IPS

Ontwikkelingslanden dringen aan op belastinghervorming

Ondanks westerse tegenstand, dringen de ontwikkelingslanden van de G77 aan op de vorming van een intergouvernementeel belastingorgaan onder de vlag van de Verenigde Naties. Dat zou belastingontduiking, witwassen en illegale geldstromen moeten tegengaan.

dinsdag 16 augustus 2016 13:47

Het voorstel om zo’n orgaan in het leven te roepen, werd al twee keer tegengehouden door westerse landen. Dat gebeurde dat tijdens de conferentie Financing for Development (FfD) in Addis Abeba vorig jaar, en afgelopen maand tijdens de veertiende sessie van de VN-Conferentie inzake Handel en Ontwikkeling (Unctad14) in Nairobi.

Een bron binnen de G77 zegt echter dat het voorstel nog steeds op de onderhandelingstafel ligt. De G77 is de grootste coalitie van ontwikkelingslanden. Zij pleit voor een intergouvernementele groep van experts om belastingzaken aan te pakken. Ook zou de groep landen moeten assisteren bij het beter gebruiken van belastinginkomsten. Het voorstel omvat ook internationale initiatieven tegen belastingontduiking.

Illegale geldstromen

Alleen al in Afrika verdween tussen 2002 en 2012 naar schatting bijna 530 miljard dollar van het continent via illegale geldstromen, zegt de Unctad. De drie belangrijkste oorzaken van illegale geldstromen zijn commerciële belastingontduiking, overheidscorruptie en criminele activiteiten, inclusief witwassen.

Bhumika Muchhala, beleidsonderzoeker bij het Finance and Development Programme van het Third World Network (TWN), zegt dat het wereldwijde belastingsysteem vooral faalt doordat meer dan de helft van de landen in de wereld uitgesloten is van besluitvorming over wereldwijde belastingstandaarden.

“Maatschappelijke organisaties hopen dat de G77 en China, zowel in New York als in Genève, zullen blijven aandringen op een intergouvernementeel belastingorgaan onder toezicht van de Verenigde Naties, bij elke relevante conferentie of discussie binnen de VN en daarbuiten.” Ze wijst met name op de rol van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), die een monopoliepositie heeft als het gaat om wereldwijd belastingbeleid van rijke landen.

“We weten uit de geschiedenis dat zeer belangrijke hervormingen en de oprichting van nieuwe organen die oude imperialistische structuren, uitsluiting en ongelijke machtsverdeling doorbreken, veel tijd nodig hebben. Om dergelijke hervormingen te bereiken, moet een groep de leiding nemen en met volharding druk blijven uitoefenen”, zegt Muchhala.

Nairobi

De internationale belastingagenda wordt momenteel bepaald door de OESO, zegt Manuel Montes, adviseur Financiën en Ontwikkeling bij het South Centre in Genève. Het voorstel van de G77 haalde het niet in Nairobi, hoewel de Unctad wel mandaat heeft om onderzoek te doen naar belastingkwesties, inclusief het assisteren ontwikkelingslanden bij het implementeren van beleid. De vorming van een VN-commissie van Experts op intergouvernementeel niveau bleek echter een stap te ver voor westerse landen.

Martin Khor, directeur van het South Centre en deelnemer aan Unctad14, zegt dat de G77 en China erin geslaagd zijn hun ontwikkelingsbelangen te verdedigen en een nieuw mandaat zeker te stellen voor de Unctad om het werk voort te zetten. “Er waren een aantal rijke landen die het het werkterrein van de Unctad, en dus de VN, aanzienlijk wilden verkleinen.” Helaas, zegt hij, kwam er geen mandaat voor een intergouvernementele groep voor internationale belastingkwesties. De rijke landen hadden wilden dat aan de OESO overlaten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!