Thomas Decreus

Arbeidsduurvermindering is een succes dat we moeten afdwingen

'Experiment met arbeidsduurvermindering flopt', zo berichtten verschillende media op 4 januari 2017 over een Zweeds experiment met de zesurenwerkdag. Een dag later klinken de geluiden al genuanceerder en wordt er gewag gemaakt van 'een gedeeltelijk succes'. Ook dat is echter een wel erg brave conclusie.

donderdag 5 januari 2017 14:12

Het rusthuis Swartedalen in het Zweedse Göteborg zette twee jaar geleden een experiment op: personeelsleden moesten maar zes uur in plaats van acht uur per dag werken zonder loonverlies. Nu, twee jaar later, wordt een eerste en voorlopige evaluatie opgemaakt.

Wat blijkt? De werkomstandigheden van het personeel zijn verbeterd, wat zich onder meer uit in minder ziekteverzuim. De bewoners van het rusthuis geven aan dat de zorg erop vooruit ging. Daarnaast werden ook veertien extra arbeidskrachten aangeworven om de daling van het aantal gewerkte uren per personeelslid op te vangen. Er kwam dus extra tewerkstelling bij.

En toch wordt het experiment een flop genoemd. Waarom? Te duur, zo claimen tegenstanders van het experiment. Zelfs voorzichtige voorstanders van arbeidsduurvermindering wijzen er daarom op dat ‘realisme’ en geleidelijkheid nodig zijn. Onder andere Bart Eeckhout liet in De Morgen dat geluid horen.

Groei

Twee dingen vallen op in dit debat en ze hebben alles met elkaar te maken. Ten eerste wordt de kwestie van arbeidsduurvermindering in de eerste artikels herleid tot een louter technische kwestie die staat of valt met het prijskaartje. Ten tweede wordt abstractie gemaakt van de specifieke context waarbinnen dit experiment plaatsvond.

Laat me beginnen met het tweede punt, de context. Eén van de traditionele argumenten voor arbeidsduurvermindering is dat gestegen productiviteit kan omgezet worden in meer loon en/of meer vrije tijd. Zo gesteld kan arbeidsduurvermindering ingevoerd worden zonder extra kosten, het gaat om de verdeling van toegenomen productiviteit.

Alleen, dat argument van productiviteitsgroei geldt misschien binnen een meer industriële context, maar gaat vanzelfsprekend veel minder op voor een rusthuis. Er zit namelijk een limiet op productiviteitsgroei in de verzorgingssector en onvermijdelijk zal het blinde nastreven van die groei wegen op kwaliteit van de zorgverlening. Efficiëntie en zorg geraken maar in beperkte mate door dezelfde deur. Een goed gesprek, sympathie of genegenheid kan je moeilijk financieel meten of evalueren. Dat wel proberen te doen, is de zorg onmogelijk maken.

Het betekent dat arbeidsduurvermindering, met behoud van loon, in de zorgsector vaak ‘duur’ zal zijn. Dat geldt overigens voor het grootste deel van de diensteneconomie. Ook leraars of sociale werkers kunnen niet eindeloos productiever worden. Net omdat ze met mensen werken.

Arbeidsduurvermindering levert binnen die sectoren vooral ‘sociale winst’ op. In het geval van het Zweedse experiment was dat: meer tijd voor patiënten, minder gestresseerd personeel, meer werkgelegenheid en hogere levenskwaliteit voor zowat iedereen. Misschien is dat wel de winst die er echt toe doet?

Arbeidsduurvermindering levert binnen sectoren als zorg en onderwijs vooral ‘sociale winst’ op. In het geval van het Zweedse experiment was dat: meer tijd voor patiënten, minder gestresseerd personeel, meer werkgelegenheid en hogere levenskwaliteit voor zowat iedereen. Misschien is dat wel de winst die er echt toe doet?

Het belang van sociale winst erkennen betekent evenwel dat we afstappen van een strikte kosten-baten analyse. Dat we ook stoppen met te kijken naar onderwijs, zorg of sociale hulp vanuit een louter economisch kosten-baten perspectief. Het is uit dat paradigma dat de meeste commentatoren niet kunnen ontsnappen. Logisch ergens, want het veronderstelt een vrij radicale breuk met de heersende consensus.

It’s politics, stupid

Maar goed, aan het einde van de rit moet iemand toch de opgelopen rekening betalen, niet? Evident. De vraag wie de rekening betaalt is echter geen economische vraag, wel een politieke. En dat brengt me meteen tot het eerste punt dat ik hoger reeds aankaartte. Het Zweedse experiment is niet een louter technisch of wetenschappelijk experiment, het is bovenal een politiek experiment.

Het is politiek in de enge zin want het is een experiment dat werd doorgedrukt door een linkse coalitie. Maar, en dat is belangrijker, het is ook een politiek experiment in de ruimere zin van het woord politiek. De kwestie van arbeidsduurvermindering kan niet losgekoppeld worden van de vraag wie rijkdom genereert en aan wie die finaal toekomt. Daar lopen de meningen uiteraard nogal uiteen. Die uiterst politieke vragen vermijden leidt uiteindelijk tot een non-debat.

Net omdat arbeidsduurvermindering samenhangt met een machtsvraagstuk (aan wie komt wat toe?), zal het doordrukken van arbeidsduurvermindering met behoud van loon ook een politieke en sociale strijd veronderstellen.

Ook als het over arbeidsduurvermindering gaat doen we er goed aan om een ijzeren wet in herinnering te brengen: geen enkele sociale verworvenheid werd zomaar cadeau gedaan. Toen niet, en ook nu niet. Een goed idee hebben volstaat niet, je moet ook strijden om dat idee gerealiseerd te krijgen.

Arbeidsduurvermindering is een idee dat een strijd meer dan waard is.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!