about
Toon menu
Opinie

Een pro-migratiepartij in Vlaanderen en Brussel? Dat zal niet lukken

De traditionele politieke partijen mogen gerust zijn, stelt politicoloog Paul De Roo. Er bestaat een aantal onoverkomelijke obstakels om een pro-migratiepartij op te zetten in Vlaanderen en Brussel. Daarom zal die vrome wens voor mensen van andere origine in ons land nog lang niet in vervulling gaan. De Roo legt uit.
vrijdag 24 maart 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Gewezen sp.a’er Ahmet Koç en activist Dyab Abou Jahjah willen elk een politieke partij opzetten voor Vlamingen met migratieachtergrond. Abou Jahjah gaat ervan uit dat iedereen die zich niet vertegenwoordigd voelt in de politiek zelf initiatief moet kunnen nemen, zo legde hij deze week uit in de krant De Morgen.

Daar heeft hij natuurlijk groot gelijk in, dat is de grondslag van de democratie, dat elke minderheid, ongeacht hun maatschappelijke positie, het heft in handen moet kunnen nemen om voor zijn belangen op te komen. De traditionele politieke partijen mogen gerust zijn. Er bestaat een aantal onoverkomelijke obstakels. Die vrome wens zal voor mensen van andere origine in ons land nog lang niet in vervulling gaan.

Vooreerst is er de historisch gegroeide verdeeldheid van de migratiebevolking. Dat is al het geval bij de twee grote gemeenschappen, de Marokkanen en de Turken. Slechts in de ogen van de autochtone Vlamingen vormen zij samen een geheel. In werkelijkheid hebben zij in etnisch-culturele zin bijzonder weinig met mekaar gemeen.

Ook al zijn zij allemaal moslim, zelfs op dat vlak zijn zij al decennialang verdeeld. Zo heeft het bijvoorbeeld omwille van die verdeeldheid jaren geduurd eer de moslimexcucetieve effectief geïnstalleerd kon worden. Bovendien zijn noch de Marokkanen, noch de Turken tot dezelfde noemer te herleiden. Niet alle Turken zijn Erdogan-aanhangers en de Koerden zijn niet zomaar Turken. En behalve de Turken en de Marokkanen zijn er nog zovele andere Belgen van vreemde origine.

Dat de emancipatie van de migranten dezelfde weg opgaat als de arbeidersbeweging in het begin van de 20ste eeuw is mooi, maar houdt geen steek. Vooreerst vormden de arbeiders toen wel een vrij homogene massa die allemaal dezelfde belangen te verdedigen hadden.

Bovendien, en dat is van bijzonder groot belang, waren de arbeiders toen in de opkomende industrie ‘nodig’. Dat betekent dat de tegenpartij, de werkgevers, er belang bij hadden om de maatschappelijke positie van de arbeiders te verbeteren. Een betere scholing, aangepast aan de economische wensen, verhoogde de productiviteit, wat de winst verhoogde en op zijn beurt betere lonen opleverde. Daardoor konden de arbeiders zelf consumenten worden van de goederen die zij produceerden, wat nog eens de productiviteit en de winst verhoogde.

Dat fordistische model is aan de migranten niet besteed. Het merendeel van hen bevindt zich al sinds drie decennia in een net omgekeerde sociaaleconomische situatie: als laaggeschoolden zijn zij voor de arbeidsmarkt overbodig. Met hun verlangen tot maatschappelijke erkenning en evenwaardigheid kunnen zij geenszins hetzelfde gewicht in de schaal leggen als de arbeiders in de eerste helft van de 20ste eeuw.

Tenslotte, en dat zal wel het belangrijkste obstakel zijn, beschikt de migrantenbevolking niet over de noodzakelijke figuren die in hun naam en hun belang de migrantengemeenschap doorheen deze emancipatorische strijd kunnen leiden. Abou Jahjah, noch Ahmed Koç, slagen er in, ondanks hun reëel bestaande achterban, om een brede beweging van Belgen of Vlamingen met een migratieachtergrond op de been te brengen.

Abou Jahjah gelooft in zijn eigen vermogen om bruggen te bouwen omdat hij zelf deel uitmaakt van de Arabisch-islamitische gemeenschap. Wellicht is het precies dat, zijn Arabisch(-islamitische) roots, wat hem zo goed als kansloos maakt. Hoe vreemd dat ook klinkt, dat hebben we kunnen leren uit de geschiedenis van de arbeidersbeweging: de grote vakbondsleiders waren zelf ook helemaal geen arbeiders. Zij kwamen heel vaak voort uit de begoede burgerij. 

Slechts op het eerste zicht is dat een vreemde gang van zaken. Sinds het begin van de 21ste eeuw is een belangrijke groep van jongeren met een migratieachtergrond door goede scholing opgeklommen op de maatschappelijke ladder. Velen van hen hebben hoger onderwijs gevolgd. Er bestaat nu een grote groep van goed opgeleide Vlamingen met migratieachtergrond die zich zouden kunnen opwerpen als de voortrekkers van hun achtergebleven etnisch-culturele gemeenschap.

Helaas, op een paar uitzonderingen na doen zij daar niet aan mee. Integendeel, Vlamingen met een migratieachtergrond die een zoveel betere maatschappelijke positie verworven hebben, distantiëren zich van hun roots en focussen zich helemaal op de samenleving waar ze groot geworden zijn. Ze houden zich veel liever op met de problemen van de Vlaamse samenleving, bijvoorbeeld met vrouwenrechten, ook als ze een hoofddoek dragen. Ze identificeren zich zoveel liever met de succesvolle Vlamingen.

Dat verklaart meteen ook waarom deze Belgen met migratieachtergrond, die deel uitmaken van de traditionele politieke partijen, geen opvallende bijdrage leveren aan de emancipatie van hun etnisch-culturele achterban, wel integendeel. Een aantal van deze politici is daar een sprekend voorbeeld van, zoals Zuhal Demir die we niet bij naam hadden mogen noemen.

In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw, toen de ontzuiling van de Vlaamse samenleving volop op gang kwam, waren er allerhande groepen en individuen uit de begoede Vlaamse middenklasse die zich over de gastarbeiders en de migranten ontfermden. De tijden zijn helaas veranderd. Op zoveel steun kunnen Abou Jajah en Koç nu niet meer rekenen.

Paul De Roo is politicoloog en auteur van ‘De constructie van het migrantenprobleem. Een geschiedenis’, dat in het najaar van 2016 verschenen is bij uitgeverij ASP - Academic & Scientific Publishers.