voor het gros van de feministische beweging.

Er is ook een veel meer voor de hand liggende verklaring. Dat is dat de teksten niet geschreven zijn om ze te begrijpen, maar juist het tegengestelde effect tot doel hebben.

"Er zijn veel feministische activistes die klagen over het elitisme in dergelijke teksten en het effect dat het veel mensen uitsluit van wat toch een emancipatorische stroming beweert te zijn."

Eigenlijk kan niemand nog uitleggen waar het precies over gaat en dat is geen toeval, dat is omdat er veel minder achter zit dan het moeilijke woordgebruik zou laten uitschijnen. Er zijn veel feministische activistes die klagen over het elitisme in dergelijke teksten en het effect dat het veel mensen uitsluit van wat toch een emancipatorische stroming beweert te zijn[8].

Wetenschapper Alan Sokal slaagde erin een volledig nepartikel ingediend en gepubliceerd te krijgen, een werkelijk hilarische tekst over de sociale constructie van de zwaartekracht[9]. Het voldeed aan de stijleisen: het mengde een heleboel populaire termen (quantum!), het was onbegrijpelijk en het citeerde een heleboel bekende charlatans. Het mag niet verbazen dat er snelsnel allerlei verdedigingen werden bedacht en Sokal hard werd aangevallen.

Recuperatie van bestaande feministische inzichten

Eén van de meest vervelende leugens van academisch postmoderne feminismtes is dat de inzichten die ze hebben nieuw zouden zijn. Neem Judith Butler bijvoorbeeld, met alle respect voor haar inzet en werk maar haast al haar ideeën waren in de tweede feministische golf ook al uitgewerkt en gebruikt. Dat hoeft ook geen probleem te zijn, iedereen die schrijft bouwt voort op eerder bestaand werk en het is juist enorm nuttig om te leren van allerlei bronnen. Maar heel wat bestaande feministische inzichten worden niet alleen zomaar overgenomen door dit postmodernisme: ze worden voorgesteld als vernieuwend, alsof ze nooit eerder bestonden.

Om beter te lijken moeten bestaande visies op feminisme aangevallen worden. Er wordt bijvoorbeeld een karikatuur van het radicaal feminisme gecreëerd, om die dan belachelijk te kunnen maken. Radicaal feministes willen het patriarchaat omverwerpen maar ze zijn essentialistisch, dus dat is slecht. Maar integendeel : àls er al iemand bezig was met de sociale constructie van wat we tegenwoordig gender moeten noemen was het wel de radicaal feministische stroming.

De typische postmoderne focus op taal is er ook niet zomaar. Taal is natuurlijk heel belangrijk. Discoursanalyse, allemaal interessant maar het is niet zo dat “voor” het postmodernisme mensen niet wisten dat woorden belangrijk zijn en dat teksten met een bepaalde agenda en in een bepaald kader geschreven worden. Maar er is ook nog iets anders dan taal. Er is ook nog een realiteit waarin jaarlijks honderdduizenden vrouwen slachtoffer worden van verkrachting, partnergeweld, vrouwenhandel...  Dit klinkt misschien in sommige oren ouderwets maar mij lijkt dat belangrijker dan taal.

Recuperatie

Maar nog belangrijker lijkt mij toch de recuperatie van andere vormen van feminisme. Een tijd geleden belandde ik nog eens in een universiteitscafé. Een student filosofie riep me toe dat feminisme niet bestaan zou hebben zonder Foucault en Derrida. Hoewel haast niemand zo negationistisch te werk zal gaan, duidt dat soort incidenten toch op een probleem met de geschiedschrijving van het feminisme. Het is ook geen toeval dat beide genoemde filosofen mannen zijn.

Kritiek op posities van objectiviteit en neutraliteit, gender als sociale constructie, de sociale constructie van de menselijke leefwereld, een soort genderdeconstructie als verzet: dat alles was al lang voor het postmodernisme gekend.

Neem bijvoorbeeld de ideeën die de meeste mensen van Butler overhouden. Het idee dat gender een performantie is en een sociale constructie. Of, moeilijker gezegd, gender samengesteld is uit performatieve processen – wat bijna hetzelfde is maar “juister” klinkt – mensen die zich dan vergissen kunnen lekker gecorrigeerd worden. Dus, mensen “doen” hun gender. Vrouwen spelen elke dag toneel bijvoorbeeld. Dat klopt. En dergelijke ideeën vind je terug bij ongeveer elke feministe die je tegenkomt, in publicaties van bijvoorbeeld begin jaren 1980 – o.a. Marilyn Frye schreef hier erg grappig en inzichtelijk over – teruggaande tot de jaren 1950, bijvoorbeeld Simone de Beauvoir (“On ne naît pas femme, on le devient”) en zelfs eerder. En het zijn precies die feministes, die al eerder hierover bezig waren, die nu de beschuldiging krijgen dat ze essentialistisch te werk gaan.

Nu zijn er twee opties: ofwel zijn de postmoderne filosofen die dit eerdere werk doodzwijgen te goeder trouw, en weten ze gewoon niet veel over de geschiedenis van feminisme, wat me pijnlijk lijkt voor zogenaamde intellectuelen, of ze vertekenen bewust het werk van feministische voorgangers om hun eigen werk belangrijker te maken[10].

Op een bijzonder inhoudsloze conferentie over “Feminism & politics” aan de universiteit Leuven[11] besprak een spreekster de verschillende stromingen van feminisme. "Radicaal feministes vochten tegen een systeem van seksisme maar die waren verkeerd want essentialistisch. Postmodern feminisme was veel beter : we doen dan aan verzet door individuele genderdeconstructie."

Dat individualisme is een belangrijk aspect binnen het postmodernisme: je mag niet meer praten over structurele onderdrukking, nu zijn we post-structuur, er zijn enkel nog gelokaliseerde disrupties en contestaties – ruwweg het idee dat je jezelf kan bevrijden als je... ja, wat eigenlijk? Een mannenpak aandoet en een snorretje tekent? Macht, altijd een probleem geweest binnen veel stromingen, verdwijnt hier weer tussen de gaatjes.

Butler (...) defines radical politics as consisting of parodic performances that might undermine what she calls "naturalized categories of identity." Butler's understanding of radicalism shows how the meaning of the word has changed in the postmodernist arena. It no longer has to do with efforts to achieve a more egalitarian society. It refers to the creation of an arena in which the imagination can run free. It ignores the fact that only a privileged few can play at taking up and putting aside identities. – Barbara Epstein, Postmodernism and the Left[12]

Niet dat ik tegen dit soort gedrag ben, integendeel. Ik vind het vaak erg grappig om te zien en het kan mensen soms wakker schudden. Als je er een tijdje bij stilstaat, zie je hoe belachelijk het gendertoneelstuk is dat wij moeten spelen, en dat op de korrel nemen is leuk en nodig. Maar als feminisme schiet het te kort, tenzij als onderdeel van een bredere strategie van verzet. En zoals Barbara Epstein zegt, dit soort spel kunnen doen is een privilege.

Woorden en de realiteit

Alle bevrijdingsbewegingen zijn gebaseerd op het veranderen van de concrete realiteit: armoede bestrijden, milieuvervuiling voorkomen, geweld aanpakken, mensen bevrijden uit gevangenissen... Woorden zijn ook belangrijk, omdat die gebruikt kunnen worden om de werkelijkheid anders voor te stellen, problemen te bedekken of bepaalde keuzes onzichtbaar te maken. Mensen zonder papieren worden illegalen genoemd, mensen die aardappels uittrekken in een ggo-proefveld zijn terroristen; of een bepaalde groep in de media wordt voorgesteld als vrijheidsstrijders dan wel extremisten maakt een groot verschil in onze perceptie over die groep, wat een bevrijdingsstrijd kan bemoeilijken. Als feminisme voortdurend wordt afgeschilderd als voorbijgestreefd of te extreem in plaats van een vrij logische reactie op eeuwen uitbuiting, seksueel geweld, mensenhandel... vindt die beweging minder gemakkelijk aansluiting bij een breed publiek. Maar het uiteindelijke doel blijft toch het veranderen van de realiteit, het veranderen van het woordgebruik kan een middel zijn maar geen doel.

Ook in linkse academische kringen zie ik dit probleem verschijnen. Veel mensen die zichzelf progressief noemen zijn in de val getrapt en langzaam, soms ongemerkt, beïnvloed door de postmoderne norm. Ik reageerde op een conferentie[11] eens op een opmerking van filosoof Etienne Balibar. Hij vertelde over verschillende systemen van onderdrukking. Volgens hem "grijpen die in elkaar maar overlappen elkaar niet helemaal – er zijn openingen."  Ik vroeg of die openingen ons dan een manier geven om die systemen aan te vallen. Zijn antwoord was “Het is duidelijk dat er verschillende vormen van discours nodig zijn”.

Vervelend is ook dat het 'pomo' feminisme zo alomtegenwoordig is dat het de stemmen van meer kritische feministes verdringt en dat het gereedschap en de analysemethodes die de 'porno' strekking aanbiedt, grotendeels machtsblind zijn. Het gezwets over empowerment is hier een goed voorbeeld van. Empowerment in de huidige context is niets meer dan een feel good term: omdat een heleboel mensen denken dat we de wereld niet structureel meer kunnen veranderen, gaan we dan maar onszelf als individu empoweren. Onderdrukking is helaas een objectief gegeven, niet iets waar je je uit weg kunt mediteren.

Empowerment is not just a feeling. To get power, you have to take it, and that means you need to try to understand where it is and who has it and how they use it; and you would also do well to have some positive vision of what you would do with power if you had it."  — Rebecca Whisnant, Beyond Multiple Choice[14]

Idem voor al het gedoe over performantie. Academische feministes schrijven papers over gender als performantie. Het probleem is dat de mogelijkheid om gender slechts als een performantie te beschouwen een privilege is. Een privilege dat transseksuele personen bijvoorbeeld vaak niet hebben, dan is gender soms letterlijk een kwestie van leven of dood. De grappige, pseudo-intellectuele artikels die we dan zien verschijnen over de clevere performantie van die of die laten een wat wrange nasmaak na in het licht van het geweld en de zware problemen die transpersonen vaak ondervinden.

Na het gaan liggen van de tweede feministische golf was er een periode met minder radicale strijd, minder grassroots, minder feministische omgevingen. Feminisme kwam enorm onder vuur te liggen en de kritische massa om aan die druk te weerstaan was er niet meer.

In een dergelijke realiteit is het moeilijk om nog effectief feminist te zijn. Tezelfdertijd zijn er heel wat vrouwen die wel nog het idee hebben feministe te willen zijn, en zich niets willen laten opleggen door anderen. Voor hen is postmodern feminisme de ideale stroming: het klinkt allemaal goed en rebels, maar houdt geen werkelijke confrontatie met de status quo in. Dat is ook een van de redenen voor het ontstaan van een feminisme dat de opkomende pornocultuur omarmd heeft, zoals Rebecca Whisnant argumenteert: "if you can't beat them, join them".

Besluit

Postmodernism’s analysis of the social construction of reality is stolen from feminism and the left but gutted of substantive content— producing Marxism without the working class, feminism without women. – Catharine MacKinnon

Op zijn best kan je zeggen dat postmodern feminisme een soort speelgoed is, een vingeroefening voor intellectuelen. Werk waarin mensen voortdurend gooien met onleesbare zinnen en obscuur jargon lijkt meer bedoeld om de aandacht van iets weg te houden. Er wordt namelijk niet veel zinnigs of nieuws gezegd.

Hierbij moet ik steeds aan het verhaal van de keizer en zijn kleren denken: iedereen applaudisseert en zegt “Hoe prachtig! Wonderlijk!”, terwijl ergens vaag het besef opduikt dat er iets niet klopt. Niemand durft iets te zeggen uit angst voor dom – of nog erger: niet cool – versleten te worden. Heb jíj al Foucault en Derrida gelezen? Nee? Dan kan je niet echt iets weten over feminisme!

Het eigenlijke effect van postmodernisme is de realiteit zelf te doen verdwijnen achter muren van onleesbaar discours, warrige zinstructuren en hoogdravende verdedigingen van geïdealiseerde fantasieën. “There's no such thing as reality”, zou Thatcher kunnen geschreven hebben in een meer postmodern moment. Na alle dure woorden blijven het neoliberalisme en de patriarchale cultuur netjes overeind.

Laten we luid roepen: “de keizer heeft geen kleren”, en dan verder werken aan een stevig feminisme.

Meer lezen hierover?

Postmodern feministisch werk is gemakkelijk te vinden, de kritiek krijgt lang niet evenveel aandacht. Daarom alvast een paar leestips voor de geïnteresseerden:

Voetnoten

reacties

6 reacties

  • door Thomas Decreus op woensdag 10 juli 2013

    Er valt inderdaad kritiek te lezen op sommige 'post-moderne' auteurs, maar deze tekst gaat toch wel erg kort door de bocht, vind ik persoonlijk. Er zijn een hoop bezwaren tegen te maken, maar ik beperk me tot de twee voornaamste: 1. Post-modernisme gelijkstellen aan de ideologie van het neoliberalisme omdat het net als dat neoliberalisme een radicaal individualisme zou voorstaan is niet alleen grotesk, maar ook fout. Als er nu één tendens centraal staat binnen het post-modernisme dan is het wel de deconstructie van het moderne subject, of het individu. De denkers die daartoe bijgedragen hebben, noem je haast allemaal: Lacan, Derrida, Butler, Foucault, ...Het (neo-)liberalisme daarentegen vertrekt doorgaans vanuit een essentialistische visie op het individu dat op perfecte wijze toegang heeft tot zijn/haar preferenties en geleid wordt door ratio. Niet verwonderlijk ook dat de beste kritieken op het liberalisme vanuit deze post-moderne denkers kunnen geformuleerd worden. Was het trouwens niet Foucault die één van de beste kritische analyses maakte van het neoliberalisme? 2. Stellen dat post-modernisten zouden uitblinken in uiterst vaag en abstract taalgebruik is een absolute dooddoener. Ja, hun taalgebruik is soms erg complex en moeilijk te doorgronden, maar dat wil nog niet zeggen dat het allemaal 'zever' zou zijn. Het vraagt studiewerk om die teksten te vatten, maar dat heeft niks te maken met elitarisme of post-modernisme. Het is gewoon eigen aan filosofie. Of dacht je werkelijk dat niet- pomo's als - ik zeg maar wat - Descartes, Hegel, Kant, Nietszche, ... zo makkelijk te begrijpen zijn?

  • door agnesdwm op dinsdag 9 juli 2013

    Terechte kritiek op het fenomeen postmodernisme, en geestig geformuleerd. Alleen jammer dat de auteur er zomaar van uitgaat dat alle lezers, feministes of niet, de tamelijk lange en tamelijk talrijke Engelse citaten begrijpen. Agnes (agneshollanders@hotmail.com)

    • door Evie Embrechts op woensdag 10 juli 2013

      Bedankt voor de reactie. Misschien moet ik langere citaten inderdaad ook vertalen naar het Nederlands, in dit geval beter samen met de oorspronkelijke tekst omdat het moeilijk zal zijn die specifieke formuleringen in dezelfde stijl weer te geven.

  • door Robrecht Vanderbeeken op woensdag 10 juli 2013

    Kritiek op postmodernisme als filosofische stroming is zeker nuttig en kan ook constructief zijn, maar in deze tekst worden alle clichés helaas op één hoop gegooid. Het betoog dwingt de lezer tot een erg gesloten conclusie: het zou allemaal onzin zijn, boerenbedrog.

    Derrida schrijft bijvoorbeeld inderdaad moeilijk, dat vind ik ook, maar u kan hem blijkbaar niet snel genoeg als elitair wegzetten zonder enigszins de moeite te nemen enkele stellingen te bespreken. Een filosofie die zo origineel is, op basis van de vorm afwijzen is gewoon het debat uit de weg willen gaan. Dat is toch wel bedenkelijk en bovendien een gemiste kans. Op deze manier een filosofische traditie willen 'deconstrueren', die trouwens al zo dikwijls op erg domme manier aan de kaak werd gesteld, heeft veel weg van intellectueel effectenbejag. Zou het niet veel interessanter zijn om een balans van het postmodernisme op te maken, of beter nog: enkele boeken of auteurs afzonderlijk, en op basis daarvan een stap verder te zetten, na te denken hoe men bijvoorbeeld tot een meer geavanceerd feminisme komt (of andere sociale theorie over andere onderwerpen)? Nu is het gewoon terug naar af: 'haha, de keizer heeft geen kleren aan, mis poes'. Welke filosofen zijn dan wel toegelaten?

    Ook die verwijzing naar dat nepartikel van Sokal, alweer. Wat stelt dat nu eigenlijk voor? De redactie van één tijdschrift ging hier door de mand. (Er zijn trouwens wel wat boeken van Oxford University press waarin wordt beweerd dat ggo's zo belangrijk zijn voor de honger uit de wereld te helpen, etc. Nochtans gaven die al prachtige boeken uit. Of je moet maar eens kijken met hoeveel hekserij economisch-wetenschappelijke toptijdschriften weg geraken). Enfin, dus die stunt, dat zou dan als ontmaskering van de filosofie van Foucault, Derrida, Deleuze, etc. moeten doorgaan? Klopt natuurlijk niet. Sokal maakte trouwens wel wat andere punten waarmee je wel (en veel harder) enkele postmoderne auteurs in vraag kan stellen en waar de lezer inhoudelijk ook wat mee kan om een noodzakelijke stap verder te zetten. Er bestaat zeker zoiets als postmodern dwalen, zoals er ook op basis van Darwinisme grote onzin wordt verkocht, maar je kan toch moeilijk ontkennen dat bijvoorbeeld het differentiedenken ook een radicaal Verlichtingsdenken is?

    Trouwens, als je er dan zoveel problemen mee hebt, laat die auteurs dan toch gewoon links liggen, bouw een beter verhaal uit zodat die (inderdaad dikwijls erg zwevende) 'pomo-adepten' gewoon minder interessant zijn? Ik ben benieuwd. Overigens al met veel interesse andere boeiende blogs van u gelezen.

  • door Robrecht Vanderbeeken op woensdag 10 juli 2013

    In een herlezing van uw stuk – als second opinion om even te checken of ik gisteren niet teveel in de zon had gezeten en dus te snel repliceerde – ben ik het er alleen maar meer oneens geworden.

    U hebt terecht moeite met mensen die aan name dropping doen en weigeren zelf te denken. Ik kan mij daarentegen niet vinden in uw poging tot speelse poging om een bijzonder waardevol stuk filosofisch erfgoed, om het zo maar even te noemen, als woordenkramerij af te zweren.

    Als auteur begrijp ik uw impuls – zelf overkomt het mij ook dat onvrede of frustratie met een manier van denken of doen een startpunt is voor een kritiek – maar je moet er dan wel meer mee doen. De ondertoon is hier onvoldragen, zelfs dogmatisch. Alleen op Butler ga je een beetje in (en in één beweging volgt een uithaal naar Lacan, Foucault, Derrida, die ‘pomo-mannen’).

    Tja, misschien was/is het beter een afzonderlijke kritiek te maken op de pomo-pseudo’s waar je zoveel moeite mee hebt, en dan daarnaast degelijke repliek op Butler? Probleem is dan wel dat op het eerste al dikwijls gewezen werd (maar dat maakt het daarom niet minder waar – denk aan de kritiek op die kunstkritiek en kunstwetenschap die niet verder geraakt dat wat gedweep met Deleuze: omdat men er blijkbaar niet toe komt zelf iets over een kunstwerk of theatervoorstelling te zeggen gaat men filosofische conceptjes ‘toepassen’ wat dikwijls leidt tot steriel gefilosofeer (een soort gesloten automatisme of een interpretationisme dat keer op keer afgedraaid wordt en zichzelf herhaalt, etc.).

    Het tweede: kritieken op Butler zijn er ook al, zoals door Zizek, maar dat is dan weer wel een man natuurlijk… . Ik vind uw nadruk op ‘mannen’ ook best wel krampachtig. Als vrouw (en ervaringsdeskundige) ben je allicht beter geplaatst om iets over het feminisme te zeggen, maar is het geen joekel van een vooroordeel er vanuit te gaan dat mannen dat niet zouden kunnen? Vergelijk: moet je religieus zijn om iets over religie te zeggen? Een kunstenaar om over kunst te praten? Etc. Of heb ik hier ook geen recht van spreken meer?

    Trouwens, in uw stuk lees ik evengoed stellingen die al even krom zijn als dat gratuit hoogdravend geciteer van Lacan bijvoorbeeld. Het postmodernisme is bijvoorbeeld helemaal niet ‘de ideologie van het neoliberalisme’. Harvey en Zizek wezen er wel terecht op dat het postmodernisme als een dienstmaagd van het kapitalisme werd ingezet - gerecupereerd – bijvoorbeeld omdat het ook de kritiek op het kapitalisme als een zoveelste ‘groot verhaal’ dreigt te ‘deconstrueren’ (hoewel, anderzijds, heel wat postmoderne denkers net sterke Marxistische maatschappijkritiek formuleerden en hun inzichten zich uitstekend lenen om het neoliberalisme als realisme te deconstrueren… .) maar dat maakt het nog niet ‘de ideologie van’.

    Wie die logica volgt, kan mei ’68 ook wegzetten als ‘ideologie van neoliberalisme’ omdat die bevrijdingsideologie inclusief de zucht naar individualisme een doorstart voor de consumptiecultuur mogelijk maakte en zelfs flink in de hand werkte door de impliciete ‘depolitisering’ die een hippiecultuur soms met zich meebrengt. Causaal gezien werkte de Verlichting of de secularisering het hedendaags individualisme ook in de hand, maar het zou uiteraard complete onzin zijn om daar ‘de oorzaak van het neoliberale kwaad’ te zoeken toch?

    Kortom, uw honger om van gevestigde auteurs nog maar eens een karikatuur te maken, gewoon omdat je het misbruik ervan en gedweep ermee op de korrel wil nemen, leidt ertoe dat een kritiek dreigt door te slaan in een intellectueel vandalisme. Want dan is Beckett ook ‘onleesbaar’, hedendaags theater ook ‘elitair’, kunnen we ons een deuk lachen met de cinematografische ernst van Bela Tarr, enz.

    Om de vergelijking rond te maken, moet je deze visuele kritiek op het oeuvre van Brits documentairemaker Adam Curtis eens bekijken: http://www.youtube.com/watch?v=x1bX3F7uTrg. De maker ervan neemt de artistieke vorm van Curtis op de korrel – door het belachelijk te maken eigenlijk – maar heeft vooral tot doel om de inhoud ervan als onzin verpakt als propaganda weg te zetten. Heel intellectueel oneerlijk eigenlijk, want nergens in deze ‘kritiek’ wordt er gesproken over één stelling van Curtis uit zijn vele bijzonder sterke documentaires, (op archive.org vindt u ze gratis, Century of the Self, the Trap, etc. zijn absolute aanraders), nergens één tegenargument dus. Wel giechelen natuurlijk, maar dan toch wel op een bijzonder goedkope manier. Doet mij eigenlijk wat denken aan stijl LDD, maar dan voor theoretici.

  • door Mare op dinsdag 10 september 2013

    Hey Evie

    Eindelijk je artikel gelezen. OK ik snap je, mijn eerste reserve was onnodig, ik ben het over het gros met je ééns.

    Behalve dan dit: Derrida en Foucault zijn écht de moeite! :-)

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties