about
Toon menu

Internet en vrijheid: rechten moeten permanent worden afgedwongen

ACTA (Anti-Counterfeiting Trade Agreement) was de zoveelste poging van industrie, multinationals en overheden om democratische verworvenheden in te perken om hun winstmarges te vergroten. Aanhoudend protest maakte het voor enkele overheden onmogelijk om ACTA goedgekeurd te krijgen. Nieuwe voorstellen liggen echter al op tafel om onze vrijheden voort in te perken.
woensdag 25 april 2012

Wij, en zeker en vast ikzelf, moeten opletten of we overvallen jullie met doemscenario's over nieuwe reguleringen (ACTA, SOPA, PIPA, CISPA, ...), macht van technologiebedrijven, inbreuken op de privacy enz.

Om dat te vermijden, denk ik dat het nodig is om ook een beetje historisch perspectief toe te voegen aan het debat en dat zelfs te gebruiken als een uitgangspunt.

We leven in een land waar we mogen deelnemen aan verkiezingen; er zijn grote vakbonden die het opnemen voor onze rechten; er is vrijheid van meningsuiting en er is vrije toegang tot informatie. Dat alles lijkt ons vanzelfsprekend: die rechten zijn er schijnbaar altijd geweest en zullen er dan ook wel altijd zijn.

Niets is natuurlijk minder waar en het is zeer belangrijk om te beseffen dat nagenoeg alle democratische vrijheden waarover wij vandaag beschikken, afgedwongen werden door sociale strijd. Stemrecht, recht op onderwijs, vrije media: allemaal afgedwongen door sociale strijd en soms lieten mensen daarbij het leven.

Het is ook een vergissing om te denken dat eenmaal die rechten verkregen, ze daarom ook voor eeuwig en altijd verworven zouden zijn. Regelmatig zien we hoe stemrecht en andere rechten worden opgeschort. Het meest extreme voorbeeld was wellicht Nazi-Duitsland, dat op het gebied van vrijheid en democratie naar het feodale tijdperk werd gekatapulteerd. Dat maar om mee te geven dat democratische rechten permanent moeten worden verworven en dat ze ook constant onder druk komen te staan van andere belangen.

Het internet is ook geen vrijplaats of een eiland waarop de wetten van de samenleving niet zouden gelden.

Als we nu eens kijken naar ACTA

ACTA is een plan of voorstel voor een geheel van wetten en internationale afspraken rond auteursrechten en patenten. ACTA kwam tot stand in het grootste geheim. Verschillende overheden, maar ook enkele grote bedrijven, werden betrokken bij het formuleren van voorstellen.

ACTA valt buiten elk bestaand internationaal samenwerkingsverband. Het is geen initiatief van de EU of de Wereldhandelsorganisatie (WTO); het staat daar allemaal los van. ACTA kent een adviescomité waarin de farma-, muziek- en software-industrie vertegenwoordigd zijn.

Dus voor een goed begrip: grote bedrijven adviseren overheden in het grootste geheim over internationale wetgeving.

Het gaat om voorstellen die een impact zullen hebben op geneesmiddelen, op de manier waarop we met media omgaan en die heel wat vrijheden op het internet aan banden willen leggen.

Je zou verwachten dat die overheden dat willen bespreken met het middenveld: NGO's die met gezondheidszorg bezig zijn, mensenrechtenorganisaties, gebruikersorganisaties, enz. Niets daarvan. Terwijl er een adviescomité is waarin de grootste multinationals zetelen, kunnen de burgers in het beste geval via WikiLeaks te weten komen waarover het gaat (WikiLeaks die in 2008 het eerste ontwerp van ACTA liet lekken).

Patenten, copyright: een rem op de vooruitgang

Patenten, copyright en auteursrechten hebben onmiskenbaar een belangrijke rol gespeeld in de moderne samenleving. Ze zetten uitvinders aan om innovatieve voorstellen te ontwikkelen. Patenten zorgden er soms ook voor dat concurrenten met innovatieve en betere voorstellen op de proppen kwamen, omdat ze bepaalde patenten dienden te omzeilen.

Maar vandaag kunnen we zonder meer zeggen dat de hele patent- en copyrightwetgeving in zijn huidige vorm een rem is op de vooruitgang en innovatie. Bedrijven nemen patenten of auteursrechten op ideeën en innovaties, enkel en alleen om te vermijden dat de concurrent er iets mee zou kunnen aanvangen.

Het doel is dus niet om innovatie te stimuleren, nieuwe producten op de markt te brengen, zijn research te beschermen: nee, het doel is enkel en alleen het de anderen (en dus ook de mensheid in zijn geheel) onmogelijk te maken met die ideeën aan de slag te gaan. Dat is pervers.

Zonder schroom neemt men patenten op genen, genen van planten, dieren en ja, ook de mens. Ja, u hoort het goed: er zijn bedrijven die eigenaar zijn van enkele specifieke menselijke genen.

We moeten dringend dat hele systeem van auteursrecht en patenten herdenken: niet met het oog op de winstmaximalisatie voor enkele bedrijven, maar zodat de gehele mensheid er beter van wordt.

Maar ACTA is zeker niet de enige bedreiging voor de vrijheid op het internet.

Iedereen op TOR

Als u een brief verstuurt met de post: wat doet u dan? U stopt hem in een omslag die u dicht kleeft, het is immers niet de bedoeling dat de postbode en anderen de brief meelezen.

Op het internet echter is alles wat u verstuurt, zoals e-mails, berichtjes op een website, Twitter enz., even goed beveiligd als een postkaart. Met andere woorden: iedereen die wil, kan meelezen.

TOR is een netwerk van computers en servers dat het mogelijk maakt om, versleuteld en anoniem, op het internet te surfen. Je zou TOR een beetje kunnen vergelijken met een omslag die je dicht kleeft waarna je hem anoniem op de bus doet.

Her en der hoor je media en overheden beweren dat TOR een criminele versie van het internet zou zijn. Het is zeker dat er via TOR illegale informatie en bestanden worden verzonden, zoals er via de post ook met de grootste zekerheid heel wat anonieme en illegale pakjes en brieven worden verstuurd.

Maar het is toch niet omdat ik met een fototoestel kinderporno kan fotograferen dat fototoestellen illegaal en crimineel worden verklaard? Met een auto kan je mensen dodelijk verwonden, een reden om hem te bannen uit het verkeer?

Eigenlijk zouden overheden moeten investeren in TOR, het netwerk mee uitbouwen door te investeren in servers, bandbreedte, ... opdat de burgers zorgeloos berichtjes zouden kunnen vesturen zonder dat er over hun schouders wordt meegelezen.

Wie een brief opent die niet voor hem bestemd is, maakt een inbreuk op het briefgeheim.

Stel je nu eens voor dat je brieven worden geopend door één of andere marketingjongen: die leest de brief en gaat na waarover het gaat en stopt dan bij je brief enkele reclamefoldertjes, die passen bij de inhoud van je brief.

Dat is exact wat Google, Facebook en andere socialemediasites doen. Ze scannen je hoogst persoonlijke boodschappen op hun inhoud en plaatsen er dan de 'gepaste' advertenties bij.

En weet je nu wat?

Niet de mensen die inbreuk plegen op jouw briefgeheim liggen onder vuur, maar wel die mensen die hun omslag dichtkleven en die gebruik maken van het recht op privacy.

ACTA bijvoorbeeld, bevat een onderdeel dat internetproviders aansprakelijk stelt voor inbreuken op het copyright. Dus niet alleen verwacht ACTA dat de postbode bijhoudt van wie u allemaal brieven ontvangt en naar wie u ze verstuurt; hij moet ze ook openen en in de gaten houden dat u geen illegale dingen verstuurt.

Het schenden van het briefgeheim wordt dus de regel.

Stelt u zich voor dat een papierfabrikant zou toezien op wat er al dan niet op zijn papier wordt gedrukt. Indien een uitgever een werk zou willen drukken dat niet in de fabrikant zijn kraam past, dan zou die laatste het drukwerk kunnen verbieden of onmogelijk maken. Kunt u zich dat voorstellen?

Dat is nochtans wat Apple doet in haar Apple-store.

Wie heeft er geen Ipad of Iphone? Wie kocht daarmee al eens een e-boek of de digitale versie van een magazine, een strip of zo?

Wist u dat het onmogelijk is om de Snoecks-kalender te kopen via Ipad of Iphone? Apple vindt immers dat de inhoud 'ongepast' is en censureert het daarom uit haar webshop.

Apple censureert honderden boeken, magazines enz., omdat ze de inhoud 'ongepast' vindt.

Technologie en maatschappelijke verandering

Toen in 1994 het internet beschikbaar werd voor het grote publiek, verschenen er allerlei werken die beschreven hoe dat de wereld zou veranderen. Het internet draagt inderdaad heel wat in zich om op allerlei gebieden een maatschappelijke revolutie te veroorzaken.

Het is een onwaarschijnlijk instrument om democratische processen en participatie te organiseren.

Maar het zou ook heel ons economisch bestel volledig kunnen revolutionariseren. Het internet is een prima werktuig om behoeften, noden enz. in kaart te brengen en het dus mogelijk te maken om daar op in te spelen.

Clay Shirky schrijft: "Nieuwe communicatiemiddelen worden pas sociaal interessant als ze onzichtbaar worden, als ze technologisch vervelend worden." Nieuwe technologie veroorzaakt, volgens Shirky, geen fundamentele verandering zolang ze niet volledig ingeburgerd is. Pas wanneer technologie normaal, vervolgens alomtegenwoordig en tenslotte onzichtbaar wordt, vinden diepgaande veranderingen plaats.

Clay Shirky doceert aan de Universtiteit van New York en schrijft columns voor Wired, The New York Times, Wall Street Journal.

Het voorbeeld van de auto: daarvan zien we pas de laatste 10 à 20 jaar de maatschappelijke impact (ravage). De relatie wonen-werken (of bijvoorbeeld onderwijs en cultuur) is volledig op de achtergrond geraakt.

In Zweden bijvoorbeeld, mag de nationale dienst voor arbeidsbemiddeling een werkzoekende een job aanbieden in een straal van 200 km rond zijn woonplaats: ondenkbaar zonder auto. Je kan bij je daarbij natuurlijk afvragen of dat dan wel wenselijk is, alle dagen 400 km met de wagen naar je werk? De Zweedse regering vindt alvast van wel.

Vrijheid, gelijkheid en solidariteit (liberté, égalité, fraternité)

Dat zijn de waarden van de Franse Revolutie of de Verlichting. Je zou denken dat we vandaag toe zijn aan een nieuw referentiekader en wellicht is dat ook zo. Je zou er op zijn minst het ecologische aspect moeten aan toevoegen. Toch moet je ook vaststellen dat we elke dag opnieuw op de barricade moeten staan voor deze rechten.

In heel Europa ondergraaft men de solidaire mechanismen waarvoor zo hard is gestreden: Walen tegen Vlamingen, Noord-Europeanen tegen Grieken en Portugezen, inperken van uitkeringen, verlagen van pensioenen, duurdere gezondheidszorg (solidariteit dus).

De kloof tussen arm en rijk neemt niet enkel wereldwijd toe, ook in de rijke landen stellen we vast dat de kloof tussen de 1 procent rijksten en de armsten toeneemt. In de hele westerse wereld verkopen de luxemerken als nooit tevoren (Porche, Ferrari). In New York leeft vandaag 20 procent van de bevolking onder de armoedegrens (gelijkheid dus).

In Frankrijk wil Sarkozy mensen gaan vervolgen die naar radicale, opruiende websites surfen.

Barbara Van Dyck moet zich voor de rechtbank verantwoorden omdat ze op het VTM-journaal vertelde waarom activisten een aardappelveld in Wetteren bestormden: daardoor staat ze nu terecht op beschuldiging van 'bendevorming'.

Het is op het internet met andere woorden, niet beter of niet slechter gesteld dan in de reële wereld. En net als in de reële wereld zullen we onze rechten enkel kunnen vrijwaren door te sensibiliseren en te mobiliseren.

reageer

Eén reactie

  • door Bernard Decock op woensdag 25 april 2012

    ACTA werd nog niet geratificeerd. Wat natuurlijk niet belet dat de burger alert dient te blijven. Onlangs werd wereldwijd een protest-campagne opgezet tegen CISPA (Cyber Intelligence Sharing and Protection Act ). Deze wet laat toe dat Amerikaanse bedrijven zonder meer informatie overdragen aan de Amerikaanse overheid. Het is opmerkelijk dat zowel Facebook als Microsoft voorstanders van die wet zijn. Inderdaad de patenten-kwestie is grondig ontspoord. Patenten worden gebruikt om de anderen te hinderen en drijven de kosten nodeloos op. Zo rijft Microsoft een pak geld aan Android op, een systeem waar ze geen enkele inbreng in hebben gehad dat ze met alle mogelijke middelen trachten te bekampen. Moraal van het verhaal: ga voor open standaarden, promoot open source.

Lees alle reacties