Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu
Aankondiging

We Own It! Het belang van publiek bezit

Mainstream media hebben het gemist, maar het terugwinnen van onze publieke eigendom gaat wereldwijd. Dat is hoopvol en verdient onze bijzondere aandacht. Daarom halen ACOD Cultuur en Vooruit op 26 april o.a. Andrew Cumbers en Cat Hobbs naar Gent, die recent nog de Britse socialist Jeremy Corbyn adviseerden. Interesse in een studiedag over de toekomst van onze publieke dienstverlening en hoe we die samen kunnen beheren én bezitten? Welkom.
donderdag 12 april 2018

De afgelopen jaren zijn er minstens 835 voorbeelden te tellen van het opnieuw vermaatschappelijken van openbare diensten, waarbij meer dan 1.600 steden in 45 landen betrokken waren. Een meer dan terechte evolutie, want de publieke opinie is een sterke voorstander van het runnen van dienstverlening in functie van de mensen, niet de winst. 

Terwijl de meeste politici het algemeen belang uit het oog verloren, en rechtse beleidsmakers op kosten van de belastingbetaler een klassenoorlog tegen het volk voeren, sluiten mensen over de hele wereld het hoofdstuk van privatisering en neoliberale handelsregimes af.

Burgerbewegingen, vakbonden en linkse partijen verbinden hun strijd om essentiële diensten als energie, vervoer, water, water, huisvesting, sociale zorg, veiligheid, openbare ruimte, sport of cultuur weer in publieke handen te krijgen. Of te houden, zoals in Frankrijk, waar het sociale protest tegen de privatisering van het spoor vandaag momentum krijgt.

Er is immers een alternatief voor het misbruik door de private sector, het gelobby en de schendingen van arbeidswetgeving. Het is wél mogelijk in de basisbehoeften van mensen te voorzien zonder iemand uit te sluiten.

De steeds verder afnemende kwaliteit van de commerciële dienstverlening en de steeds verder stijgende prijzen zijn niet onvermijdelijk. We kunnen de democratische controle over onze economie terugwinnen, als we dat samen doen.

Wat te doen?

Het mobiliseren van mensen om zich mee in te zetten voor de uitbouw van alternatieve modellen van publiek bezit valt enigszins samen met de wijze waarom we die modellen zelf kunnen organiseren.

Het idee dat transparant en verantwoordelijk management op basis van participatie van werknemers en gebruikers succesvol en gezond kan zijn, veronderstelt immers dat je mensen collectief mee betrekt in de organisatie van hun publieke commons of gemene goed.

Bottom-up aangestuurde modellen van publieke eigendom, met verschillende niveaus van democratische betrokkenheid van burgers en werknemers, zijn onze enige garantie voor een duurzame transitie die echt inspeelt op onze huidige sociale en ecologische uitdagingen.

Protesteren tegen de klimaatcrisis en tegen het besparingsbeleid – fuck TINA! – valt samen met de sociale strijd waarbij we willen terugnemen wat ons allemaal toebehoort. Dienstverlening: wij hebben het nodig, wij gebruiken het, wij betalen het. Wij moeten het dus ook kunnen beheren en bezitten.

Om het met de gevleugelde woorden van activiste Cat Hobbs te zeggen uit haar speech voor het Britste Labour: “We moeten de media en elkaar er aan herinneren dat publieke dienstverlening misschien wel het beste, het meest wonderbaarlijke, nobelste en meest geciviliseerde ding is dat mensen ooit hebben uitgevonden!”

Anders gezegd: we moeten terug pro publiek durven denken.

Verzetje hoger

Opkomen voor ons publiek bezit betekent dat we in politiek opzicht ambitieus zijn. Want hoe belangrijk ook, een politiek van herverdelen is niet genoeg.

De toenemende ongelijkheid vereist dat we het probleem bij de bron aanpakken: de concentratie van eigendom én beslissingsmacht in enkele private ‘onzichtbare’ handen.

Dat ontneemt een sociaal beleid haar slagkracht en maakt een democratisch bestuur vleugellam. Meer publieke eigendom is daarom een noodzakelijke voorwaarde om het verder afglijden naar toekomstige feodale toestanden te vermijden.

Dat is ook de boodschap van We Own it, een Britse burgerbeweging die op initiatief van oprichtster Cat Hobbs actief campagne voert voor sterke publieke diensten, tegen de privatiseringspolitiek in.

Het Verenigd Koninkrijk is sinds de jaren tachtig koploper ter zake. In 2014 ging het postbedrijf Royal Mail nog voor de bijl. Net daarom is het voor ons land interessant om te bestuderen hoe er daar een tegenbeweging tot stand komt.

Ze kregen met Thatcher veel vroeger een neoliberale shocktherapie over zich heen, maar staan intussen ook al verder met het ontwikkelen van een antwoord daarop.

Een hoopvolle ontwikkeling in het Verenigd Koninkrijk is de groeiende samenwerking tussen linkse partijen, burgerbewegingen en vakbonden. Met Labour in de spits.

Jeremy Corbyn wil de privatiseringen van de afgelopen decennia terugdraaien. Zijn Labour wil de bakens van het debat over economie en samenleving radicaal verzetten en deed daarvoor een beroep op Andrew Cumbers.

Deze Schotse politieke econoom en auteur van Reclaiming Public Ownership. Making Space for Economic Democracy (2012) was een hoofdspreker op het recente Labour-partijcongres over ‘Alternative Models of Ownership’.

Reclaiming Public Ownership

Onder publiek eigendom verstaat Cumbers zowel overheidsbedrijven op nationaal of lokaal niveau als burgerinitiatieven, gebruikerscollectieven of coöperatieven. In deze bewust pluralistische kijk ziet Cumbers een oplossing voor de beleidsfouten uit het verleden.

Publiek eigendom mag immers geen synoniem zijn voor bureaucratische, sterk hiërarchische en starre overheidsbedrijven. Verschillende publieke eigendomsvormen hebben elk hun zwaktes en sterktes inzake impact, organisatie, transparantie, efficiëntie en flexibiliteit.

Daarom is een dynamisch samenspel op verschillende schalen – internationaal, nationaal en lokaal – de sleutel tot een democratisch beheerde economie.

Door de economische organisatie van onze samenleving samen in handen te nemen – een economische democratie – realiseren we pas een échte democratie.

In het publieke debat binnen onze kunstwereld en het sociaal-culturele werk is er terecht veel aandacht voor het kleine verzet van burgerinitiatieven en civiel activisme.

Tevens hoor je vanuit linkse hoek regelmatig de terechte waarschuwing dat we deze informele verbanden in termen van deeleconomie of commons niet mogen laten misbruiken als alternatief voor de verzorgingsstaat.

Kritiek op de verzorgingsstaat kan nuttig zijn, maar dan wel om die te verbeteren, niet om ze af te breken.

Het publieke debat in o.a. het Verenigd Koninkrijk lijkt daarom al een stap verder omdat er vooral wordt nagedacht hoe een dialectiek van informele en formele banden mogelijk is zodat beiden elkaar versterken en we zo tot een publieke dienstverlening van de 21ste eeuw komen.

Dialectiek

Om er alvast één afweging uit te lichten: het voordeel van informele verbanden is de garantie op persoonlijke contact. Eerder dan een anoniem instituut heb je dan bijvoorbeeld te maken met buren en bekenden. Dat schept vertrouwen en zo kan je je als participant gemakkelijker inleven en identificeren met deze publieke initiatieven.

Maar de informele sfeer van de kleinschalige, lokale initiatieven is ook vatbaar voor heel wat problemen. Net door de onvermijdelijke, persoonlijke verhoudingen kan je verstrikt geraken in een net van vriendjespolitiek of ben je afhankelijk van ongewenste sociale controle.

Wat doe je dan als racisme, uitsluiting of grensoverschrijdend gedrag opduiken? Net om dat te vermijden, werd er in het verleden een officiële dienstverlening uitgebouwd. Enter: algemeen geldende regels, toezicht en de kans op verhaal bij mistoestanden. Ook dat schept vertrouwen.

Zo garandeer je bijvoorbeeld eveneens dat zorgtaken niet als vanouds via vrijwilligerswerk alweer op de schouders van vrouwen terecht komen en dat dienstverlening betaalbaar blijft voor armere mensen.

Tevens kan je erop toezien dat de eventuele verloning correct verloopt, met respect voor de arbeidswetgeving. Of dat de werkzaamheden professioneel verlopen door mensen die daarvoor geschoold en gekwalificeerd zijn.

Via een samenspel van verschillende publieke initiatieven komen we dus tot een constructieve aanpak: een gedecentraliseerde combinatie van lokale, stedelijke, nationale en transnationale schaaldynamieken. Gesteund door een even gevarieerde veelheid van progressief activisme.

Voor dat samenspel kan je het werkwoord ‘commoning’ bezigen want onze ‘commons’ zijn immers geen verworvenheden. Ze vragen voortdurend om een actieve inzet. Of je kan het ook gewoon een collectieve strijd voor een rechtvaardige en solidaire samenleving noemen.

Sprekers: 
Andrew Cumbers: professor in politieke economie, auteur van Reclaiming Public Ownership: Making Space for Economic Democracy.
Satoko Kishimoto: klimaatactivist en onderzoeker van de Transnational Institute, coauteur van Reclaiming Public Services.
Cat Hobbs: oprichter en directeur van het campagneplatform We Own it.
Sam Mason: klimaatadviseur voor PCS, de Britse vakbond voor de openbare diensten.

Respondenten: 
Natalie Eggermont: machinist van de Climate Express.
Sacha Dierckx: onderzoeker denktank Minerva.
Pascal Gielen: cultuursocioloog, auteur van The Art of Civil Action.

We own it! Een symposium over ons publiek bezit
26 april – van 13:00 tot 17:00 – Vooruit - gratis

Meer informatie vind je hier en hier.

Een recent interview met Satoko Kishimoto vind je hier.

Robrecht Vanderbeeken is filosoof, auteur van Buy Buy Art. De vermarkting van kunst en cultuur (EPO, 2015) en vakbondsverantwoordelijke voor ACOD Cultuur.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.